26 de noviembre
En zij zullen uitspruiten tussen in het gras.
Jesaja 44:4
Hier wordt van ’s Heeren volk gesproken als opeens „uitspruitende” door de invloed der uitgegoten wateren en stromen. De geestelijke betekenis van dit beeld is even duidelijk als zeker. In die brandende hemelstreken, waar het water niet in alle jaargetijden van de hemel valt, zoals in ons vochtig klimaat, is de uitwerking der zware regenbuien op de uitgedroogde planten allerwonderlijkst. In weinige dagen is de aanblik der aarde geheel veranderd, en van alle kanten ontspringt de plantengroei, als opgeschrikt, met reusachtige groeikracht uit de schoot van de hete grond. Hierop zinspeelt het beeld in de tekst: „zij zullen uitspruiten”, d.i. de kinderen Zions, „als tussen het gras”, met al die jeugdige en werkzame kracht die zo duidelijk de macht en de zegen van God openbaart.
Maar wat moeten wij verstaan door de uitdrukking „gras”? Mogen wij dit niet zinnebeeldig voor het vlees verklaren, volgens de woorden van de profeet: „Alle vlees is als gras” (Jesaja 40:6)? Al de trotsheid, de pracht, de schoonheid van het vlees zijn slechts het gras gelijk; want „alle heerlijkheid des mensen is als een bloem des velds” (1 Petrus 1:24), die, wanneer zij door de zeis des maaiers is afgesneden, spoedig verwelkt, tot hopen vergaderd en van het veld weggedaan wordt. Aldus beschouwd, kunnen wij de kinderen Gods beschouwen als de spruiten tussen het gras, die het prachtig versieren — het enige schoon tussen de groene halmpjes. O, hoe zalig is het, de kinderen Gods hier en daar tussen het gras, dat overal de weide zo dicht bedekt, te zien uitspruiten!
Er is een tijd geweest dat gij onder het gras verborgen waart — toen uw wortel, ofschoon reeds een bloem in Gods oog, nog in het stof lag en gij van onder dat dichte groen niet te onderscheiden waart. Maar een bloem zijnde, een van de eigen leliën des Verlossers, onder wie gij weidt (Hooglied 6:3), sproot gij, toen de regen des hemels op u afdroop, uit te midden van het dichte gras dat u voor het oog verborg.
De stedelingen zullen bloeien,
gelijk het malse kruid.
Ps. 72:9
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u nog als onder het dichte gras verborgen ligt, zodat u uzelf nauwelijks van de wereld om u heen kunt onderscheiden. Is uw ziel als een uitgedroogde grond in een brandende hemelstreek, waar het lang niet geregend heeft? Wanhoop dan niet. Wat in Gods oog reeds een bloem is, kan nog in het stof liggen, en het is Zijn hand die de regen des hemels doet afdruipen wanneer Zijn tijd gekomen is.
Alle vlees is als gras, en al de pracht en schoonheid van het vlees verwelkt onder de zeis des maaiers. Maar wanneer de wateren Zijner genade uitgegoten worden, spruit de lelie des Verlossers op, met een kracht die niet uit de grond, maar uit Hem is. Zie dan niet naar uw dorheid, maar naar Hem Die de regen geeft. Hij weidt onder Zijn leliën, en Hij weet waar de Zijnen tussen het gras verborgen liggen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En zij zullen uitspruiten tussen in het gras.
Jesaja 44:4
Hier wordt over het volk van de Heere gesproken als een volk dat plotseling „uitspruit” door de invloed van de uitgegoten wateren en stromen. De geestelijke betekenis van dit beeld is even duidelijk als zeker. In die verzengende hemelstreken, waar het water niet in alle jaargetijden uit de hemel valt zoals in ons vochtige klimaat, is de uitwerking van de zware regenbuien op de uitgedroogde planten uiterst wonderlijk. In een paar dagen is het aanzien van de aarde helemaal veranderd, en van alle kanten schiet het groen, als opgeschrikt, met reusachtige groeikracht op uit de schoot van de hete grond. Daarop zinspeelt het beeld in de tekst: „zij zullen uitspruiten”, dat wil zeggen de kinderen van Sion, „als tussen het gras”, met al die jeugdige en werkzame kracht die zo duidelijk de macht en de zegen van God openbaart.
Maar wat moeten wij verstaan onder de uitdrukking „gras”? Mogen wij dit niet zinnebeeldig uitleggen als het vlees, volgens de woorden van de profeet: „Alle vlees is als gras” (Jesaja 40:6)? Alle trots, alle pracht, alle schoonheid van het vlees is slechts als gras; want „alle heerlijkheid des mensen is als een bloem des velds” (1 Petrus 1:24), die, wanneer zij door de zeis van de maaier is afgesneden, spoedig verwelkt, op hopen wordt verzameld en van het veld wordt weggehaald. Zo bezien kunnen wij de kinderen van God beschouwen als de spruiten tussen het gras, die het prachtig versieren — het enige schoons tussen de groene halmpjes. O, hoe heerlijk is het de kinderen van God hier en daar te zien uitspruiten tussen het gras dat overal de weide zo dicht bedekt!
Er is een tijd geweest dat u onder het gras verborgen was — toen uw wortel, hoewel al een bloem in Gods oog, nog in het stof lag en u onder dat dichte groen niet te onderscheiden was. Maar omdat u een bloem was, een van de eigen leliën van de Verlosser, onder wie Hij weidt (Hooglied 6:3), sproot u, toen de regen van de hemel op u neerdroop, op te midden van het dichte gras dat u voor het oog verborg.
De stedelingen zullen bloeien,
gelijk het malse kruid.
Ps. 72:9
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u nog als onder het dichte gras verborgen ligt, zodat u uzelf nauwelijks kunt onderscheiden van de wereld om u heen. Is uw ziel als uitgedroogde grond in een verzengende hemelstreek, waar het lang niet geregend heeft? Wanhoop dan niet. Wat in Gods oog al een bloem is, kan nog in het stof liggen, en het is Zijn hand die de regen van de hemel laat neerdruppelen wanneer Zijn tijd gekomen is.
Alle vlees is als gras, en alle pracht en schoonheid van het vlees verwelkt onder de zeis van de maaier. Maar wanneer de wateren van Zijn genade uitgegoten worden, spruit de lelie van de Verlosser op, met een kracht die niet uit de grond, maar uit Hem is. Zie dan niet naar uw dorheid, maar naar Hem Die de regen geeft. Hij weidt onder Zijn leliën, en Hij weet waar de Zijnen tussen het gras verborgen liggen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And they shall spring up as among the grass.
Isaiah 44:4
The Lord’s people are spoken of here as at once “springing up” under the influence of the water poured, and of the floods given. We cannot mistake the spiritual meaning of the figure, as it is so clear and certain. In those burning regions where rain does not fall at all seasons from the skies, as in our dripping climate, the effect of copious showers falling upon the parched vegetation is almost miraculous. A few days completely reverse the scene, and on every side vegetation springs up as if it started with gigantic growth out of the bosom of the heated soil. To this the figure in the text alludes, “They shall spring up,” that is, Zion’s children, “as among the grass,” with all that young and active growth which so clearly manifests the power and the blessing of God.
But what may we understand by the expression “grass?” May we not interpret it as emblematic of the flesh, according to the words of the prophet, “All flesh is grass!” (Isa. 40:6.) All the pride, pomp, and beauty of the flesh are but as grass, for “all the glory of man is as the flower of grass” (1 Peter 1:24), which, when cut down by the scythe, soon withers, is gathered into heaps, and swept away out of the field. In this point of view we may consider the children of God to spring up among the sons of men as flowers among the grass, bedecking it with beauty—the only beautiful objects among the green blades.
O how blessed it is to see children of God springing up here and there among the grass which everywhere so thickly covers the meadow! Time may have been when you were hidden beneath the grass—when, though a flower in God’s sight, your root was in the dust, and you lay undistinguished amid the thick herbage. But being a flower, one of the Redeemer’s own lilies, among whom He feeds (Song Sol. 6:3), when the rain of heaven dropped upon you, you sprang up amid the crowded blades which before hid you from view.
To the reader…
It may be that you still lie hidden as beneath the thick grass, so that you can hardly distinguish yourself from the world around you. Is your soul like parched ground in a burning region, where it has not rained for a long time? Do not despair. What is already a flower in God’s sight may still lie in the dust, and it is His hand that lets the rain of heaven drop down when His time has come.
All flesh is grass, and all the pomp and beauty of the flesh withers under the reaper’s scythe. But when the waters of His grace are poured out, the Redeemer’s lily springs up, with a strength that comes not from the soil, but from Him. Do not look, then, at your barrenness, but at Him Who gives the rain. He feeds among His lilies, and He knows where His own lie hidden among the grass.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y brotarán entre hierba.
Isaías 44:4
Del pueblo del Señor se habla aquí como “brotando” enseguida bajo la influencia del agua derramada y de los ríos dados. No podemos equivocarnos en cuanto al sentido espiritual de la figura, pues es tan claro y cierto. En aquellas regiones ardientes donde la lluvia no cae del cielo en todas las estaciones, como en nuestro clima lluvioso, el efecto de abundantes lluvias que caen sobre la vegetación reseca es casi milagroso. Unos pocos días cambian por completo la escena, y por todos lados la vegetación brota como si surgiera con un crecimiento gigantesco del seno del suelo caldeado. A esto alude la figura del texto: “Brotarán”, es decir, los hijos de Sion, “entre hierba”, con todo aquel crecimiento joven y vigoroso que tan claramente manifiesta el poder y la bendición de Dios.
Pero ¿qué podemos entender por la expresión “hierba”? ¿No podemos interpretarla como emblema de la carne, según las palabras del profeta: “Toda carne es hierba”? (Isaías 40:6). Todo el orgullo, la pompa y la hermosura de la carne no son sino como hierba, porque “toda la gloria del hombre es como la flor de la hierba” (1 Pedro 1:24), que, cortada por la guadaña, pronto se seca, se amontona y es barrida del campo. Desde este punto de vista podemos considerar que los hijos de Dios brotan entre los hijos de los hombres como flores entre la hierba, adornándola de hermosura: los únicos objetos hermosos entre las hojas verdes.
¡Oh, qué bendito es ver a los hijos de Dios brotar aquí y allá entre la hierba que por todas partes cubre tan densamente el prado! Quizá hubo un tiempo en que usted estaba escondido bajo la hierba; en que, aunque era una flor a los ojos de Dios, su raíz estaba en el polvo y yacía sin distinguirse entre la espesa hierba. Pero siendo una flor, uno de los propios lirios del Redentor, entre los cuales Él apacienta (Cantares 6:3), cuando la lluvia del cielo cayó sobre usted, brotó entre las apretadas hojas que antes le ocultaban de la vista.
Al lector…
Puede ser que usted todavía yazca escondido como bajo la espesa hierba, de modo que apenas puede distinguirse del mundo que le rodea. ¿Es su alma como tierra reseca en una región ardiente, donde hace mucho tiempo que no llueve? No desespere. Lo que ya es una flor a los ojos de Dios puede yacer todavía en el polvo, y es Su mano la que hace caer la lluvia del cielo cuando ha llegado Su tiempo.
Toda carne es hierba, y toda la pompa y la hermosura de la carne se seca bajo la guadaña del segador. Pero cuando se derraman las aguas de Su gracia, el lirio del Redentor brota, con una fuerza que no viene del suelo, sino de Él. No mire, pues, su esterilidad, sino a Aquel que da la lluvia. Él apacienta entre Sus lirios, y sabe dónde yacen escondidos los Suyos entre la hierba.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl