Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

26 juli Korenaren uit de volle oogst

En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft: het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk, en het zal zeggen: De Heere is mijn God.
Zacharia 13:9

Het is genade om in het vuur te zijn, en het is genade om erdoorheen gebracht te zijn. De belofte van de Heere aan het derde deel is dat Hij het door het vuur zal brengen. Zij moeten er dus, volgens Zijn eigen Woord, in gebracht worden, en toch zullen zij er niet in blijven. Het is „door het vuur”, er dwars doorheen, van het begin tot het einde, of het nu een lang en zacht of een kort en hevig vuur is. De Heere weet precies wat we kunnen dragen, en het is niet altijd het heetste vuur dat de meest verzachtende uitwerking heeft.

Sommige metalen zijn zo hard en het vuil zit er zo diep in, dat ze een heter vuur lijken nodig te hebben dan andere. Maar nadat de Wet haar werk gedaan heeft en het schuim eraf gehaald is, gebruikt de Heere gewoonlijk niet zo’n grote hitte. Het is dan meer een vuur van beproeving, verzoeking, ziekte, rampen in het gezin, gebrek, vervolging, diepe en dagelijkse ontdekkingen van het lichaam van de zonde en de dood, het verborgen zijn van Gods aangezicht en het onthouden van Zijn tegenwoordigheid. Dat vormt de beproeving die het geloof van ieder beproeft, van welke aard die ook is.

Onder deze beproeving en oefeningen vindt er een geleidelijk spenen van de wereld plaats. Er komt een nederigheid, een zachtheid, een gebroken geest voor de Heere, een grotere eenvoud en oprechtheid, een gewillige gehoorzaamheid aan de voorschriften van het Evangelie en een groter verlangen om de wil van God te kennen en te doen. O, mochten deze vruchten van de Geest overvloedig zijn in ons en in alle heiligen en dienaren van God!

Perst eens de bitt’re tegenspoed
des avonds het benauwd gemoed
tot naar gejammer en geklag,
nauw rijst des morgens vroeg de dag,
of God verleent in plaats van lijden
weer stof tot juichen en verblijden.

Ps. 30:4

Aan de lezer…

Hoe goed is het te weten wat de Heere doet wanneer u in het vuur ligt! Misschien is het ziekte, gebrek, een ramp in uw gezin of het verborgen zijn van Gods aangezicht dat u zo benauwt. Weet dan dat het genade is om in het vuur te zijn, en dat Hij beloofd heeft Zijn volk erdoorheen te brengen. Zij moeten erin, maar zij zullen er niet in blijven. De Heere weet precies wat u kunt dragen; Hij laat de hitte niet groter worden dan nodig is om het schuim weg te nemen.

En let op wat Hij in het vuur werkt: een spenen van de wereld, een gebroken geest, een groter verlangen om Zijn wil te kennen en te doen. Roept u Zijn Naam aan vanuit de oven, dan zal Hij u verhoren. Hij zal zeggen: „Het is Mijn volk”, en u zult zeggen: „De Heere is mijn God.” Duurt de benauwdheid een avond lang, in de morgen kan Hij u weer stof tot juichen geven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

26 juli 365 dagen met Philpot

Een ellendig en arm volk

Maar ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op de Naam des Heeren betrouwen.
Zefanja 3:12

De Heere heeft gezegd dat Hij in het midden van Jeruzalem een geestelijk arm volk zal doen overblijven. Zijn zij dat van nature? O nee, van nature zijn ze dat niet. Alleen de Almachtige Zelf heeft hen tot de diepste zielsarmoede gebracht. Van nature zijn zij rijk in eigen oog, zoals ook de gemeente van Laodicea zichzelf zag. Het is het genadewerk in hun hart dat hen arm maakt; het is de ontdekkende hand van de Geest van God in hun geweten die hen in armoede en ondergang voor de genadetroon brengt.

En we worden geestelijk rijk, niet doordat onze natuurlijke voorraad groeit, maar doordat we hem verliezen. We worden vrij door naar de gevangenis te gaan. Onze schulden worden betaald doordat we failliet gaan. We krijgen deel aan de rijkdom van Christus’ genade en medelijden door weg te zinken in de diepten van de geestelijke bedelarij.

Gods volk is op twee manieren geestelijk arm. Ze zijn werkelijk arm, en ze zijn arm van geest. Ze zijn werkelijk arm aan goddelijke gaven. Ze zijn arm aan geloof, zodat ze soms niet in staat zijn ook maar het allerminste geloof te oefenen. Ze zijn arm aan hoop, want vaak wordt hun tere scheepje door de golven van wanhoop heen en weer geslingerd.

Ze zijn arm aan liefde, want vaak voelen ze geen sprankje genegenheid voor de Heere of Zijn volk. Ze zijn arm aan geestelijke gezindheid, want ze kunnen hun gevoelens niet van de aarde omhoog naar de hemel brengen. Ze zijn arm aan vroomheid, want ze kunnen geen enkele zucht of roep tot God laten opgaan. Ze zijn arm aan kracht, want ze kunnen de verleiding niet weerstaan, en ze zijn niet in staat in hun ziel één enkele dierbare begeerte op te wekken, één enkel geestelijk gevoel.

Zo maakt werkelijke armoede hen geestelijk arm. En de overtuiging van hun eigen armoede maakt hen arm van geest voor God. Ze kunnen niet tot Hem komen als „rijk, en verrijkt geworden” (Openb. 3:17); hun roep is eerder: „Ik word mager, ik word mager, wee mij!” (Jes. 24:16).

Lezen: Zefanja 3:1-12

Aan de lezer…

Dat woord „arm” spreekt tot u, als u zich arm voelt aan geloof, arm aan hoop, arm aan liefde, zodat u geen enkele zucht naar boven kunt zenden en uw tere scheepje door de golven van wanhoop heen en weer geslingerd wordt. Denk dan niet te snel dat de Heere u verlaten heeft. Van nature waren wij allen rijk in eigen oog; het is de ontdekkende hand van Gods Geest in het geweten die een ziel zo arm maakt en haar neerlegt voor de genadetroon.

Juist zo’n ellendig en arm volk wil Hij in het midden doen overblijven, en van hen zegt Hij: „die zullen op de Naam des Heeren betrouwen.” U wordt niet rijk door uw eigen voorraad te vergroten, maar door die te verliezen. Kunt u niet anders roepen dan: „Ik word mager, wee mij!”, wees dan niet bang. Juist zulke bedelaars krijgen deel aan de rijkdom van Christus’ genade en medelijden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

26 juli Door Baca’s vallei

Alleenlijk wandelt waardiglijk het Evangelie van Christus. (Engelse vertaling: Alleenlijk laat uw samenspreking zijn zoals het het Evangelie van Christus betaamt)
Filippenzen 1:27

Wat is samenspreking? Het woord betekent „uw hele wandel” voor God en mensen. In de grondtekst is het een veelomvattend woord, dat letterlijk betekent: „Gedraagt u als burgers.” Het omvat daarom onze hele gemeenschap en dagelijkse omgang met God en de mensen. Het beschouwt ons dus als burgers van geen onaanzienlijke stad; als burgers, laat ik het zo zeggen, van een hemelse stad, het nieuwe Jeruzalem. En het vraagt ons te wandelen en te spreken, te leven en te handelen zoals het burgers van een hemels land betaamt.

Dat is dus de betekenis van het woord samenspreking in onze tekst, en daarin worden wij geroepen om met God te wandelen, het Evangelie waardig. Hij heeft ons met Zichzelf verzoend door het bloed van Zijn geliefde Zoon. Wanneer wij de vergeving of verzoening ontvangen — want dat betekent het woord eigenlijk — kunnen wij met God wandelen in vrede, gerechtigheid en vriendschap, want de zonde, die de breuk veroorzaakt, is weggenomen. Zo wandelde Levi vroeger dicht bij God, als dienaar bij het altaar. „Mijn verbond met hem was het leven en de vrede; en Ik gaf hem die tot een vreze; en hij vreesde Mij en hij werd om Mijns Naams wil verschrikt. De wet der waarheid was in zijn mond en daar werd geen onrecht in zijn lippen gevonden; hij wandelde met Mij in vrede en in rechtmatigheid, en hij bekeerde er velen van ongerechtigheid” (Maleachi 2:5, 6). Dat is een wandelen in het licht, zoals Hij in het licht is, en voor zover wij dat kunnen beoefenen, is onze gemeenschap met de Vader (1 Joh. 1:3-7).

En onze samenspreking met God en onze wandel met God moeten in overeenstemming zijn met het Evangelie van Christus. Als wij in vrijheid, in een zoete vrijheid, met God wandelen met een heilige toegang, als wij ons hart voor Hem mogen uitstorten, Zijn tegenwoordigheid mogen genieten en iets mogen zien van Zijn goedheid en barmhartigheid, dan is onze wandel met God het Evangelie waardig. Het Evangelie is een boodschap van barmhartigheid. Wanneer wij die barmhartigheid dan omhelzen en de kracht ervan ervaren, wanneer deze genade ons hart bereikt, dan smelt het binnenste van onze ziel. De twijfels en vrezen lossen op, de wettische dienstbaarheid wordt weggenomen, en wij wandelen het Evangelie waardig: wij wandelen voor God in het licht van Zijn aangezicht door de kracht van het Evangelie.

God zendt ons het Evangelie niet om ons te verdoemen, want er is geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. En zij wandelen naar de Geest wanneer zij door die Geest door Christus toegang mogen vinden tot de Vader.

Aan de lezer…

Bent u, lezer, bang dat uw wandel het Evangelie niet waardig is? Ziet u op uw struikelen en uw koude omgang met God, en denkt u dat iemand zoals u geen burger van het hemelse Jeruzalem kan zijn? Bedenk dan dat het Evangelie een boodschap van barmhartigheid is. God zendt het u niet om u te verdoemen, want er is geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn.

Hij heeft Zijn volk met Zichzelf verzoend door het bloed van Zijn geliefde Zoon, en waar de zonde, die de breuk veroorzaakt, is weggenomen, daar mag een arme ziel weer in vrede met Hem wandelen. Waar die genade het hart bereikt, smelten de twijfels en vrezen weg en wijkt de wettische dienstbaarheid. Zoek dan geen waardige wandel in uzelf, maar stort uw hart voor Hem uit en vraag om toegang door Christus tot de Vader. Dat is wandelen in het licht van Zijn aangezicht.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina