Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

25 september Korenaren uit de volle oogst

Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte.
Lukas 1:78

Met „opgang” wordt de dageraad bedoeld: de heraut van de opkomende zon, de overgang van duisternis naar licht, het eerste naderen van de morgen; in één woord: de opgang. Maar wat betekent die opgang in geestelijke zin? Het is de mededeling van de opgaande Zon der Gerechtigheid. Het is niet hetzelfde als de Zon der Gerechtigheid zelf, maar het is de heraut van haar komst. Het zijn de stralen die de opgaande Zon op de in nacht gehulde aarde werpt, en die de komst aankondigen van de Heere Jezus, de Koning in Zijn schoonheid.

Deze uitdrukking paste bijzonder goed in de mond van Zacharias. De Heere van leven en heerlijkheid was toen nog niet verschenen; Hij was nog in de schoot van de maagd Maria. Maar Zijn voorloper Johannes was als heraut verschenen om te verkondigen dat de Zon der Gerechtigheid op het punt stond op te gaan. „Daar was een mens van God gezonden, wiens naam was Johannes. Deze kwam tot een getuigenis, om van het licht te getuigen, opdat zij allen door Hem geloven zouden. Hij was het licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het licht getuigen zoude.” Alle volken lagen in die tijd in duisternis. „Duisternis bedekte de aarde, en grote duisternis de volken.” Maar toen de Heere van leven en heerlijkheid gereedstond om op aarde te verschijnen, toen Hij al het lichaam had aangenomen dat voor Hem was toebereid, hetzelfde vlees en bloed als de kinderen, dat Hij zou offeren als verzoening voor de zonde, was „de Opgang uit de hoogte” begonnen te dagen. Gods barmhartigheid, in het aangezicht van Zijn geliefde Zoon, kwam toen juist de in nacht gehulde wereld bezoeken.

Maar aan deze woorden is nog een andere betekenis verbonden. „De Opgang uit de hoogte” blijft niet beperkt tot de komst van de Zoon van God in het vlees, maar kan verder worden uitgebreid tot de verschijning van de Zoon van God in het hart. Voor mij is de verschijning van de Heere Jezus in het vlees, negentienhonderd jaar geleden, geen zegen, als Hij niet kwam om in mijn ziel te wonen. „De Opgang uit de hoogte” die de in duisternis verkerende Joodse kerk bezocht, zal ons geen goed doen, tenzij diezelfde Opgang ook ons donkere hart bezoekt. „De Opgang uit de hoogte” is de openbaring van Gods barmhartigheid in het aangezicht van de Zaligmaker. En wanneer deze „Opgang uit de hoogte” de ziel bezoekt, is dat de eerste aanwijzing, zijn dat de doorbrekende stralen van de Zon der Gerechtigheid in het hart.

’t Is de Heer, wiens mededogen
blinden schenkt het lief’lijk licht
Wie in ’t stof lag neergebogen,
wordt door Hem weer opgericht.
God, die lust in waarheid heeft,
mint hem, die rechtvaardig leeft.

Psalm 146:6

Aan de lezer…

Soms is het nog nacht in uw hart. U weet wel dat de Heere Jezus in het vlees verschenen is, maar is het een bittere gedachte voor u dat dit u niets baat als Hij niet in uw ziel komt wonen? Het is goed dat u dat voelt. Want de verschijning van de Zoon van God in het vlees is geen zegen voor wie Hem niet in het hart kent, en het is genade wanneer de ziel daarover begint te zuchten.

Zie dan niet op uzelf, maar op de innerlijke bewegingen van de barmhartigheid van onze God. Daaruit komt de Opgang uit de hoogte voort, niet uit iets in u. Ook de eerste aanwijzing, één doorbrekende straal in het donker, is de heraut van de Zon der Gerechtigheid. Waar de dageraad begint, komt de Koning in Zijn schoonheid. Wacht daarom op Hem; Hij laat het niet bij de opgang alleen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

25 september 365 dagen met Philpot

Zie mij aan

Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.
Psalm 119:132

De Heere had David gegeven wat Hij al Zijn kinderen geeft: ogen, opmerkzame ogen. Daardoor zag hij dat de Heere een volk had dat Zijn Naam liefhad. Midden in het goddeloze geslacht waarin hij door zijn lot terecht was gekomen, was er een verstrooid volk in wie God Zijn liefde had uitgestort, aan wie Hij de genade openbaarde, en in wier harten Hij iets had laten vallen van Zijn goedertierenheid, die beter is dan het leven. David keek naar hen, en daarbij zag hij wat een gezegend volk het was. Hij zag dat ze omringd waren door alle volmaaktheden van God. Hij zag dat ze bewaard werden als Gods oogappel. Hij zag hen als de heerlijken op de aarde, in wie hij al zijn lust had, en uit zijn hart ging tedere genegenheid naar hen uit, als geliefden van God, die ook Hem liefhadden Die Zijn liefde in hun ziel had uitgestort.

Heel veel van Gods kinderen zijn hier. Hun ogen zijn verlicht, zodat ze kunnen zien dat God een volk heeft. Daaraan twijfelen ze helemaal niet, en meer nog: er wordt in het verborgene op heilige wijze aan hun gevoelens gewerkt, zodat ze tedere genegenheid naar dit volk voelen uitgaan. Ze beschouwen hen als de heerlijken op de aarde. Ze houden van hen omdat ze de geest, de gelijkenis en het beeld van Christus in hen zien, hoe arm, hoe onaanzienlijk en hoe veracht ze in de ogen van de wereld ook zijn. Er is een verborgen liefde die de kinderen van God voor elkaar hebben, en die hen met de sterkste koorden van geestelijke eenheid en genegenheid aan elkaar verbindt.

Verder zag David dat God op een bijzondere wijze met deze mensen omging, en daarom riep hij uit: „Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen” (Ps. 119:132). Hij zag dat de Heere op een bijzondere manier met dit volk omging, dat zij de begunstigden van Zijn eeuwige liefde waren, en dat de Heere hen daarom onophoudelijk zegende.

Lezen: Psalm 106:1-12

Aan de lezer…

Zoekende ziel, ziet u met verlichte ogen dat God een volk heeft? Gaat uw hart uit naar hen in wie u iets van het beeld van Christus ziet, hoe arm en veracht zij ook zijn in de ogen van de wereld? Maar misschien voelt u zich daarbij een buitenstaander: u ziet hoe de Heere met hen omgaat, en u vreest dat u er niet bij hoort.

Laat die tedere genegenheid voor Gods volk u dan niet ontmoedigen, maar naar Hem drijven. Waar komt die liefde vandaan? Zij wordt in het verborgene op heilige wijze in u gewerkt, en zij verbindt u met de sterkste koorden aan hen die Zijn Naam beminnen. Doe dan als David en bid met hem: „Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.” Hij Die Zijn volk onophoudelijk zegent, zal zo’n bede niet versmaden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

25 september Door Baca’s vallei

Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor, dat gij wel de zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onze Heere.
Romeinen 6:11

Hoeveel zielen zijn er die strijden tegen de macht van de zonde en er toch nooit enige overwinning over behalen! Hoevelen worden er dagelijks meegesleept door de lusten van het vlees, de liefde tot de wereld en de grootsheid van het leven, zonder dat zij ooit enige overwinning kunnen behalen! Hoevelen vechten en strijden, zelfs met tranen, beloften en vaste besluiten, tegen de zonde die hen zo gemakkelijk omringt: zonden van het humeur, lichtzinnigheid of gierigheid, die telkens en telkens weer winnen! Wat is daarvan de oorzaak? Zij kennen het geheim niet van de geestelijke kracht ertegen en van de geestelijke overwinning erover.

Alleen door de kracht van een levende vereniging met de Heere Jezus Christus, door een gelovig zien op Zijn lijden en sterven, en door te ontvangen uit Zijn volheid, krijgen wij de overwinning over de wereld, de zonde, de dood en de hel. Laat mij dit iets dichter bij uw eigen bevinding brengen. Stel dat uw ziel bij een bijzondere gelegenheid heel vriendelijk werd begunstigd. U merkte een teder gevoel van de liefde en het bloed van de Zaligmaker in uw hart op, en toen kon u met een geloof dat God Zelf gewerkt had, geloven dat Hij voor eeuwig de uwe was. En door dat geloof, als een open kanaal van Gods mededeling, stroomden Zijn verdiensten en voorbede, Zijn bloed, gerechtigheid en stervende liefde vrij in uw ziel.

Wat was daarvan het gevolg? Leidde het u tot de zonde, tot verwaandheid en losbandigheid? Nee, juist het tegenovergestelde: tot een heilige gehoorzaamheid van hart en mond en wandel. Op geen andere weg werd de zonde ooit werkelijk en krachtig onderworpen. Saulus viel neer aan de poort van Damascus en werd van een vervolger een bidder; dat is een Schriftuurlijk voorbeeld van het sterven van de zonde door de kracht van Christus.

De zonde wordt dus niet overwonnen door wettisch zwoegen en ernstige besluiten, door beloften en tranen, die op zijn best slechts monnikenwerk zijn (een zachtere vorm van het boetekleed, van de bloedige gesel en het vochtige klooster), een ijdel streven van het godsdienstige vlees om het zondige vlees te onderwerpen. Zij wordt alleen overwonnen door een geloofskennis van en een geestelijk binnengaan in het lijden en de smarten van de Zoon van God, door een levend geloof in Hem en een ontvangen uit Zijn volheid, uit Zijn overvloed van genade en kracht, de kracht die in onze zwakheid volbracht wordt. In die zin zegt de apostel tegen de Kolossenzen: „Want gij zijt dood.” Niet alleen omdat de wet u veroordeeld heeft en uw wettische hoop heeft neergeslagen, maar door de kracht van de gemeenschap aan de dood van de Heere Jezus Christus, door de kracht van een levende vereniging met de lijdende Zoon van God.

„De zonde zal over u niet heersen, want gij zijt niet onder de wet” – waar de zonde heerst met toenemende kracht – „maar onder de genade”, die de zonde onderwerpt door haar te vergeven. Als u Romeinen 6 met een verlicht oog leest, zult u zien hoe de apostel de dood van de gelovige aan de kracht en de invloed van de zonde toeschrijft aan een geestelijke doop in de dood en de opstanding van de Heere Jezus.

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u moegestreden bent. Hebt u met tranen, beloften en vaste besluiten gevochten tegen die ene zonde die u zo gemakkelijk omringt, en ziet u haar telkens en telkens weer winnen? Dan zult u weten hoe ijdel al het streven van het godsdienstige vlees is. Het is niet uw zwoegen en uw ernst die de zonde onderwerpen. Wanhoop daar niet over, maar laat het u uitdrijven naar Christus.

Denk aan dat uur, als de Heere het u ooit gaf, waarin u Zijn liefde en bloed teder in uw hart voelde. Leidde dat u tot losbandigheid? Nee, het boog uw hart tot heilige gehoorzaamheid. Daar ligt het geheim: een levende vereniging met Hem, een gelovig zien op Zijn lijden en sterven, en een ontvangen uit Zijn volheid. U bent niet onder de wet, maar onder de genade, en die genade onderwerpt de zonde door haar te vergeven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina