Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

27 oktober Korenaren uit de volle oogst

Vrede, vrede dengenen, die verre zijn.
Jesaja 57:19

Verre! Wat betekent dat? Het betekent dat de ziel die in die toestand verkeert, zich gescheiden en ver van God voelt. Dat inwendige gevoel „verre af” te zijn, is een van de pijnlijkste gevoelens die een levend gemaakte ziel kan ervaren. De goddelozen, die werkelijk ver af zijn, weten uit ervaring niets van wat het betekent van God verwijderd te zijn, want zij zijn geestelijk nooit in Zijn nabijheid gebracht. Zij hebben geen koorden der liefde en geen mensenzelen gevoeld die hen met lieflijke aantrekkingskracht trokken naar de troon van de Allerhoogste. Zij hebben evenmin gezucht naar de zoete openbaringen van Gods genade en liefde; nee, zij leven vrolijk en wentelen zich naar eigen wil in de dingen die de ziel van haar Maker scheiden.

Maar wie zich „verre” voelt, is dat omdat hij iets gezien heeft van de schoonheid van de Heere en de snoodheid van de zonde heeft gevoeld. Zulke mensen kennen geestelijk de reinheid van Jehova en de onreinheid van het schepsel, en ervaren de inwendige vloek, de slavernij en de veroordeling van een heilige Wet. Een geestelijke ontdekking van Zijn reinheid en heiligheid, die hun bedorvenheid blootlegt, heeft hen van het voetstuk van hun eigengerechtigheid en trots afgeworpen en hen „verre” geplaatst. Zij durven niet te naderen en kunnen niet tot Hem komen; zij voelen geen geestelijke toegang, maar zuchten en treuren over hun boze hart in de woestijn, op eenzame plaatsen, en kunnen geen enkele stap vooruit zetten, omdat de Heere hen niet met Zijn glimlach trekt. Een mens moet hier bij ervaring iets van kennen voordat hij dichtbij gebracht wordt. Hoe kunnen wij weten wat nabijheid is, als wij niet hebben gevoeld wat verwijdering is? Hoe kunnen wij weten wat het betekent „van het einde des lands” (Psalm 61:3) gebracht te worden door de openbaring van Gods barmhartigheid en liefde, tenzij wij daarheen gedreven zijn door een openbaring van de toorn van God tegen de zonde?

Maar de gezegende Heere zien en niet tot Hem kunnen gaan, Zijn zoenbloed op grote afstand van ons en Zijn heerlijke gerechtigheid bijna buiten ons gezicht en Zijn lieflijke Persoon buiten het bereik van ons geestelijk oog zien, zodat wij geen enkele toegang hebben tot deze heerlijke werkelijkheden, en dat bij ervaring en met het hart kennen: dat is „verre” van God zijn. En ik geloof dat Gods volk veel van deze gevoelens kent. Er wordt in onze tijd niet veel op de knieën vertroeteld, de Heere glimlacht niet vaak over de ziel, en er worden niet veel liefdesbezoeken en liefdespanden geschonken. Er wordt wel veel over gesproken, en er zijn velen die zeggen dat zij ze hebben; maar ik vrees dat dit voor het grootste deel bedrog en namaak is. Het ware volk van God, het oprechte huisgezin, is meestal „verre aan de zee”. In onze dagen is er onder het volk van God weinig nabijheid, want het is een donkere en bewolkte dag waarin wij leven.

Een stroom van ongerechtigheden
had d’ overhand op mij,
maar ons weerspannig overtreden
verzoent en zuivert Gij.

Psalm 65:2

Aan de lezer…

Bekommerde ziel, voelt u zich ver van God? Ziet u de Heere wel, maar kunt u niet tot Hem gaan, en lijken Zijn zoenbloed en Zijn heerlijke gerechtigheid bijna buiten uw gezicht? Dat is een van de pijnlijkste gevoelens die een levend gemaakte ziel kent. Maar bedenk dit: de goddelozen weten er niets van, want zij zijn nooit in Zijn nabijheid gebracht. Dat u de afstand voelt, komt doordat u iets van Zijn schoonheid en van de snoodheid van de zonde gezien hebt.

Wanhoop dan niet, want juist voor zulken klinkt het woord: „Vrede, vrede dengenen, die verre zijn.” U bent door de toorn tegen de zonde naar het einde des lands gedreven, om daar Zijn barmhartigheid en liefde te leren kennen. Al heeft een stroom van ongerechtigheden de overhand op u gehad, Hij verzoent en zuivert. Roep dan van verre tot Hem, want Hij spreekt vrede tot wie verre zijn.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

27 oktober 365 dagen met Philpot

Mijn hoop is op U

En nu, wat verwacht ik, o Heere? Mijn hoop, die is op U.
Psalm 39:8

Stel dat we kunnen zeggen: „Mijn hoop, die is op U”, gesteld in de Heere Jezus, in Zijn meedogend gemoed, in Zijn verzoenend bloed, in Zijn volbrachte werk, in Zijn rechtvaardigende gerechtigheid, omdat ik werkelijk met Hem verenigd ben als het Hoofd van de Kerk, „God boven allen, te prijzen in der eeuwigheid” (Rom. 9:5). Als we kunnen zeggen: „Mijn hoop is zo in Hem gesteld, gericht op Zijn hart”, dan volgt: „Wat verwacht ik?” Zolang onze hoop uiterlijk op Hem is, en niet innerlijk in Hem gesteld is, verwachten we nog veel dingen. We zijn dan nog niet volledig van de wereld gescheiden. We hebben nog niet de dodelijke haal van het mes ondergaan die al onze eigen gerechtigheid aan stukken snijdt; het mes heeft de loot nog niet helemaal doorgesneden om hem van de oude stam te scheiden.

Maar wanneer we kunnen zeggen: „Mijn hoop, die is op U” – alle hoop van mijn ziel, alle genegenheid van mijn ziel, al het verlangen van mijn ziel is in het kostbare Lam van God gesteld – dan kunnen we zeggen: „Wat verwacht ik? Is mijn alles niet daar? Is mijn hoop niet daarop gericht? Is Hij niet Degene Die mijn genegenheid gewonnen heeft, de Heere van mijn hart, de God van mijn ziel en de Gids voor mijn voeten? Is Hij niet mijn Schepper, Behouder, Verlosser en Middelaar?”

„Wat verwacht ik?” Zal ik naar het schepsel gaan, als de Schepper er is? Mij tot een mens wenden, als God er is? Naar een aardworm gaan, als de Heere, de Rots der eeuwigheid, er is? „Wat verwacht ik?” „Welnu, ik verwacht U, omdat mijn hoop op U is, en omdat ik alles uit U verwacht te ontvangen.”

Lezen: Kolossenzen 1:16-29

Aan de lezer…

Wie zijn hoop op Christus stelt, doet er goed aan zich af te vragen waar die hoop gesteld is: uiterlijk op Christus, of innerlijk in Hem. Het eerste is gemakkelijk, het tweede kost het mes. Zolang er nog een stukje eigen gerechtigheid aan de oude stam vastzit, verwachten wij nog van alles: van onszelf, van mensen, van de wereld. Doet het u pijn dat de Heere die haal van het mes nu in uw ziel geeft? Schrik dan niet; zo scheidt Hij de loot van de oude stam.

Want wat is er dan nog te verwachten buiten Hem? Zult u naar het schepsel gaan, als de Schepper er is? Naar een aardworm, als de Rots der eeuwigheid er is? Het verzoenend bloed, het volbrachte werk, het meedogend hart van de Heere Jezus: daar ligt uw alles. Breng Hem dan uw lege handen en zeg met de psalmist: „En nu, wat verwacht ik, o Heere? Mijn hoop, die is op U.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

27 oktober Door Baca’s vallei

Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe.
1 Corinthe 3:22

„Het leven – zegt de apostel – is uwe.” Maar hoe kan dat? In twee opzichten. Het tegenwoordige en het toekomende leven zijn allebei voor de christen, overeenkomstig de woorden: „De godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte van dit en van het toekomende leven.” Maar het tegenwoordige leven is een natuurlijk en een geestelijk leven. In drie opzichten is het leven dus het deel van het volk van God: als natuurlijk, als geestelijk en als eeuwig leven.

Het natuurlijke leven behoort hun toe, want alleen zij kunnen het werkelijk genieten. Wat is het natuurlijke leven, wanneer het aan een draad hangt boven een angstaanjagende eeuwigheid? Hoe snel is het voorbij, en hoe snel sluiten de dood en het oordeel het toneel af! Maar het natuurlijke leven van de christen is zijn tijd van geloof en gebed, de zaaitijd van een onsterfelijke oogst. De meeste mensen zijn een slaaf van het leven, maar Gods kind is een meester over het leven. Voor de meesten is het leven niets anders dan een gelegenheid om kwaad te doen, maar voor Gods kind is het een gelegenheid om goed te doen.

Het geestelijke leven is op een bijzondere manier zijn eigendom, want alleen hij bezit het. De natuurlijke mens deelt met hem een natuurlijk leven, maar alleen hij geniet het geestelijk leven. Dit leven behoort hem toe, omdat Christus de zijne is. Christus is zijn leven, en omdat Christus leeft, leeft hij ook. En daar is dan ook het eeuwige leven, dat begonnen is in het geestelijk leven; en dit geestelijk leven is een hemelse plant die zal bloeien tot in de eindeloze eeuwigheid.

En dan nog wonderlijker. De dood, de laatste vijand, de koning der verschrikking, die de sterkste vrees veroorzaakt en het dapperste hart doet beven, ook die is van u, als u van Christus bent. De dood is niet uw vijand, als u van Christus bent, maar uw vriend. Hij mag in werkelijkheid, van verre en in het duister gezien, in de gedaante van een vijand lijken te komen. U kunt de gedachte aan zijn nadering vrezen, en zelfs schrikken van angst hoe het u in dat uur zal gaan. Maar als u van Christus bent, dan is de dood net zo goed van u als het leven, want Hij heeft de dood vernietigd en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht.

De dood kan u geen schade doen, omdat Christus voor u gestorven is. De dood zal alleen uw arm lichaam in het graf brengen, terwijl hij aan de andere kant voor uw ziel de eeuwige deuren zal openen: de deuren waardoor de Koning der heerlijkheid, de Heere, geweldig in de strijd, als uw Voorloper is ingegaan om een plaats voor u te bereiden.

Aan de lezer…

Vreest u de dood? Beeft uw hart als u eraan denkt hoe het u in dat uur zal gaan? Schaam u daar niet voor; ook Gods kinderen kennen die vrees, en de dood kan van verre als een vijand lijken te komen. Maar kijk niet alleen naar de dood; zie naar Hem Die voor u gestorven is. Als u van Christus bent, dan is de dood niet uw vijand, maar uw vriend, en is hij net zo goed van u als het leven.

Want Christus heeft de dood vernietigd en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht. De dood kan alleen uw arm lichaam in het graf leggen, maar aan de andere kant opent hij de eeuwige deuren, waardoor de Koning der heerlijkheid als uw Voorloper is ingegaan. Gebruik dan dit korte leven als een zaaitijd van geloof en gebed, en houd u vast aan Hem, want omdat Hij leeft, zult u ook leven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina