October 31
Zoekt zachtmoedigheid.
Zefanja 2:3
Hoe kunnen wij die genade der zachtmoedigheid zoeken? Door het tegengestelde te leren. Hoe dikwijls hebben wij vals vuur aangezien voor het vuur en het licht van Gods Geest, en hebben wij meer gestreden voor onze eigen inzichten, in onze eigen geest, met vele stoute en ongepaste woorden, dan voor de ere Gods! Maar daarna leren wij inzien dat twist en strijd in onze eigen geest in strijd zijn met de geest en de aard van het Evangelie, en worden wij ertoe gebracht in te zien welk een zegenrijke genade de geest der zachtmoedigheid is. Ja, het gebrek hieraan, het opstijgen van ons geprikkeld gemoed, de toorn, de twist, de nijd en de afgunst die zo vaak in ons heersen, overtuigen ons hoe weinig wij nog kennen van „de zachtmoedigheid en lijdzaamheid van Christus”.
Aldus gevoelen wij welk een zegen het is zachtmoedig en lijdzaam te zijn gemaakt, en hoe onmogelijk het is in gemeenschap te komen met het verbroken hart van de Heere Jezus, tot de ziel enigermate zachtmoedig gemaakt is door Zijn Geest. Maar alleen door een reeks van beproevingen en kwelling leren wij of wij zachtmoedig zijn of niet. De echtgenoot kan zeer zachtmoedig zijn zolang zijn vrouw en kinderen alles doen om hem genoegen te geven; maar waar is zijn zachtmoedigheid wanneer zij hem dwarsbomen en kwellen? De meester kan zeer zachtmoedig zijn zolang zijn dienstknecht gehoorzaam, voorkomend en oplettend is; maar hoe is hij in het tegenovergestelde geval?
Dus doet de kennis der ziekte ons uitzien naar het geneesmiddel; en door de onaangename aandoeningen, veroorzaakt door toorn en kwade luim, worden wij ertoe gebracht het bezit te begeren dier zoete gevoelens die de zachtmoedigheid des Evangelies in ons geweten voortbrengt.
’t Zachtmoedig volk zal eens de volle vrede
genieten, in de zoetste rust verblijd,
en erven d’ aard’. Hoe ook de booz’ en wrede
op d’ onschuld loer’, de tanden kners’ van spijt,
hoe listig hij op haar zijn aanslag smede,
de Heer belacht het wrokken van die nijd.
Ps. 37:6
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat u zich schaamt over uw geprikkeld gemoed: over de toorn die opsteeg toen men u dwarsboomde, over de stoute en ongepaste woorden waarmee u meer voor uw eigen inzichten streed dan voor de ere Gods. Het is bitter om te ontdekken hoe weinig wij van de zachtmoedigheid en lijdzaamheid van Christus kennen. Maar laat die ontdekking u niet doen wanhopen.
Zo leert de Heere Zijn volk door het tegengestelde. De kennis der ziekte doet ons uitzien naar het geneesmiddel, en de onrust die toorn en kwade luim in het geweten achterlaten, doet ons verlangen naar de zoete gevoelens die de zachtmoedigheid des Evangelies voortbrengt. Zoek die zachtmoedigheid dan bij Hem Die ze alleen door Zijn Geest kan geven, en bid dat u zo gemeenschap mag hebben met het verbroken hart van de Heere Jezus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zoekt zachtmoedigheid.
Zefanja 2:3
Hoe kunnen wij die genade van de zachtmoedigheid zoeken? Door het tegenovergestelde te leren kennen. Hoe vaak hebben wij vals vuur aangezien voor het vuur en het licht van Gods Geest, en hebben wij meer gestreden voor onze eigen inzichten, in onze eigen geest, met veel brutale en ongepaste woorden, dan voor de eer van God! Maar daarna leren wij inzien dat twist en strijd in onze eigen geest ingaan tegen de geest en de aard van het Evangelie, en worden wij ertoe gebracht te zien wat een gezegende genade de geest van de zachtmoedigheid is. Ja, het gebrek daaraan, het opvliegen van ons geprikkeld gemoed, de toorn, de twist, de nijd en de afgunst die zo vaak in ons heersen, overtuigen ons ervan hoe weinig wij nog kennen van „de zachtmoedigheid en lijdzaamheid van Christus”.
Zo voelen wij wat een zegen het is zachtmoedig en lijdzaam gemaakt te zijn, en hoe onmogelijk het is in gemeenschap te komen met het verbroken hart van de Heere Jezus, totdat de ziel in enige mate zachtmoedig gemaakt is door Zijn Geest. Maar alleen door een reeks van beproevingen en kwellingen leren wij of wij zachtmoedig zijn of niet. Een echtgenoot kan heel zachtmoedig zijn zolang zijn vrouw en kinderen alles doen om hem te behagen; maar waar is zijn zachtmoedigheid wanneer zij hem dwarsbomen en kwellen? Een meester kan heel zachtmoedig zijn zolang zijn knecht gehoorzaam, voorkomend en oplettend is; maar hoe is hij als het andersom is?
Zo doet de kennis van de ziekte ons uitzien naar het geneesmiddel. En door de onaangename gevoelens die toorn en een slecht humeur veroorzaken, worden wij ertoe gebracht te verlangen naar het bezit van de zoete gevoelens die de zachtmoedigheid van het Evangelie in ons geweten voortbrengt.
’t Zachtmoedig volk zal eens de volle vrede
genieten, in de zoetste rust verblijd,
en erven d’ aard’. Hoe ook de booz’ en wrede
op d’ onschuld loer’, de tanden kners’ van spijt,
hoe listig hij op haar zijn aanslag smede,
de Heer belacht het wrokken van die nijd.
Ps. 37:6
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat u zich schaamt over uw geprikkeld gemoed: over de toorn die opkwam toen men u dwarsboomde, over de brutale en ongepaste woorden waarmee u meer voor uw eigen inzichten streed dan voor de eer van God. Het is bitter om te ontdekken hoe weinig wij kennen van de zachtmoedigheid en lijdzaamheid van Christus. Maar laat die ontdekking u niet doen wanhopen.
Zo leert de Heere Zijn volk door het tegenovergestelde. De kennis van de ziekte doet ons uitzien naar het geneesmiddel, en de onrust die toorn en een slecht humeur in het geweten achterlaten, doet ons verlangen naar de zoete gevoelens die de zachtmoedigheid van het Evangelie voortbrengt. Zoek die zachtmoedigheid dan bij Hem, Die haar alleen door Zijn Geest kan geven, en bid dat u zo gemeenschap mag hebben met het verbroken hart van de Heere Jezus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Seek meekness.
Zephaniah 2:3
How are we to follow after this grace of meekness? By learning the contrary. How often have we mistaken false fire for the light and fire of God’s Spirit! and have contended more for our own views, in our own spirit, with many rash and unbecoming words, rather than for the glory of God. But after a time we are led to see that strife and contention, in our own spirit, are contrary to the spirit and temper of the gospel, and are brought to see what a blessed grace the spirit of meekness is.
No, the very lack of it, the risings up of an excited temper, the anger, strife, envy, and jealousy that often work in our bosoms convince us how little we know of “the meekness and gentleness of Christ.” We thus feel what a blessing it is to be made humble and submissive; and how impossible it is to enter into communion with a broken-hearted Jesus, until the soul is in some measure meekened by His Spirit.
But it is by having a succession of things to try and provoke us, that we learn whether we have meekness or not. The husband can be very meek, while his wife and children are doing everything to please him; but where is his meekness when they thwart and provoke him? The master may be very meek, while the servant is obedient, obliging, and attentive, but how is he when things are different? Thus the knowledge of the disease makes us desire the remedy; and by the wretched sensations caused by wrath and evil temper, we are brought to desire an experience of those sweet feelings which gospel meekness produces in our consciences.
To the reader…
There are days when you are ashamed of your irritable temper: of the anger that rose up when you were crossed, of the rash and unbecoming words with which you contended more for your own views than for the glory of God. It is bitter to discover how little we know of the meekness and gentleness of Christ. But do not let that discovery make you despair.
This is how the Lord teaches His people by the contrary. The knowledge of the disease makes us look for the remedy, and the unrest that anger and evil temper leave behind in the conscience makes us long for the sweet feelings that gospel meekness produces. Seek that meekness, then, from Him Who alone can give it by His Spirit, and pray that so you may have communion with the broken heart of the Lord Jesus.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Buscad mansedumbre.
Sofonías 2:3
¿Cómo hemos de seguir esta gracia de la mansedumbre? Aprendiendo lo contrario. ¡Cuántas veces hemos confundido el fuego extraño con la luz y el fuego del Espíritu de Dios!, y hemos contendido más por nuestras propias opiniones, en nuestro propio espíritu, con muchas palabras temerarias e impropias, que por la gloria de Dios. Pero con el tiempo somos llevados a ver que la contienda y la disputa, en nuestro propio espíritu, son contrarias al espíritu y al carácter del evangelio, y somos traídos a ver qué gracia tan bendita es el espíritu de mansedumbre.
Más aún, la misma falta de ella, los arrebatos de un genio exaltado, la ira, la contienda, la envidia y los celos que a menudo obran en nuestro pecho, nos convencen de cuán poco sabemos de “la mansedumbre y modestia de Cristo”. Así sentimos qué bendición es ser hechos humildes y sumisos; y cuán imposible es entrar en comunión con un Jesús de corazón quebrantado, hasta que el alma es en alguna medida amansada por Su Espíritu.
Pero es teniendo una sucesión de cosas que nos prueben y nos provoquen como aprendemos si tenemos mansedumbre o no. El marido puede ser muy manso mientras su esposa y sus hijos hacen todo lo posible por agradarle; pero ¿dónde está su mansedumbre cuando le contrarían y le provocan? El amo puede ser muy manso mientras el criado es obediente, servicial y atento; pero ¿cómo es él cuando las cosas son de otra manera? Así, el conocimiento de la enfermedad nos hace desear el remedio; y por las miserables sensaciones que causan la ira y el mal genio, somos llevados a desear la experiencia de aquellos dulces sentimientos que la mansedumbre del evangelio produce en nuestra conciencia.
Al lector…
Hay días en que usted se avergüenza de su genio irritable: de la ira que se levantó cuando le contrariaron, de las palabras temerarias e impropias con que contendió más por sus propias opiniones que por la gloria de Dios. Es amargo descubrir cuán poco sabemos de la mansedumbre y modestia de Cristo. Pero no deje que ese descubrimiento le lleve a desesperar.
Así enseña el Señor a Su pueblo por lo contrario. El conocimiento de la enfermedad nos hace buscar el remedio, y la inquietud que la ira y el mal genio dejan en la conciencia nos hace anhelar los dulces sentimientos que produce la mansedumbre del evangelio. Busque, pues, esa mansedumbre en Aquel que es el único que puede darla por Su Espíritu, y ore para que así pueda tener comunión con el corazón quebrantado del Señor Jesús.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl