Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

27 december Korenaren uit de volle oogst

Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.
2 Korinthe 5:7

Het is de aard van het geloof om in het donker te vertrouwen, wanneer alle schijn tegen ons is; te vertrouwen dat er kalmte zal komen, hoewel de storm boven ons hoofd hangt; te vertrouwen dat God zal verschijnen, hoewel er niets dan kwaad gevoeld wordt. Het is een teder, kinderlijk, onvoorwaardelijk vertrouwen, een volledige onderwerping, een uitzien naar de Heere. Hierin is iets kinderlijks, iets hemels en iets geestelijks; niet de stoutmoedige laatdunkendheid van de vermetele, en ook niet de radeloze vrees van de wanhopige. Dit vertrouwen is vermengd met een heilige genegenheid, die voortvloeit uit de weldaden die men vroeger heeft genoten. En dat alles is verbonden met een kinderlijk vasthouden aan de Heere en een besef dat de ziel van Hem afhankelijk is, omdat Hij is wat Hij is.

Er is een uitzien naar en een verwachten van de Heere, omdat wij voelen dat Hij de Heere is, en omdat wij geen andere toevlucht hebben. En waarom hebben wij geen andere toevlucht? Omdat wij door armoede uit alle valse toevluchtsoorden zijn verdreven. Het is een veilige en toch geen gemakkelijke plaats om te zijn waar David was: „Daar was geen ontvlieden voor mij; niemand zorgde voor mijn ziel” (Psalm 142:5).

Zolang wij onze toevlucht zoeken bij de mens, in onszelf, in de wereld of in de kerk, is er geen uitzien naar Christus als een Goddelijke toevlucht. Maar wanneer wij zover komen dat wij zeggen: „Gij zijt mijn Toevlucht en mijn Deel in ’t land der levenden” (Psalm 142:6); „zo ik omkom, wil ik aan Uwe voeten omkomen; mijn geloof is in U, al wat ik heb en al wat ik verwacht te hebben, komt van Uwe goedheid; ik heb niets dan hetgeen Gij mij uit genade geeft; mij, de snoodste der snoden”, dat is vertrouwen. En waar dit vertrouwen is, daar zal een leger van wensen zich tegelijk uitstorten in de boezem van de Heere; daar zal een hele stroom van verzuchtingen en verlangens een weg vinden naar de boezem van „Immanuël, God met ons.”

Ik heb geloofd, dies sprak ik tot Gods eer.
’k Was zeer bedrukt, ik liet in haast mijn lippen
door drift vervoerd deez’ harde taal ontglippen:
„Bij mensen is noch trouw noch waarheid meer!”

Ps. 116:6

Aan de lezer…

Wanneer het donker is om u heen, lijkt alles tegen u te zijn. Hangt de storm nog boven uw hoofd, en voelt u niets dan kwaad? Dan is dit juist de plaats waar het geloof leert vertrouwen, niet met de stoutmoedige laatdunkendheid van de vermetele, en ook niet met de radeloze vrees van de wanhopige, maar als een kind dat zich aan de Heere vasthoudt omdat Hij is wat Hij is.

Misschien hebt u in uw armoede al uw valse toevluchten zien wegvallen, en moet u met David zeggen: „Niemand zorgde voor mijn ziel.” Dat is geen gemakkelijke plaats, maar wel een veilige. Want wie geen andere toevlucht meer heeft, leert zeggen: „Gij zijt mijn Toevlucht en mijn Deel.” Stort dan uw wensen, uw verzuchtingen en uw verlangens uit in de boezem van Immanuël, God met ons. Hij versmaadt de snoodste der snoden niet, die aan Zijn voeten neervalt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

27 december 365 dagen met Philpot

Christus’ wederkomst

En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Welke de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen.
Handelingen 3:20-21

Toen de Heere ten hemel voer voor de ogen van Zijn discipelen, „hielden zij hun ogen naar de hemel, terwijl Hij heenvoer”, en hun geloof, hoop en liefde volgden Hem langs de stralende weg omhoog. Terwijl ze Hem zo op Zijn heerlijke weg nakeken, leken ze al het andere uit het oog te verliezen. Maar „ziet, twee mannen”, twee engelen in mensengedaante, „stonden bij hen in witte kleding, welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren” (Hand. 1:11).

Het was alsof de engelen tegen hen zeiden: „Jezus, uw Meester, uw Hoofd en uw Koning, is niet voor eeuwig van u weggegaan. Hij zal eens, zoals Hij Zelf heeft beloofd, terugkeren in dezelfde heerlijke Persoon als die waarin Hij is opgevaren, in dezelfde goddelijke en menselijke natuur, en op de wolken van de hemel, die Hem nu hebben ontvangen buiten uw gezichtsveld. Daarom, kijkt, wacht en bidt in de tussentijd.” Vanaf dat ogenblik is de wederkomst van de Heere dan ook altijd een belangrijk onderdeel van het geloof van de Kerk van Christus geweest, vooral in de eerste periode van haar bestaan. Daarom zien we dat Petrus haar meteen verkondigt: „En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Welke de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door de mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw” (Hand. 3:20, 21). Dat de wederkomst daarna altijd een opvallend punt bleef in het onderwijs en het getuigenis van de apostelen, blijkt uit de door de Geest ingegeven brieven van het Nieuwe Testament, waarin zij voortdurend naar voren wordt gebracht en waarnaar steeds wordt verwezen.

Lezen: Handelingen 3:12-26

Aan de lezer…

U die soms net als die Galilese mannen naar de hemel staat te staren, met een hart dat de Heere wel volgt maar zich verlaten voelt nu Hij uit het gezicht is: hoor het woord dat hun gegeven werd. Deze Jezus is niet voor altijd weggegaan. Hij zal zo terugkomen, in dezelfde heerlijke Persoon, in dezelfde goddelijke en menselijke natuur, zoals Hij is heengevaren. Uw Meester, uw Hoofd en uw Koning heeft het Zelf beloofd.

Daarom is het wachten van Zijn volk geen vergeefs wachten. U kunt de tussentijd lang vinden, en de weg donker, maar de hemel houdt Hem slechts tot de tijden der wederoprichting aller dingen. Kijk dan uit, wacht en bid. Laat uw geloof, uw hoop en uw liefde Hem volgen langs de weg omhoog, en houd u vast aan wat God door de mond van al Zijn heilige profeten gesproken heeft. Hij Die u tevoren gepredikt is, zal wederkomen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

27 december Door Baca’s vallei

Zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden.
Jesaja 40:31

Van de arend wordt gezegd dat hij opstijgt naar de zon, en dat hij van alle vogels de enige is die met een onverschrokken oog recht in de zon kan kijken. Zo is het ook met het geloof in de ziel. Alleen het volk van de Heere kan door het geloof opzien naar de Zon van de gerechtigheid, opzien naar de verheven Immanuël aan de rechterhand van de Vader, en zij zien hoe de dierbare Jezus steeds voor hen tussenbeide treedt en hen naar Zijn boezem trekt. En wanneer deze gezegende Jezus een zekere mate van Zijn liefde en bloed aan hun geweten meedeelt, en het geloof in Zijn Naam opwekt en oproept, dan begint de ziel op te varen met vleugels als de arenden. Zij stijgt hoger en hoger, totdat zij in de tegenwoordigheid van God komt; zij cirkelt in haar geestelijke vlucht steeds hoger, totdat zij doordringt tot in het heiligdom van Jehova.

Is uw ziel ook niet soms opgevaren als met arendsvleugels? Hebt u niet deze mededelingen van goddelijk leven en licht ontvangen, deze opwekkingen van het geloof, deze verankeringen van de hoop, deze verschijningen van de liefde, waardoor uw ziel in staat werd gesteld op te varen en u zich in Jezus kon verheugen, en Zijn Naam, Zijn liefde en Zijn bloed u dierbaar waren? Bent u ook niet opgevaren, niet alleen in de beoefening van het levende geloof en de hoop, maar ook in hemelse genegenheid?

Soms zijn wij zo vastgeklonken aan deze aarde, dit tranendal, deze woeste, huilende wildernis, er zo aan vastgeketend, dat wij precies zijn als een vogel met een gebroken vleugel, die niet kan opvliegen. Wij gaan zo op in het wereldse, dat wij God en de godzaligheid vergeten. Maar zijn er geen tijden en ogenblikken waarop de ziel van deze ketenen en banden bevrijd wordt, waarop de aardse zorgen uit het hart worden weggenomen, waarop onze vleugels als het ware nieuwe veren en pennen krijgen, waarop de wereld en haar verzoekingen, de zonde en haar strikken naar de achtergrond gaan, en er een zoete opgang is in het ervaren van hemelse genegenheden? Dat betekent het „op te varen met vleugelen gelijk de arenden”, en de opstijgende ziel zal daar nooit mee ophouden, totdat zij gekomen is in de tegenwoordigheid van het drie-enige goddelijke Wezen, de God van Israël.

Aan de lezer…

Voelt u zich vandaag als een vogel met een gebroken vleugel, waarde lezer, vastgeklonken aan deze aarde en zo opgaand in het wereldse dat u God bijna vergeet? Verwijt het uzelf eerlijk, maar wanhoop er niet over. U kunt uw vleugels niet zelf nieuwe veren geven; het geloof kan alleen opvaren wanneer de dierbare Jezus een zekere mate van Zijn liefde en bloed aan uw geweten meedeelt.

Denk dan aan de tijden waarin uw ziel weleens opvoer, toen Zijn Naam u dierbaar was en de zonde met haar strikken naar de achtergrond ging. Diezelfde Immanuël zit nog aan de rechterhand van de Vader en treedt nog voor Zijn volk tussenbeide. Zie dan door het geloof op naar die Zon van de gerechtigheid, en wacht op Hem. Hij kan de ketenen weer losmaken, en de ziel die Hij eenmaal deed opstijgen, zal niet ophouden totdat zij in Gods tegenwoordigheid gekomen is.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina