Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

31 oktober Korenaren uit de volle oogst

Zoekt zachtmoedigheid.
Zefanja 2:3

Hoe kunnen wij die genade van de zachtmoedigheid zoeken? Door het tegenovergestelde te leren kennen. Hoe vaak hebben wij vals vuur aangezien voor het vuur en het licht van Gods Geest, en hebben wij meer gestreden voor onze eigen inzichten, in onze eigen geest, met veel brutale en ongepaste woorden, dan voor de eer van God! Maar daarna leren wij inzien dat twist en strijd in onze eigen geest ingaan tegen de geest en de aard van het Evangelie, en worden wij ertoe gebracht te zien wat een gezegende genade de geest van de zachtmoedigheid is. Ja, het gebrek daaraan, het opvliegen van ons geprikkeld gemoed, de toorn, de twist, de nijd en de afgunst die zo vaak in ons heersen, overtuigen ons ervan hoe weinig wij nog kennen van „de zachtmoedigheid en lijdzaamheid van Christus”.

Zo voelen wij wat een zegen het is zachtmoedig en lijdzaam gemaakt te zijn, en hoe onmogelijk het is in gemeenschap te komen met het verbroken hart van de Heere Jezus, totdat de ziel in enige mate zachtmoedig gemaakt is door Zijn Geest. Maar alleen door een reeks van beproevingen en kwellingen leren wij of wij zachtmoedig zijn of niet. Een echtgenoot kan heel zachtmoedig zijn zolang zijn vrouw en kinderen alles doen om hem te behagen; maar waar is zijn zachtmoedigheid wanneer zij hem dwarsbomen en kwellen? Een meester kan heel zachtmoedig zijn zolang zijn knecht gehoorzaam, voorkomend en oplettend is; maar hoe is hij als het andersom is?

Zo doet de kennis van de ziekte ons uitzien naar het geneesmiddel. En door de onaangename gevoelens die toorn en een slecht humeur veroorzaken, worden wij ertoe gebracht te verlangen naar het bezit van de zoete gevoelens die de zachtmoedigheid van het Evangelie in ons geweten voortbrengt.

’t Zachtmoedig volk zal eens de volle vrede
genieten, in de zoetste rust verblijd,
en erven d’ aard’. Hoe ook de booz’ en wrede
op d’ onschuld loer’, de tanden kners’ van spijt,
hoe listig hij op haar zijn aanslag smede,
de Heer belacht het wrokken van die nijd.

Ps. 37:6

Aan de lezer…

Er zijn dagen dat u zich schaamt over uw geprikkeld gemoed: over de toorn die opkwam toen men u dwarsboomde, over de brutale en ongepaste woorden waarmee u meer voor uw eigen inzichten streed dan voor de eer van God. Het is bitter om te ontdekken hoe weinig wij kennen van de zachtmoedigheid en lijdzaamheid van Christus. Maar laat die ontdekking u niet doen wanhopen.

Zo leert de Heere Zijn volk door het tegenovergestelde. De kennis van de ziekte doet ons uitzien naar het geneesmiddel, en de onrust die toorn en een slecht humeur in het geweten achterlaten, doet ons verlangen naar de zoete gevoelens die de zachtmoedigheid van het Evangelie voortbrengt. Zoek die zachtmoedigheid dan bij Hem, Die haar alleen door Zijn Geest kan geven, en bid dat u zo gemeenschap mag hebben met het verbroken hart van de Heere Jezus.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

31 oktober 365 dagen met Philpot

Mijn hoop is op U

Verlos mij van al mijn overtredingen.
Psalm 39:9

Wat? „Al mijn overtredingen?” Ja! „Al mijn overtredingen.” U ziet dat David nog steeds slechts een zondaar was. Wat is overtreding? Het is over de grens stappen – ongehoorzaam zijn aan het Woord van God, de wil van God, de gedachten van God, de bevelen van de Geest in een teder geweten en de werkzaamheid van de godsvrucht in de ziel. Maar hoe zit dat? Hoe kan iemand deze gestalte hebben: „En nu, wat verwacht ik, o Heere? Mijn hoop, die is op U”, en toch de werking van verachtelijke overtredingen in zijn hart ervaren?

Het is een verborgenheid en het zal altijd een verborgenheid blijven, behalve voor de geoefende kinderen van God. Dit is de oorzaak van de verborgenheid: zij dragen in hun binnenste een vervuilde en bezoedelde natuur mee; een volkomen ongeneeslijke natuur – een natuur die zo doortrokken is van het kwaad dat zij in dit leven volstrekt ongeneeslijk is. Welnu, David voelde de werkingen van deze overtredingen. Hij wist wat het betekende om een wellustig oog te hebben, een afvallig hart, een vervuilde verbeelding, een dwalende, zwervende en zinnelijke geest, en om voortdurend Gods wil en woord te overtreden. Hij wist wat het was om een bedroefde gevangene te zijn, een arme, ontroostbare ziel, die dagelijks en soms elk uur door beproeving geoefend werd.

En hoe kon hij dit weten? Doordat hij de Heere verwachtte, ontving hij licht om het te zien – doordat hij de Heere verwachtte, kreeg hij leven om het te ervaren. Doordat hij zijn hoop op de Heere stelde en zijn anker daar had, kon hij de deining van de zee van onrust in zich des te beter voelen. Maar de zonde was zijn last. Zij was niet zijn vreugde – zij was niet zijn eer. Als overtreder kon hij zich niet op zijn gemak voelen en niet gelukkig zijn. Het was tot verwarring van zijn hart en tot verdriet van zijn ziel dat hij een overtreder was.

Lezen: Psalm 51

Aan de lezer…

Begrijpt u het niet van uzelf? U hebt uw hoop op de Heere gesteld, en toch voelt u in uw hart de werkingen van een wellustig oog, een afvallig hart, een dwalende en zinnelijke geest. Hoe kan dat samengaan? Het is een verborgenheid, maar niets vreemds voor de geoefende kinderen van God. Zij dragen in hun binnenste een natuur die in dit leven ongeneeslijk is, en zij voelen dat juist omdat zij licht en leven ontvangen hebben.

Want wie zijn anker in de Heere heeft, voelt de deining van de zee des te beter. Is de zonde uw last en niet uw vreugde, kunt u er niet gerust onder zijn, is het tot verwarring van uw hart en verdriet van uw ziel dat u een overtreder bent, dan staat u waar David stond. Schuif het dan niet terzijde, maar breng het bij de Heere en roep met hem: „Verlos mij van al mijn overtredingen.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

31 oktober Door Baca’s vallei

Uit genade zijt ge zalig geworden.
Efeze 2:5

O, wat een schatten van waarheid liggen er in deze paar woorden besloten, die als het ware uit het volle hart van de apostel opwellen om even lucht te geven aan de liefde voor de zaligheid door genade! Barmhartigheid, liefde en genade zijn alle drie in de boezem van God voor Zijn volk, en toch verschillen zij van elkaar. Maar hoe dan? Barmhartigheid ziet op de schuldige; liefde ziet op het voorwerp; genade is misschien een samengaan van die twee, de vereniging van barmhartigheid en liefde.

God heeft de heilige engelen lief, niet de gevallen engelen. Hier is een voorwerp van liefde waarbij geen barmhartigheid te pas komt, want zij hebben nooit gezondigd en hebben geen barmhartigheid nodig. Verder bewees God geen barmhartigheid aan de gevallen engelen; hier hebben wij rechtvaardigheid en toorn zonder barmhartigheid. Maar bij de uitverkorenen van de genade hebben wij niet alleen barmhartigheid en liefde, die in één stroom naar de kerk vloeien, als de rivier van het water des levens, de zuivere kristallen rivier van de genade. Genade betekent, zoals u weet, de zuivere gunst van God, en als zodanig is zij soeverein, onderscheidend, vrij en zeer overvloedig.

Iedere eigenschap van Jehova is onderscheiden, en toch zo met de andere eigenschappen verweven dat zij samen schitteren als één heldere straal. De stralen van de zon vormen samen één volmaakt geheel van zuiver, helder licht, maar het prisma van de regenboog splitst die stralen in verschillende kleuren. Zo zijn de eigenschappen van God niet vermengd, hoewel zij samen allemaal schijnen als één zuivere glans van licht. Maar dit is de bijzondere eigenschap van de genade: elke vermenging met waarde of waardigheid zou de kracht van de genade tenietdoen. Want als het Evangelie naar verdienste vroeg, dan zouden wij even onvermijdelijk veroordeeld worden als door de wet.

Dat ervoer Luther, gekweld en verscheurd door deze woorden: „De rechtvaardigheid Gods geopenbaard zonder de wet.” Toen riep hij in de angst van zijn ziel uit: „Hoe? Ben ik veroordeeld niet slechts door de wet, maar ook door het Evangelie?” Deze zuivere, vrije, onvervalste genade is de blijdschap van elke ziel die haar mag ontvangen. Want zij komt als een gezegend hartversterkend middel wanneer de ziel wegzinkt en bezwijkt onder het zien en voelen van de verdiende toorn van God. Wanneer dan het zuivere Evangelie van de genade van God als een hartversterking van de Allerhoogste komt, heft het het neerhangende hoofd van de zondaar op, verlevendigt het zijn bezwijkende ziel en giet het olie en wijn in de bloedende wonden. Door deze genade worden wij gerechtvaardigd, wordt ons vergeving geschonken, en worden wij aangenomen, geheiligd en verlost met een eeuwige verlossing.

O blijde tijding voor stervende zondaren! O gezegend nieuws voor hen die wegzinken onder een besef van schuld en ellende, voor wie de wet van God haar vloek opheft en hen daarvan ontslaat! Wanneer wij door het geloof de zuivere genade van God mogen zien en er een zoete voorsmaak van mogen proeven, wat een balsem, wat een hartversterking, wat een zoete, opwekkende teug is dat! Dat is het wat ons de vrije genade van God zo doet prijzen en zo blij doet verheerlijken: dat zij zo vrij, zo rein, zo overvloedig geschonken wordt tegenover al de veelheid van zonde, schuld, onreinheid en dwaasheid.

Het kan nooit te duidelijk gezegd worden, en er kan nooit te lang bij stilgestaan worden, dat wij verlost worden door genade, en door genade alleen. Als de vrije genade aan uw ziel geschonken is, dan heeft zij u verlost. Als de vrije genade in uw hart gekomen is, dan bent u gezegend met een eeuwige zaligheid, en u zult het eenmaal ervaren wanneer uw blijde ziel zich zal voegen bij de menigte van de gezaligden.

Als iets een neergebogen zondaar kan oprichten, een afkerige kan herstellen en terugbrengen, een hard hart kan breken, een stenen hart kan vermurwen, een loflied kan doen opklinken en tranen van berouw kan doen vloeien, als iets Goddelijke droefheid over de zonde, een ootmoedige geest en een teder geweten kan werken, dan is het de ervaring van de overvloedige genade van God. Kunnen wij haar dan te veel verheerlijken? Kunnen wij haar te veel prijzen? Kunnen wij haar te vast vasthouden? Nee, naarmate wij onze ellende dieper beleven, zullen wij met alle begeerten van ons hart aan de genade vasthouden, want zij omvat heel onze zaligheid en ook het uitgaan van ons hart.

Aan de lezer…

Misschien zoekt u nog iets in uzelf om u bij God aan te bevelen: een beetje waarde, een beetje waardigheid? Weet dan dat elke vermenging daarmee de kracht van de genade zou tenietdoen. Vroeg het Evangelie naar verdienste, dan zouden wij even zeker veroordeeld worden als door de wet. Zinkt u weg onder een besef van schuld en ellende, en bezwijkt uw ziel onder de verdiende toorn van God? Dan is juist voor u deze blijde tijding: uit genade bent u zalig geworden.

Want die genade komt als een hartversterking van de Allerhoogste; zij heft het neerhangende hoofd op en giet olie en wijn in de bloedende wonden. Zij kan een hard hart breken, een afkerige herstellen en tranen van berouw doen vloeien. Kunt u haar te veel prijzen, of haar te vast vasthouden? Hoe dieper u uw ellende beleeft, hoe meer u met alle begeerten van uw hart aan haar zult vasthouden, want zij omvat heel uw zaligheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina