July 26
Alleenlijk wandelt waardiglijk het Evangelie van Christus. (Engelse vertaling: Alleenlijk laat uw samenspreking zijn zoals het het Evangelie van Christus betaamt)
Filippenzen 1:27
Wat is samenspreking? Het woord betekent „uw gehele wandel” voor God en mensen. Het is in de grondtekst een veelomvattend woord en beduidt letterlijk: „Gedraagt u als burgers.” Het sluit derhalve in onze gehele gemeenschap en dagelijkse omgang met God en de mensen. Het beschouwt ons dus als burgers van geen onaanzienlijke stad, als burgers, laat ik het eens zeggen, van een hemelse stad, het nieuwe Jeruzalem. En het vraagt ons te wandelen en te spreken, te leven en te handelen gelijk burgers van een hemels land betaamt.
Dit dan is de betekenis van het woord samenspreking in onze tekst, en daarin worden wij geroepen om met God te wandelen, waardiglijk het Evangelie. Hij heeft ons met Zichzelf verzoend door het bloed van Zijn beminde Zoon, en wanneer wij de vergiffenis of verzoening — wat het woord eigenlijk betekent — ontvangen, kunnen wij met God wandelen in vrede, gerechtigheid en vriendschap, want de zonde, die de breuk slaat, is weggenomen. Zo wandelde Levi van ouds, als bedienende het altaar, nabij God. „Mijn verbond met hem was het leven en de vrede; en Ik gaf hem die tot een vreze; en hij vreesde Mij en hij werd om Mijns Naams wil verschrikt. De wet der waarheid was in zijn mond en daar werd geen onrecht in zijn lippen gevonden; hij wandelde met Mij in vrede en in rechtmatigheid, en hij bekeerde er velen van ongerechtigheid” (Maleachi 2:5, 6). Dit is een wandelen in het licht, gelijk Hij in het licht is, en in zover wij dit betrachten kunnen, is onze gemeenschap met de Vader (1 Joh. 1:3-7).
En onze samenspreking met God en onze wandel met God moeten zijn overeenkomstig het Evangelie van Christus. Indien wij in vrijheid, in een zoete vrijheid met God wandelen met een heilige toegang, wij ons hart voor Hem mogen uitstorten, Zijn tegenwoordigheid mogen genieten en enige ontdekking hebben van Zijn goedheid en barmhartigheid, dan is onze wandel met God waardiglijk het Evangelie. Het Evangelie is een boodschap van barmhartigheid. Wanneer wij dan deze barmhartigheid omhelzen en de kracht ervan gewaarworden, wanneer deze genade ons hart bereikt, smelt het innerlijke onzer ziel, de twijfelingen en vrezen worden opgelost, de wettische dienstbaarheid wordt weggenomen en wij wandelen waardiglijk het Evangelie; wandelen voor God in het licht Zijns aangezichts door de kracht van het Evangelie.
God zendt ons het Evangelie niet om ons te verdoemen, want er is geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. En zij wandelen naar de Geest wanneer zij met die Geest toegang vinden mogen door Christus tot de Vader.
Aan de lezer…
Bent u, waarde lezer, bevreesd dat uw wandel het Evangelie niet waardig is? Ziet u op uw struikelen en uw koude omgang met God, en meent u dat zulk een als u geen burger van het hemelse Jeruzalem kan zijn? Bedenk dan dat het Evangelie een boodschap van barmhartigheid is. God zendt het u niet om u te verdoemen, want er is geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn.
Hij heeft Zijn volk met Zichzelf verzoend door het bloed van Zijn beminde Zoon, en waar de zonde, die de breuk slaat, is weggenomen, daar mag een arme ziel weer in vrede met Hem wandelen. Waar die genade het hart bereikt, smelten de twijfelingen en vrezen weg en wijkt de wettische dienstbaarheid. Zoek dan geen waardige wandel in uzelf, maar stort uw hart voor Hem uit en vraag om toegang door Christus tot de Vader. Dat is wandelen in het licht van Zijn aangezicht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Alleenlijk wandelt waardiglijk het Evangelie van Christus. (Engelse vertaling: Alleenlijk laat uw samenspreking zijn zoals het het Evangelie van Christus betaamt)
Filippenzen 1:27
Wat is samenspreking? Het woord betekent „uw hele wandel” voor God en mensen. In de grondtekst is het een veelomvattend woord, dat letterlijk betekent: „Gedraagt u als burgers.” Het omvat daarom onze hele gemeenschap en dagelijkse omgang met God en de mensen. Het beschouwt ons dus als burgers van geen onaanzienlijke stad; als burgers, laat ik het zo zeggen, van een hemelse stad, het nieuwe Jeruzalem. En het vraagt ons te wandelen en te spreken, te leven en te handelen zoals het burgers van een hemels land betaamt.
Dat is dus de betekenis van het woord samenspreking in onze tekst, en daarin worden wij geroepen om met God te wandelen, het Evangelie waardig. Hij heeft ons met Zichzelf verzoend door het bloed van Zijn geliefde Zoon. Wanneer wij de vergeving of verzoening ontvangen — want dat betekent het woord eigenlijk — kunnen wij met God wandelen in vrede, gerechtigheid en vriendschap, want de zonde, die de breuk veroorzaakt, is weggenomen. Zo wandelde Levi vroeger dicht bij God, als dienaar bij het altaar. „Mijn verbond met hem was het leven en de vrede; en Ik gaf hem die tot een vreze; en hij vreesde Mij en hij werd om Mijns Naams wil verschrikt. De wet der waarheid was in zijn mond en daar werd geen onrecht in zijn lippen gevonden; hij wandelde met Mij in vrede en in rechtmatigheid, en hij bekeerde er velen van ongerechtigheid” (Maleachi 2:5, 6). Dat is een wandelen in het licht, zoals Hij in het licht is, en voor zover wij dat kunnen beoefenen, is onze gemeenschap met de Vader (1 Joh. 1:3-7).
En onze samenspreking met God en onze wandel met God moeten in overeenstemming zijn met het Evangelie van Christus. Als wij in vrijheid, in een zoete vrijheid, met God wandelen met een heilige toegang, als wij ons hart voor Hem mogen uitstorten, Zijn tegenwoordigheid mogen genieten en iets mogen zien van Zijn goedheid en barmhartigheid, dan is onze wandel met God het Evangelie waardig. Het Evangelie is een boodschap van barmhartigheid. Wanneer wij die barmhartigheid dan omhelzen en de kracht ervan ervaren, wanneer deze genade ons hart bereikt, dan smelt het binnenste van onze ziel. De twijfels en vrezen lossen op, de wettische dienstbaarheid wordt weggenomen, en wij wandelen het Evangelie waardig: wij wandelen voor God in het licht van Zijn aangezicht door de kracht van het Evangelie.
God zendt ons het Evangelie niet om ons te verdoemen, want er is geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. En zij wandelen naar de Geest wanneer zij door die Geest door Christus toegang mogen vinden tot de Vader.
Aan de lezer…
Bent u, lezer, bang dat uw wandel het Evangelie niet waardig is? Ziet u op uw struikelen en uw koude omgang met God, en denkt u dat iemand zoals u geen burger van het hemelse Jeruzalem kan zijn? Bedenk dan dat het Evangelie een boodschap van barmhartigheid is. God zendt het u niet om u te verdoemen, want er is geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn.
Hij heeft Zijn volk met Zichzelf verzoend door het bloed van Zijn geliefde Zoon, en waar de zonde, die de breuk veroorzaakt, is weggenomen, daar mag een arme ziel weer in vrede met Hem wandelen. Waar die genade het hart bereikt, smelten de twijfels en vrezen weg en wijkt de wettische dienstbaarheid. Zoek dan geen waardige wandel in uzelf, maar stort uw hart voor Hem uit en vraag om toegang door Christus tot de Vader. Dat is wandelen in het licht van Zijn aangezicht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Only let your conversation be as it becometh the gospel of Christ.”
Philippians 1:27
What is this conversation? The word means the whole of your life before God and before man. It is a very comprehensive term in the original, meaning, literally, “Conduct yourselves as citizens.” It therefore includes the whole of our spiritual fellowship and daily communion with God and man. It thus views us as citizens of no base city; as citizens, I may indeed say, of a heavenly city, the new Jerusalem; and it bids us walk and speak, live and act, as becomes citizens of a heavenly country.
This, then, is the meaning of the word “conversation” in our text, and by it we are called to walk with God as becomes the gospel. He has reconciled us to Himself by the blood of His dear Son; and when we receive the atonement, or reconciliation, as the word means, then we can walk with God in peace, equity, and amity, for sin, which made the breach, is removed out of the way. So Levi, as ministering at the altar, and those near to God, walked of old. “My covenant was with him of life and peace; and I gave them to him for the fear with which he feared Me, and was afraid before My Name. The law of truth was in his mouth, and iniquity was not found in his lips—he walked with Me in peace and equity, and turned many away from iniquity” (Malachi 2:5, 6). This is walking in the light as He is in the light, and so far as we can do this, our fellowship is with the Father (1 John 1:3-7).
And our conversation with God, our walk with God, must be as becomes the gospel of Christ. If we walk at freedom with God, in sweet liberty, with holy access, pouring out our heart before Him, enjoying His presence, and having some discoveries of His goodness and mercy, then our conversation with God becomes the gospel. The gospel is a message of mercy. When, then, we embrace that mercy, and feel the power of it; when that mercy reaches our heart, melts our inmost soul, dissolves our doubts and fears, and removes legality and bondage, then we walk worthy of the gospel, as walking before God in the light of His countenance through the power of the gospel.
God does not send the gospel to condemn us, for “there is no condemnation to those who are in Christ Jesus, who walk not after the flesh, but after the Spirit;” and they walk after the Spirit when they have access by Him through Christ unto the Father.
To the reader…
Are you afraid, reader, that your walk is not worthy of the gospel? Do you look at your stumbling and your cold communion with God, and think that someone like you cannot be a citizen of the heavenly Jerusalem? Remember, then, that the gospel is a message of mercy. God does not send it to you to condemn you, for there is no condemnation to those who are in Christ Jesus.
He has reconciled His people to Himself by the blood of His dear Son, and where sin, which made the breach, has been removed, there a poor soul may walk with Him in peace again. Where that grace reaches the heart, doubts and fears melt away and legal bondage gives way. Do not look, then, for a worthy walk in yourself, but pour out your heart before Him and ask for access through Christ to the Father. That is walking in the light of His countenance.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Solamente que converséis como es digno del evangelio de Cristo.”
Filipenses 1:27
¿Qué es esta conversación? La palabra significa toda su vida delante de Dios y delante de los hombres. Es un término muy amplio en el original, que literalmente significa: “Conducíos como ciudadanos.” Incluye, por tanto, toda nuestra comunión espiritual y nuestro trato diario con Dios y con los hombres. Así nos considera como ciudadanos de una ciudad no vil; como ciudadanos, puedo decir en verdad, de una ciudad celestial, la nueva Jerusalén; y nos manda andar y hablar, vivir y obrar, como conviene a ciudadanos de una patria celestial.
Este es, pues, el sentido de la palabra “conversar” en nuestro texto, y por ella somos llamados a andar con Dios como es digno del evangelio. Él nos ha reconciliado Consigo por la sangre de Su amado Hijo; y cuando recibimos la expiación, o reconciliación, como significa la palabra, entonces podemos andar con Dios en paz, en justicia y en amistad, porque el pecado, que causó la ruptura, ha sido quitado de en medio. Así anduvieron antiguamente Leví, como ministro del altar, y los que estaban cerca de Dios. “Mi pacto fué con él de vida y de paz, las cuales cosas yo le dí por el temor; porque me temió, y delante de mi nombre estuvo humillado. La ley de verdad estuvo en su boca, é iniquidad no fué hallada en sus labios: en paz y en justicia anduvo conmigo, y á muchos hizo apartar de la iniquidad” (Malaquías 2:5, 6). Esto es andar en luz, como Él está en luz, y en la medida en que podemos hacerlo, nuestra comunión es con el Padre (1 Juan 1:3-7).
Y nuestra conversación con Dios, nuestro andar con Dios, ha de ser como es digno del evangelio de Cristo. Si andamos en libertad con Dios, en dulce libertad, con santo acceso, derramando nuestro corazón delante de Él, gozando de Su presencia y teniendo algunos descubrimientos de Su bondad y misericordia, entonces nuestra conversación con Dios es digna del evangelio. El evangelio es un mensaje de misericordia. Cuando, pues, abrazamos esa misericordia y sentimos su poder; cuando esa misericordia alcanza nuestro corazón, derrite lo más íntimo de nuestra alma, disuelve nuestras dudas y temores, y quita el legalismo y la servidumbre, entonces andamos como es digno del evangelio, andando delante de Dios en la luz de Su rostro por el poder del evangelio.
Dios no envía el evangelio para condenarnos, porque “ninguna condenación hay para los que están en Cristo Jesús, los que no andan conforme á la carne, mas conforme al espíritu”; y andan conforme al Espíritu cuando tienen entrada por Él, por medio de Cristo, al Padre.
Al lector…
¿Teme usted, lector, que su andar no sea digno del evangelio? ¿Mira sus tropiezos y su fría comunión con Dios, y piensa que alguien como usted no puede ser ciudadano de la Jerusalén celestial? Recuerde, entonces, que el evangelio es un mensaje de misericordia. Dios no se lo envía para condenarle, porque ninguna condenación hay para los que están en Cristo Jesús.
Él ha reconciliado a Su pueblo Consigo por la sangre de Su amado Hijo, y donde el pecado, que causó la ruptura, ha sido quitado, allí una pobre alma puede volver a andar con Él en paz. Donde esa gracia alcanza el corazón, las dudas y los temores se derriten y la servidumbre legal cede. No busque, pues, un andar digno en usted mismo, sino derrame su corazón delante de Él y pida entrada por medio de Cristo al Padre. Eso es andar en la luz de Su rostro.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl