Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

28 maart Korenaren uit de volle oogst

Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof, tot de zaligheid.
1 Petrus 1:5

Zij die in de kracht van God door het geloof bewaard worden, zijn vaak onrustig en angstig in zichzelf. Zij vrezen of deze zaligheid ooit het deel van hun ziel zal zijn, of zij niet verworpenen zullen blijken te zijn, of het werk in hun ziel het echte werk is, en of zij door God onderwezen zijn. Maar de Heere zegt: „Zij worden in Zijn kracht bewaard tot de zaligheid”. Zij worden bewaard als in een stad vol krijgsvolk, totdat de zaligheid in al haar heerlijkheid, lieflijkheid, blijdschap en gelukzaligheid in hun hart komt. Zij worden beschermd en omringd door alle eigenschappen van God, zodat hun geloof niet bezwijkt en zij „het einde huns geloofs, de zaligheid hunner zielen ontvangen”.

Arme, twijfelmoedige, bedroefde, vrezende, schuldige zondaar! Deze belofte is voor u. Uw ziel is geborgen in de Heere uw God; uw plaats en uw naam blijven hier bewaard. Het is een belofte voor u, ja, een belofte voor ons allemaal. Zij is voor ons, of wij nu bij elkaar zijn of van elkaar gescheiden; een belofte voor de stad en voor het land. Zij is een belofte voor een kind van God te midden van beproeving en verzoeking, en een belofte wanneer hij zich verheugt in een korte verlossing daarvan. Zij is een belofte voor hem in oorlog en in vrede; een belofte als de kanonnen bulderen en de aarde beeft, en een belofte als er geen vijand in de buurt is, want juist dan kan de vijand met een krijgslist naderen.

Ja, als u één ogenblik zou kunnen noemen waarop u deze belofte niet nodig hebt, dan zou dat juist het ogenblik zijn waarop u haar het meest nodig hebt. Als u ooit zover kwam dat u zei: „Nu heb ik de belofte niet meer nodig,” dan zou juist dat gevoel u laten zien dat u aan de rand van een afgrond stond. Op dat ogenblik zou u die belofte dus meer nodig hebben dan ooit.

Herdenk de trouw, aan ons voorheen betoond,
denk aan Uw volk, door U van ouds verkregen,
denk aan Uw erf, het voorwerp van Uw zegen,
aan Sions berg, waar G’eertijds hebt gewoond.

Ps. 74:2

Aan de lezer…

Arme, twijfelmoedige ziel, vraagt u zich soms af of het werk in u wel echt is, of u niet toch verworpen zult blijken te zijn? Ik zeg u eerlijk dat juist zij die door God bewaard worden, vaak zo onrustig en angstig in zichzelf zijn. Uw vrees is dus geen bewijs dat u erbuiten staat. De belofte zegt niet dat u uzelf bewaart, maar dat u bewaard wordt „in de kracht Gods door het geloof, tot de zaligheid”.

U bent als in een stad vol krijgsvolk, omringd door alle eigenschappen van God. Die belofte is voor u in de beproeving en in de verlossing, in de strijd en in de rust. En denkt u ooit dat u haar niet meer nodig hebt, dan staat u juist aan de rand van de afgrond. Klem u daarom aan haar vast, vandaag en elke dag. Niet uw kracht, maar Zijn kracht zal u bewaren tot het einde.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

28 maart 365 dagen met Philpot

De gelovige moordenaar

Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
Lukas 23:43

„Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” „Heden – voor de zon ondergaat, voor de nacht invalt, op dezelfde dag nog dat de woorden tot u zijn gesproken – zult gij met Mij zijn.” Wat kon de stervende moordenaar, wat zou hij meer willen dan bij Jezus te zijn, de Heere van het leven en van de heerlijkheid? Wat meer dan heerlijk te genieten van Zijn liefde, voor Zijn aangezicht te staan en voor eeuwig gezegend te zijn met de openbaring van Zijn tegenwoordigheid? Ondanks de zonde, ondanks de dood, ondanks de duivel zei de Heere: „Heden zult gij met Mij zijn – veilig in Mijn armen, veilig aan Mijn borst, veilig onder de vleugels van eeuwige liefde.” Wat kon hij zich nog meer wensen? Dit vervult alles.

Het is waar dat de Heere Jezus Christus toen nog niet, zichtbaar in Zijn lichaam, was opgevaren naar de plaats waar Hij voordien was. Maar de ziel van de moordenaar was bij de ziel van Jezus in het Paradijs. Wat betekent het woord Paradijs? Het Paradijs was de hof waarin Adam en Eva werden geplaatst toen ze geschapen waren. Daarom betekende het in de Joodse taal de eeuwige verblijfplaats van de gelukzaligen, waar de boom des levens groeit, waar het aangezicht van God te zien is en waar alle vreugde en blijdschap ten volle aanwezig zijn. Diezelfde dag nog was hij met Jezus in het Paradijs. En hij is nu in het Paradijs, waar hij geniet van het aangezicht van God, terwijl zijn bevrijde ziel baadt in de wateren van de hemel; en daar zal hij zijn tot de tijd ophoudt te bestaan.

Lezen: 1 Thessalonicenzen 4

Aan de lezer…

Wat zou u, lezer, meer kunnen wensen dan bij Jezus te zijn? De stervende moordenaar hoorde het uit de mond van de Heere Zelf: „Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” Nog voordat de zon onderging, ondanks de zonde, ondanks de dood, ondanks de duivel. Veilig in Zijn armen, veilig aan Zijn borst, veilig onder de vleugels van eeuwige liefde. Dit vervult alles.

Misschien ziet u met vrees op naar uw eigen sterven en vraagt u zich af wat er dan met uw ziel zal gebeuren. Laat dit woord u dan troosten. Het Paradijs is de plaats waar het aangezicht van God te zien is en alle vreugde ten volle aanwezig is, en het is de Heere Jezus Die het belooft aan wie tot Hem roept. Zoek uw zekerheid niet in uzelf, maar in Zijn „Voorwaar”. Wat Hij de moordenaar beloofde, heeft Hij gehouden, en Hij is nog Dezelfde voor elke arme zondaar die op Hem ziet.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

28 maart Door Baca’s vallei

Want Gij zult Mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie.
Psalm 16:10

Toen de aanbiddelijke Zoon van God door een vrijwillige daad Zijn leven had afgelegd, waren de laatste woorden die Hij sprak: „Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest.” Onder Zijn geest moeten wij Zijn menselijke ziel verstaan, die onmiddellijk het Paradijs binnenging, in de onmiddellijke tegenwoordigheid van God. Zo sprak Hij vertrouwelijk: „Maar nu kom Ik tot U,” Joh. 17:10. Hij ging daar niet alleen heen. Een zegeteken volgde Hem zeer spoedig. Want de ziel van die berouwvolle, gelovige misdadiger, die met Hem deelde in Zijn lijden, werd door Zijn soevereine genade met Hem deelgenoot van de heerlijkheid.

Er was toen een werkelijke scheiding van lichaam en ziel van de Verlosser, maar die verbrak de vereniging van Zijn Godheid en mensheid niet. Die vereniging bleef ongeschonden toen Zijn heilige ziel het Paradijs binnenging, en zo was Hij in het Paradijs nog dezelfde Godmens als Hij was bij het graf van Lazarus en aan het Avondmaal. Maar Zijn heilig lichaam bleef, hoewel het leven er door de dood uit was weggegaan, net als tevoren „het Heilige”. De dood kon dit heilig lichaam in het graf evenmin aantasten als de zonde dat kon in de schoot van Maria. De belofte was daarom: „Gij zult Mijn ziel in de hel niet verlaten; noch toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie.”

Dit heilig lichaam was wezenlijk onverderfelijk, omdat het door de Heilige Geest, door een bijzondere, bovennatuurlijke verwekking, uit het vlees van Maria was toebereid. Maar zoals in alle andere daden van de gezegende Drie-eenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, waren Zij overeengekomen dat geen verderving in het graf het lichaam zou aantasten. De Vader beloofde dit, en als een God Die niet liegen kan, voerde Hij dit uit door Zijn almachtige, alles beheersende kracht. De Zoon onderhield en bewaarde door dezelfde eigen, werkzame, goddelijke, innerlijke kracht Zijn lichaam in het graf even onbevlekt als in de schoot van de maagd. En de Heilige Geest, Die het in de eerste ontvangenis gevormd had, ademde Zijn heilige invloed over dit lichaam om het, ondanks dood en graf, even zuiver en onverderfelijk te bewaren als toen Hij het voor het eerst vormde.

Deze dingen zijn inderdaad moeilijk te bevatten, maar het zijn hemelse verborgenheden die het geloof omhelst en vasthoudt, ondanks gevoel, rede en ongeloof. Want zie eens welke vreselijke gevolgtrekkingen wij hier zouden kunnen maken, als dit gezegende lichaam werkelijk door verderving aangetast had kunnen worden. Zou een verderfelijk lichaam opgewekt kunnen worden? Het verderf zou het hebben aangetast, zoals het met onze lichamen zal doen; en hoe zou een verderfelijk lichaam de woning van de Zoon van God hebben kunnen zijn? Wij worden vaak langs deze weg voor dwaling bewaard: niet alleen doordat wij de zoetheid en kracht van de waarheid kennen en smaken, maar ook doordat wij als in één oogopslag de vreselijke gevolgen zien die het loochenen van de levende, fundamentele waarheden met zich meebrengt.

Aan de lezer…

Deze woorden spreken tot u wanneer u soms met vrees naar het graf kijkt, naar de scheiding van ziel en lichaam die ook u wacht. Zie dan eerst op Hem, Die vrijwillig Zijn leven aflegde en Zijn geest in de handen van Zijn Vader beval. Zijn ziel ging het Paradijs binnen, en Zijn heilig lichaam zag de verderving niet. Vader, Zoon en Heilige Geest waakten samen over dat lichaam in het graf, opdat Hij als de Overwinnaar zou opstaan.

Deze dingen zijn moeilijk te bevatten, maar het zijn hemelse verborgenheden die het geloof omhelst, ondanks gevoel, rede en ongeloof. En zie, Hij ging niet alleen het Paradijs binnen: de ziel van een berouwvolle, gelovige misdadiger volgde Hem door soevereine genade. Bent u ook een arme, schuldige zondaar die bij Hem zijn toevlucht zoekt, wanhoop dan niet. Dezelfde genade die toen een stervende misdadiger aannam, is nog niet uitgeput.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina