Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

26 november Korenaren uit de volle oogst

En zij zullen uitspruiten tussen in het gras.
Jesaja 44:4

Hier wordt over het volk van de Heere gesproken als een volk dat plotseling „uitspruit” door de invloed van de uitgegoten wateren en stromen. De geestelijke betekenis van dit beeld is even duidelijk als zeker. In die verzengende hemelstreken, waar het water niet in alle jaargetijden uit de hemel valt zoals in ons vochtige klimaat, is de uitwerking van de zware regenbuien op de uitgedroogde planten uiterst wonderlijk. In een paar dagen is het aanzien van de aarde helemaal veranderd, en van alle kanten schiet het groen, als opgeschrikt, met reusachtige groeikracht op uit de schoot van de hete grond. Daarop zinspeelt het beeld in de tekst: „zij zullen uitspruiten”, dat wil zeggen de kinderen van Sion, „als tussen het gras”, met al die jeugdige en werkzame kracht die zo duidelijk de macht en de zegen van God openbaart.

Maar wat moeten wij verstaan onder de uitdrukking „gras”? Mogen wij dit niet zinnebeeldig uitleggen als het vlees, volgens de woorden van de profeet: „Alle vlees is als gras” (Jesaja 40:6)? Alle trots, alle pracht, alle schoonheid van het vlees is slechts als gras; want „alle heerlijkheid des mensen is als een bloem des velds” (1 Petrus 1:24), die, wanneer zij door de zeis van de maaier is afgesneden, spoedig verwelkt, op hopen wordt verzameld en van het veld wordt weggehaald. Zo bezien kunnen wij de kinderen van God beschouwen als de spruiten tussen het gras, die het prachtig versieren — het enige schoons tussen de groene halmpjes. O, hoe heerlijk is het de kinderen van God hier en daar te zien uitspruiten tussen het gras dat overal de weide zo dicht bedekt!

Er is een tijd geweest dat u onder het gras verborgen was — toen uw wortel, hoewel al een bloem in Gods oog, nog in het stof lag en u onder dat dichte groen niet te onderscheiden was. Maar omdat u een bloem was, een van de eigen leliën van de Verlosser, onder wie Hij weidt (Hooglied 6:3), sproot u, toen de regen van de hemel op u neerdroop, op te midden van het dichte gras dat u voor het oog verborg.

De stedelingen zullen bloeien,
gelijk het malse kruid.

Ps. 72:9

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u nog als onder het dichte gras verborgen ligt, zodat u uzelf nauwelijks kunt onderscheiden van de wereld om u heen. Is uw ziel als uitgedroogde grond in een verzengende hemelstreek, waar het lang niet geregend heeft? Wanhoop dan niet. Wat in Gods oog al een bloem is, kan nog in het stof liggen, en het is Zijn hand die de regen van de hemel laat neerdruppelen wanneer Zijn tijd gekomen is.

Alle vlees is als gras, en alle pracht en schoonheid van het vlees verwelkt onder de zeis van de maaier. Maar wanneer de wateren van Zijn genade uitgegoten worden, spruit de lelie van de Verlosser op, met een kracht die niet uit de grond, maar uit Hem is. Zie dan niet naar uw dorheid, maar naar Hem Die de regen geeft. Hij weidt onder Zijn leliën, en Hij weet waar de Zijnen tussen het gras verborgen liggen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

26 november 365 dagen met Philpot

Hebt de wereld niet lief

Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid, maar die de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.
1 Johannes 2:15-17

De discipel die Jezus liefhad, staat hier als het ware op hoge en heilige grond en ademt hemelse lucht in, de sfeer van reinheid en liefde. Toch laat hij in de woorden van onze tekst een waarschuwende stem horen tot de kinderen van God, en maant hen plechtig tot waakzaamheid tegen de liefde tot de wereld. Hij kende hun neigingen en wist wat er in het hart van de mens leefde. Hij wist dat er in Gods heiligen, hoewel zij verlost waren door het bloed van Christus, onderwezen door Zijn Geest en bewerkt door Zijn genade, toch een vleselijk, aards beginsel leefde dat aan de wereld gehecht was en haar liefhad. Daarom verheft hij een waarschuwende stem: „Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is.” En om te laten zien dat dit geen zaak van weinig betekenis was, maar van leven of dood, verklaart hij verder dat, als iemand werkelijk de wereld liefhad, de liefde van de Vader niet in zijn hart kon wonen, welke belijdenis hij ook deed.

Vervolgens werpt hij een snelle blik op alles wat er in de wereld is en vat het samen onder drie noemers: de begeerlijkheid van het vlees, de begeerlijkheid van de ogen en de grootsheid van het leven. Daarover spreekt hij het veroordelende vonnis uit dat het niet uit de Vader is, maar uit de wereld. Daarna verheft hij zijn waarschuwende stem nog sterker en zegt dat de wereld voorbijgaat, en haar begeerlijkheid, en dat er spoedig een einde zal komen aan dit uiterlijke vertoon. Maar om hen te bemoedigen die ondanks alle tegenstand de wil van God doen, voegt hij eraan toe dat zij in der eeuwigheid zullen blijven wanneer alles hier beneden eindigt en vergaat.

Lezen: 1 Johannes 2:3-17

Aan de lezer…

Kind van God, voelt u ook dat vleselijke, aardse beginsel in uw hart, dat zich aan de wereld vastklemt, al bent u verlost door het bloed van Christus? Schrik er niet van alsof u de enige was; de discipel die Jezus liefhad, kende die neiging in Gods heiligen maar al te goed. Daarom verheft hij zijn stem zo plechtig, niet om u te verschrikken, maar om u te waarschuwen, want het is een zaak van leven of dood.

Zie dan wat de wereld u biedt: de begeerlijkheid des vleses, de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens. Het is niet uit de Vader, en het gaat voorbij. Al het uiterlijke vertoon waar uw hart naar trekt, zal spoedig eindigen en vergaan. Maar wie de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid. Moge de liefde van de Vader in uw hart wonen en de liefde tot de wereld daar verdringen, zodat u, ondanks alle tegenstand, met Hem mag blijven wanneer alles hier beneden vergaat.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

26 november Door Baca’s vallei

En niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Christus Jezus.
1 Corinthe 3:11

Wij zijn er heel vurig op gebrand de handen aan het werk te slaan. Net als Uzza moeten wij zo nodig de ark ondersteunen wanneer wij zien dat de runderen struikelen. Wanneer het geloof wankelt, moeten wij het een helpende hand bieden; maar dat is schadelijk voor het werk van God in de ziel. Als het geheel een geestelijk gebouw moet zijn, als wij levende stenen zijn, gebouwd op een levend Hoofd, dan moet iedere steen van die geestelijke tempel door de Heilige Geest gelegd worden. Als dat zo is, dan moet alles wat van de natuur, van het schepsel en van onszelf is, werkelijk omlaaggehaald worden, zodat Christus alles is; zodat Christus, en Christus alleen, als de hoop der heerlijkheid in ons hart gegrondvest wordt.

Hoeveel beproevingen hebben sommigen van u al doorgemaakt! Hoeveel scherpe en snijdende oefeningen! Hoeveel kwellende verzoekingen! Hoe vaak bezweek het hart! Hoeveel vurige pijlen uit de hel! Hoeveel twijfels en vrezen! Hoeveel dienstbaarheid en pijnlijke ketenen! Hoe vaak is de pijl in het hart gedrongen! En waarom? Om te voorkomen dat u met eigen handen ook maar één steentje aan het geestelijk gebouw zou toevoegen.

De apostel zegt ons dat niemand een ander fundament kan leggen dan wat gelegd is, namelijk Christus Jezus. Daarna spreekt hij zowel over hen die hout, hooi en stoppels gebruiken als over hen die goud, zilver en kostbare stenen gebruiken, en zegt hij dat het hout, het hooi en de stoppels met vuur verbrand zullen worden. Juist nadat de Heere een fundament in het geweten van de zondaar gelegd heeft, hem tot Zich heeft gebracht, Jezus dierbaar heeft gemaakt voor zijn ziel en hoop en liefde in zijn hart heeft geschonken, is hij zo geneigd middelen te gebruiken die God niet erkent, zoals hout, hooi, stro en stoppels, en zo een losse bovenbouw op te trekken. Maar in het uur van de beproeving verdwijnt die, want hij kan de rukwinden van de verzoeking niet doorstaan.

Een vonkje van de toekomende toorn, een ontdekking van de vreselijke majesteit van God, zal dit hout, hooi en deze stoppels verbranden als stro in het vuur. Daarom moet het volk van de Heere door veel tegenspoed, beproevingen, oefeningen en verzoekingen, door twijfels en vrees en door alle moeilijke wegen waarop zij gewoonlijk gaan, zodat zij verhinderd worden een bovenbouw van de natuur te bouwen op het fundament van de genade — dat wil zeggen hout, hooi en stoppels op de heerlijke verborgenheid van een vleesgeworden God.

Aan de lezer…

Waarom, zo vraagt u misschien, moet ik door zoveel beproevingen, zoveel twijfels en vrezen, zoveel scherpe oefeningen? Waarde lezer, zou het niet kunnen zijn dat de Heere u daardoor verhindert uw eigen steentjes aan het geestelijk gebouw toe te voegen? Wij zijn er zo vurig op gebrand om, net als Uzza, de ark te ondersteunen, en wij menen het werk van God een helpende hand te moeten bieden. Maar alles wat uit de natuur voortkomt, is hout, hooi en stoppels, en het kan de rukwinden van de verzoeking niet doorstaan.

Wees dan niet bang wanneer uw eigen bouwsels in het vuur verteren. Het fundament dat gelegd is, verbrandt niet: dat is Christus Jezus, de heerlijke verborgenheid van een vleesgeworden God. Alles wat van het schepsel en van uzelf is, moet omlaag, zodat Christus alles is. En wanneer u met lege handen staat, dan staat u op de enige grond die in het uur van de beproeving houdt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina