30 de noviembre
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Zo de genadige Heere niet leefde om ons tot Voorspraak te zijn, kon Hij nauwelijks gezegd worden ons volkomen zalig te maken. Maar daar Hij altijd is aan de rechterhand Gods en altijd tussenbeide treedt, altijd de wierook van Zijn aanneembaar Middelaarsoffer aanbiedt, geeft dit een zeker onderpand van Zijn liefde, Zijn medelijden en Zijn macht. Is dit niet bemoedigend voor allen die door Hem tot God komen? En kunnen wij niet zeggen: „Zo zijn wij, o Heere! Wij komen dagelijks tot U door Jezus Christus”? En hebben wij al de bemoediging niet nodig die God ons daaruit schenken kan? Want door verzoeking en beproeving en menigvuldige bezoekingen op onze weg zinken wij dikwijls zeer laag.
Hoe zalig is het dan, zo gij slechts dit teken van genade in uw ziel kunt vinden, wanneer alle andere geheel voor het oog verloren schijnen. Indien gij iets weet van het werk in uw gemoed, dan weet gij dit: of gij door de Heere Jezus Christus tot God gekomen zijt, of gij door Hem steeds tot God komt. Het is zeer eenvoudig en toch veelbetekenend. Zijt gij gekomen als een verworpeling? Zijt gij gekomen als iemand die op het punt was om te komen? Want van de zodanigen wordt uitdrukkelijk gesproken: welke komen op die dag, als de grote bazuin zal slaan; de grote en roemrijke bazuin des Evangelies, want haar feesttonen klinken uitsluitend voor hen.
Zijt gij gekomen in het geloof? Zijt gij gekomen in hope? Zijt gij gekomen in liefde? En hebt gij in uw eigen boezem enigermate iets gevonden dat sprak van aanneming en goedkeuring? „Ja”, zeggen enigen, „met al mijn twijfel en mijn vrees kan ik, gevraagd wordende, op uw vraag met een eerlijk hart en opgeheven hoofd antwoorden dat ik door Jezus Christus tot God gekomen ben en dat ik de zaligheid daarvan ondervonden heb.” Dan zult gij iets gekend hebben of zult gij iets kennen van het „volkomen zaligmaken”; en hoe meer gij van dat „volkomen zaligmaken” weet, des te meer zult gij roemen in de zaligheid door de genade; des te meer zult gij u vastklemmen aan de Zone Gods; des te meer zult gij u hechten aan Zijn volbracht werk, en des te meer zult gij zien op Hem, Die zo vriendelijk gezegd heeft: „Ziet op Mij en wordt behouden, alle gij einden der aarde; want Ik ben God, en niemand meer.”
Ps. 118:7
Aan de lezer…
Misschien zinkt u soms zo laag door verzoeking en beproeving, dat ieder teken van genade u ontvalt. Houd dan dit ene vast: komt u door Jezus Christus tot God? Misschien komt u als een verworpeling, als iemand die op het punt was om te komen, met veel twijfel en vrees. Het is zeer eenvoudig, en toch is het veelbetekenend; want juist voor zulken klinken de feesttonen van de bazuin des Evangelies.
Hij leeft altijd om voor hen te bidden. Hij staat aan de rechterhand Gods en biedt daar de wierook van Zijn Middelaarsoffer aan, en dat is een zeker onderpand van Zijn liefde, Zijn medelijden en Zijn macht. Daarom kan Hij volkomen zalig maken. Kleef dan aan Hem, hecht u aan Zijn volbracht werk, en zie op Hem Die zegt: „Ziet op Mij en wordt behouden.” Hoe meer u dat volkomen zaligmaken leert kennen, des te meer zult u roemen in de genade.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Als de genadige Heere niet leefde om onze Voorspraak te zijn, zou men nauwelijks kunnen zeggen dat Hij ons volkomen zalig maakt. Maar omdat Hij altijd aan de rechterhand van God is en altijd voor ons tussenbeide treedt, en altijd de wierook van Zijn aangenaam Middelaarsoffer aanbiedt, is dat een zeker onderpand van Zijn liefde, Zijn medelijden en Zijn macht. Is dit niet bemoedigend voor allen die door Hem tot God komen? En kunnen wij niet zeggen: „Zo zijn wij, o Heere! Wij komen dagelijks tot U door Jezus Christus”? En hebben wij niet alle bemoediging nodig die God ons daaruit kan schenken? Want door verzoeking en beproeving en de vele bezoekingen op onze weg zinken wij vaak heel diep.
Hoe heerlijk is het dan als u alleen dit teken van genade in uw ziel kunt vinden, wanneer alle andere helemaal uit het oog verloren lijken. Als u iets weet van het werk in uw hart, dan weet u dit: of u door de Heere Jezus Christus tot God gekomen bent, en of u door Hem steeds tot God komt. Het is heel eenvoudig en toch veelbetekenend. Bent u gekomen als een verworpene? Bent u gekomen als iemand die op het punt stond om te vergaan? Want over zulken wordt uitdrukkelijk gesproken: zij komen op die dag, wanneer met de grote bazuin geblazen wordt; de grote en roemrijke bazuin van het Evangelie, want haar feesttonen klinken uitsluitend voor hen.
Bent u gekomen in het geloof? Bent u gekomen in hoop? Bent u gekomen in liefde? En hebt u in uw eigen binnenste enigszins iets gevonden dat sprak van aanneming en goedkeuring? „Ja”, zeggen sommigen, „met al mijn twijfel en mijn vrees kan ik, gevraagd wordende, op uw vraag met een eerlijk hart en opgeheven hoofd antwoorden dat ik door Jezus Christus tot God gekomen ben en dat ik de zaligheid daarvan ondervonden heb.” Dan zult u iets gekend hebben, of zult u iets kennen, van het „volkomen zaligmaken”. En hoe meer u van dat „volkomen zaligmaken” weet, hoe meer zult u roemen in de zaligheid door genade; hoe meer zult u zich vastklemmen aan de Zoon van God; hoe meer zult u zich hechten aan Zijn volbrachte werk; en hoe meer zult u zien op Hem Die zo vriendelijk gezegd heeft: „Ziet op Mij en wordt behouden, alle gij einden der aarde; want Ik ben God, en niemand meer.”
Ps. 118:7
Aan de lezer…
Misschien zinkt u soms zo diep door verzoeking en beproeving, dat elk teken van genade u ontvalt. Houd dan dit ene vast: komt u door Jezus Christus tot God? Misschien komt u als een verworpene, als iemand die op het punt stond om te vergaan, met veel twijfel en vrees. Het is heel eenvoudig, en toch is het veelbetekenend; want juist voor zulke mensen klinken de feesttonen van de bazuin van het Evangelie.
Hij leeft altijd om voor hen te bidden. Hij staat aan de rechterhand van God en biedt daar de wierook van Zijn Middelaarsoffer aan, en dat is een zeker onderpand van Zijn liefde, Zijn medelijden en Zijn macht. Daarom kan Hij volkomen zalig maken. Klem u dan aan Hem vast, hecht u aan Zijn volbrachte werk, en zie op Hem Die zegt: „Ziet op Mij en wordt behouden.” Hoe meer u dat volkomen zaligmaken leert kennen, hoe meer u zult roemen in de genade.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore He is able also to save them to the uttermost that come unto God by Him, seeing He ever liveth to make intercession for them.
Hebrews 7:25
If the gracious Lord did not live to make intercession for us, He could hardly be said to save us to the uttermost. But as He ever lives at God’s right hand and is ever interceding, ever presenting the perfume of His acceptable mediation, this gives us a certain pledge of His love, His pity, and His power. Is not this very encouraging to all who come unto God by Him? and may we not say, “Such are we, O Lord; we do come, we daily come to You by Jesus Christ?” And do we not need all the encouragement that God may give us out of it? for we often sink very low through temptation and trial and the manifold afflictions of the way.
How blessed, then, it is if you can only trace this mark of grace in your soul when others seem almost lost out of sight. If you know anything of internal work, you know this—whether you have come—whether you are coming to God by Jesus Christ. It is very simple, yet very expressive. Have you come as an outcast? Have you come as ready to perish? for these are expressly spoken of as coming in that day when the great trumpet is blown, the great and glorious trumpet of the gospel, for its jubilee notes are sounded specially for them.
Have you come in faith? have you come in hope? have you come in love? and have you found any measure of acceptance and approbation in your own bosom? “Yes,” say some, “with all my doubts, fears, and questioning, I can answer your question with an honest heart and a firm front, that I have come to God by Jesus Christ, and have felt the blessedness of so doing.”
Then you have known something or will know something about the uttermost; and the more you know about the uttermost, the more you will prize salvation by grace, the more you will cleave to the Son of God, the more you will hang upon His finished work, and the more you will look unto Him Who has so kindly said, “Look unto Me and be saved, all the ends of the earth; for I am God, and there is none else.”
To the reader…
Perhaps you sometimes sink so low through temptation and trial that every mark of grace slips away from you. Then hold fast to this one thing: do you come to God by Jesus Christ? Perhaps you come as an outcast, as one ready to perish, with many doubts and fears. It is very simple, and yet very expressive; for it is for just such people that the jubilee notes of the gospel trumpet sound.
He ever lives to make intercession for them. He stands at the right hand of God and presents there the perfume of His mediation, and that is a certain pledge of His love, His pity and His power. That is why He is able to save to the uttermost. Cleave to Him, then, hang upon His finished work, and look to Him Who says, “Look unto Me, and be ye saved.” The more you come to know that saving to the uttermost, the more you will glory in grace.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por lo cual puede también salvar eternamente a los que por Él se allegan a Dios, viviendo siempre para interceder por ellos.
Hebreos 7:25
Si el bondadoso Señor no viviera para interceder por nosotros, difícilmente podría decirse que nos salva hasta lo sumo. Pero como Él vive siempre a la diestra de Dios y siempre intercede, presentando siempre el perfume de Su aceptable mediación, esto nos da una prenda segura de Su amor, de Su compasión y de Su poder. ¿No es esto muy alentador para todos los que por Él se allegan a Dios? ¿Y no podemos decir: “Tales somos nosotros, oh Señor; sí venimos, venimos cada día a Ti por Jesucristo”? ¿Y no necesitamos todo el aliento que Dios pueda darnos de ello? Porque a menudo nos hundimos muy bajo por la tentación y la prueba y las múltiples aflicciones del camino.
¡Qué bienaventurado es, pues, si usted puede siquiera trazar esta marca de la gracia en su alma cuando otras parecen casi perdidas de vista! Si sabe algo de la obra interior, sabe esto: si ha venido, si está viniendo a Dios por Jesucristo. Es muy sencillo, y sin embargo muy expresivo. ¿Ha venido usted como un desterrado? ¿Ha venido como quien está a punto de perecer? Porque de estos se dice expresamente que vendrán en aquel día en que se toque la gran trompeta, la grande y gloriosa trompeta del evangelio, pues sus notas de jubileo suenan especialmente para ellos.
¿Ha venido usted con fe? ¿Ha venido con esperanza? ¿Ha venido con amor? ¿Y ha hallado alguna medida de aceptación y aprobación en su propio pecho? “Sí”, dicen algunos, “con todas mis dudas, temores y cuestionamientos, puedo responder a su pregunta con un corazón honrado y con firmeza que he venido a Dios por Jesucristo, y he sentido la bienaventuranza de hacerlo”.
Entonces usted ha conocido algo, o conocerá algo, de ese “hasta lo sumo”; y cuanto más conozca de ese “hasta lo sumo”, tanto más apreciará la salvación por gracia, tanto más se aferrará al Hijo de Dios, tanto más se colgará de Su obra consumada, y tanto más mirará a Aquel que tan bondadosamente ha dicho: “Mirad a Mí, y sed salvos, todos los términos de la tierra: porque Yo soy Dios, y no hay más”.
Al lector…
Quizá a veces se hunde usted tan bajo por la tentación y la prueba que toda marca de la gracia se le escapa. Aférrese entonces a esta sola cosa: ¿viene usted a Dios por Jesucristo? Tal vez venga como un desterrado, como quien está a punto de perecer, con muchas dudas y temores. Es muy sencillo, y sin embargo muy expresivo; porque es precisamente para tales personas que suenan las notas de jubileo de la trompeta del evangelio.
Él vive siempre para interceder por ellos. Está a la diestra de Dios y presenta allí el perfume de Su mediación, y esa es una prenda segura de Su amor, de Su compasión y de Su poder. Por eso puede salvar hasta lo sumo. Aférrese, pues, a Él, cuélguese de Su obra consumada y mire a Aquel que dice: “Mirad a Mí, y sed salvos”. Cuanto más llegue a conocer ese salvar hasta lo sumo, tanto más se gloriará en la gracia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl