5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Alsdan zullen der blinden ogen opengedaan worden, en der doven oren zullen geopend worden.
Jesaja 35:5
Dat deze wonderen kunnen geschieden door de kracht van het Evangelie, is duidelijk uit de woorden die deze voorafgaan: „Ziet, ulieder God zal ter wrake komen met de verdelging Gods, Hij zal komen en ulieden verlossen” (Jes. 35:4). En hoe komt God ter verlossing anders dan in het Evangelie, en door dit te maken door Zijn eigen kracht tot verlossing? Als gij terugziet op uw ervaring, zult gij zien dat de eerste uitwerking van de kracht des Evangelies op uw hart was, uw oren te openen om het te ontvangen als een boodschap van God. Toen gij bijvoorbeeld voor het eerst gebracht werdt onder zijn geklank, en gij begont te verstaan, te gevoelen wat gij hoordet, werden u toen niet als het ware nieuwe oren gegeven om te horen, en nieuwe harten om het te ontvangen?
Waren het voor u geen gedenkwaardige dagen, toen gij voor het eerst het blijde geklank hoordet van behoudenis door vrije genade; toen het voor het eerst in uw ziel die blijde boodschap deed droppelen, die uw hart deed trillen van onbeschrijfelijke blijdschap? Toen besneed God uw oor, het openende en het makende tot een doorgang van het Evangelie tot uw hart. „Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods” (Rom. 10:17). „Zo haast als hun oor van Mij hoorde, hebben zij Mij gehoorzaamd,” spreekt de Heere in Zijn profetie; „vreemden hebben zich Mij geveinsdelijk onderworpen” (Psalm 18:45). Dat Evangelie, dat voor anderen de dood was, was het leven voor u; en die boodschap, voor welke anderen misschien op de tanden knarsten, kwam in uw hart met een onbeschrijfelijke liefelijkheid, als de stem van God Zelf tot uw ziel.
Ik kan met U door sterke benden dringen
en met mijn God zelfs over muren springen.
Des Heeren weg is gans volmaakt en recht,
doorlouterd, rein en trouw al wat Hij zegt.
Ps. 18:9
Aan de lezer…
Herkent u dit? U weet nog van die dagen dat het Evangelie voor het eerst tot uw hart kwam. U hoorde dezelfde woorden die u misschien al jaren gehoord had, maar nu met nieuwe oren, en de blijde boodschap van behoudenis door vrije genade deed uw hart trillen. Dat was geen werk van uzelf. Toen opende God uw oor en maakte het tot een doorgang van Zijn Woord naar uw hart.
Is het nu stiller geworden in uw ziel, en verlangt u terug naar die tijd? Bedenk dan dat Hij Die toen kwam om te verlossen, nog dezelfde is. Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods. Leg u daarom opnieuw neer onder dat Woord, en bid dat Hij spreke. Wat voor anderen de dood was, was voor u het leven; en Hij Die de blinden de ogen opent, kan ook uw ziel opnieuw doen horen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Alsdan zullen der blinden ogen opengedaan worden, en der doven oren zullen geopend worden.
Jesaja 35:5
Dat deze wonderen door de kracht van het Evangelie kunnen gebeuren, blijkt duidelijk uit de woorden die eraan voorafgaan: „Ziet, ulieder God zal ter wrake komen met de verdelging Gods, Hij zal komen en ulieden verlossen” (Jes. 35:4). En hoe komt God om te verlossen anders dan in het Evangelie, doordat Hij het door Zijn eigen kracht tot verlossing maakt? Als u terugziet op uw ervaring, zult u zien dat de eerste uitwerking van de kracht van het Evangelie op uw hart was dat het uw oren opende om het te ontvangen als een boodschap van God. Toen u bijvoorbeeld voor het eerst onder het geluid ervan gebracht werd en u begon te verstaan en te voelen wat u hoorde, werden u toen niet als het ware nieuwe oren gegeven om te horen, en een nieuw hart om het te ontvangen?
Waren het voor u geen gedenkwaardige dagen, toen u voor het eerst het blijde geluid hoorde van behoudenis door vrije genade, toen die blijde boodschap voor het eerst in uw ziel druppelde en uw hart deed trillen van onbeschrijfelijke blijdschap? Toen besneed God uw oor: Hij opende het en maakte het tot een doorgang van het Evangelie naar uw hart. „Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods” (Rom. 10:17). „Zo haast als hun oor van Mij hoorde, hebben zij Mij gehoorzaamd,” spreekt de Heere in Zijn profetie; „vreemden hebben zich Mij geveinsdelijk onderworpen” (Psalm 18:45). Dat Evangelie, dat voor anderen de dood was, was voor u het leven. En die boodschap, waarover anderen misschien met de tanden knarsten, kwam in uw hart met een onbeschrijfelijke lieflijkheid, als de stem van God Zelf tot uw ziel.
Ik kan met U door sterke benden dringen
en met mijn God zelfs over muren springen.
Des Heeren weg is gans volmaakt en recht,
doorlouterd, rein en trouw al wat Hij zegt.
Ps. 18:9
Aan de lezer…
Herkent u dit? U weet nog van die dagen dat het Evangelie voor het eerst tot uw hart kwam. U hoorde dezelfde woorden die u misschien al jaren gehoord had, maar nu met nieuwe oren, en de blijde boodschap van behoudenis door vrije genade deed uw hart trillen. Dat was geen werk van uzelf. Toen opende God uw oor en maakte het tot een doorgang van Zijn Woord naar uw hart.
Is het nu stiller geworden in uw ziel, en verlangt u terug naar die tijd? Bedenk dan dat Hij Die toen kwam om te verlossen, nog Dezelfde is. Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord van God. Stel u daarom opnieuw onder dat Woord, en bid dat Hij wil spreken. Wat voor anderen de dood was, was voor u het leven; en Hij Die de blinden de ogen opent, kan ook uw ziel opnieuw doen horen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Then the eyes of the blind shall be opened, and the ears of the deaf shall be unstopped.
Isaiah 35:5
That these miracles are effected by the power of the gospel is plain from the words that immediately precede, “Behold, your God will come with vengeance, even God with a recompense; He will come and save you” (Isa. 35:4). And how does God come and save but in the gospel, and by making it His own power unto salvation?
If you look back at your experience you will see that one of the first effects of the power of the gospel upon your heart, was to open your ears to receive it as a message from God. When, for instance, you were first brought under its sound, and began to understand and feel what you heard, was there not given you, as it were, new ears to hear it, and a new heart to receive it? Were not those with you memorable days when you first heard the joyful sound of salvation by free grace; when it first dropped that blessed news into your soul which made your very heart thrill with unspeakable joy? God was then circumcising your ear, unstopping it, and conveying the gospel into your heart through it. “For faith comes by hearing, and hearing by the Word of God” (Rom. 10:17).
“As soon as they hear of Me,” says the Lord in prophecy, “they shall obey Me—the strangers shall submit themselves unto Me” (Psalm 18:44). That gospel which was death to others was life to you; and that message at which others perhaps gnashed their teeth, came into your heart with an indescribable sweetness as the very voice of God to your soul.
To the reader…
Do you recognise this? You still remember those days when the gospel first came to your heart. You heard the same words you may have heard for years, but now with new ears, and the joyful news of salvation by free grace made your heart thrill. That was no work of your own. Then God opened your ear and made it a passage for His Word into your heart.
Has it now grown quieter in your soul, and do you long for that time again? Then remember that He Who came then to save is still the same. Faith cometh by hearing, and hearing by the Word of God. So place yourself under that Word once more, and pray that He will speak. What was death to others was life to you; and He Who opens the eyes of the blind can make your soul hear again.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Entonces los ojos de los ciegos serán abiertos, y los oídos de los sordos se abrirán.
Isaías 35:5
Que estos milagros son efectuados por el poder del evangelio se ve claramente por las palabras que preceden inmediatamente: “He aquí que vuestro Dios viene con venganza, con pago; Dios mismo vendrá, y os salvará” (Isaías 35:4). ¿Y cómo viene Dios y salva sino en el evangelio, haciendo de él Su propio poder para salvación?
Si mira usted atrás a su experiencia, verá que uno de los primeros efectos del poder del evangelio en su corazón fue abrir sus oídos para recibirlo como un mensaje de Dios. Cuando, por ejemplo, fue traído por primera vez bajo su sonido, y comenzó a entender y a sentir lo que oía, ¿no se le dieron, por así decirlo, oídos nuevos para oírlo y un corazón nuevo para recibirlo? ¿No fueron días memorables para usted aquellos en que oyó por primera vez el sonido gozoso de la salvación por gracia gratuita; cuando dejó caer por primera vez en su alma aquella bendita noticia que hizo estremecerse su corazón con gozo inefable? Dios estaba entonces circuncidando su oído, destapándolo, y haciendo llegar por él el evangelio a su corazón. “Luego la fe es por el oír; y el oír por la Palabra de Dios” (Romanos 10:17).
“En oyendo de Mí, me obedecerán”, dice el Señor en profecía; “los extraños se me sujetarán” (Salmo 18:44). Aquel evangelio que para otros fue muerte, para usted fue vida; y aquel mensaje ante el cual otros quizá crujían los dientes, entró en su corazón con una dulzura indescriptible, como la voz misma de Dios a su alma.
Al lector…
¿Reconoce usted esto? Todavía recuerda aquellos días en que el evangelio llegó por primera vez a su corazón. Oyó las mismas palabras que quizá había oído durante años, pero ahora con oídos nuevos, y la gozosa noticia de la salvación por gracia gratuita hizo estremecerse su corazón. Aquello no fue obra suya. Entonces Dios abrió su oído y lo hizo un paso para Su Palabra hacia su corazón.
¿Se ha vuelto ahora más silencioso su interior, y anhela usted de nuevo aquel tiempo? Recuerde entonces que Aquel que vino entonces a salvar sigue siendo el mismo. La fe es por el oír, y el oír por la Palabra de Dios. Póngase, pues, una vez más bajo esa Palabra, y ore para que Él hable. Lo que para otros fue muerte, para usted fue vida; y Aquel que abre los ojos de los ciegos puede hacer que su alma oiga de nuevo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De gelovige moordenaar
Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
Lukas 23:43
Als we over de stervende moordenaar lezen, is dit dan niet heel bemoedigend voor Gods arme, door zichzelf veroordeelde en door zonden gekwelde kinderen? Wat kunnen we nog meer willen dan zo’n vrije en volledige verlossing? Is dit niet de allerhoogste genade waarnaar uw ziel soms zo diep verlangt? U kunt erop rekenen, of u dit nu aanvoelt of niet, dat u dezelfde verlossing nodig hebt als hij; nee, het is nodig dat u haar op dezelfde wijze ontvangt, en dat zij u op dezelfde wijze wordt geopenbaard.
Als de Heere u ooit heeft vernederd, en u de schuld van de zonde heeft laten ervaren, en het kwaad in uw hart, heeft u geen steen om naar die gekruisigde kwaaddoener te werpen; maar in uw waarneming bent u in elk opzicht even slecht als hij. Nee, ik denk dat er duizenden in de hel zijn die niet half zulke zondaren zijn geweest als u. Ik kan dat voor mezelf zeggen. Laat mensen derhalve over verdienste praten zolang ze willen, maar laat dit al ónze hoop en al ónze verwachting zijn: verlost te worden door de openbaring van de allerhoogste, onderscheidende genade. Ik weet zeker dat dit het zoetste lied is dat iemand op aarde kan zingen, en het zoetste lied dat iemand in de hemel kan zingen.
Moge de Heere, als dit Zijn genadige wil en bedoeling is, elke arme, door zichzelf veroordeelde zondaar hiermee bemoedigen. Gedenk, mijn vriend, gedenk de moordenaar aan het kruis; was zijn zaak niet zo slecht als de uwe ooit kan zijn? U zegt dat uw hart zo slecht is. Dat is het ook; slechter dan u het ooit heeft gezien. Uw zonden zijn zo groot; u heeft er nog geen duizendste deel van gezien. Uw hart is zo vol kwaad; vol, ja, voller dan u het ooit zag of ooit zult zien.
O, dat dit sommigen van Gods wanhopende heiligen ertoe mag aanmoedigen hun ogen en hart op te heffen, en te geloven dat dezelfde genade die toereikend was om de stervende moordenaar te verlossen, ook voor hen voldoende is. Reken erop, als zij hetzelfde geloof hadden dat zijn hart bezielde, zouden ze zeggen: „Heere, gedenk mijner.” En vroeg of laat zal, zo niet in dezelfde bewoordingen, echter wel de kern ervan tot hun hart worden gesproken: „Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.”
Lezen: 1 Timotheüs 1:12-20
Aan de lezer…
Wat een troost is er voor u, als u uzelf rekent onder de arme, door zichzelf veroordeelde en door zonden gekwelde zielen! Zegt u dat uw hart zo slecht is en uw zonden zo groot? Het is waar, en erger dan u ooit gezien hebt. Maar zie dan op de moordenaar aan het kruis. Hij bracht niets mee dan zijn schuld en een arme bede: „Heere, gedenk mijner.” En toch hoorde hij uit de mond van de stervende Heiland: „Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.”
Dezelfde genade die toereikend was voor hem, is voor u niet te klein. U hebt geen steen om naar die kwaaddoener te werpen, maar voor u staat dezelfde deur open. Laat anderen over verdienste spreken; laat het uw enige hoop zijn dat de Heere u uit vrije, onderscheidende genade wil verlossen. Hef dan uw ogen en uw hart op naar Hem, en houd niet op te zuchten: „Heere, gedenk ook mijner.” Vroeg of laat zal Hij de kern van dat woord ook tot uw hart spreken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
Lukas 23:43
Als we over de stervende moordenaar lezen, is dat dan niet heel bemoedigend voor Gods arme, door zichzelf veroordeelde en door zonden gekwelde kinderen? Wat kunnen we nog meer willen dan zo’n vrije en volledige verlossing? Is dit niet de allerhoogste genade waarnaar uw ziel soms zo diep verlangt? U kunt erop rekenen, of u het nu beseft of niet, dat u dezelfde verlossing nodig hebt als hij. Ja, u moet haar op dezelfde wijze ontvangen, en zij moet u op dezelfde wijze worden geopenbaard.
Als de Heere u ooit heeft vernederd en u de schuld van de zonde en het kwaad in uw hart heeft laten ervaren, dan hebt u geen steen om naar die gekruisigde kwaaddoener te werpen. In uw eigen ogen bent u dan in elk opzicht even slecht als hij. Ja, ik denk dat er duizenden in de hel zijn die niet half zulke zondaren zijn geweest als u. Ik kan dat voor mezelf zeggen. Laat mensen daarom over verdienste praten zoveel ze willen, maar laat dit al ónze hoop en al ónze verwachting zijn: verlost te worden door de openbaring van de allerhoogste, onderscheidende genade. Ik weet zeker dat dit het zoetste lied is dat iemand op aarde kan zingen, en het zoetste lied dat iemand in de hemel kan zingen.
Moge de Heere, als dat Zijn genadige wil en bedoeling is, elke arme, door zichzelf veroordeelde zondaar hiermee bemoedigen. Denk, mijn vriend, denk aan de moordenaar aan het kruis; was zijn zaak niet zo slecht als de uwe ooit kan zijn? U zegt dat uw hart zo slecht is. Dat is het ook, en slechter dan u het ooit hebt gezien. Uw zonden zijn zo groot; u hebt er nog geen duizendste deel van gezien. Uw hart is zo vol kwaad; vol, ja, voller dan u het ooit zag of ooit zult zien.
O, mocht dit sommigen van Gods wanhopende heiligen aanmoedigen om hun ogen en hart op te heffen, en te geloven dat dezelfde genade die toereikend was om de stervende moordenaar te verlossen, ook voor hen voldoende is. Reken erop: als zij hetzelfde geloof hadden dat zijn hart bezielde, zouden ze zeggen: „Heere, gedenk mijner.” En vroeg of laat zal, zo niet in dezelfde bewoordingen, dan toch wel de kern ervan tot hun hart worden gesproken: „Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.”
Lezen: 1 Timotheüs 1:12-20
Aan de lezer…
Wat een troost is er voor u, als u uzelf rekent onder de arme, door zichzelf veroordeelde en door zonden gekwelde zielen! Zegt u dat uw hart zo slecht is en uw zonden zo groot? Dat is waar, en het is erger dan u ooit gezien hebt. Maar zie dan op de moordenaar aan het kruis. Hij bracht niets mee dan zijn schuld en een arme bede: „Heere, gedenk mijner.” En toch hoorde hij uit de mond van de stervende Heiland: „Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.”
Dezelfde genade die toereikend was voor hem, is voor u niet te klein. U hebt geen steen om naar die kwaaddoener te werpen, maar voor u staat dezelfde deur open. Laat anderen over verdienste spreken; laat het uw enige hoop zijn dat de Heere u uit vrije, onderscheidende genade wil verlossen. Hef dan uw ogen en uw hart op naar Hem, en houd niet op te zuchten: „Heere, gedenk ook mijner.” Vroeg of laat zal Hij de kern van dat woord ook tot uw hart spreken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Verily I say unto thee, To day shalt thou be with Me in paradise.
Luke 23:43
When we read about the dying thief, is it not very encouraging for God’s poor, self-condemned and sin-tormented children? What more can we want than such a free and full salvation? Is not this the very highest grace after which your soul sometimes so deeply longs? You may depend upon it, whether you realise it or not, that you need the same salvation as he did. Yes, you must receive it in the same way, and it must be revealed to you in the same way.
If the Lord has ever humbled you and made you feel the guilt of sin and the evil of your heart, then you have no stone to throw at that crucified malefactor. In your own eyes you are then in every respect as bad as he. Yes, I think there are thousands in hell who were not half such sinners as you. I can say that for myself. So let men talk about merit as much as they will, but let this be all our hope and all our expectation: to be saved by the revelation of the very highest, distinguishing grace. I am sure that this is the sweetest song anyone can sing on earth, and the sweetest song anyone can sing in heaven.
May the Lord, if it be His gracious will and purpose, encourage every poor, self-condemned sinner by this. Think, my friend, think of the thief on the cross; was not his case as bad as yours can ever be? You say your heart is so bad. So it is, and worse than you have ever seen it. Your sins are so great; you have not yet seen a thousandth part of them. Your heart is so full of evil; full, yes, fuller than you ever saw it or ever will.
Oh, may this encourage some of God’s despairing saints to lift up their eyes and heart, and to believe that the same grace which was sufficient to save the dying thief is sufficient for them too. Depend upon it: if they had the same faith that animated his heart, they would say, “Lord, remember me.” And sooner or later, if not in the same words, then at least the substance of it will be spoken to their hearts: “Verily I say unto thee, To day shalt thou be with Me in paradise.”
Reading: 1 Timothy 1:12-20
To the reader…
What comfort there is for you, if you count yourself among the poor, self-condemned and sin-tormented souls! Do you say that your heart is so bad and your sins so great? That is true, and it is worse than you have ever seen. But then look at the thief on the cross. He brought nothing but his guilt and a poor petition: “Lord, remember me.” And yet he heard from the mouth of the dying Saviour: “To day shalt thou be with Me in paradise.”
The same grace that was sufficient for him is not too small for you. You have no stone to throw at that malefactor, but the same door stands open for you. Let others talk of merit; let it be your only hope that the Lord will save you out of free, distinguishing grace. Lift up your eyes and your heart to Him, then, and do not cease to sigh, “Lord, remember me too.” Sooner or later He will speak the substance of that word to your heart as well.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
De cierto te digo, que hoy estarás Conmigo en el paraíso.
Lucas 23:43
Cuando leemos acerca del ladrón moribundo, ¿no es muy alentador para los pobres hijos de Dios, condenados por sí mismos y atormentados por el pecado? ¿Qué más podemos querer que una salvación tan gratuita y tan plena? ¿No es esta precisamente la gracia más alta por la que su alma a veces anhela tan profundamente? Puede estar seguro, se dé cuenta o no, de que usted necesita la misma salvación que él. Sí, tiene que recibirla de la misma manera, y tiene que serle revelada de la misma manera.
Si el Señor le ha humillado alguna vez y le ha hecho sentir la culpa del pecado y la maldad de su corazón, entonces no tiene ninguna piedra que arrojar a aquel malhechor crucificado. A sus propios ojos es usted entonces en todo tan malo como él. Sí, creo que hay miles en el infierno que no fueron ni la mitad de pecadores que usted. Eso puedo decirlo de mí mismo. Así que hablen los hombres del mérito cuanto quieran, pero sea esta toda nuestra esperanza y toda nuestra expectativa: ser salvados por la revelación de la gracia más alta y distintiva. Estoy seguro de que este es el canto más dulce que alguien puede cantar en la tierra, y el canto más dulce que alguien puede cantar en el cielo.
Quiera el Señor, si es Su voluntad y propósito de gracia, animar con esto a todo pobre pecador condenado por sí mismo. Piense, amigo mío, piense en el ladrón en la cruz: ¿no era su caso tan malo como el suyo pueda jamás serlo? Usted dice que su corazón es tan malo. Así es, y peor de lo que jamás lo ha visto. Sus pecados son tan grandes; todavía no ha visto ni la milésima parte de ellos. Su corazón está tan lleno de maldad; lleno, sí, más lleno de lo que jamás lo vio o lo verá.
¡Oh, que esto anime a algunos de los santos desesperados de Dios a levantar sus ojos y su corazón, y a creer que la misma gracia que bastó para salvar al ladrón moribundo basta también para ellos! Puede estar seguro: si tuvieran la misma fe que animaba su corazón, dirían: “Señor, acuérdate de mí”. Y tarde o temprano, si no con las mismas palabras, al menos en sustancia se les dirá a su corazón: “De cierto te digo, que hoy estarás Conmigo en el paraíso”.
Lectura: 1 Timoteo 1:12-20
Al lector…
¡Qué consuelo hay para usted, si se cuenta entre las pobres almas condenadas por sí mismas y atormentadas por el pecado! ¿Dice que su corazón es tan malo y sus pecados tan grandes? Es cierto, y es peor de lo que jamás ha visto. Pero mire entonces al ladrón en la cruz. No trajo nada sino su culpa y una pobre petición: “Señor, acuérdate de mí”. Y sin embargo oyó de la boca del Salvador moribundo: “Hoy estarás Conmigo en el paraíso”.
La misma gracia que bastó para él no es demasiado pequeña para usted. No tiene ninguna piedra que arrojar a aquel malhechor, pero la misma puerta está abierta para usted. Hablen otros del mérito; sea su única esperanza que el Señor le salve por gracia gratuita y distintiva. Levante, pues, sus ojos y su corazón a Él, y no deje de suspirar: “Señor, acuérdate también de mí”. Tarde o temprano Él hablará también a su corazón la sustancia de esa palabra.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.
Hebreeën 10:14
Geheiligd te worden is een deelgenoot gemaakt te worden van die heiligheid, zonder welke niemand de Heere zien zal. Het is gemaakt te worden tot een nieuw schepsel. Het wordt genoemd de nieuwe mens aan te doen, die naar God geschapen is, in ware gerechtigheid en heiligheid. In één woord, het is een deelgenoot te worden van de Goddelijke natuur, en dus de heiligheid Gods ingestort en medegedeeld te worden aan de ziel. Zonder deze inwendige heiligheid kan niemand de poort des hemels binnengaan.
Om derhalve geschikt te zijn voor de hemelse erfenis, moet gij een hemelsgezind hart hebben, en een prijzende, aanbiddende en liefhebbende geest. Gij moet u vermaken en verblijden in de Heere, als zijnde zo heilig en toch zo vriendelijk; zo rein en toch zo beminnelijk; zo blinkend en toch zo welgevallig en medelijdend. Welnu, deze geschiktheid voor de heiligheid, gelukzaligheid en bezigheden des hemels wordt medegedeeld bij de wedergeboorte, waarin de nieuwe mens der genade, ofschoon zwak, echter volkomen is.
Zie maar de moordenaar aan het kruis. Wat een treffend voorbeeld is hij, dat de Geest Gods in een ogenblik een mens voor de hemel geschikt kan maken! Hier was een lage boosdoener, die zijn leven had doorgebracht met roven en moorden, en die ten laatste zijn verdiende straf onderging. Van deze moordenaars lezen wij: „Ook die met Hem gekruisigd waren, smaadden Hem.” Wij hebben dus reden te geloven dat hij eerst zijn broeder moordenaar gelijk was in het lasteren van de Verlosser.
Maar soevereine genade (en wat anders dan soevereine genade?) raakte zijn hart aan, deed hem zien en gevoelen wat een ellendig, verloren zondaar hij was. Zij opende zijn ogen om de Zoon van God te zien, bloedende voor hem; zij verwekte in zijn ziel geloof om te geloven in Zijn Naam; zij schonk hem de geest des gebeds, dat de Heere des hemels en der aarde zijner wilde gedenken, als Hij in Zijn Koninkrijk zou gekomen zijn. Het is misschien de grootste daad des geloofs waarvan wij in de Schrift lezen; bijna gelijk, indien niet groter, aan het geloof van Abraham, toen hij Izaäk op het altaar offerde. De stervende Verlosser hoorde en beantwoordde zijn geroep en zei tot hem: „Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn!” Geest en leven vergezelden de woorden en schonken hem in de dadelijkheid een geschiktheid zijner ziel voor de erfenis; en vóór de avondschaduwen vielen, ging zijn gelukkige ziel in het Paradijs, alwaar hij nu bezingt de lof van God en het Lam.
Menig kind van God heeft bijna tot zijn laatste uren op deze wereld moeten wandelen zonder een openbaring van vergevende liefde en de toepassing van het verzoenend bloed, maar hij is niet heengegaan zonder dat de Heilige Geest de zaligheid aan zijn ziel geopenbaard heeft en dan ook zijn ziel gestemd heeft om met de verheerlijkte geesten voor de troon de onsterfelijke lofzang te kunnen aanheffen.
Aan de lezer…
Misschien vreest u, waarde lezer, dat u nooit geschikt zult zijn voor de hemel. U kent de heiligheid zonder welke niemand de Heere zien zal, en u kent ook uw eigen hart. Zie dan op de moordenaar aan het kruis. Hij had zijn leven doorgebracht met roven en moorden, en lasterde eerst nog met de anderen de Verlosser. En toch raakte soevereine genade zijn hart aan, opende zijn ogen voor de Zoon van God, bloedende voor hem, en schonk hem de geest des gebeds.
In één ogenblik maakte de Geest Gods hem geschikt voor de erfenis, en vóór de avondschaduwen vielen, was hij met Christus in het Paradijs. Met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen die geheiligd worden. Hebt u nog geen openbaring van vergevende liefde ontvangen, houd dan aan. Menig kind van God heeft lang moeten wandelen zonder de toepassing van het verzoenend bloed, maar de Heilige Geest liet hem niet heengaan zonder dat de zaligheid aan zijn ziel geopenbaard werd.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.
Hebreeën 10:14
Geheiligd worden is deelgenoot gemaakt worden van die heiligheid zonder welke niemand de Heere zal zien. Het is tot een nieuw schepsel gemaakt worden. Het wordt genoemd: de nieuwe mens aandoen, die naar God geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid. Kortom, het is deelgenoot worden van de goddelijke natuur, zodat de heiligheid van God in de ziel wordt ingestort en aan haar wordt meegedeeld. Zonder deze inwendige heiligheid kan niemand de poort van de hemel binnengaan.
Om dus geschikt te zijn voor de hemelse erfenis, moet u een hemelsgezind hart hebben en een prijzende, aanbiddende en liefhebbende geest. U moet vreugde vinden en u verblijden in de Heere, omdat Hij zo heilig en toch zo vriendelijk is, zo rein en toch zo beminnelijk, zo stralend en toch zo welgezind en medelijdend. Welnu, deze geschiktheid voor de heiligheid, de gelukzaligheid en de bezigheden van de hemel wordt meegedeeld bij de wedergeboorte, waarin de nieuwe mens van de genade, hoewel zwak, toch volkomen is.
Zie maar naar de moordenaar aan het kruis. Wat een treffend voorbeeld is hij ervan dat de Geest van God een mens in een ogenblik geschikt kan maken voor de hemel! Hier was een gemene misdadiger, die zijn leven had doorgebracht met roven en moorden, en die ten slotte zijn verdiende straf onderging. Over deze moordenaars lezen wij: „Ook die met Hem gekruisigd waren, smaadden Hem.” Wij hebben dus reden om te geloven dat hij eerst net als zijn medemoordenaar de Verlosser lasterde.
Maar soevereine genade (en wat anders dan soevereine genade?) raakte zijn hart aan en deed hem zien en voelen wat een ellendige, verloren zondaar hij was. Zij opende zijn ogen om de Zoon van God te zien, bloedend voor hem; zij wekte in zijn ziel het geloof om in Zijn Naam te geloven; zij schonk hem de geest van het gebed, dat de Heere van hemel en aarde aan hem wilde denken wanneer Hij in Zijn Koninkrijk gekomen zou zijn. Het is misschien de grootste daad van geloof waarover wij in de Schrift lezen, bijna gelijk aan, zo niet groter dan het geloof van Abraham toen hij Izaäk op het altaar offerde. De stervende Verlosser hoorde en beantwoordde zijn roepen en zei tegen hem: „Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn!” Geest en leven vergezelden die woorden en maakten zijn ziel onmiddellijk geschikt voor de erfenis; en voordat de avondschaduwen vielen, ging zijn gelukkige ziel het Paradijs binnen, waar hij nu de lof van God en het Lam bezingt.
Menig kind van God heeft tot bijna zijn laatste uren in deze wereld moeten wandelen zonder een openbaring van vergevende liefde en zonder de toepassing van het verzoenend bloed. Maar hij is niet heengegaan zonder dat de Heilige Geest de zaligheid aan zijn ziel geopenbaard heeft en zijn ziel er ook op gestemd heeft om met de verheerlijkte geesten voor de troon de onsterfelijke lofzang aan te heffen.
Aan de lezer…
Misschien vreest u dat u nooit geschikt zult zijn voor de hemel. U kent de heiligheid zonder welke niemand de Heere zal zien, en u kent ook uw eigen hart. Zie dan naar de moordenaar aan het kruis. Hij had zijn leven doorgebracht met roven en moorden, en lasterde eerst nog met de anderen de Verlosser. En toch raakte soevereine genade zijn hart aan, opende zijn ogen voor de Zoon van God, Die voor hem bloedde, en schonk hem de geest van het gebed.
In één ogenblik maakte de Geest van God hem geschikt voor de erfenis, en voordat de avondschaduwen vielen, was hij met Christus in het Paradijs. Met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen die geheiligd worden. Hebt u nog geen openbaring van vergevende liefde ontvangen, houd dan aan. Menig kind van God heeft lang moeten wandelen zonder de toepassing van het verzoenend bloed, maar de Heilige Geest liet hem niet heengaan zonder dat de zaligheid aan zijn ziel geopenbaard werd.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“For by one offering He hath perfected for ever them that are sanctified.”
Hebrews 10:14
To be “sanctified” is to be made a partaker of that holiness, without which no man shall see the Lord; to be made a new creature; to “put on the new man, which after God is created in righteousness and true holiness;” in a word, to be “made a partaker of the divine nature,” and thus have the holiness of God breathed into and communicated to the soul. Without this inward sanctification, none can enter the gates of heaven. To be made fit, therefore, for the heavenly inheritance, you must have a heavenly heart and a praising, adoring, loving spirit; you must delight yourself in the Lord as being so holy and yet so gracious, so pure and yet so loving, so bright and glorious and yet so condescending and sympathizing.
Now this fitness for the holiness, happiness, and employments of heaven is communicated at regeneration, in which the new man of grace, though weak, is still perfect. Look at the thief upon the cross—what an instance is he how the Spirit of God can in a moment make a man fit for heaven! Here was a vile malefactor, whose life had been spent in robbery and murder, brought at last to suffer the just punishment of his crimes; and as we are told that “they who were crucified with Him reviled Him,” we have reason to believe that at first he joined his fellow malefactor in blaspheming the Redeemer.
But sovereign grace, and what but sovereign grace? touched his heart, brought him to see and feel what he was as a ruined sinner, opened his eyes to view the Son of God bleeding before him, raised up faith in his soul to believe in His Name, and created a spirit of prayer that the Lord of heaven and earth would remember him when He came into His kingdom—perhaps the greatest act of faith we have recorded in all Scripture, almost equal if not superior to the faith of Abraham when he offered up Isaac on the altar.
The dying Redeemer heard and answered his cry, and said to him, “Today shall you be with Me in paradise.” Spirit and life accompanied the words, and raised up at once in his soul a fitness for the inheritance, and before the shadows of night fell, his happy spirit passed into paradise, where he is now singing the praises of God and of the Lamb. Many a poor child of God has gone on almost to his last hours on earth without a manifestation of pardoning love and the application of atoning blood; but he has not been allowed to die without the Holy Spirit revealing salvation to his soul, and attuning his heart to sing the immortal anthem of the glorified spirits before the throne.
To the reader…
Perhaps you fear that you will never be fit for heaven. You know the holiness without which no man shall see the Lord, and you also know your own heart. Look, then, at the thief on the cross. He had spent his life in robbery and murder, and at first he still blasphemed the Redeemer with the others. And yet sovereign grace touched his heart, opened his eyes to the Son of God Who bled for him, and gave him the spirit of prayer.
In one moment the Spirit of God made him fit for the inheritance, and before the evening shadows fell he was with Christ in paradise. By one offering He hath perfected for ever them that are sanctified. If you have not yet received a revelation of pardoning love, hold on. Many a child of God has had to walk a long time without the application of the atoning blood, but the Holy Spirit did not let him depart without salvation being revealed to his soul.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Porque con una sola ofrenda hizo perfectos para siempre a los santificados.”
Hebreos 10:14
Ser “santificado” es ser hecho partícipe de aquella santidad sin la cual nadie verá al Señor; ser hecho una nueva criatura; “vestir el nuevo hombre que es criado conforme a Dios en justicia y en santidad de verdad”; en una palabra, ser hecho “participante de la naturaleza divina”, y así tener la santidad de Dios infundida y comunicada al alma. Sin esta santificación interior, nadie puede entrar por las puertas del cielo. Para ser hecho apto, por tanto, para la herencia celestial, usted ha de tener un corazón celestial y un espíritu que alabe, adore y ame; ha de deleitarse en el Señor por ser tan santo y, sin embargo, tan clemente; tan puro y, sin embargo, tan amante; tan resplandeciente y glorioso y, sin embargo, tan condescendiente y compasivo.
Ahora bien, esta aptitud para la santidad, la felicidad y las ocupaciones del cielo se comunica en la regeneración, en la cual el nuevo hombre de la gracia, aunque débil, es sin embargo perfecto. Mire al ladrón en la cruz: ¡qué ejemplo es de cómo el Espíritu de Dios puede en un momento hacer a un hombre apto para el cielo! He aquí un vil malhechor, cuya vida se había pasado en el robo y el asesinato, llevado al fin a sufrir el justo castigo de sus crímenes; y como se nos dice que “los que estaban crucificados con Él Le zaherían”, tenemos razón para creer que al principio se unió a su compañero malhechor en blasfemar al Redentor.
Pero la gracia soberana, ¿y qué sino la gracia soberana?, tocó su corazón, le llevó a ver y sentir lo que él era como pecador arruinado, abrió sus ojos para contemplar al Hijo de Dios sangrando delante de él, levantó la fe en su alma para creer en Su Nombre, y creó un espíritu de oración para que el Señor del cielo y de la tierra se acordara de él cuando viniera en Su reino; quizá el mayor acto de fe que tenemos registrado en toda la Escritura, casi igual, si no superior, a la fe de Abraham cuando ofreció a Isaac sobre el altar.
El Redentor moribundo oyó y respondió su clamor, y le dijo: “Hoy estarás conmigo en el paraíso.” Espíritu y vida acompañaron las palabras, y levantaron al instante en su alma una aptitud para la herencia; y antes de que cayeran las sombras de la noche, su dichoso espíritu pasó al paraíso, donde ahora canta las alabanzas de Dios y del Cordero. Muchos pobres hijos de Dios han seguido adelante casi hasta sus últimas horas en la tierra sin una manifestación del amor que perdona y sin la aplicación de la sangre expiatoria; pero no se les ha permitido morir sin que el Espíritu Santo revelara la salvación a su alma y afinara su corazón para cantar el himno inmortal de los espíritus glorificados delante del trono.
Al lector…
Quizá teme usted que nunca será apto para el cielo. Conoce la santidad sin la cual nadie verá al Señor, y conoce también su propio corazón. Mire, pues, al ladrón en la cruz. Había pasado su vida en el robo y el asesinato, y al principio todavía blasfemaba al Redentor con los demás. Y sin embargo, la gracia soberana tocó su corazón, abrió sus ojos al Hijo de Dios que sangraba por él, y le dio el espíritu de oración.
En un momento el Espíritu de Dios le hizo apto para la herencia, y antes de que cayeran las sombras de la tarde estaba con Cristo en el paraíso. Con una sola ofrenda hizo perfectos para siempre a los santificados. Si todavía no ha recibido una revelación del amor que perdona, persevere. Muchos hijos de Dios han tenido que andar largo tiempo sin la aplicación de la sangre expiatoria, pero el Espíritu Santo no los dejó partir sin que la salvación fuera revelada a su alma.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl