Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

28 juni Korenaren uit de volle oogst

De Heere is God, Die ons licht gegeven heeft.
Psalm 118:27

Als de Heere God ons licht heeft laten zien, heeft Hij het ons getoond zowel met betrekking tot Zichzelf als met betrekking tot ons. Met betrekking tot Zichzelf toonde Hij ons wie Hij is. Hij heeft iets van Zichzelf aan ons geweten verzegeld, Hij heeft iets van Zijn heerlijke natuur aan onze zielen ontdekt, en Hij heeft ons onder de leiding van de Heilige Geest in Zijn tegenwoordigheid gebracht, om daar mededelingen ten leven te ontvangen uit de onuitputtelijke volheid van Christus. Zo zien wij in dit licht dat wij te maken hebben met een God Die de harten doorzoekt. In dit licht zien en voelen wij dat wij te maken hebben met een God Die de zonde haat, met een God Die Zich niet laat bespotten. In dit licht zien en voelen wij dat elk geheim van ons hart en elke beweging van onze geest open voor Hem ligt. En in dit licht zien wij, voor zover het Hem behaagt het ons te laten zien, dat wij in Zijn heilige ogen niets meer zijn dan één massa zonde, onreinheid en bederf: zonder hulp, zonder kracht, zonder verstand, zonder gerechtigheid, zonder enige bekoorlijkheid van het schepsel, zonder iets waarvan wij kunnen zeggen dat het geestelijk goed is.

Verder heeft God de Heere, door ons het licht te laten zien, ons in meer of mindere mate de weg gewezen tot de zaligheid door Jezus Christus. Hij heeft ons niet alleen laten zien wat wij van nature zijn, maar Hij heeft Zich tot op zekere hoogte verwaardigd ons te tonen wat wij door genade zijn. Hij heeft in ons hart niet alleen enige kennis gegeven van Zichzelf als een God van volmaakte gerechtigheid, maar Hij heeft onze ziel in meer of mindere mate ook enige kennis gegeven van Zichzelf als een God van genade. Zo heeft Hij ons Hem leren kennen als de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft. En zo heeft Hij in onze ziel een bron laten ontstaan van een zeker geestelijk leven, ieder naar zijn mate.

Heer, onze Heer, grootmachtig Opperwezen,
hoe billijk wordt uw grote naam geprezen!
Hoe heerlijk rolt uit aller vromen mond
die grote naam door ’t ganse wereldrond!

Ps. 8:9

Aan de lezer…

Er zijn tijden dat het licht van God u toont wie u in Zijn heilige ogen bent: zonder kracht, zonder gerechtigheid, zonder iets waarvan u kunt zeggen dat het geestelijk goed is. Dat is een pijnlijk gezicht, en menigeen meent daarom dat God tegen hem is. Maar wie heeft u die blik gegeven? Het is de Heere, Die u licht gegeven heeft; van nature zou niemand zichzelf zo zien.

En Hij Die u toonde wat u van nature bent, wil u ook tonen wat u door genade bent. Hij laat Zich niet alleen kennen als een God van volmaakte gerechtigheid, maar ook als een God van genade in Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft. Al is uw geestelijk leven nog maar zwak, het is een bron die Hij Zelf liet ontstaan. Wacht dan in dat licht op meer licht.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

28 juni 365 dagen met Philpot

Door Christus tot God gaan

Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25

Wanneer de levende ziel met pas geopende ogen om zich heen kijkt, ziet zij dat de wereld vol zonde en smart is. Zij ziet dat Gods oorspronkelijke vloek over de aarde elk aards goed heeft verbitterd en de naaste en dierbaarste betrekkingen tussen mensen heeft bedorven. Zij ziet dat beproeving en bezoeking, verliezen, kruisen, sterfgevallen, ergernissen en teleurstellingen elk huis binnendringen, en vooral daar waar God gevreesd wordt; dat te midden van deze tonelen van smart en verwarring alle menselijke hulp en hoop vergeefs is; dat zij een stervende is in een stervende wereld en spoedig moet heengaan uit de tijd, waar alles schaduw is, naar de eeuwigheid, waar alles werkelijkheid is. Wanneer het de Heere behaagt haar iets van Zichzelf te openbaren, iets van Zijn goedheid en barmhartigheid, Zijn verzoenend bloed en stervende liefde in haar uit te storten, gaat zij steeds meer verlangen naar de ontdekking van die zegeningen die alleen in Hem te vinden zijn. Want Zijn zegeningen zijn niet zoals de tijdelijke weldaden die we van Hem ontvangen, die allemaal vergaan door het gebruik, maar ze zijn voor eeuwig en altijd, en als ze eenmaal gegeven zijn, worden ze nooit meer teruggenomen.

Zo worden ze een voorsmaak van eeuwige vreugden, want ze zijn volstrekt onherroepelijk. Toen Izak eenmaal Jakob in Gods Naam had gezegend, kon die zegen, hoewel hij door bedrog verkregen was, niet meer worden herroepen, omdat hij eenmaal gegeven was. Daarom zei hij tegen Ezau: „Ik heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen” (Gen. 27:33). Zo is het ook wanneer de Heere Zijn kinderen gezegend heeft met een geestelijke zegen die in Zijn onuitputtelijke volheid ligt opgeslagen: deze zegeningen zijn als Hijzelf, onveranderlijk en onveranderbaar. Want „is Hij tegen iemand, wie zal dan Hem afkeren” (Job 23:13); Hij „is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid” (Hebr. 13:8). Wie Hij liefheeft, heeft Hij lief tot het einde; „want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk” (Rom. 11:29). Hij heeft er nooit berouw over dat Hij ze gegeven heeft, omdat eeuwige liefde hun onveranderlijke, nooit opdrogende bron is.

Lezen: Romeinen 11:22-36

Aan de lezer…

Ervaart u hoe kruisen, verliezen en teleurstellingen ook uw huis binnendringen, en hoe alle menselijke hulp te midden daarvan vergeefs blijkt? Het is een stervende wereld, en wij zijn er stervenden in. Al wat de Heere ons hier aan tijdelijke weldaden geeft, vergaat door het gebruik. Dat is een bittere les, maar zij drijft de ziel uit naar betere zegeningen.

Want wat de Heere met Zijn geestelijke zegen geeft, neemt Hij nooit meer terug. Zoals Izak zei: „Ik heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen”, zo blijft ook Zijn zegen staan, want Hij is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid. Hebt u ooit iets van Zijn verzoenend bloed en stervende liefde geproefd? Hij heeft er nooit berouw over dat Hij het gaf. Ga dan door Christus tot God om meer, want de bron is eeuwige liefde, en die raakt nooit uitgeput.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

28 juni Door Baca’s vallei

En Hij is een verzoening voor onze zonden.
1 Johannes 2:2

Wat is verzoening? Onder verzoening verstaan wij een offerande die de Heere aangenaam is; een offerande waardoor God, of liever de eigenschappen van God, verzoend worden; waardoor God Zijn gunst kan bewijzen, en waardoor barmhartigheid, genade en vergeving kunnen worden meegedeeld. Welnu, de zonde, en de wet die de zonde veroordeelt, sluiten de gunst van God uit. Zij werden een belemmering voor de liefde van God. Want God kan, als God, de zonde en de zondaar niet liefhebben. De zonde van de mens en de heilige wet van God, als het afschrift van Zijn oneindige en eeuwige heiligheid, stoten om zo te zeggen de gunst van God af.

Het was dus noodzakelijk dat de slagboom werd weggenomen, zodat er een kanaal geopend kon worden waardoor genade, gunst en barmhartigheid van God naar de zondaar konden toestromen. In één woord: de zonde moest worden uitgewist en de wet moest worden voldaan en vervuld in al haar strenge eisen. En God, Die rechtvaardig is en al Zijn rechtvaardige eigenschappen handhaaft, zou geen van Zijn heilige volmaaktheden hoeven op te offeren, en toch de Rechtvaardige zijn en blijven, de volkomen Rechtvaardige, en tegelijk de Rechtvaardigmaker van hen die in Jezus geloven. Maar hoe moest dat tot stand komen? Geen serafijn of engel had daar een weg voor kunnen bedenken. Het lag van eeuwigheid besloten in de boezem van de drie-enige God. En het was dit: dat de eniggeboren Zoon van God, Die van alle eeuwigheid in de schoot van de Vader was, het afschijnsel van Zijn heerlijkheid en het uitgedrukte beeld van Zijn zelfstandigheid, een bloedend Lam zou worden: het Lam, geslacht van vóór de grondlegging der wereld. Hij zou in vereniging met Zijn Goddelijke Persoon de menselijke natuur aannemen, het vlees en bloed van de kinderen, zuiver, onbesmet en heilig, en die natuur, het lichaam dat God voor Hem bereid had, als een heilige offerande opofferen.

Toen Hij in de wereld kwam, begon Zijn offer al. Elke heilige gedachte, elk heilig woord en elke heilige daad in lijden en doen, die door de ziel van de eniggeboren Zoon van God ging, van Zijn lippen vloeide of door Zijn handen verricht werd, was een deel van die offerande. Maar de grote voltooiing ervan (vooral het offer van het lichaam) vond plaats toen Hij aan het vervloekte hout genageld was en Zijn bloed vergoten werd om de zonde weg te nemen. Dit nu is de verzoening, de verlossing, de offerande, de weg, de enige weg waardoor de zonde verzoend is, de weg, de enige weg waardoor de zonde vergeven is. Maar zal deze gezegende offerande en verzoening op ons overgaan, zodat haar waarde, haar kracht, werking en zegen in ons geweten worden ervaren, dan moet er in onze ziel gewerkt worden om haar te kunnen omhelzen.

De enige zaligheid voor onze ziel is de verzoening die Jezus aan het kruis tot stand bracht. Er is geen ander offer voor de zonde dan dit. Maar hoe kan dit in ons hart worden overgebracht? Hoe wordt de kracht van deze verzoenende offerande persoonlijk de onze? Door het geloof. Verklaart de Heilige Geest dat niet door de mond van de apostel? Hij zegt: „Welke God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed.” Dit is het keerpunt in de zaligheid van de ziel. Dit is de voornaamste, beslissende zaak in het geweten van de mens voor God.

Dit is de kaap die ieder moet omvaren die zich op de zee van de verlossing begeeft. Voordat hij deze kaap kan ronden, wordt hij door stormen teruggedreven en door winden heen en weer geslingerd, en vaak vreest hij dat de golven hem zullen verslinden. Maar wanneer hij door het levend geloof in staat wordt gesteld deze kaap te ronden en te zien op de verzoening door het bloed van het Lam; wanneer hij merkt dat zijn hart en ziel ernaar uitgaan en erop leunen, en hij een zekere, zoete rust en vrede geniet in het bloed van de offerande die op de top van Golgotha geofferd is, dan heeft hij „Kaap de Goede Hoop” gerond. Dan is hij vanuit de Atlantische Oceaan in de Stille Zuidzee gekomen, en begint hij in zijn geweten de gunst en genade van de Heere, de almachtige God, te smaken.

Aan de lezer…

Misschien bent u nog op zee, door stormen teruggedreven en door winden heen en weer geslingerd, en vreest u vaak dat de golven u zullen verslinden. Ligt de zonde, en de wet die haar veroordeelt, als een slagboom tussen u en de gunst van God? U hoeft dat niet te verbloemen. Geen engel kon een weg vinden, en u kunt die ook niet vinden; maar God heeft hem gevonden in Zijn eniggeboren Zoon, het Lam dat aan het vervloekte hout Zijn bloed vergoot.

Daar ligt de enige weg waardoor de zonde vergeven wordt. Zie dan op dat bloed, ook al is uw geloof zwak, en vraag de Heere of Hij uw hart erop wil laten leunen. Wanneer Hij u dat geeft, zult u de kaap ronden en in stiller water komen, en de zoete rust smaken die in het bloed van de offerande ligt. Hij is een verzoening voor onze zonden; laat die waarheid het anker van uw hoop zijn.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina