Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

30 november Korenaren uit de volle oogst

Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25

Als de genadige Heere niet leefde om onze Voorspraak te zijn, zou men nauwelijks kunnen zeggen dat Hij ons volkomen zalig maakt. Maar omdat Hij altijd aan de rechterhand van God is en altijd voor ons tussenbeide treedt, en altijd de wierook van Zijn aangenaam Middelaarsoffer aanbiedt, is dat een zeker onderpand van Zijn liefde, Zijn medelijden en Zijn macht. Is dit niet bemoedigend voor allen die door Hem tot God komen? En kunnen wij niet zeggen: „Zo zijn wij, o Heere! Wij komen dagelijks tot U door Jezus Christus”? En hebben wij niet alle bemoediging nodig die God ons daaruit kan schenken? Want door verzoeking en beproeving en de vele bezoekingen op onze weg zinken wij vaak heel diep.

Hoe heerlijk is het dan als u alleen dit teken van genade in uw ziel kunt vinden, wanneer alle andere helemaal uit het oog verloren lijken. Als u iets weet van het werk in uw hart, dan weet u dit: of u door de Heere Jezus Christus tot God gekomen bent, en of u door Hem steeds tot God komt. Het is heel eenvoudig en toch veelbetekenend. Bent u gekomen als een verworpene? Bent u gekomen als iemand die op het punt stond om te vergaan? Want over zulken wordt uitdrukkelijk gesproken: zij komen op die dag, wanneer met de grote bazuin geblazen wordt; de grote en roemrijke bazuin van het Evangelie, want haar feesttonen klinken uitsluitend voor hen.

Bent u gekomen in het geloof? Bent u gekomen in hoop? Bent u gekomen in liefde? En hebt u in uw eigen binnenste enigszins iets gevonden dat sprak van aanneming en goedkeuring? „Ja”, zeggen sommigen, „met al mijn twijfel en mijn vrees kan ik, gevraagd wordende, op uw vraag met een eerlijk hart en opgeheven hoofd antwoorden dat ik door Jezus Christus tot God gekomen ben en dat ik de zaligheid daarvan ondervonden heb.” Dan zult u iets gekend hebben, of zult u iets kennen, van het „volkomen zaligmaken”. En hoe meer u van dat „volkomen zaligmaken” weet, hoe meer zult u roemen in de zaligheid door genade; hoe meer zult u zich vastklemmen aan de Zoon van God; hoe meer zult u zich hechten aan Zijn volbrachte werk; en hoe meer zult u zien op Hem Die zo vriendelijk gezegd heeft: „Ziet op Mij en wordt behouden, alle gij einden der aarde; want Ik ben God, en niemand meer.”

Ps. 118:7

Aan de lezer…

Misschien zinkt u soms zo diep door verzoeking en beproeving, dat elk teken van genade u ontvalt. Houd dan dit ene vast: komt u door Jezus Christus tot God? Misschien komt u als een verworpene, als iemand die op het punt stond om te vergaan, met veel twijfel en vrees. Het is heel eenvoudig, en toch is het veelbetekenend; want juist voor zulke mensen klinken de feesttonen van de bazuin van het Evangelie.

Hij leeft altijd om voor hen te bidden. Hij staat aan de rechterhand van God en biedt daar de wierook van Zijn Middelaarsoffer aan, en dat is een zeker onderpand van Zijn liefde, Zijn medelijden en Zijn macht. Daarom kan Hij volkomen zalig maken. Klem u dan aan Hem vast, hecht u aan Zijn volbrachte werk, en zie op Hem Die zegt: „Ziet op Mij en wordt behouden.” Hoe meer u dat volkomen zaligmaken leert kennen, hoe meer u zult roemen in de genade.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

30 november 365 dagen met Philpot

Hebt de wereld niet lief

Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid, maar die de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.
1 Johannes 2:15-17

Sommigen van u zeggen misschien: „Ik houd er erg van als het evangelie getrouw wordt gepredikt, en ik zou grif een grote afstand lopen om een bekwame, ervaren predikant te horen, een echte dienaar van Jezus Christus, die met smaak, vuur en kracht predikt. Ik heb vele jaren beweerd de dingen Gods voor mezelf te kennen, en ik houd er erg van als de waarheid in overeenstemming met mijn gevoelens wordt verkondigd.” Dit klinkt allemaal heel goed, en het is zeker min of meer wat zij zeggen die de waarheid kennen en liefhebben. Maar woorden zijn op hun best slechts woorden, en velen spreken heel mooi, maar handelen er niet naar. Leg deze toets eens aan uw hart en uw leven.

Hebt u de wereld lief, de tijdelijke en zichtbare dingen? Zijn ze met uw genegenheden verweven? Nemen ze de voornaamste plaats in uw hart in? Wat zijn uw bezigheden, wanneer u ze ongehinderd kunt volgen? Ik zeg bezigheden, want ik bedoel geen noodzakelijke verplichtingen. Wie zijn uw metgezellen? Aan welk gezelschap geeft u de voorkeur? Aan dat van lichtzinnige, ijdele en oppervlakkige, vleselijke en wereldse mensen, of aan dat van de beproefde, bezochte, geoefende kinderen van God? Welk onderwerp houdt uw gedachten het meest bezig, blijft dag en nacht bij u en is voor u alles? Zijn het de dingen van God, of wat in de wereld is?

Waaraan wilt u de meeste aandacht schenken en wat wilt u het liefst verkrijgen? Is het de openbaring van de goedheid en barmhartigheid van de Heere, het indringen van Zijn vergevende liefde, de toepassing van Zijn verzoenend bloed, de verborgen fluisteringen van Zijn genegenheid voor u, en het genieten van Zijn tegenwoordigheid? Of bent u tevreden zonder deze goddelijke werkelijkheden, en gaan er uren en dagen voorbij zonder dat u er ooit naar verlangt of naar uitziet? Welnu, als dat zo is, dan is de liefde van de Vader zeer zeker niet in u. Praat zo lang en luid als u wilt over vroomheid; dit ene zal over alles „Tekel” schrijven: in weegschalen gewogen en te licht bevonden. Als u de wereld liefhebt en wat in de wereld is, is de liefde van God niet in uw hart.

Lezen: Psalm 119:105-120

Aan de lezer…

Hier worden u enkele vragen gesteld; schrik er niet voor terug, maar laat ze in de stilte tot uw hart spreken. Waar gaan uw gedachten heen wanneer niets ze tegenhoudt? Welk gezelschap zoekt u, en waarnaar strekt uw ziel zich het meest uit? Woorden zijn slechts woorden; de Heere weegt het hart. Misschien moet u bekennen dat er uren en dagen voorbijgaan zonder dat u naar Hem verlangt. Verberg dat niet; breng het eerlijk bij Hem.

Want juist de ziel die in de weegschaal te licht bevonden wordt, leert zuchten om wat zij mist: om de openbaring van Zijn goedheid, de toepassing van Zijn verzoenend bloed, de verborgen fluisteringen van Zijn liefde. Kunt u zeggen dat u daarnaar uitziet, al bezit u er nog weinig van? Blijf dan aanhouden bij Hem, Die het geven kan, en bid dat de liefde tot de wereld wijkt voor de liefde van de Vader in uw hart.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

30 november Door Baca’s vallei

Ik zal die kroon omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen; ja zij zal niet zijn, totdat Hij kome, Die daartoe recht heeft, en Die Ik dat geven zal.
Ezechiël 21:27

Er moet dus Iemand komen Die daartoe recht heeft. Er is een Koning Die recht heeft op de troon en op de troon van Zijn onderdanen; recht op alles wat zij zijn en op alles wat zij hebben. Maar waar heeft Hij dit recht vandaan? „Totdat Hij komt, Die daartoe recht heeft.” Het is dus Zijn recht, ten eerste door schenking en gave: de Vader heeft alle uitverkorenen aan de Zoon gegeven. „Zie hier Ik, en de kinderen, die Gij Mij gegeven hebt.” „Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen.” Voor zover wij de Zijnen zijn, heeft Jezus dus recht op onze personen; en met dit recht op onze personen heeft Hij, door dezelfde oorspronkelijke schenking van God de Vader, ook recht op ons hart en onze genegenheden.

Maar Hij heeft nog een ander recht, en dat is door koop en verlossing. Hij heeft Zijn volk verlost door Zijn eigen bloed. Hij heeft Zijn leven voor hen afgelegd en hen zo gekocht, en daarmee recht op hen verkregen door de volle en volkomen prijs die Hij Zelf aan het kruis voor hen heeft betaald. Dit tweevoudige recht oefent Hij uit telkens wanneer Hij plechtig aanspraak maakt op ieder van Zijn volk dat Hij gekocht heeft. En die aanspraak maakt Hij wanneer de gezegende Geest in de ziel komt om haar aan te houden en te grijpen als een vat van barmhartigheid, en haar aan Zijn voeten brengt, zodat Hij als Koning en Heere in haar genegenheden gekroond wordt.

Want men moet bedenken dat het bezit van het hart, met al zijn genegenheden, Zijn recht is, en dat Hij Zijn eer aan geen ander zal geven. Hij wil Zijn eigendom niet in andere handen zien. Het is Hem niet genoeg alleen recht te hebben op de personen van Zijn geliefde volk: Hij moet hun hart hebben. En wanneer Hij Zijn recht op hun genegenheden uitoefent, wil Hij daar als de Allerhoogste regeren. Hij duldt geen mededinger en staat geen medewerking toe, in welke vorm dan ook, maar wil daar als Koning en Heere erkend worden.

Maar waar is de ziel voordat Hij binnenkomt met kracht, in lieflijkheid, in schoonheid, in dierbaarheid? Wat en waar is zij? Een ruïne! En niemand heeft ooit veel geweten van de dierbaarheid van Christus wiens ziel naar zijn gevoel geen puinhoop was en bij wie het eigen ik niet was omvergeworpen. Nee, niemand kan ooit vurig verlangen dat de Heere van leven en heerlijkheid zijn hart zal bezoeken met Zijn zaligheid, zal binnenkomen met de kracht van Zijn opstanding, in de heerlijkheid van Zijn gerechtigheid, in de dierbaarheid van Zijn tegenwoordigheid. Niemand kan geestelijk verlangen, zuchten, roepen, smeken, bidden en vragen om de openbaring van Christus aan zijn ziel, die niet voor God een ellendige puinhoop geworden is, en in wie het eigen ik niet zo ten onder gegaan is dat het één grote puinhoop voor God geworden is, of zo ver is afgebroken dat geen mensenmacht ook maar één steen op zijn plaats kan zetten om het vroegere gebouw weer op te richten.

Aan de lezer…

Ziet u in uw ziel niets anders dan een ruïne? Is uw eigen ik zo omvergeworpen dat u geen steen meer op zijn plaats kunt zetten om het oude gebouw weer op te richten? Dat is bitter, en het voelt als verlies. Maar juist zo’n puinhoop is de plaats waar de Koning wil binnenkomen, met de kracht van Zijn opstanding en de dierbaarheid van Zijn tegenwoordigheid.

Hij heeft recht op u: de Vader heeft u aan Hem gegeven, en Hij heeft u gekocht met Zijn eigen bloed. Hij is niet tevreden met uw persoon alleen; Hij wil uw hart, en Hij duldt daar geen mededinger. Laat dan uw zuchten en roepen om Zijn openbaring niet ophouden. Hij Die het recht heeft, zal komen, en Hij zal als Koning en Heere in uw genegenheden gekroond worden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina