2 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
8 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
13 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal ze allen tot Mij trekken.
Joh. 12:32
Wanneer Jezus genadig en door ervaring aan de ziel wordt geopenbaard en bekendgemaakt door een zoete openbaring van Zijn verheerlijkte Persoon, van Zijn zoenbloed en Zijn volbrachte werk, dan openbaart zich een geheime en toch heilige kracht, waardoor wij tot Hem getrokken worden, zodat elke genade van de Geest naar Hem toe vloeit. Zo spreekt Jeremia van de heiligen Gods als komende en juichende op de hoogte van Sion en toevloeiende tot des Heeren goed (Jer. 31:12). En zo spreekt Jesaja tot de gemeente Gods: „dan zult gij het zien en samenvloeien, en uw hart zal vervaard zijn (of, zoals de eigenlijke betekenis van het woord is, zal trillen van liefde en blijdschap), en verwijd worden” (Jesaja 60:5).
Dit zien van Christus door het geloof is wat de apostel tot de Galaten zegt: „denwelken Jezus Christus voor de ogen te voren geschilderd is geweest” (Gal. 3:1). Zo voor onze ogen geschilderd, wordt Hij het voorwerp van ons geloof waarop wij zien: „Wendt u tot Mij en wordt behouden, alle gij einden der aarde.” De geheel beminnelijke, tot Wie alle liefde vloeit; en de Middelaar binnen het voorhangsel, op Wie de hoop zich verankert. Als dan de gezegende Heere door de kracht Gods geopenbaard is; als Zijn glorierijke Persoon aan het geestelijk oog wordt voorgesteld; als Zijn bloed en Zijn gerechtigheid aan de consciëntie is ontdekt, en Zijn vermogen om in al onze noden en zorgen te voorzien proefondervindelijk is geopenbaard, dan wekt de Heilige Geest een levend geloof op, waardoor op Hem wordt gezien en Hij wordt aangegrepen. En zo wordt Hij dierbaar voor een ieder die in Zijn Naam gelooft.
Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort.
Zij wand’len, Heer, in ’t licht van ’t godd’lijk aanschijn voort.
Zij zullen in Uw naam zich al de dag verblijden!
Uw goedheid straalt hun toe, Uw macht schraagt hen in ’t lijden.
Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,
Maar Uw gerechtigheid hen, naar Uw woord, verhogen.
Ps. 89:7
Aan de lezer…
Voelt u zich soms koud en ver weg, lezer, en lijkt het of uw hart zich nergens meer toe laat trekken? Dan is dit woord voor u: „Zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal Ik ze allen tot Mij trekken.” Het trekken ligt niet in uw kracht, maar in Hem. U kunt uw eigen hart niet warm maken; maar wanneer de Heilige Geest Christus voor uw ogen schildert, Zijn Persoon, Zijn bloed en Zijn volbrachte werk, dan gaat de ziel vanzelf naar Hem uit.
Vraag dan niet eerst om gevoel, maar om Hem te zien. „Wendt u tot Mij en wordt behouden”: dat is de roepstem van Hem Die binnen het voorhangsel is ingegaan. Daar mag uw hoop haar anker werpen, hoe zwak en klein zij ook is. En wanneer Hij Zich ook maar een ogenblik aan u ontdekt, zult u met de gemeente ervaren dat het hart trilt van liefde en verwijd wordt. Dan wordt Hij u dierbaar, en dat is het zekere kenmerk van allen die in Zijn Naam geloven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal ze allen tot Mij trekken.
Joh. 12:32
Wanneer Jezus in genade en bevindelijk aan de ziel wordt geopenbaard en bekendgemaakt, door een zoete openbaring van Zijn verheerlijkte Persoon, Zijn zoenbloed en Zijn volbrachte werk, dan gaat er een verborgen en toch heilige kracht van uit. Daardoor worden wij tot Hem getrokken, zodat elke genade van de Geest naar Hem toe vloeit. Zo spreekt Jeremia over de heiligen van God, die komen en juichen op de hoogte van Sion en toevloeien tot des Heeren goed (Jer. 31:12). En zo spreekt Jesaja tot de gemeente van God: „dan zult gij het zien en samenvloeien, en uw hart zal vervaard zijn (of, zoals de eigenlijke betekenis van het woord is, zal trillen van liefde en blijdschap), en verwijd worden” (Jesaja 60:5).
Dit zien van Christus door het geloof is wat de apostel bedoelt wanneer hij tot de Galaten zegt: „denwelken Jezus Christus voor de ogen te voren geschilderd is geweest” (Gal. 3:1). Wanneer Hij zo voor onze ogen geschilderd is, wordt Hij het voorwerp van ons geloof, op Wie wij zien: „Wendt u tot Mij en wordt behouden, alle gij einden der aarde.” Hij is de geheel Beminnelijke, naar Wie alle liefde uitvloeit, en de Middelaar binnen het voorhangsel, aan Wie de hoop zich verankert.
De gezegende Heere wordt door de kracht van God geopenbaard. Zijn glorierijke Persoon wordt aan het geestelijk oog voorgesteld, Zijn bloed en Zijn gerechtigheid worden aan het geweten ontdekt, en men ervaart dat Hij in staat is in al onze noden en zorgen te voorzien. Wanneer dat gebeurt, wekt de Heilige Geest een levend geloof op, waardoor wij op Hem zien en Hem aangrijpen. En zo wordt Hij dierbaar voor ieder die in Zijn Naam gelooft.
Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort.
Zij wand’len, Heer, in ’t licht van ’t godd’lijk aanschijn voort.
Zij zullen in Uw naam zich al de dag verblijden!
Uw goedheid straalt hun toe, Uw macht schraagt hen in ’t lijden.
Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,
Maar Uw gerechtigheid hen, naar Uw woord, verhogen.
Ps. 89:7
Aan de lezer…
Voelt u zich soms koud en ver weg, en lijkt het alsof uw hart zich nergens meer toe laat trekken? Dan is dit woord voor u: „Zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal Ik ze allen tot Mij trekken.” Het trekken ligt niet in uw kracht, maar in Hem. U kunt uw eigen hart niet warm maken. Maar wanneer de Heilige Geest Christus voor uw ogen schildert, Zijn Persoon, Zijn bloed en Zijn volbrachte werk, dan gaat de ziel vanzelf naar Hem uit.
Vraag dan niet eerst om gevoel, maar vraag om Hem te zien. „Wendt u tot Mij en wordt behouden”: dat is de roepstem van Hem Die binnen het voorhangsel is ingegaan. Daar mag uw hoop haar anker uitwerpen, hoe zwak en klein zij ook is. En wanneer Hij Zich ook maar een ogenblik aan u ontdekt, zult u met de gemeente ervaren dat het hart trilt van liefde en verwijd wordt. Dan wordt Hij u dierbaar, en dat is het zekere kenmerk van allen die in Zijn Naam geloven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And I, if I be lifted up from the earth, will draw all men unto Me.
John 12:32
Wherever Jesus is graciously and experimentally manifested to the soul, and made known by any sweet revelation of His glorious Person, atoning blood, and finished work; a secret yet sacred power is put forth, whereby we are drawn unto Him; and every grace of the Spirit flows toward Him as towards its attractive center. Thus Jeremiah speaks of the saints of God as coming and singing in the height of Zion, and flowing together to the goodness of the Lord (Jer. 31:12). And thus Isaiah speaks to the church of God, “Then you shall see, and flow together, and your heart shall fear [or as the word rather means, shall ‘palpitate’ with love and joy], and be enlarged” (Isaiah 60:5).
This view of Christ by faith is what the apostle speaks of to the Galatians, as Jesus evidently set forth before their eyes (Gal. 3:1). As thus set before our eyes, He becomes the object of our faith to look at (“Look unto Me and be saved, all the ends of the earth”); “the altogether lovely,” to whom love flows; and the Intercessor within the veil in whom hope effectually anchors.
As, then, the blessed Lord is revealed to the soul by the power of God, His glorious Person held up before the eyes of the spiritual understanding, His blood and righteousness discovered to the conscience, and His suitability to all our needs and woes experimentally manifested, the blessed Spirit raises up a living faith whereby He is looked unto and laid hold of, and thus He becomes precious to all that believe in His Name.
To the reader…
Do you sometimes feel cold and far away, as if your heart can no longer be drawn to anything? Then this word is for you: “And I, if I be lifted up from the earth, will draw all men unto Me.” The drawing does not lie in your strength, but in Him. You cannot warm your own heart. But when the Holy Spirit sets Christ before your eyes, His Person, His blood and His finished work, the soul goes out to Him of its own accord.
Do not ask first for feeling, then, but ask to see Him. “Look unto Me, and be ye saved”: that is the call of Him Who has entered within the veil. There your hope may cast its anchor, however weak and small it is. And when He reveals Himself to you even for a moment, you will know with the church that the heart trembles with love and is enlarged. Then He becomes precious to you, and that is the sure mark of all who believe in His Name.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y Yo, si fuere levantado de la tierra, a todos traeré a Mí mismo.
Juan 12:32
Dondequiera que Jesús se manifiesta al alma por gracia y de manera experimental, y se da a conocer por alguna dulce revelación de Su gloriosa Persona, de Su sangre expiatoria y de Su obra consumada, se ejerce un poder secreto pero sagrado por el cual somos atraídos a Él; y toda gracia del Espíritu fluye hacia Él como hacia su centro de atracción. Así habla Jeremías de los santos de Dios, que vienen y cantan en lo alto de Sion, y corren juntos al bien del Señor (Jer. 31:12). Y así habla Isaías a la iglesia de Dios: “Entonces verás, y afluirás, y tu corazón temerá [o, como la palabra significa más bien, ‘palpitará’ de amor y gozo], y se ensanchará” (Isaías 60:5).
Esta visión de Cristo por la fe es lo que el apóstol menciona a los gálatas, como Jesús evidentemente presentado ante sus ojos (Gál. 3:1). Así presentado ante nuestros ojos, Él llega a ser el objeto al que nuestra fe mira (“Mirad a Mí, y sed salvos, todos los términos de la tierra”); “el todo codiciable”, hacia Quien fluye el amor; y el Intercesor dentro del velo, en Quien la esperanza echa firmemente el ancla.
Así pues, a medida que el bendito Señor es revelado al alma por el poder de Dios, Su gloriosa Persona puesta delante de los ojos del entendimiento espiritual, Su sangre y justicia descubiertas a la conciencia, y Su idoneidad para todas nuestras necesidades y aflicciones manifestada en la experiencia, el bendito Espíritu levanta una fe viva por la cual se mira a Él y se echa mano de Él; y así llega a ser precioso para todos los que creen en Su Nombre.
Al lector…
¿Se siente usted a veces frío y lejano, como si su corazón ya no pudiera ser atraído por nada? Entonces esta palabra es para usted: “Y Yo, si fuere levantado de la tierra, a todos traeré a Mí mismo”. La atracción no está en su fuerza, sino en Él. Usted no puede calentar su propio corazón. Pero cuando el Espíritu Santo pone a Cristo delante de sus ojos, Su Persona, Su sangre y Su obra consumada, el alma sale hacia Él por sí misma.
No pida, pues, primero sentimiento, sino pida verle a Él. “Mirad a Mí, y sed salvos”: ese es el llamado de Aquel que ha entrado dentro del velo. Allí su esperanza puede echar el ancla, por débil y pequeña que sea. Y cuando Él se le revele aunque sea por un momento, sabrá con la iglesia que el corazón tiembla de amor y se ensancha. Entonces Él se le hace precioso, y esa es la señal segura de todos los que creen en Su Nombre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Leer mij Uw paden
Heere! Maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.
Psalm 25:4
Gods wegen zijn wegen van trouw. Hij is een God die niet kan liegen: Hij is trouw aan Zijn Woord, trouw aan Zijn verbond en trouw aan Zijn belofte. Deze verbondstrouw is een heerlijke eigenschap van de Heere. O, wat is het een sterke toevlucht voor de ziel, te midden van alle schommelingen van de tijd, alle veranderlijkheid in dagelijkse omstandigheden en alle omzwervingen van een onvast hart, te merken dat de Heere standvastig en onveranderlijk is, en dat bij Hem geen onbestendigheid noch schaduw van omkering bestaat.
Nogmaals echter, deze wegen bevinden zich, hoewel ze deze gezegende kenmerken dragen, toch grotendeels buiten het gezicht. Ze gaan het menselijke begrip zo ver te boven, en zijn zo kenmerkend de wegen van God Zelf, dat ze, behalve voor het oog van een gelovige, als het ware verdwijnen in de hoogten der hemelen. Welnu, het was met name deze omstandigheid die de Psalmist dat oprechte en eenvoudige verlangen deed uitademen: „Maak mij Uw wegen bekend, o Heere”, alsof hij zei: „Heere, maak deze wegen, die zo beproevend, zo pijnlijk en zo verwarrend zijn geweest, helder en duidelijk aan mijn ziel. Geef mij een helder en beslissend bewijs dat deze wegen inderdaad wegen van wijsheid, genade en trouw zijn. O, laat me merken dat, hoewel deze wegen zo pijnlijk voor mijn voeten kunnen zijn als ik ze bewandel, zo tegen mijn verstand ingaan en zo volledig aan het zicht van mijn onderzoekende oog zijn onttrokken, laat mij ze echter zien door het oog van het geloof, opdat ik er plechtig in kan berusten en ze heilig kan waarderen.”
Deze verlangens in de ziel te koesteren, gaat alle menselijke kracht beslist te boven. Het is leven; het is een godsdienst die zich volledig buiten het gezicht van de vleselijke geest bevindt, en buiten ieders begripsvermogen, behalve van degenen in wier hart de Geest van God werkt.
Lezen: Psalm 77
Aan de lezer…
Welk een rust, lezer, om te midden van alle schommelingen van de tijd en alle omzwervingen van een onvast hart te weten dat de Heere niet verandert! Hij is trouw aan Zijn Woord, trouw aan Zijn verbond en trouw aan Zijn belofte; bij Hem is geen onbestendigheid noch schaduw van omkering. Uw gevoel wisselt en uw omstandigheden wisselen, maar Hij blijft Dezelfde.
Toch zijn Zijn wegen vaak verborgen en gaan zij uw verstand ver te boven. Kunt u dan niet meer doen dan met de Psalmist zuchten: „Maak mij Uw wegen bekend, o Heere”, laat mij ze zien door het oog van het geloof? Veracht dat verlangen niet. Zulk een verlangen te koesteren gaat alle menselijke kracht te boven; het is leven, gewerkt door de Geest van God in uw hart. Blijf zo bidden, totdat Hij u doet zien dat ook deze pijnlijke wegen wegen van wijsheid, genade en trouw zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Heere! Maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.
Psalm 25:4
Gods wegen zijn wegen van trouw. Hij is een God Die niet kan liegen: Hij is trouw aan Zijn Woord, trouw aan Zijn verbond en trouw aan Zijn belofte. Deze verbondstrouw is een heerlijke eigenschap van de Heere. O, wat is het een sterke toevlucht voor de ziel om te merken dat de Heere standvastig en onveranderlijk is, te midden van alle schommelingen van de tijd, alle veranderlijkheid in de dagelijkse omstandigheden en alle omzwervingen van een onvast hart! Bij Hem is geen onbestendigheid of schaduw van omkering.
Toch liggen deze wegen, hoewel ze deze gezegende kenmerken dragen, grotendeels buiten ons gezicht. Ze gaan het menselijk begrip zo ver te boven en zijn zo kenmerkend de wegen van God Zelf, dat ze, behalve voor het oog van een gelovige, als het ware verdwijnen in de hoogten van de hemel. Juist dit bracht de Psalmist ertoe dat oprechte en eenvoudige verlangen uit te spreken: „Maak mij Uw wegen bekend, o Heere.” Het is alsof hij zei: „Heere, maak deze wegen, die zo beproevend, zo pijnlijk en zo verwarrend zijn geweest, helder en duidelijk aan mijn ziel. Geef mij een helder en beslissend bewijs dat deze wegen inderdaad wegen van wijsheid, genade en trouw zijn. O, laat me merken dat, hoewel deze wegen zo pijnlijk voor mijn voeten kunnen zijn als ik ze bewandel, zo tegen mijn verstand ingaan en zo volledig aan het zicht van mijn onderzoekende oog zijn onttrokken, laat mij ze echter zien door het oog van het geloof, opdat ik er plechtig in kan berusten en ze heilig kan waarderen.”
Zulke verlangens in de ziel te koesteren gaat alle menselijke kracht beslist te boven. Het is leven; het is een godsdienst die volledig buiten het gezicht van de vleselijke geest ligt, en buiten ieders begrip, behalve van hen in wier hart de Geest van God werkt.
Lezen: Psalm 77
Aan de lezer…
Wat een rust, lezer, om te midden van alle schommelingen van de tijd en alle omzwervingen van een onvast hart te weten dat de Heere niet verandert! Hij is trouw aan Zijn Woord, trouw aan Zijn verbond en trouw aan Zijn belofte; bij Hem is geen onbestendigheid of schaduw van omkering. Uw gevoel wisselt en uw omstandigheden wisselen, maar Hij blijft Dezelfde.
Toch zijn Zijn wegen vaak verborgen en gaan zij uw verstand ver te boven. Kunt u dan niet meer doen dan met de Psalmist zuchten: „Maak mij Uw wegen bekend, o Heere”, laat mij ze zien door het oog van het geloof? Veracht dat verlangen niet. Zo’n verlangen te koesteren gaat alle menselijke kracht te boven; het is leven, gewerkt door de Geest van God in uw hart. Blijf zo bidden, totdat Hij u laat zien dat ook deze pijnlijke wegen wegen van wijsheid, genade en trouw zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Shew me Thy ways, O LORD; teach me Thy paths.
Psalm 25:4
God’s ways are ways of faithfulness. He is a God Who cannot lie: He is faithful to His Word, faithful to His covenant and faithful to His promise. This covenant faithfulness is a glorious attribute of the Lord. O what a strong refuge it is for the soul to find that the Lord is steadfast and unchangeable, amid all the fluctuations of time, all the changeableness of daily circumstances and all the wanderings of an unstable heart! With Him is no variableness, neither shadow of turning.
Yet these ways, though they bear these blessed marks, lie for the most part out of our sight. They so far surpass human understanding, and are so distinctly the ways of God Himself, that, except to the eye of a believer, they as it were vanish into the heights of heaven. It was this very thing that moved the Psalmist to utter that sincere and simple desire, “Shew me Thy ways, O LORD.” It is as though he said, “Lord, make these ways, which have been so trying, so painful and so perplexing, clear and plain to my soul. Give me a clear and decisive evidence that these ways are indeed ways of wisdom, grace and faithfulness. O let me find that, though these ways may be so painful to my feet as I walk in them, so contrary to my reason and so wholly hidden from the sight of my searching eye, Thou wilt yet let me see them by the eye of faith, that I may solemnly submit to them and holily prize them.”
To cherish such desires in the soul certainly surpasses all human strength. It is life; it is a religion that lies wholly out of sight of the carnal mind, and beyond the understanding of all, except of those in whose hearts the Spirit of God is at work.
Reading: Psalm 77
To the reader…
What rest it gives, dear reader, amid all the fluctuations of time and all the wanderings of an unstable heart, to know that the Lord does not change! He is faithful to His Word, faithful to His covenant and faithful to His promise; with Him is no variableness, neither shadow of turning. Your feelings change and your circumstances change, but He remains the same.
Yet His ways are often hidden and go far beyond your understanding. Can you then do no more than sigh with the Psalmist, “Shew me Thy ways, O LORD,” let me see them by the eye of faith? Do not despise that desire. To cherish such a longing surpasses all human strength; it is life, wrought by the Spirit of God in your heart. Keep praying so, until He shows you that these painful ways too are ways of wisdom, grace and faithfulness.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Muéstrame, oh Jehová, Tus caminos; enséñame Tus sendas.
Salmo 25:4
Los caminos de Dios son caminos de fidelidad. Él es un Dios que no puede mentir: es fiel a Su Palabra, fiel a Su pacto y fiel a Su promesa. Esta fidelidad al pacto es un glorioso atributo del Señor. ¡Oh, qué refugio tan fuerte es para el alma hallar que el Señor es firme e inmutable en medio de todas las fluctuaciones del tiempo, de toda la mudanza de las circunstancias diarias y de todos los extravíos de un corazón inestable! En Él no hay mudanza, ni sombra de variación.
Sin embargo, estos caminos, aunque llevan estas benditas señales, quedan en su mayor parte fuera de nuestra vista. Sobrepasan de tal manera el entendimiento humano, y son tan claramente los caminos de Dios mismo, que, salvo para el ojo del creyente, se desvanecen, por así decirlo, en las alturas del cielo. Fue precisamente esto lo que movió al Salmista a expresar aquel deseo sincero y sencillo: “Muéstrame, oh Jehová, Tus caminos”. Es como si dijera: “Señor, haz claros y llanos para mi alma estos caminos que han sido tan penosos, tan dolorosos y tan desconcertantes. Dame una evidencia clara y decisiva de que estos caminos son en verdad caminos de sabiduría, gracia y fidelidad. ¡Oh, hazme hallar que, aunque estos caminos sean tan dolorosos para mis pies al andar por ellos, tan contrarios a mi razón y tan del todo ocultos a la vista de mi ojo escudriñador, Tú me los harás ver con el ojo de la fe, para que me someta a ellos con solemnidad y los aprecie santamente!”
Abrigar tales deseos en el alma sobrepasa ciertamente toda fuerza humana. Es vida; es una religión que queda del todo fuera de la vista de la mente carnal, y más allá del entendimiento de todos, excepto de aquellos en cuyos corazones obra el Espíritu de Dios.
Lectura: Salmo 77
Al lector…
¡Qué descanso da, querido lector, en medio de todas las fluctuaciones del tiempo y de todos los extravíos de un corazón inestable, saber que el Señor no cambia! Él es fiel a Su Palabra, fiel a Su pacto y fiel a Su promesa; en Él no hay mudanza, ni sombra de variación. Sus sentimientos cambian y sus circunstancias cambian, pero Él permanece el mismo.
Sin embargo, Sus caminos a menudo están ocultos y sobrepasan con mucho su entendimiento. ¿No puede entonces hacer más que suspirar con el Salmista: “Muéstrame, oh Jehová, Tus caminos”, házmelos ver con el ojo de la fe? No desprecie ese deseo. Abrigar tal anhelo sobrepasa toda fuerza humana; es vida, obrada por el Espíritu de Dios en su corazón. Siga orando así, hasta que Él le muestre que también estos caminos dolorosos son caminos de sabiduría, gracia y fidelidad.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Versterkende de zielen der discipelen en vermanende, dat zij zouden blijven in het geloof en dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods.
Handelingen 14:22
Het woord „versterken” duidt aan dat de zielen van Christus’ discipelen versterking nodig hadden. Indien er geen verzoekingen waren om te verleiden, geen diepgrievende smarten, geen pijnlijke verdrukkingen om hen te benauwen, of, aan de andere kant, zo er niet was een gevoelige zwakheid der ziel, geen bezwijking des harten, geen moedeloosheid des geestes, geen verzwakking van geloof en hoop, geen twijfel of vrees in het gemoed, hoe zouden de zielen der discipelen dan versterking kunnen behoeven? De zielen van Gods kinderen zijn niet gemaakt van gietijzer, waartegen pijl en boog niets vermogen en geen spoor achterlaten. De harten van des Heeren volk zijn in zekere mate gelijk aan het hart van Christus. En hoe was Zijn hart? „Mijn hart”, zegt Hij, „is als was; het is gesmolten in het midden Mijns ingewands.”
Alzo hebben de kinderen des Heeren, door genade daartoe geformeerd, een verbroken hart en een verslagen geest, en laten zij dikwijls de moed zakken. Dikwijls worden zij geschud, dikwijls terneergeworpen door de vele beproevingen die zij hebben te doorworstelen. Om deze reden is het dat zij versterking, ondersteuning en bevestiging behoeven, en dat de Heere Zelf met Zijn eeuwige armen hen ondersteunt, hen aan Zijn boezem drukt en Zijn sterkte in hun zwakheid volbrengt. En is dit niet de Evangelieweg? Kan ik door menselijke inspanning mijn ziel tot zekere hoogte opheffen? Als het mij te moede wordt, ben ik dan, gelijk wel gebeurt, als een patiënt die onder het scherpe mes van de chirurg zijn zenuwen beheersen kan, om de operatie meer onverschrokken te ondergaan? Dit zou enkel natuur zijn, vlees en rede, maar geen genade.
De Heere eist dit niet van Zijn volk. Hij handelde zo ook niet met Zijn geliefde apostel, die daarvan spreekt in 2 Korinthe 12. Wat sprak de Heere, onder beproeving en verzoeking, in zijn hart, opdat hij het op Sions muren tot de kerk van de levende God zou uitroepen? „Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Derhalve voegt hij erbij: „Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone.”
Maar het is zeer smartelijk voor des Heeren volk geen kracht te ontwaren wanneer zij die het meest behoeven, geen geloof wanneer zij dat het meest van node hebben, geen hulp wanneer die het meest vereist wordt. Dit te moeten doormaken, beroert velen van de levende kerk en brengt hen in verwarring. Doch wanneer het de Heere behaagt in een verborgen weg Zijn kracht mede te delen en te volbrengen in zwakheid, wanneer Hij met hen handelt als met de helden van oude tijden, die „uit zwakheid krachten hebben gekregen”, dan kunnen zij voor hun zwakheid de Heere danken en, gelijk Paulus, roemen in hun zwakheden, opdat de kracht van Christus in hen wone.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u moedeloos bent, geschud en terneergeworpen door de vele beproevingen die u moet doorworstelen. Denk dan niet dat dit u buiten het volk des Heeren plaatst. Hun zielen zijn niet van gietijzer; hun hart is in zekere mate gelijk aan het hart van Christus, Die zei: „Mijn hart is als was.” Juist daarom spreekt de Schrift van het versterken van de zielen der discipelen, want wie geen zwakheid kent, behoeft ook geen versterking.
De Heere vraagt niet dat u zich met eigen inspanning opheft en uw zenuwen beheerst. Hij Zelf ondersteunt de Zijnen met Zijn eeuwige armen en drukt hen aan Zijn boezem. „Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Ontwaart u die kracht nu nog niet, wacht dan op Hem. Hij kan u in een verborgen weg uit zwakheid krachten geven, en dan zult u Hem nog danken voor uw zwakheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Versterkende de zielen der discipelen en vermanende, dat zij zouden blijven in het geloof en dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods.
Handelingen 14:22
Het woord „versterken” laat zien dat de zielen van Christus’ discipelen versterking nodig hadden. Als er geen verzoekingen waren om te verleiden, geen diepgaande smarten, geen pijnlijke verdrukkingen om hen te benauwen, of, aan de andere kant, als er geen voelbare zwakheid van de ziel was, geen bezwijken van het hart, geen moedeloosheid van de geest, geen verzwakking van geloof en hoop, geen twijfel of vrees in het gemoed, hoe zouden de zielen van de discipelen dan versterking nodig kunnen hebben? De zielen van Gods kinderen zijn niet gemaakt van gietijzer, waartegen pijl en boog niets vermogen en geen spoor achterlaten. De harten van het volk van de Heere lijken in zekere mate op het hart van Christus. En hoe was Zijn hart? „Mijn hart”, zegt Hij, „is als was; het is gesmolten in het midden Mijns ingewands.”
Zo hebben de kinderen van de Heere, door genade daartoe gevormd, een verbroken hart en een verslagen geest, en laten zij vaak de moed zakken. Vaak worden zij geschud, vaak terneergeworpen door de vele beproevingen waar zij doorheen moeten worstelen. Daarom hebben zij versterking, ondersteuning en bevestiging nodig, en daarom ondersteunt de Heere Zelf hen met Zijn eeuwige armen, drukt Hij hen aan Zijn boezem en volbrengt Hij Zijn kracht in hun zwakheid. En is dit niet de weg van het Evangelie? Kan ik door menselijke inspanning mijn ziel tot een zekere hoogte opheffen? Ben ik, als het mij zwaar te moede wordt, zoals wel gebeurt, als een patiënt die onder het scherpe mes van de chirurg zijn zenuwen kan beheersen, om de operatie onverschrokkener te ondergaan? Dat zou alleen natuur zijn, vlees en verstand, maar geen genade.
De Heere eist dit niet van Zijn volk. Zo ging Hij ook niet om met Zijn geliefde apostel, die daarover spreekt in 2 Korinthe 12. Wat sprak de Heere, onder beproeving en verzoeking, in zijn hart, zodat hij het op Sions muren tot de kerk van de levende God zou uitroepen? „Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Daarom voegt hij eraan toe: „Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone.”
Maar het is heel smartelijk voor het volk van de Heere om geen kracht te bespeuren wanneer zij die het meest nodig hebben, geen geloof wanneer zij dat het hardst nodig hebben, geen hulp wanneer die het meest vereist is. Dit te moeten doormaken, verontrust velen van de levende kerk en brengt hen in verwarring. Maar wanneer het de Heere behaagt om langs een verborgen weg Zijn kracht mee te delen en in zwakheid te volbrengen, wanneer Hij met hen handelt als met de helden van oude tijden, die „uit zwakheid krachten hebben gekregen”, dan kunnen zij de Heere voor hun zwakheid danken. Dan kunnen zij, zoals Paulus, roemen in hun zwakheden, zodat de kracht van Christus in hen woont.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u moedeloos bent, geschud en terneergeworpen door de vele beproevingen waar u doorheen moet worstelen. Denk dan niet dat dit u buiten het volk van de Heere plaatst. Hun zielen zijn niet van gietijzer; hun hart lijkt in zekere mate op het hart van Christus, Die zei: „Mijn hart is als was.” Juist daarom spreekt de Schrift over het versterken van de zielen van de discipelen, want wie geen zwakheid kent, heeft ook geen versterking nodig.
De Heere vraagt niet van u dat u zich met eigen inspanning opheft en uw zenuwen beheerst. Hij Zelf ondersteunt de Zijnen met Zijn eeuwige armen en drukt hen aan Zijn boezem. „Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Merkt u die kracht nu nog niet, wacht dan op Hem. Hij kan u langs een verborgen weg uit zwakheid krachten geven, en dan zult u Hem zelfs danken voor uw zwakheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Confirming the souls of the disciples, and exhorting them to continue in the faith, and that we must through much tribulation enter into the kingdom of God.
Acts 14:22
The very word “confirm” implies that the souls of Christ’s disciples need strengthening. If there were no temptations to try, no sharp sorrows to grieve, no painful afflictions to distress them; or if, on the other hand, there were no sensible weakness of soul, no sinking of heart, no despondency of spirit, no giving way of faith and hope, no doubt or fear in the mind, how could the souls of the disciples be strengthened? The souls of God’s people are not made of cast iron, against which arrow after arrow may be discharged and leave no dent, make no impression. The hearts of the Lord’s people are in a measure conformed to the heart of Christ. And what was His heart? “My heart,” He says, “is like wax; it is melted in the midst of My affections.”
And thus the Lord’s people, who carry in their bosom broken hearts and contrite spirits, made so by grace, are often sinking, often shaken, often cast down through the many trials they have to encounter. It is for this reason that they need confirming, supporting, strengthening, and that the Lord Himself would lay His everlasting arms underneath them, lift them into His bosom, and make His strength perfect in their weakness.
And is not this the gospel way? Can I, by dint of creature exertion, brace up my soul to a certain pitch? If trouble comes, am I like a patient sometimes under the keen knife of the surgeon to brace up my nerves to bear the operation more unflinchingly? This is nature, flesh, reason; not grace. The Lord does not require this of His people. He dealt not so with His beloved Apostle, according to the account which he gives in 2 Corinthians 12.
What did the Lord speak into his heart, under trial and temptation, that he might proclaim it upon Zion’s walls to the Church of the living God, “My grace is sufficient for you; for My strength is made perfect in weakness.” Therefore, he adds, “Most gladly therefore will I rather glory in my infirmities, that the power of Christ may rest upon me.” But it is very painful to the Lord’s people to find no strength when they need it most, no faith when they have the greatest need of it, no help when most required. To pass through this experience baffles and disconcerts many of the living family; but when the Lord is pleased in a mysterious way to communicate His own strength, and to make it perfect in weakness; when He deals with them, as with the worthies of old, who “out of weakness were made strong,” they can then bless the Lord for their very weakness, and, like Paul, glory in their infirmities, because the power of Christ rests upon them.
To the reader…
It may be that you are downcast, shaken and cast down by the many trials you have to struggle through. Do not think, then, that this places you outside the Lord’s people. Their souls are not made of cast iron; their hearts are in a measure like the heart of Christ, Who said, “My heart is like wax.” It is for this very reason that Scripture speaks of confirming the souls of the disciples, for whoever knows no weakness needs no strengthening either.
The Lord does not ask you to lift yourself up by your own exertion and to steel your nerves. He Himself upholds His own with His everlasting arms and draws them to His bosom. “My grace is sufficient for thee: for My strength is made perfect in weakness.” If you do not yet feel that strength, then wait for Him. He can, in a hidden way, make you strong out of weakness, and then you will even thank Him for your weakness.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Confirmando los ánimos de los discípulos, exhortándoles a que permaneciesen en la fe, y que es menester que por muchas tribulaciones entremos en el reino de Dios.
Hechos 14:22
La misma palabra “confirmar” implica que las almas de los discípulos de Cristo necesitan ser fortalecidas. Si no hubiera tentaciones que los probaran, ni penas agudas que los entristecieran, ni aflicciones dolorosas que los angustiaran; o si, por otro lado, no hubiera debilidad sensible del alma, ni desfallecimiento del corazón, ni abatimiento del espíritu, ni flaqueza de la fe y la esperanza, ni duda o temor en la mente, ¿cómo podrían ser fortalecidas las almas de los discípulos? Las almas del pueblo de Dios no están hechas de hierro fundido, contra el cual se puede disparar flecha tras flecha sin dejar abolladura ni hacer impresión alguna. Los corazones del pueblo del Señor son en cierta medida conformados al corazón de Cristo. ¿Y cómo era Su corazón? “Mi corazón”, dice Él, “fue como cera, desliéndose en medio de Mis entrañas.”
Y así el pueblo del Señor, que lleva en su seno corazones quebrantados y espíritus contritos, hechos así por la gracia, muchas veces se hunde, muchas veces es sacudido, muchas veces es abatido por las muchas pruebas que tiene que afrontar. Por esta razón necesita ser confirmado, sostenido, fortalecido, y necesita que el Señor mismo ponga debajo de él Sus brazos eternos, lo levante a Su seno y perfeccione Su potencia en su flaqueza.
¿Y no es este el camino del evangelio? ¿Puedo yo, a fuerza de esfuerzo humano, templar mi alma hasta cierto punto? Si viene la angustia, ¿soy como un paciente que a veces, bajo el bisturí afilado del cirujano, tensa sus nervios para soportar la operación con más entereza? Esto es naturaleza, carne, razón; no gracia. El Señor no exige esto de Su pueblo. No obró así con Su amado apóstol, según el relato que este da en 2 Corintios 12.
¿Qué habló el Señor a su corazón, en medio de la prueba y la tentación, para que él lo proclamara sobre los muros de Sion a la iglesia del Dios vivo? “Bástate Mi gracia; porque Mi potencia en la flaqueza se perfecciona.” Por tanto, añade él: “De buena gana me gloriaré más bien en mis flaquezas, porque habite en mí la potencia de Cristo.” Pero es muy doloroso para el pueblo del Señor no hallar fuerza cuando más la necesita, no tener fe cuando más falta le hace, no hallar ayuda cuando más se requiere. Pasar por esta experiencia desconcierta y confunde a muchos de la familia viviente; pero cuando al Señor le place comunicar de manera misteriosa Su propia fuerza y perfeccionarla en la flaqueza; cuando obra con ellos como con los dignos de antaño, que “sacaron fuerzas de flaqueza”, entonces pueden bendecir al Señor por su misma flaqueza y, como Pablo, gloriarse en sus flaquezas, porque la potencia de Cristo reposa sobre ellos.
Al lector…
Puede ser que usted esté desanimado, sacudido y abatido por las muchas pruebas por las que tiene que pasar. No piense entonces que esto le deja fuera del pueblo del Señor. Sus almas no están hechas de hierro fundido; sus corazones son en cierta medida como el corazón de Cristo, Quien dijo: “Mi corazón fue como cera.” Precisamente por esto habla la Escritura de confirmar los ánimos de los discípulos, porque quien no conoce la debilidad tampoco necesita ser fortalecido.
El Señor no le pide que se levante por su propio esfuerzo ni que endurezca sus nervios. Él mismo sostiene a los Suyos con Sus brazos eternos y los atrae a Su seno. “Bástate Mi gracia; porque Mi potencia en la flaqueza se perfecciona.” Si todavía no siente esa fuerza, espérele. Él puede, de manera escondida, hacerle sacar fuerzas de flaqueza, y entonces usted le dará gracias incluso por su debilidad.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl