6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En Gideon zeide tot God: Uw toorn ontsteke niet tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaal spreke; laat mij toch alleenlijk ditmaal met het vlies verzoeken: daar zij toch droogte op het vlies alleen, en op de ganse aarde zij dauw. En God deed alzo in dezelve nacht: want de droogte was op het vlies alleen, en op de ganse aarde was dauw.
Richteren 6:39, 40
Velen van ’s Heeren volk gaan gebukt onder twijfeling en vrees, vragende of het wel het werk der genade aan hun harten zou zijn, of hun bevindingen niet maar bevindingen waren van het natuurlijk geweten en of hun vreugde iets anders was dan de vreugde van de huichelaar. „O,” zeggen zij, „wat zou ik niet willen geven om een Goddelijke getuigenis te hebben dat de goede Geest mij op de ware weg heeft geleid!” Juist door deze twijfelingen wordt het bewijs verkregen. Twijfel leidt tot roepen en zuchten om een Goddelijke getuigenis, en in antwoord op dat roepen ontvangt men de hemelse getuigenis. Een man zonder twijfelingen is zonder getuigenissen. Twijfelingen zijn voor getuigenissen wat de vijzel is voor de stamper, het slot voor de sleutel en het raadsel voor zijn oplossing.
Getuigenissen zijn Eben-Haëzers, „stenen der hulpe” (1 Sam. 7:12); maar er moet een gat zijn voor de steen om in te staan, en dat gat is twijfel. Twijfel aan behoud is voor de openbaring van behoud wat de honger is voor het voedsel, de naaktheid voor de kleding, een donderbui voor een schuilplaats, de galg voor een kwijtschelding van straf, en de dood voor een opstanding. Het eerste van deze dingen gaat vooraf, bereidt voor en opent een weg voor het tweede. Het eerste is niets zonder het laatste, noch het laatste zonder het eerste. Dus gaat de geestelijke twijfel aan de getuigenissen vooraf.
Te weten dat wij gelijk hebben, is het beste; te vrezen dat wij ongelijk hebben, is op een na het beste. De getuigenis des Geestes te genieten is de zaligste zaak aan deze zijde van het graf; te smachten naar dat genot is de grootste zegen na gene. Bedenk wel, ik spreek slechts van geestelijke twijfel, dat is, twijfel in een geestelijk mens, want natuurlijke twijfel is even ver van de zaligheid als natuurlijke hoop. Het pad door de vallei van Baca is „van kracht tot kracht”, dat is, naar de Oosterse wijze van reizen, van de ene rustplaats naar de andere, waar waterputten zijn gegraven, „die door de regen gevuld zijn” (Psalm 84:6, 7).
Wij leren God noch onszelf, de zonde noch de zaligheid, in één dag kennen. De vraag is niet zozeer of gij veel geloof hebt, maar of gij enig geloof hebt. Het gaat niet om de hoeveelheid, maar om de hoedanigheid; niet of gij een zeer grote godsdienst hebt, maar of gij er ook maar iets van bezit. Eén korrel waar geloof zal de ziel behouden; en ik heb vele, vele tijden gekend dat ik blijde zou geweest zijn, indien ik zeker had mogen weten dat ik het duizendste deel van een korrel bezat.
Een mosterdzaad is het minste van alle zaden; en toch kan zelfs een geloof zo klein als dat bergen verzetten. Welgelukzalig is hij die één Goddelijke getuigenis heeft van zijn eeuwig deel aan de verkiezende liefde des Vaders, aan het verzoenend bloed en de rechtvaardigende gerechtigheid des Zoons, en aan het Goddelijk onderwijs des Heiligen Geestes.
’t Hijgend hert, der jacht ontkomen,
schreeuwt niet sterker naar ’t genot enz.
Ps. 42:1
Aan de lezer…
Wie gebukt gaat onder twijfeling en vrees, kent de vragen die daarbij in het hart opkomen. Vraagt u zich af of het wel het werk der genade in uw hart is, of dat uw bevindingen niet meer zijn dan die van een natuurlijk geweten? Zucht u: „Wat zou ik niet willen geven om een Goddelijk getuigenis te hebben!”? Wanhoop dan niet. Uw twijfel is als het gat dat gegraven wordt voor de steen der hulpe; de honger gaat aan het voedsel vooraf.
Het is het beste te weten dat wij gelijk hebben, maar op een na het beste is het te vrezen dat wij ongelijk hebben. Te smachten naar de getuigenis des Geestes is een grote zegen. Roep en zucht dan voort, want in antwoord op dat roepen geeft Hij de hemelse getuigenis. Het pad door de vallei van Baca gaat van kracht tot kracht, van de ene rustplaats naar de andere, en de Heere vult de putten op de weg.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Gideon zeide tot God: Uw toorn ontsteke niet tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaal spreke; laat mij toch alleenlijk ditmaal met het vlies verzoeken: daar zij toch droogte op het vlies alleen, en op de ganse aarde zij dauw. En God deed alzo in dezelve nacht: want de droogte was op het vlies alleen, en op de ganse aarde was dauw.
Richteren 6:39, 40
Velen van het volk van de Heere gaan gebukt onder twijfel en vrees. Zij vragen zich af of het wel het werk van de genade in hun hart is, of hun bevindingen niet alleen maar bevindingen van het natuurlijke geweten waren, en of hun vreugde iets anders was dan de vreugde van de huichelaar. „O,” zeggen zij, „wat zou ik niet willen geven om een Goddelijke getuigenis te hebben dat de goede Geest mij op de ware weg heeft geleid!” Juist door deze twijfels wordt het bewijs verkregen. Twijfel leidt tot roepen en zuchten om een goddelijk getuigenis, en als antwoord op dat roepen ontvangt men het hemelse getuigenis. Iemand zonder twijfels is zonder getuigenissen. Twijfels zijn voor getuigenissen wat de vijzel is voor de stamper, het slot voor de sleutel en het raadsel voor de oplossing.
Getuigenissen zijn Eben-Haëzers, „stenen der hulpe” (1 Sam. 7:12); maar er moet een gat zijn waarin de steen kan staan, en dat gat is twijfel. Twijfel aan het behoud is voor de openbaring van het behoud wat de honger is voor het voedsel, de naaktheid voor de kleding, een onweersbui voor een schuilplaats, de galg voor een kwijtschelding van straf, en de dood voor een opstanding. Het eerste van deze dingen gaat vooraf aan het tweede, bereidt het voor en opent er een weg voor. Het eerste is niets zonder het laatste, en het laatste niets zonder het eerste. Zo gaat de geestelijke twijfel aan de getuigenissen vooraf.
Te weten dat we goed zitten, is het beste; te vrezen dat we verkeerd zitten, is het op één na beste. Het getuigenis van de Geest te genieten is het zaligste wat er aan deze kant van het graf is; te smachten naar dat genieten is de grootste zegen daarna. Bedenk wel: ik spreek alleen van geestelijke twijfel, dat is twijfel in een geestelijk mens, want natuurlijke twijfel staat even ver van de zaligheid af als natuurlijke hoop. Het pad door het dal van Baca gaat „van kracht tot kracht”, dat wil zeggen, naar de oosterse manier van reizen, van de ene rustplaats naar de andere, waar waterputten gegraven zijn, „die door de regen gevuld zijn” (Psalm 84:6, 7).
Wij leren God en onszelf, de zonde en de zaligheid, niet in één dag kennen. De vraag is niet zozeer of u veel geloof hebt, maar of u enig geloof hebt. Het gaat niet om de hoeveelheid, maar om de hoedanigheid; niet of u veel godsdienst hebt, maar of u er werkelijk iets van bezit. Eén korrel waar geloof zal de ziel behouden. En ik heb heel wat tijden gekend waarin ik blij zou zijn geweest als ik zeker had geweten dat ik het duizendste deel van een korrel bezat.
Een mosterdzaad is het kleinste van alle zaden, en toch kan zelfs zo’n klein geloof bergen verzetten. Gelukkig is hij die één Goddelijk getuigenis heeft van zijn eeuwig deel aan de verkiezende liefde van de Vader, aan het verzoenend bloed en de rechtvaardigende gerechtigheid van de Zoon, en aan het Goddelijk onderwijs van de Heilige Geest.
’t Hijgend hert, der jacht ontkomen,
schreeuwt niet sterker naar ’t genot enz.
Ps. 42:1
Aan de lezer…
Wie gebukt gaat onder twijfel en vrees, kent de vragen die daarbij in het hart opkomen. Vraagt u zich af of het wel het werk van de genade in uw hart is, of dat uw bevindingen niet meer zijn dan die van een natuurlijk geweten? Zucht u: „Wat zou ik niet willen geven om een goddelijk getuigenis te hebben!”? Wanhoop dan niet. Uw twijfel is als het gat dat gegraven wordt voor de steen der hulpe; de honger gaat aan het voedsel vooraf.
Het is het beste te weten dat we goed zitten, maar het op één na beste is te vrezen dat we verkeerd zitten. Smachten naar het getuigenis van de Geest is een grote zegen. Blijf dan roepen en zuchten, want als antwoord op dat roepen geeft Hij het hemelse getuigenis. Het pad door het dal van Baca gaat van kracht tot kracht, van de ene rustplaats naar de andere, en de Heere vult de putten op de weg.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And Gideon said unto God, Let not Thine anger be hot against me, and I will speak but this once: let me prove, I pray Thee, but this once with the fleece; let it now be dry only upon the fleece, and upon all the ground let there be dew. And God did so that night: for it was dry upon the fleece only, and there was dew on all the ground.
Judges 6:39-40
Many of the Lord’s people labor under doubts and fears, questionings and suspicions as to the reality of the work of grace upon their hearts; whether their convictions were not merely convictions of natural conscience, and whether their joys have been anything else but the joys of the hypocrite. “O,” they say, “what would I not give to have a divine testimony that the blessed Spirit was leading me in the right path!”
It is through these very doubts that the evidence is obtained. Doubts lead to cries and groans after a divine testimony; and in answer to these cries the heavenly witness is given. A man without doubts is without testimonies. Doubts are to testimonies what the lock to the key, the enigma to the solution. Testimonies are Ebenezers, “stones of help” (1 Sam. 7:12, marg.); but the stone must have a hole dug for it to stand in, and that hole is doubt.
Doubts of salvation are to manifestations of salvation what hunger is to food, nakedness to clothing, a thunderstorm to a shelter, a gallows to a reprieve, and death to a resurrection. The one of these things precedes, prepares, and opens a way for the other. The first is nothing without the last, nor the last without the first. Thus, next to testimonies, the best thing is spiritual doubts. To know we are right is the best thing; to fear we are wrong is the second best.
To enjoy the witness of the Spirit is the most blessed thing this side of the grave; to pant after that enjoyment is the next greatest blessing. I am speaking, mind, only of spiritual doubts; that is, doubts in a spiritual man, for natural doubts are as far from salvation as natural hopes. The path through the valley of Baca is “from strength to strength,” that is, according to the eastern mode of traveling, from one halting-place to another, where wells are dug, and “the rain fills the pools” (Ps. 84:6, 7).
We do not learn either God or ourselves, sin or salvation, in a day. The question is not so much whether you have much faith, but whether you have any. It is not quantity, but quality; not whether you have a very great religion, but whether you have any at all. A grain of true faith will save the soul; and I have known many, many seasons when I would have been glad to feel certain that I had the thousandth part of a grain.
A grain of mustard seed is the smallest of all seeds; and even faith as small as that can move mountains. Happy is he that has one divine testimony to his eternal interest in the electing love of the Father, in the atoning blood and justifying righteousness of the Son, and in the divine teachings of the Holy Spirit.
To the reader…
Whoever is weighed down by doubts and fears knows the questions that rise in the heart. Do you wonder whether it really is the work of grace in your heart, or whether your experiences are no more than those of a natural conscience? Do you sigh: “What would I not give to have a divine testimony!”? Then do not despair. Your doubt is like the hole that is dug for the stone of help; hunger goes before food.
It is best to know that we are right, but the next best thing is to fear that we are wrong. To long for the witness of the Spirit is a great blessing. So keep on crying and sighing, for in answer to that crying He gives the heavenly witness. The path through the valley of Baca goes from strength to strength, from one resting-place to the next, and the Lord fills the pools along the way.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas Gedeón dijo a Dios: No se encienda Tu ira contra mí, si aun hablare esta vez: solamente probaré ahora otra vez con el vellón. Ruégote que la sequedad sea solo en el vellón, y el rocío sobre la tierra. Y aquella noche lo hizo Dios así: porque la sequedad fue solo en el vellón, y en toda la tierra estuvo el rocío.
Jueces 6:39-40
Muchos del pueblo del Señor andan cargados de dudas y temores, preguntas y sospechas en cuanto a la realidad de la obra de la gracia en sus corazones: si sus convicciones no fueron meramente convicciones de la conciencia natural, y si sus gozos han sido otra cosa que el gozo del hipócrita. “Oh”, dicen, “¡qué no daría yo por tener un testimonio divino de que el bendito Espíritu me estaba guiando por el camino recto!”
Es precisamente por medio de estas dudas como se obtiene la evidencia. Las dudas conducen a clamores y gemidos por un testimonio divino; y en respuesta a estos clamores se da el testigo celestial. Un hombre sin dudas está sin testimonios. Las dudas son a los testimonios lo que la cerradura a la llave, el enigma a la solución. Los testimonios son Eben-ezeres, “piedras de ayuda” (1 Samuel 7:12, al margen); pero a la piedra hay que cavarle un hoyo donde asentarse, y ese hoyo es la duda.
Las dudas acerca de la salvación son a las manifestaciones de la salvación lo que el hambre es al alimento, la desnudez al vestido, la tormenta al refugio, la horca al indulto y la muerte a la resurrección. Lo uno precede, prepara y abre camino a lo otro. Lo primero no es nada sin lo último, ni lo último sin lo primero. Así, después de los testimonios, lo mejor son las dudas espirituales. Saber que estamos bien es lo mejor; temer que estamos mal es lo segundo mejor.
Gozar del testimonio del Espíritu es lo más bendito de este lado de la tumba; anhelar ese gozo es la siguiente mayor bendición. Tenga en cuenta que hablo solo de dudas espirituales, es decir, dudas en un hombre espiritual, porque las dudas naturales están tan lejos de la salvación como las esperanzas naturales. El camino a través del valle de Baca va “de fortaleza en fortaleza”, es decir, según el modo oriental de viajar, de un lugar de descanso a otro, donde se cavan pozos y “la lluvia llena los estanques” (Salmo 84:6-7).
No aprendemos ni a Dios ni a nosotros mismos, ni el pecado ni la salvación, en un día. La pregunta no es tanto si usted tiene mucha fe, sino si tiene alguna. No es cuestión de cantidad, sino de calidad; no de si tiene una religión muy grande, sino de si tiene alguna en absoluto. Un grano de fe verdadera salvará el alma; y he conocido muchísimas temporadas en que me habría alegrado sentir con certeza que tenía la milésima parte de un grano.
El grano de mostaza es la más pequeña de todas las semillas; y aun una fe tan pequeña como esa puede mover montes. Dichoso aquel que tiene un solo testimonio divino de su parte eterna en el amor electivo del Padre, en la sangre expiatoria y la justicia justificadora del Hijo, y en las enseñanzas divinas del Espíritu Santo.
Al lector…
Quien está abrumado por dudas y temores conoce las preguntas que se levantan en el corazón. ¿Se pregunta usted si de verdad es la obra de la gracia en su corazón, o si sus experiencias no son más que las de una conciencia natural? ¿Suspira: “¡Qué no daría yo por tener un testimonio divino!”? Entonces no desespere. Su duda es como el hoyo que se cava para la piedra de ayuda; el hambre va delante del alimento.
Lo mejor es saber que estamos bien, pero lo siguiente mejor es temer que estamos mal. Anhelar el testimonio del Espíritu es una gran bendición. Siga, pues, clamando y suspirando, porque en respuesta a ese clamor Él da el testigo celestial. El camino a través del valle de Baca va de fortaleza en fortaleza, de un lugar de descanso al siguiente, y el Señor llena los estanques a lo largo del camino.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Een ellendig en arm volk
Maar ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op de Naam des Heeren betrouwen.
Zefanja 3:12
Er zijn er ongetwijfeld die weten wat het betekent bezocht te worden — ongetwijfeld die weten wat het betekent om arm van geest te zijn. Welnu, mijn vrienden, kijk eens naar de gevolgen van deze bezoekingen, naar de vruchten die eruit voortkomen. Wat hebben ze met u gedaan? Wat met mij? Wat zijn de vruchten die erdoor worden voortgebracht? Hebben ze u, of mij, tot dit ene punt gebracht: de Heere te vertrouwen, eenvoudig, uitsluitend tot Hem te komen Die „volkomenlijk zalig maken kan” (Hebr. 7:25)?
Hebben ze bij u een grotere mate van onderworpenheid aan Zijn wil teweeggebracht — een grotere mate van vertrouwen in Hem — een regelmatiger en inniger omgang met Hem — dat we ons makkelijker in Hem verbergen, omdat er niemand anders is om ons in te verbergen? Als onze bezoekingen en beproevingen dit niet hebben voortgebracht, moeten we vaker gaan nadenken over welk voordeel ze ons dan wel hebben opgeleverd. Ik kan bezoekingen verdragen als ze me baten. Met mijn volle verstand zeg ik dat ik liever bezoekingen en verzoekingen meemaak, hoe scherp en bitter ze ook zijn, als ze mijn ziel goed doen, dan stil en gerust in Sion te wonen.
Ze zorgen ervoor dat ik meer vertrouwen in de Naam van de Heere stel. Ze houden me weg van de wereld, geven aanleiding tot een dieper gewetensonderzoek en doen me eenvoudiger zien op Hem Die als Enige mij kan leiden en behouden. De draad met de wereld wordt doorgesneden; de tijdelijke en zintuiglijke dingen worden bitter; verlangens naar Gods gunst en aanwezigheid worden sterker.
Lezen: Jakobus 1:1-18
Aan de lezer…
Er zijn tijden van bezoeking, en u weet wellicht wat het is bezocht te worden. Maar hebt u ook stilgestaan bij de vraag wat uw bezoekingen in u gewerkt hebben? Hebben zij u eenvoudiger tot Hem gebracht Die volkomenlijk zalig maken kan? Hebben zij u meer onderworpen gemaakt aan Zijn wil, en zoekt u zich nu in Hem te verbergen, omdat er niemand anders is bij wie u schuilen kunt?
Dan zijn zij niet tevergeefs geweest, hoe scherp en bitter zij ook waren. Het is beter zo bezocht te worden, als het de ziel goed doet, dan stil en gerust in Sion te wonen. Laat de draad met de wereld maar doorgesneden worden en de tijdelijke dingen bitter smaken, als daardoor het verlangen naar Gods gunst en aanwezigheid sterker wordt. Want Hij alleen kan u leiden en behouden. Het arme volk dat Hij doet overblijven, leert juist zo op Zijn Naam te betrouwen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op de Naam des Heeren betrouwen.
Zefanja 3:12
Er zijn er ongetwijfeld die weten wat het betekent bezocht te worden — ongetwijfeld die weten wat het betekent arm van geest te zijn. Welnu, mijn vrienden, kijk eens naar de gevolgen van deze bezoekingen, naar de vruchten die eruit voortkomen. Wat hebben ze met u gedaan? En wat met mij? Welke vruchten hebben ze voortgebracht? Hebben ze u, of mij, tot dit ene punt gebracht: de Heere te vertrouwen en eenvoudig en alleen te komen tot Hem Die „volkomenlijk zalig maken kan” (Hebr. 7:25)?
Hebben ze bij u een grotere onderworpenheid aan Zijn wil teweeggebracht — een groter vertrouwen op Hem — een vastere en inniger omgang met Hem — zodat we ons gemakkelijker in Hem verbergen, omdat er niemand anders is bij wie we ons kunnen verbergen? Als onze bezoekingen en beproevingen dit niet hebben voortgebracht, moeten we eens vaker nadenken over de vraag wat ze ons dan wel hebben opgeleverd. Ik kan bezoekingen verdragen als ze me tot nut zijn. Met volle overtuiging zeg ik dat ik liever bezoekingen en verzoekingen doormaak, hoe scherp en bitter ook, als ze mijn ziel goeddoen, dan stil en gerust in Sion te wonen.
Ze zorgen ervoor dat ik meer op de Naam van de Heere vertrouw. Ze houden me weg van de wereld, leiden tot een dieper onderzoek van het geweten en doen me eenvoudiger zien op Hem Die als Enige mij kan leiden en bewaren. De band met de wereld wordt doorgesneden; de tijdelijke en zichtbare dingen worden bitter; het verlangen naar Gods gunst en tegenwoordigheid wordt sterker.
Lezen: Jakobus 1:1-18
Aan de lezer…
Er zijn tijden van bezoeking, en misschien weet u wat het is bezocht te worden. Maar hebt u ook stilgestaan bij de vraag wat uw bezoekingen in u gewerkt hebben? Hebben zij u eenvoudiger gebracht tot Hem Die volkomenlijk zalig maken kan? Hebben zij u meer onderworpen gemaakt aan Zijn wil, en zoekt u zich nu in Hem te verbergen, omdat er niemand anders is bij wie u kunt schuilen?
Dan zijn zij niet tevergeefs geweest, hoe scherp en bitter zij ook waren. Het is beter zo bezocht te worden, als het de ziel goeddoet, dan stil en gerust in Sion te wonen. Laat de band met de wereld maar doorgesneden worden en de tijdelijke dingen bitter smaken, als daardoor het verlangen naar Gods gunst en tegenwoordigheid sterker wordt. Want Hij alleen kan u leiden en bewaren. Het arme volk dat Hij doet overblijven, leert juist zo op Zijn Naam te vertrouwen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
I will also leave in the midst of thee an afflicted and poor people, and they shall trust in the Name of the LORD.
Zephaniah 3:12
There are doubtless some who know what it is to be afflicted — doubtless some who know what it is to be poor in spirit. Well, my friends, look at the effects of these afflictions, at the fruits that spring from them. What have they done for you? And what for me? What fruits have they brought forth? Have they brought you, or me, to this one point: to trust in the Lord and to come simply and solely to Him Who “is able to save to the uttermost” (Hebrews 7:25)?
Have they wrought in you a greater submission to His will — a greater confidence in Him — a firmer and closer communion with Him — so that we more readily hide ourselves in Him, because there is no one else in whom we can hide? If our afflictions and trials have not brought forth this, we should think more often about what they have yielded us. I can bear afflictions if they are profitable to me. With full conviction I say that I would rather pass through afflictions and temptations, however sharp and bitter, if they do my soul good, than dwell at ease and quiet in Zion.
They cause me to trust more in the Name of the Lord. They keep me from the world, lead to a deeper searching of conscience, and make me look more simply to Him Who alone can guide and keep me. The tie to the world is cut; the things of time and sense become bitter; the desire for God’s favour and presence grows stronger.
Reading: James 1:1-18
To the reader…
There are times of affliction, and perhaps you know what it is to be afflicted. But have you also stopped to ask what your afflictions have wrought in you? Have they brought you more simply to Him Who is able to save to the uttermost? Have they made you more submissive to His will, and do you now seek to hide yourself in Him, because there is no one else in whom you can take shelter?
Then they have not been in vain, however sharp and bitter they were. It is better to be afflicted so, if it does the soul good, than to dwell at ease and quiet in Zion. Let the tie to the world be cut and the things of time taste bitter, if by it the desire for God’s favour and presence grows stronger. For He alone can guide and keep you. The poor people whom He leaves learn just so to trust in His Name.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y dejaré en medio de ti un pueblo humilde y pobre, los cuales esperarán en el Nombre de Jehová.
Sofonías 3:12
Sin duda hay algunos que saben lo que es estar afligidos, sin duda algunos que saben lo que es ser pobres en espíritu. Pues bien, amigos míos, miren los efectos de estas aflicciones, los frutos que brotan de ellas. ¿Qué han hecho por ustedes? ¿Y qué por mí? ¿Qué frutos han producido? ¿Los han llevado a ustedes, o a mí, a este único punto: a confiar en el Señor y a venir sencilla y únicamente a Aquel que “puede también salvar eternamente” (Hebreos 7:25)?
¿Han obrado en ustedes una mayor sumisión a Su voluntad, una mayor confianza en Él, una comunión más firme y más íntima con Él, de modo que nos escondemos más prontamente en Él, porque no hay nadie más en quien podamos escondernos? Si nuestras aflicciones y pruebas no han producido esto, deberíamos pensar más a menudo en lo que nos han dado. Puedo soportar las aflicciones si me son provechosas. Con plena convicción digo que preferiría pasar por aflicciones y tentaciones, por agudas y amargas que sean, si hacen bien a mi alma, antes que habitar con holgura y reposo en Sion.
Ellas me hacen confiar más en el Nombre del Señor. Me guardan del mundo, llevan a un examen más profundo de la conciencia, y me hacen mirar con más sencillez a Aquel que es el único que puede guiarme y guardarme. El lazo con el mundo se corta; las cosas del tiempo y de los sentidos se vuelven amargas; el deseo del favor y de la presencia de Dios se hace más fuerte.
Lectura: Santiago 1:1-18
Al lector…
Hay tiempos de aflicción, y quizá usted sabe lo que es estar afligido. Pero ¿se ha detenido también a preguntarse qué han obrado en usted sus aflicciones? ¿Lo han llevado con más sencillez a Aquel que puede salvar eternamente? ¿Lo han hecho más sumiso a Su voluntad, y busca ahora esconderse en Él, porque no hay nadie más en quien pueda refugiarse?
Entonces no han sido en vano, por agudas y amargas que fueran. Es mejor ser afligido así, si hace bien al alma, que habitar con holgura y reposo en Sion. Deje que el lazo con el mundo se corte y que las cosas del tiempo sepan amargas, si por ello el deseo del favor y de la presencia de Dios se hace más fuerte. Porque solo Él puede guiarlo y guardarlo. El pueblo pobre que Él deja aprende precisamente así a esperar en Su Nombre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Geliefden, laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren en kent God.
1 Johannes 4:7
De liefde is uit God. Ik kan geen voldoening, ware voldoening vinden, namelijk dat ik een deelgenoot van de Geest en de genade van Christus ben, dan alleen wanneer ik in zekere mate de liefde Gods in mijn hart mag uitgestort vinden. Ik moge hoop, verwachting en bewijzen hebben, hetzij zwakker of sterker, doch ik heb geen zeker, klaar bewijs in mijn eigen ziel dat ik de Geest en de genade van Christus daarin heb, tenzij ik de liefde Gods mag ontwaren; want tenzij de liefde inkomt, is er vrees, en die heeft pijn. En als wij vrees hebben, die pijn met zich voert, kunnen wij niet volmaakt zijn in de liefde.
Gij hebt geen klare bewustheid in uw gemoed dat God u liefheeft met een eeuwigdurende liefde, en evenmin een helder getuigenis dat de Geest van God uw lichaam tot Zijn tempel maakt, tenzij de liefde Gods in uw ziel komt. Doch wanneer de kronende genade der liefde Gods bevindelijk wordt ontwaard en genoten door de uitstorting daarvan in het hart, met de mededeling van de Geest der aanneming om te roepen: „Abba, Vader!”, dan is dit een doorslaggevend bewijs dat gij de ware geest bezit. Want het is een geest van kracht en van liefde en van een gezond verstand. En waar dit gevonden wordt, daar is ook een geest van liefde en genegenheid tot al het volk van God.
Aan de lezer…
Hoe dikwijls knaagt er toch nog vrees in uw hart, al hebt u wel enige hoop en enige bewijzen! Wordt u heen en weer geslingerd tussen verwachting en twijfel, en durft u niet vrijmoedig te zeggen dat God u liefheeft? Weet dan dat de vrees pijn heeft, en dat alleen de liefde Gods, in het hart uitgestort, die vrees kan uitdrijven.
Ziet daarom niet op uw eigen bewijzen, hoe zwak of sterk zij ook mogen zijn, maar zoek Hem Die de bron van alle liefde is. De liefde is uit God. Wanneer Hij die liefde in uw hart doet inkomen, en de Geest der aanneming u doet roepen: „Abba, Vader!”, dan zal de pijnlijke vrees wijken. En waar dat gevonden wordt, daar ontstaat vanzelf ook liefde tot al het volk van God. Smeek Hem dan om één druppel van die liefde in uw ziel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Geliefden, laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren en kent God.
1 Johannes 4:7
De liefde is uit God. Ik kan geen voldoening vinden, ware voldoening, namelijk dat ik deel heb aan de Geest en de genade van Christus, behalve wanneer ik in zekere mate de liefde van God in mijn hart uitgestort mag vinden. Ik mag hoop, verwachting en bewijzen hebben, zwakker of sterker, maar ik heb geen zeker en duidelijk bewijs in mijn eigen ziel dat ik de Geest en de genade van Christus daarin heb, tenzij ik de liefde van God mag ervaren. Want tenzij de liefde binnenkomt, is er vrees, en die heeft pijn. En als wij vrees hebben, die pijn met zich meebrengt, kunnen wij niet volmaakt zijn in de liefde.
U hebt geen helder besef in uw gemoed dat God u liefheeft met een eeuwige liefde, en evenmin een helder getuigenis dat de Geest van God uw lichaam tot Zijn tempel maakt, tenzij de liefde van God in uw ziel komt. Maar wanneer de kronende genade van Gods liefde bevindelijk wordt ervaren en genoten doordat zij in het hart wordt uitgestort, samen met het schenken van de Geest van de aanneming om te roepen: „Abba, Vader!”, dan is dat een doorslaggevend bewijs dat u de ware geest bezit. Want het is een geest van kracht en van liefde en van een gezond verstand. En waar die gevonden wordt, daar is ook een geest van liefde en genegenheid tot al het volk van God.
Aan de lezer…
Hoe vaak knaagt er toch nog vrees in uw hart, ook al hebt u wel enige hoop en enige bewijzen! Wordt u heen en weer geslingerd tussen verwachting en twijfel, en durft u niet vrijmoedig te zeggen dat God u liefheeft? Weet dan dat de vrees pijn heeft, en dat alleen de liefde van God, in het hart uitgestort, die vrees kan uitdrijven.
Zie daarom niet op uw eigen bewijzen, hoe zwak of sterk die ook zijn, maar zoek Hem Die de bron van alle liefde is. De liefde is uit God. Wanneer Hij die liefde in uw hart laat binnenkomen, en de Geest van de aanneming u doet roepen: „Abba, Vader!”, dan zal de pijnlijke vrees wijken. En waar dat gevonden wordt, daar ontstaat vanzelf ook liefde tot al het volk van God. Smeek Hem dan om één druppel van die liefde in uw ziel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Beloved, let us love one another: for love is of God; and every one that loveth is born of God, and knoweth God.”
1 John 4:7
“Love is of God.” I can have no satisfaction, real satisfaction, that I am a partaker of the Spirit and grace of Christ except I feel some measure of the love of God shed abroad in my heart. I may have hopes, expectations, and evidences, fainter or brighter; but I have no sure, clear evidence in my own soul that I have the Spirit and grace of Christ there, except I am blessed with the love of God; for until love comes, there is fear which has torment. And while we have fear which has torment, there is no being made perfect in love.
You have no clear assurance in your own breast that God has loved you with an everlasting love; nor have you any bright testimony that the Spirit of God makes your body His temple until this love comes into your soul. But when the crowning blessing comes of the love of God experimentally felt and enjoyed by His own shedding of it abroad in the heart, with the communication of the Spirit of adoption to cry “Abba, Father,” that is the sealing testimony of your possession of the true spirit; for it is “a spirit of power, and of love, and of a sound mind;” and where there is this, there is also a spirit of love and affection to all the family of God.
To the reader…
How often fear still gnaws at your heart, even though you do have some hope and some evidences! Are you tossed to and fro between expectation and doubt, and do you not dare to say boldly that God loves you? Know, then, that fear has torment, and that only the love of God, shed abroad in the heart, can cast that fear out.
Do not look, therefore, to your own evidences, however weak or strong they may be, but seek Him Who is the fountain of all love. Love is of God. When He lets that love come into your heart, and the Spirit of adoption makes you cry, “Abba, Father!”, then the tormenting fear will give way. And where that is found, there love to all the people of God springs up of itself. Plead with Him, then, for one drop of that love in your soul.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Carísimos, amémonos unos á otros; porque el amor es de Dios. Cualquiera que ama, es nacido de Dios, y conoce á Dios.”
1 Juan 4:7
“El amor es de Dios.” No puedo tener satisfacción, verdadera satisfacción, de que soy partícipe del Espíritu y de la gracia de Cristo, a menos que sienta alguna medida del amor de Dios derramado en mi corazón. Puedo tener esperanzas, expectativas y evidencias, más débiles o más claras; pero no tengo en mi propia alma ninguna evidencia segura y clara de que el Espíritu y la gracia de Cristo están allí, a menos que sea bendecido con el amor de Dios; porque hasta que viene el amor, hay temor, que tiene pena. Y mientras tenemos temor, que tiene pena, no somos perfeccionados en el amor.
No tiene usted en su propio pecho ninguna seguridad clara de que Dios le ha amado con amor eterno, ni tiene ningún testimonio luminoso de que el Espíritu de Dios hace de su cuerpo Su templo, hasta que este amor entra en su alma. Pero cuando viene la bendición que corona, la del amor de Dios sentido y gozado por experiencia al derramarlo Él mismo en el corazón, con la comunicación del Espíritu de adopción para clamar: “Abba, Padre”, eso es el testimonio que sella su posesión del verdadero espíritu; porque es “espíritu de fortaleza, y de amor, y de templanza”; y donde hay esto, hay también un espíritu de amor y de afecto hacia toda la familia de Dios.
Al lector…
¡Cuántas veces el temor aún le roe el corazón, aunque usted tenga alguna esperanza y algunas evidencias! ¿Es sacudido de acá para allá entre la expectativa y la duda, y no se atreve a decir con valentía que Dios le ama? Sepa, entonces, que el temor tiene pena, y que solo el amor de Dios, derramado en el corazón, puede echar fuera ese temor.
No mire, pues, a sus propias evidencias, por débiles o fuertes que sean, sino busque a Aquel Que es la fuente de todo amor. El amor es de Dios. Cuando Él deja que ese amor entre en su corazón, y el Espíritu de adopción le hace clamar: “¡Abba, Padre!”, entonces el temor que atormenta cederá. Y donde se halla esto, brota por sí mismo el amor a todo el pueblo de Dios. Ruéguele, pues, por una sola gota de ese amor en su alma.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl