Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

3 januari Korenaren uit de volle oogst

En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal ze allen tot Mij trekken.
Joh. 12:32

Wanneer Jezus in genade en bevindelijk aan de ziel wordt geopenbaard en bekendgemaakt, door een zoete openbaring van Zijn verheerlijkte Persoon, Zijn zoenbloed en Zijn volbrachte werk, dan gaat er een verborgen en toch heilige kracht van uit. Daardoor worden wij tot Hem getrokken, zodat elke genade van de Geest naar Hem toe vloeit. Zo spreekt Jeremia over de heiligen van God, die komen en juichen op de hoogte van Sion en toevloeien tot des Heeren goed (Jer. 31:12). En zo spreekt Jesaja tot de gemeente van God: „dan zult gij het zien en samenvloeien, en uw hart zal vervaard zijn (of, zoals de eigenlijke betekenis van het woord is, zal trillen van liefde en blijdschap), en verwijd worden” (Jesaja 60:5).

Dit zien van Christus door het geloof is wat de apostel bedoelt wanneer hij tot de Galaten zegt: „denwelken Jezus Christus voor de ogen te voren geschilderd is geweest” (Gal. 3:1). Wanneer Hij zo voor onze ogen geschilderd is, wordt Hij het voorwerp van ons geloof, op Wie wij zien: „Wendt u tot Mij en wordt behouden, alle gij einden der aarde.” Hij is de geheel Beminnelijke, naar Wie alle liefde uitvloeit, en de Middelaar binnen het voorhangsel, aan Wie de hoop zich verankert.

De gezegende Heere wordt door de kracht van God geopenbaard. Zijn glorierijke Persoon wordt aan het geestelijk oog voorgesteld, Zijn bloed en Zijn gerechtigheid worden aan het geweten ontdekt, en men ervaart dat Hij in staat is in al onze noden en zorgen te voorzien. Wanneer dat gebeurt, wekt de Heilige Geest een levend geloof op, waardoor wij op Hem zien en Hem aangrijpen. En zo wordt Hij dierbaar voor ieder die in Zijn Naam gelooft.

Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort.
Zij wand’len, Heer, in ’t licht van ’t godd’lijk aanschijn voort.
Zij zullen in Uw naam zich al de dag verblijden!
Uw goedheid straalt hun toe, Uw macht schraagt hen in ’t lijden.
Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,
Maar Uw gerechtigheid hen, naar Uw woord, verhogen.

Ps. 89:7

Aan de lezer…

Voelt u zich soms koud en ver weg, en lijkt het alsof uw hart zich nergens meer toe laat trekken? Dan is dit woord voor u: „Zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal Ik ze allen tot Mij trekken.” Het trekken ligt niet in uw kracht, maar in Hem. U kunt uw eigen hart niet warm maken. Maar wanneer de Heilige Geest Christus voor uw ogen schildert, Zijn Persoon, Zijn bloed en Zijn volbrachte werk, dan gaat de ziel vanzelf naar Hem uit.

Vraag dan niet eerst om gevoel, maar vraag om Hem te zien. „Wendt u tot Mij en wordt behouden”: dat is de roepstem van Hem Die binnen het voorhangsel is ingegaan. Daar mag uw hoop haar anker uitwerpen, hoe zwak en klein zij ook is. En wanneer Hij Zich ook maar een ogenblik aan u ontdekt, zult u met de gemeente ervaren dat het hart trilt van liefde en verwijd wordt. Dan wordt Hij u dierbaar, en dat is het zekere kenmerk van allen die in Zijn Naam geloven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

3 januari 365 dagen met Philpot

Leer mij Uw paden

Heere! Maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.
Psalm 25:4

Gods wegen zijn wegen van trouw. Hij is een God Die niet kan liegen: Hij is trouw aan Zijn Woord, trouw aan Zijn verbond en trouw aan Zijn belofte. Deze verbondstrouw is een heerlijke eigenschap van de Heere. O, wat is het een sterke toevlucht voor de ziel om te merken dat de Heere standvastig en onveranderlijk is, te midden van alle schommelingen van de tijd, alle veranderlijkheid in de dagelijkse omstandigheden en alle omzwervingen van een onvast hart! Bij Hem is geen onbestendigheid of schaduw van omkering.

Toch liggen deze wegen, hoewel ze deze gezegende kenmerken dragen, grotendeels buiten ons gezicht. Ze gaan het menselijk begrip zo ver te boven en zijn zo kenmerkend de wegen van God Zelf, dat ze, behalve voor het oog van een gelovige, als het ware verdwijnen in de hoogten van de hemel. Juist dit bracht de Psalmist ertoe dat oprechte en eenvoudige verlangen uit te spreken: „Maak mij Uw wegen bekend, o Heere.” Het is alsof hij zei: „Heere, maak deze wegen, die zo beproevend, zo pijnlijk en zo verwarrend zijn geweest, helder en duidelijk aan mijn ziel. Geef mij een helder en beslissend bewijs dat deze wegen inderdaad wegen van wijsheid, genade en trouw zijn. O, laat me merken dat, hoewel deze wegen zo pijnlijk voor mijn voeten kunnen zijn als ik ze bewandel, zo tegen mijn verstand ingaan en zo volledig aan het zicht van mijn onderzoekende oog zijn onttrokken, laat mij ze echter zien door het oog van het geloof, opdat ik er plechtig in kan berusten en ze heilig kan waarderen.”

Zulke verlangens in de ziel te koesteren gaat alle menselijke kracht beslist te boven. Het is leven; het is een godsdienst die volledig buiten het gezicht van de vleselijke geest ligt, en buiten ieders begrip, behalve van hen in wier hart de Geest van God werkt.

Lezen: Psalm 77

Aan de lezer…

Wat een rust, lezer, om te midden van alle schommelingen van de tijd en alle omzwervingen van een onvast hart te weten dat de Heere niet verandert! Hij is trouw aan Zijn Woord, trouw aan Zijn verbond en trouw aan Zijn belofte; bij Hem is geen onbestendigheid of schaduw van omkering. Uw gevoel wisselt en uw omstandigheden wisselen, maar Hij blijft Dezelfde.

Toch zijn Zijn wegen vaak verborgen en gaan zij uw verstand ver te boven. Kunt u dan niet meer doen dan met de Psalmist zuchten: „Maak mij Uw wegen bekend, o Heere”, laat mij ze zien door het oog van het geloof? Veracht dat verlangen niet. Zo’n verlangen te koesteren gaat alle menselijke kracht te boven; het is leven, gewerkt door de Geest van God in uw hart. Blijf zo bidden, totdat Hij u laat zien dat ook deze pijnlijke wegen wegen van wijsheid, genade en trouw zijn.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

3 januari Door Baca’s vallei

Versterkende de zielen der discipelen en vermanende, dat zij zouden blijven in het geloof en dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods.
Handelingen 14:22

Het woord „versterken” laat zien dat de zielen van Christus’ discipelen versterking nodig hadden. Als er geen verzoekingen waren om te verleiden, geen diepgaande smarten, geen pijnlijke verdrukkingen om hen te benauwen, of, aan de andere kant, als er geen voelbare zwakheid van de ziel was, geen bezwijken van het hart, geen moedeloosheid van de geest, geen verzwakking van geloof en hoop, geen twijfel of vrees in het gemoed, hoe zouden de zielen van de discipelen dan versterking nodig kunnen hebben? De zielen van Gods kinderen zijn niet gemaakt van gietijzer, waartegen pijl en boog niets vermogen en geen spoor achterlaten. De harten van het volk van de Heere lijken in zekere mate op het hart van Christus. En hoe was Zijn hart? „Mijn hart”, zegt Hij, „is als was; het is gesmolten in het midden Mijns ingewands.”

Zo hebben de kinderen van de Heere, door genade daartoe gevormd, een verbroken hart en een verslagen geest, en laten zij vaak de moed zakken. Vaak worden zij geschud, vaak terneergeworpen door de vele beproevingen waar zij doorheen moeten worstelen. Daarom hebben zij versterking, ondersteuning en bevestiging nodig, en daarom ondersteunt de Heere Zelf hen met Zijn eeuwige armen, drukt Hij hen aan Zijn boezem en volbrengt Hij Zijn kracht in hun zwakheid. En is dit niet de weg van het Evangelie? Kan ik door menselijke inspanning mijn ziel tot een zekere hoogte opheffen? Ben ik, als het mij zwaar te moede wordt, zoals wel gebeurt, als een patiënt die onder het scherpe mes van de chirurg zijn zenuwen kan beheersen, om de operatie onverschrokkener te ondergaan? Dat zou alleen natuur zijn, vlees en verstand, maar geen genade.

De Heere eist dit niet van Zijn volk. Zo ging Hij ook niet om met Zijn geliefde apostel, die daarover spreekt in 2 Korinthe 12. Wat sprak de Heere, onder beproeving en verzoeking, in zijn hart, zodat hij het op Sions muren tot de kerk van de levende God zou uitroepen? „Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Daarom voegt hij eraan toe: „Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone.”

Maar het is heel smartelijk voor het volk van de Heere om geen kracht te bespeuren wanneer zij die het meest nodig hebben, geen geloof wanneer zij dat het hardst nodig hebben, geen hulp wanneer die het meest vereist is. Dit te moeten doormaken, verontrust velen van de levende kerk en brengt hen in verwarring. Maar wanneer het de Heere behaagt om langs een verborgen weg Zijn kracht mee te delen en in zwakheid te volbrengen, wanneer Hij met hen handelt als met de helden van oude tijden, die „uit zwakheid krachten hebben gekregen”, dan kunnen zij de Heere voor hun zwakheid danken. Dan kunnen zij, zoals Paulus, roemen in hun zwakheden, zodat de kracht van Christus in hen woont.

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u moedeloos bent, geschud en terneergeworpen door de vele beproevingen waar u doorheen moet worstelen. Denk dan niet dat dit u buiten het volk van de Heere plaatst. Hun zielen zijn niet van gietijzer; hun hart lijkt in zekere mate op het hart van Christus, Die zei: „Mijn hart is als was.” Juist daarom spreekt de Schrift over het versterken van de zielen van de discipelen, want wie geen zwakheid kent, heeft ook geen versterking nodig.

De Heere vraagt niet van u dat u zich met eigen inspanning opheft en uw zenuwen beheerst. Hij Zelf ondersteunt de Zijnen met Zijn eeuwige armen en drukt hen aan Zijn boezem. „Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Merkt u die kracht nu nog niet, wacht dan op Hem. Hij kan u langs een verborgen weg uit zwakheid krachten geven, en dan zult u Hem zelfs danken voor uw zwakheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina