29 de marzo
Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.
Hebreeën 10:14
Geheiligd te worden is een deelgenoot gemaakt te worden van die heiligheid, zonder welke niemand de Heere zien zal. Het is gemaakt te worden tot een nieuw schepsel. Het wordt genoemd de nieuwe mens aan te doen, die naar God geschapen is, in ware gerechtigheid en heiligheid. In één woord, het is een deelgenoot te worden van de Goddelijke natuur, en dus de heiligheid Gods ingestort en medegedeeld te worden aan de ziel. Zonder deze inwendige heiligheid kan niemand de poort des hemels binnengaan.
Om derhalve geschikt te zijn voor de hemelse erfenis, moet gij een hemelsgezind hart hebben, en een prijzende, aanbiddende en liefhebbende geest. Gij moet u vermaken en verblijden in de Heere, als zijnde zo heilig en toch zo vriendelijk; zo rein en toch zo beminnelijk; zo blinkend en toch zo welgevallig en medelijdend. Welnu, deze geschiktheid voor de heiligheid, gelukzaligheid en bezigheden des hemels wordt medegedeeld bij de wedergeboorte, waarin de nieuwe mens der genade, ofschoon zwak, echter volkomen is.
Zie maar de moordenaar aan het kruis. Wat een treffend voorbeeld is hij, dat de Geest Gods in een ogenblik een mens voor de hemel geschikt kan maken! Hier was een lage boosdoener, die zijn leven had doorgebracht met roven en moorden, en die ten laatste zijn verdiende straf onderging. Van deze moordenaars lezen wij: „Ook die met Hem gekruisigd waren, smaadden Hem.” Wij hebben dus reden te geloven dat hij eerst zijn broeder moordenaar gelijk was in het lasteren van de Verlosser.
Maar soevereine genade (en wat anders dan soevereine genade?) raakte zijn hart aan, deed hem zien en gevoelen wat een ellendig, verloren zondaar hij was. Zij opende zijn ogen om de Zoon van God te zien, bloedende voor hem; zij verwekte in zijn ziel geloof om te geloven in Zijn Naam; zij schonk hem de geest des gebeds, dat de Heere des hemels en der aarde zijner wilde gedenken, als Hij in Zijn Koninkrijk zou gekomen zijn. Het is misschien de grootste daad des geloofs waarvan wij in de Schrift lezen; bijna gelijk, indien niet groter, aan het geloof van Abraham, toen hij Izaäk op het altaar offerde. De stervende Verlosser hoorde en beantwoordde zijn geroep en zei tot hem: „Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn!” Geest en leven vergezelden de woorden en schonken hem in de dadelijkheid een geschiktheid zijner ziel voor de erfenis; en vóór de avondschaduwen vielen, ging zijn gelukkige ziel in het Paradijs, alwaar hij nu bezingt de lof van God en het Lam.
Menig kind van God heeft bijna tot zijn laatste uren op deze wereld moeten wandelen zonder een openbaring van vergevende liefde en de toepassing van het verzoenend bloed, maar hij is niet heengegaan zonder dat de Heilige Geest de zaligheid aan zijn ziel geopenbaard heeft en dan ook zijn ziel gestemd heeft om met de verheerlijkte geesten voor de troon de onsterfelijke lofzang te kunnen aanheffen.
Aan de lezer…
Misschien vreest u, waarde lezer, dat u nooit geschikt zult zijn voor de hemel. U kent de heiligheid zonder welke niemand de Heere zien zal, en u kent ook uw eigen hart. Zie dan op de moordenaar aan het kruis. Hij had zijn leven doorgebracht met roven en moorden, en lasterde eerst nog met de anderen de Verlosser. En toch raakte soevereine genade zijn hart aan, opende zijn ogen voor de Zoon van God, bloedende voor hem, en schonk hem de geest des gebeds.
In één ogenblik maakte de Geest Gods hem geschikt voor de erfenis, en vóór de avondschaduwen vielen, was hij met Christus in het Paradijs. Met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen die geheiligd worden. Hebt u nog geen openbaring van vergevende liefde ontvangen, houd dan aan. Menig kind van God heeft lang moeten wandelen zonder de toepassing van het verzoenend bloed, maar de Heilige Geest liet hem niet heengaan zonder dat de zaligheid aan zijn ziel geopenbaard werd.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.
Hebreeën 10:14
Geheiligd worden is deelgenoot gemaakt worden van die heiligheid zonder welke niemand de Heere zal zien. Het is tot een nieuw schepsel gemaakt worden. Het wordt genoemd: de nieuwe mens aandoen, die naar God geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid. Kortom, het is deelgenoot worden van de goddelijke natuur, zodat de heiligheid van God in de ziel wordt ingestort en aan haar wordt meegedeeld. Zonder deze inwendige heiligheid kan niemand de poort van de hemel binnengaan.
Om dus geschikt te zijn voor de hemelse erfenis, moet u een hemelsgezind hart hebben en een prijzende, aanbiddende en liefhebbende geest. U moet vreugde vinden en u verblijden in de Heere, omdat Hij zo heilig en toch zo vriendelijk is, zo rein en toch zo beminnelijk, zo stralend en toch zo welgezind en medelijdend. Welnu, deze geschiktheid voor de heiligheid, de gelukzaligheid en de bezigheden van de hemel wordt meegedeeld bij de wedergeboorte, waarin de nieuwe mens van de genade, hoewel zwak, toch volkomen is.
Zie maar naar de moordenaar aan het kruis. Wat een treffend voorbeeld is hij ervan dat de Geest van God een mens in een ogenblik geschikt kan maken voor de hemel! Hier was een gemene misdadiger, die zijn leven had doorgebracht met roven en moorden, en die ten slotte zijn verdiende straf onderging. Over deze moordenaars lezen wij: „Ook die met Hem gekruisigd waren, smaadden Hem.” Wij hebben dus reden om te geloven dat hij eerst net als zijn medemoordenaar de Verlosser lasterde.
Maar soevereine genade (en wat anders dan soevereine genade?) raakte zijn hart aan en deed hem zien en voelen wat een ellendige, verloren zondaar hij was. Zij opende zijn ogen om de Zoon van God te zien, bloedend voor hem; zij wekte in zijn ziel het geloof om in Zijn Naam te geloven; zij schonk hem de geest van het gebed, dat de Heere van hemel en aarde aan hem wilde denken wanneer Hij in Zijn Koninkrijk gekomen zou zijn. Het is misschien de grootste daad van geloof waarover wij in de Schrift lezen, bijna gelijk aan, zo niet groter dan het geloof van Abraham toen hij Izaäk op het altaar offerde. De stervende Verlosser hoorde en beantwoordde zijn roepen en zei tegen hem: „Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn!” Geest en leven vergezelden die woorden en maakten zijn ziel onmiddellijk geschikt voor de erfenis; en voordat de avondschaduwen vielen, ging zijn gelukkige ziel het Paradijs binnen, waar hij nu de lof van God en het Lam bezingt.
Menig kind van God heeft tot bijna zijn laatste uren in deze wereld moeten wandelen zonder een openbaring van vergevende liefde en zonder de toepassing van het verzoenend bloed. Maar hij is niet heengegaan zonder dat de Heilige Geest de zaligheid aan zijn ziel geopenbaard heeft en zijn ziel er ook op gestemd heeft om met de verheerlijkte geesten voor de troon de onsterfelijke lofzang aan te heffen.
Aan de lezer…
Misschien vreest u dat u nooit geschikt zult zijn voor de hemel. U kent de heiligheid zonder welke niemand de Heere zal zien, en u kent ook uw eigen hart. Zie dan naar de moordenaar aan het kruis. Hij had zijn leven doorgebracht met roven en moorden, en lasterde eerst nog met de anderen de Verlosser. En toch raakte soevereine genade zijn hart aan, opende zijn ogen voor de Zoon van God, Die voor hem bloedde, en schonk hem de geest van het gebed.
In één ogenblik maakte de Geest van God hem geschikt voor de erfenis, en voordat de avondschaduwen vielen, was hij met Christus in het Paradijs. Met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen die geheiligd worden. Hebt u nog geen openbaring van vergevende liefde ontvangen, houd dan aan. Menig kind van God heeft lang moeten wandelen zonder de toepassing van het verzoenend bloed, maar de Heilige Geest liet hem niet heengaan zonder dat de zaligheid aan zijn ziel geopenbaard werd.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“For by one offering He hath perfected for ever them that are sanctified.”
Hebrews 10:14
To be “sanctified” is to be made a partaker of that holiness, without which no man shall see the Lord; to be made a new creature; to “put on the new man, which after God is created in righteousness and true holiness;” in a word, to be “made a partaker of the divine nature,” and thus have the holiness of God breathed into and communicated to the soul. Without this inward sanctification, none can enter the gates of heaven. To be made fit, therefore, for the heavenly inheritance, you must have a heavenly heart and a praising, adoring, loving spirit; you must delight yourself in the Lord as being so holy and yet so gracious, so pure and yet so loving, so bright and glorious and yet so condescending and sympathizing.
Now this fitness for the holiness, happiness, and employments of heaven is communicated at regeneration, in which the new man of grace, though weak, is still perfect. Look at the thief upon the cross—what an instance is he how the Spirit of God can in a moment make a man fit for heaven! Here was a vile malefactor, whose life had been spent in robbery and murder, brought at last to suffer the just punishment of his crimes; and as we are told that “they who were crucified with Him reviled Him,” we have reason to believe that at first he joined his fellow malefactor in blaspheming the Redeemer.
But sovereign grace, and what but sovereign grace? touched his heart, brought him to see and feel what he was as a ruined sinner, opened his eyes to view the Son of God bleeding before him, raised up faith in his soul to believe in His Name, and created a spirit of prayer that the Lord of heaven and earth would remember him when He came into His kingdom—perhaps the greatest act of faith we have recorded in all Scripture, almost equal if not superior to the faith of Abraham when he offered up Isaac on the altar.
The dying Redeemer heard and answered his cry, and said to him, “Today shall you be with Me in paradise.” Spirit and life accompanied the words, and raised up at once in his soul a fitness for the inheritance, and before the shadows of night fell, his happy spirit passed into paradise, where he is now singing the praises of God and of the Lamb. Many a poor child of God has gone on almost to his last hours on earth without a manifestation of pardoning love and the application of atoning blood; but he has not been allowed to die without the Holy Spirit revealing salvation to his soul, and attuning his heart to sing the immortal anthem of the glorified spirits before the throne.
To the reader…
Perhaps you fear that you will never be fit for heaven. You know the holiness without which no man shall see the Lord, and you also know your own heart. Look, then, at the thief on the cross. He had spent his life in robbery and murder, and at first he still blasphemed the Redeemer with the others. And yet sovereign grace touched his heart, opened his eyes to the Son of God Who bled for him, and gave him the spirit of prayer.
In one moment the Spirit of God made him fit for the inheritance, and before the evening shadows fell he was with Christ in paradise. By one offering He hath perfected for ever them that are sanctified. If you have not yet received a revelation of pardoning love, hold on. Many a child of God has had to walk a long time without the application of the atoning blood, but the Holy Spirit did not let him depart without salvation being revealed to his soul.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Porque con una sola ofrenda hizo perfectos para siempre a los santificados.”
Hebreos 10:14
Ser “santificado” es ser hecho partícipe de aquella santidad sin la cual nadie verá al Señor; ser hecho una nueva criatura; “vestir el nuevo hombre que es criado conforme a Dios en justicia y en santidad de verdad”; en una palabra, ser hecho “participante de la naturaleza divina”, y así tener la santidad de Dios infundida y comunicada al alma. Sin esta santificación interior, nadie puede entrar por las puertas del cielo. Para ser hecho apto, por tanto, para la herencia celestial, usted ha de tener un corazón celestial y un espíritu que alabe, adore y ame; ha de deleitarse en el Señor por ser tan santo y, sin embargo, tan clemente; tan puro y, sin embargo, tan amante; tan resplandeciente y glorioso y, sin embargo, tan condescendiente y compasivo.
Ahora bien, esta aptitud para la santidad, la felicidad y las ocupaciones del cielo se comunica en la regeneración, en la cual el nuevo hombre de la gracia, aunque débil, es sin embargo perfecto. Mire al ladrón en la cruz: ¡qué ejemplo es de cómo el Espíritu de Dios puede en un momento hacer a un hombre apto para el cielo! He aquí un vil malhechor, cuya vida se había pasado en el robo y el asesinato, llevado al fin a sufrir el justo castigo de sus crímenes; y como se nos dice que “los que estaban crucificados con Él Le zaherían”, tenemos razón para creer que al principio se unió a su compañero malhechor en blasfemar al Redentor.
Pero la gracia soberana, ¿y qué sino la gracia soberana?, tocó su corazón, le llevó a ver y sentir lo que él era como pecador arruinado, abrió sus ojos para contemplar al Hijo de Dios sangrando delante de él, levantó la fe en su alma para creer en Su Nombre, y creó un espíritu de oración para que el Señor del cielo y de la tierra se acordara de él cuando viniera en Su reino; quizá el mayor acto de fe que tenemos registrado en toda la Escritura, casi igual, si no superior, a la fe de Abraham cuando ofreció a Isaac sobre el altar.
El Redentor moribundo oyó y respondió su clamor, y le dijo: “Hoy estarás conmigo en el paraíso.” Espíritu y vida acompañaron las palabras, y levantaron al instante en su alma una aptitud para la herencia; y antes de que cayeran las sombras de la noche, su dichoso espíritu pasó al paraíso, donde ahora canta las alabanzas de Dios y del Cordero. Muchos pobres hijos de Dios han seguido adelante casi hasta sus últimas horas en la tierra sin una manifestación del amor que perdona y sin la aplicación de la sangre expiatoria; pero no se les ha permitido morir sin que el Espíritu Santo revelara la salvación a su alma y afinara su corazón para cantar el himno inmortal de los espíritus glorificados delante del trono.
Al lector…
Quizá teme usted que nunca será apto para el cielo. Conoce la santidad sin la cual nadie verá al Señor, y conoce también su propio corazón. Mire, pues, al ladrón en la cruz. Había pasado su vida en el robo y el asesinato, y al principio todavía blasfemaba al Redentor con los demás. Y sin embargo, la gracia soberana tocó su corazón, abrió sus ojos al Hijo de Dios que sangraba por él, y le dio el espíritu de oración.
En un momento el Espíritu de Dios le hizo apto para la herencia, y antes de que cayeran las sombras de la tarde estaba con Cristo en el paraíso. Con una sola ofrenda hizo perfectos para siempre a los santificados. Si todavía no ha recibido una revelación del amor que perdona, persevere. Muchos hijos de Dios han tenido que andar largo tiempo sin la aplicación de la sangre expiatoria, pero el Espíritu Santo no los dejó partir sin que la salvación fuera revelada a su alma.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl