vandaag verschenen
Een medelijdende Hogepriester en een troon der genade
Over Hebreeën 4:15,16: Christus, onze grote Hogepriester, kan medelijden hebben met onze zwakheden en is in alles verzocht, maar zonder zonde. Juist wie zijn zwakheden en verzoekingen voelt, wordt aangespoord…
7 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
2 weken geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
3 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Te dien dage zal de mens zien naar Dien, Die hem gemaakt heeft, en zijn ogen zullen op de Heilige Israëls zien.
Jesaja 17:7
Juist in die naam „de Heilige Israëls” is iets, welks liefelijkheid het hart van een arme, gevoelige zondaar doet smelten. Want wat is hij in zichzelf anders dan een gevallen kind van Adam? Een vuil, afzichtelijk, onrein schepsel, ongeschikt voor de tegenwoordigheid Gods. En wat anders kan zulk een onreine, onwaardige, misvormde zondaar voor de eeuwige tegenwoordigheid en het genot van de Drieënige Jehovah geschikt maken, dan zulk een Zaligmaker als de Heilige Israëls, Wiens bloed als een heilfontein reinigt van alle zonden? De ziel die in Hem staat, staat vast, zonder vlek en zonder rimpel. En moet zijn hart niet opspringen en huppelen, wanneer hij in het geloof die Heilige Israëls kan aangrijpen?
Maar dit levend geloof in dat geestelijk aannemen van de enige Middelaar tussen God en de mens kan niet bestaan, tenzij iemand in omstandigheden gebracht worde waarin hij aan de Heilige Israëls behoefte heeft. Vóórdat hij van alle kracht van het schepsel is ontdaan, kan hij naar waarheid niet verstaan hoe, noch verlangen dat de kracht van Christus in zijn zwakheid volbracht worde. Zo ook met de wijsheid van Christus, Zijn rechtvaardigmaking, Zijn bloed, Zijn liefde, Zijn genadige tegenwoordigheid — dat alles zijn louter woorden en zwervende gedachten, doffe, dromerige opvattingen, totdat armoede en behoefte zwaar drukken op de ziel en de Heilige Geest „de onnaspeurlijke rijkdom van Christus” als werkelijkheid bekendmaakt.
Het is deze genadige ontdekking die de Heilige Israëls aan hem dierbaar maakt. Er is geen Goddelijk geloof in, geen geloof aan, geen liefde tot de Heilige Israëls vóór „die dag” waarop hij op niemand anders kan zien; waarop geen hoop meer op het schepsel bestaat; totdat al zijn eigengerechtigheid hem ontvalt en hij gevoelt dat hij door vrije genade gezaligd moet worden, of voor eeuwig verloren gaan.
Dit overstelpt mijn geest met rouwe:
als ik mijn deerlijk lot beschouwe,
bezwijkt mijn afgefolterd hart.
Gij weet, dat ik op U betrouwe,
algoede God, genees mijn smart.
Psalm 143:4
Aan de lezer…
U die zich een vuil en onrein schepsel voelt, ongeschikt voor de tegenwoordigheid Gods, weet misschien ook dat alle hoop op het schepsel u ontvallen is, en ook uw eigen gerechtigheid. Dat is een bittere plaats, en toch is het juist „die dag” waarop de ogen leren zien op de Heilige Israëls. Want zolang u nog kracht in uzelf meent te hebben, blijven Zijn bloed en Zijn liefde slechts woorden en dromerige gedachten.
Maar wanneer armoede en behoefte zwaar op uw ziel drukken, maakt de Heilige Geest de onnaspeurlijke rijkdom van Christus als werkelijkheid bekend. Zijn bloed reinigt als een heilfontein van alle zonden, en wie in Hem staat, staat vast, zonder vlek en zonder rimpel. Ziet u geen andere uitweg dan vrije genade? Zie dan naar Hem, Die u gemaakt heeft, en sla uw ogen op de Heilige Israëls. Uw hart zal nog opspringen wanneer u Hem in het geloof mag aangrijpen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Te dien dage zal de mens zien naar Dien, Die hem gemaakt heeft, en zijn ogen zullen op de Heilige Israëls zien.
Jesaja 17:7
Juist in die naam „de Heilige Israëls” ligt iets waarvan de lieflijkheid het hart van een arme, gevoelige zondaar doet smelten. Want wat is hij in zichzelf anders dan een gevallen kind van Adam? Een vuil, afzichtelijk en onrein schepsel, ongeschikt voor de tegenwoordigheid van God. En wat anders kan zo’n onreine, onwaardige, misvormde zondaar geschikt maken voor de eeuwige tegenwoordigheid en het genieten van de Drie-enige Jehovah, dan zo’n Zaligmaker als de Heilige Israëls, Wiens bloed als een heilsfontein van alle zonden reinigt? De ziel die in Hem staat, staat vast, zonder vlek en zonder rimpel. En moet zijn hart dan niet opspringen en huppelen wanneer hij die Heilige Israëls in het geloof kan aangrijpen?
Maar dit levende geloof, dit geestelijk aannemen van de enige Middelaar tussen God en de mens, kan niet bestaan tenzij iemand in omstandigheden gebracht wordt waarin hij de Heilige Israëls nodig heeft. Voordat hij van alle kracht van het schepsel ontdaan is, kan hij niet werkelijk begrijpen hoe de kracht van Christus in zijn zwakheid volbracht wordt, en kan hij daar ook niet naar verlangen. Zo is het ook met de wijsheid van Christus, Zijn gerechtigheid, Zijn bloed, Zijn liefde en Zijn genadige tegenwoordigheid. Dat alles zijn maar woorden en zwervende gedachten, vage, dromerige voorstellingen, totdat armoede en gebrek zwaar op de ziel drukken en de Heilige Geest „de onnaspeurlijke rijkdom van Christus” als werkelijkheid bekendmaakt.
Het is deze genadige ontdekking die de Heilige Israëls voor hem dierbaar maakt. Er is geen goddelijk geloof in, geen geloof aan en geen liefde tot de Heilige Israëls vóór „die dag” waarop hij naar niemand anders kan zien, waarop er geen hoop meer op het schepsel is. Dat is er niet totdat al zijn eigengerechtigheid hem ontvalt en hij voelt dat hij door vrije genade zalig moet worden, of anders voor eeuwig verloren gaat.
Dit overstelpt mijn geest met rouwe:
als ik mijn deerlijk lot beschouwe,
bezwijkt mijn afgefolterd hart.
Gij weet, dat ik op U betrouwe,
algoede God, genees mijn smart.
Psalm 143:4
Aan de lezer…
U die zich een vuil en onrein schepsel voelt, ongeschikt voor de tegenwoordigheid van God, weet misschien ook dat alle hoop op het schepsel u ontvallen is, en ook uw eigen gerechtigheid. Dat is een bittere plaats, en toch is het juist „die dag” waarop de ogen leren zien op de Heilige Israëls. Want zolang u nog kracht in uzelf meent te hebben, blijven Zijn bloed en Zijn liefde maar woorden en dromerige gedachten.
Maar wanneer armoede en gebrek zwaar op uw ziel drukken, maakt de Heilige Geest de onnaspeurlijke rijkdom van Christus als werkelijkheid bekend. Zijn bloed reinigt als een heilsfontein van alle zonden, en wie in Hem staat, staat vast, zonder vlek en zonder rimpel. Ziet u geen andere uitweg dan vrije genade? Zie dan naar Hem Die u gemaakt heeft, en sla uw ogen op naar de Heilige Israëls. Uw hart zal nog opspringen wanneer u Hem in het geloof mag aangrijpen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
At that day shall a man look to his Maker, and his eyes shall have respect to the Holy One of Israel.
Isaiah 17:7
In the very name “the Holy One of Israel,” there is something the sweetness of which melts the heart of a poor sinner. For what is he in himself as a fallen child of Adam? A filthy, defiled, polluted wretch, unfit for the presence of God. And what can fit such an unclean, unworthy, deformed sinner for the eternal presence and enjoyment of the Triune Jehovah, but such a Savior as the Holy One of Israel, Whose blood, as a holy fountain, cleanses from all sin? The soul that stands in Him, stands complete, without spot or blemish. And must not his heart leap and dance when with a measure of faith he is able to lay hold of this Holy One of Israel?
But this living faith in, and spiritual reception of, the only Mediator between God and man cannot exist until a man is brought into circumstances in which he needs the Holy One of Israel. Until he is emptied and stripped of all creature strength, he cannot truly understand how, nor really desire that the strength of Christ may be made perfect in his weakness. So with Christ’s wisdom; His righteousness; His blood; so with His love; His gracious presence–all are mere words, loose and floating ideas, dim, dreamy conceptions, until poverty and need lie hard upon the soul, and the blessed Spirit makes known “the unsearchable riches of Christ,” as so many experimental realities. It is this gracious discovery which endears to him the Holy One of Israel. There is no divine faith, no going out of hope, no flowing of affection toward the Holy One of Israel, until “that day,” when he has no one else to look to, no hope in the creature; until all his righteousness fails him, and he feels that he must be saved by free grace, or eternally perish.
To the reader…
You who feel yourself a filthy and unclean creature, unfit for the presence of God, perhaps also know that all hope in the creature has failed you, and your own righteousness too. That is a bitter place, and yet it is exactly “that day” on which the eyes learn to have respect to the Holy One of Israel. For as long as you still think you have strength in yourself, His blood and His love remain mere words and dreamy ideas.
But when poverty and need lie hard upon your soul, the Holy Spirit makes the unsearchable riches of Christ known as a reality. His blood cleanses from all sin like a holy fountain, and whoever stands in Him stands complete, without spot or wrinkle. Do you see no other way out than free grace? Then look to Him Who made you, and lift up your eyes to the Holy One of Israel. Your heart will yet leap when you may lay hold of Him by faith.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En aquel día mirará el hombre a su Hacedor, y sus ojos contemplarán al Santo de Israel.
Isaías 17:7
En el mismo nombre “el Santo de Israel” hay algo cuya dulzura derrite el corazón de un pobre pecador. Porque ¿qué es él en sí mismo como hijo caído de Adán? Un miserable sucio, manchado y contaminado, indigno de la presencia de Dios. ¿Y qué puede hacer idóneo a un pecador tan inmundo, indigno y deforme para la presencia y el gozo eternos del Jehová trino, sino un Salvador tal como el Santo de Israel, cuya sangre, como una fuente santa, limpia de todo pecado? El alma que está en Él, está completa, sin mancha ni defecto. ¿Y no ha de saltar y danzar su corazón cuando, con una medida de fe, puede asirse de este Santo de Israel?
Pero esta fe viva en el único Mediador entre Dios y los hombres, y esta recepción espiritual de Él, no puede existir hasta que el hombre es llevado a circunstancias en las que necesita al Santo de Israel. Hasta que es vaciado y despojado de toda fuerza de criatura, no puede entender verdaderamente cómo, ni desear realmente, que la fuerza de Cristo se perfeccione en su debilidad. Así sucede con la sabiduría de Cristo, con Su justicia, con Su sangre; así con Su amor y con Su presencia llena de gracia: todo son meras palabras, ideas sueltas y flotantes, concepciones oscuras y soñadoras, hasta que la pobreza y la necesidad pesan duramente sobre el alma, y el bendito Espíritu da a conocer “las inescrutables riquezas de Cristo” como otras tantas realidades experimentales. Es este descubrimiento lleno de gracia lo que le hace precioso al Santo de Israel. No hay fe divina, ni salida de la esperanza, ni fluir del afecto hacia el Santo de Israel hasta “aquel día” en que no tiene a nadie más a quien mirar, ni esperanza en la criatura; hasta que toda su justicia le falla y siente que tiene que ser salvo por la libre gracia, o perecer eternamente.
Al lector…
Usted que se siente una criatura sucia e inmunda, indigna de la presencia de Dios, quizá sabe también que toda esperanza en la criatura le ha fallado, y también su propia justicia. Es un lugar amargo, y sin embargo es precisamente “aquel día” en que los ojos aprenden a contemplar al Santo de Israel. Porque mientras todavía piense que tiene fuerza en sí mismo, Su sangre y Su amor siguen siendo meras palabras e ideas soñadoras.
Pero cuando la pobreza y la necesidad pesan duramente sobre su alma, el Espíritu Santo da a conocer las inescrutables riquezas de Cristo como una realidad. Su sangre limpia de todo pecado como una fuente santa, y quien está en Él está completo, sin mancha ni arruga. ¿No ve otra salida que la libre gracia? Mire entonces a Aquel que le hizo, y alce sus ojos al Santo de Israel. Su corazón todavía saltará cuando pueda asirse de Él por la fe.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Door Christus tot God gaan
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Het gaat erom dat het een dagelijkse, levende ervaring is, zodat de aanwezigheid van Jezus aan de rechterhand van de Vader niet slechts een leerstelling volgens de letter der waarheid is, maar een fontein van geestelijk leven in het hart. Wat bevindt het arme, beproefde, verzochte en bezochte kind van God zich toch voortdurend in diepe moeilijkheden, waarbij het opziet naar zijn barmhartige en trouwe Hogepriester en Hem smeekt te verschijnen en zijn ziel te zegenen! Dit is alles wat hij nodig heeft. Dat de Heere Zelf hem zegent, is de kern van al zijn hartenwensen. Eén woord, één blik, één aanraking en één openbaring van Zijn liefde en bloed is alles wat hij wil.
Maar als hij Hem niet door het oog van het geloof zag aan de rechterhand van de Vader, en dat Hij hem kon zegenen met de zegening die rijk maakt en er geen smart bij voegt, zouden zijn gebeden, verlangens, tranen en smeekbeden dan tot Hem gericht zijn? Ook als hij soms is gezegend met een heerlijk besef van Zijn aanwezigheid en Zijn liefde, kan hij niet tevreden zijn zonder een nieuwe openbaring van deze zegeningen aan zijn ziel.
En wat is Hij toch volledig geschikt en Goddelijk bekwaam om deze rijke zegeningen over te brengen! Want God, door Hem te verheffen tot Zijn eigen rechterhand, „zet Hem tot zegeningen in eeuwigheid” (Ps. 21:7). Hij is „Hem voorgekomen” (d.w.z. Hij is Hem vóór geweest in Zijn wensen en verzoeken) „met zegeningen van het goede; op Zijn hoofd heeft Hij een kroon van fijn goud gezet” (Ps. 21:4). Dit is de beloning voor Zijn lijden, want „groot is Zijn eer door Gods heil”, en daarom werden „majesteit en heerlijkheid Hem toegevoegd” (Ps. 21:6).
En verdient Hij dit niet allemaal? Heeft Hij niet „een eeuwige verlossing teweeggebracht” (Hebr. 9:12)? En is Hij niet „ons geworden wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing” (1 Kor. 1:30)? Is Hij niet „het einde der wet, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft” (Rom. 10:4), en „allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid” (Hebr. 5:9)?
Lezen: Psalm 21
Aan de lezer…
Soms moet u zich afvragen of de Heere Jezus aan de rechterhand van de Vader voor u slechts een leerstuk is, of een fontein van leven in uw hart. Misschien bevindt u zich in diepe moeilijkheden, beproefd, verzocht en bezocht, en weet u niet waar u heen moet. Zie dan op naar uw barmhartige en trouwe Hogepriester. Eén woord, één blik, één aanraking van Zijn liefde en bloed is genoeg voor een arme ziel.
Hij is volledig geschikt en Goddelijk bekwaam om u te zegenen met de zegening die rijk maakt en er geen smart bij voegt. God heeft Hem gezet tot zegeningen in eeuwigheid, en dat als beloning voor Zijn lijden. Heeft Hij niet een eeuwige verlossing teweeggebracht? Bent u eens gezegend geweest en kunt u nu niet tevreden zijn zonder een nieuwe openbaring van Zijn liefde? Smeek dan dat Hij opnieuw verschijnt en uw ziel zegent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Het gaat erom dat het een dagelijkse, levende ervaring is, zodat de aanwezigheid van Jezus aan de rechterhand van de Vader niet slechts een leerstuk is naar de letter van de waarheid, maar een fontein van geestelijk leven in het hart. Hoe vaak zit het arme, beproefde, verzochte en bezochte kind van God toch in diepe moeiten, terwijl het opziet naar zijn barmhartige en getrouwe Hogepriester en Hem smeekt te verschijnen en zijn ziel te zegenen! Dat is alles wat hij nodig heeft. Dat de Heere Zelf hem zegent, is de kern van al zijn hartenwensen. Eén woord, één blik, één aanraking, één openbaring van Zijn liefde en bloed is alles wat hij begeert.
Maar als hij Hem niet met het oog van het geloof zag aan de rechterhand van de Vader, en zag dat Hij hem kon zegenen met de zegen die rijk maakt en er geen smart bij voegt, zouden zijn gebeden, verlangens, tranen en smekingen dan tot Hem gericht zijn? Ook als hij soms gezegend is met een heerlijk besef van Zijn tegenwoordigheid en Zijn liefde, kan hij niet tevreden zijn zonder een nieuwe openbaring van deze zegeningen aan zijn ziel.
En hoe volkomen geschikt en goddelijk bekwaam is Hij om deze rijke zegeningen te schenken! Want God heeft Hem verhoogd tot Zijn eigen rechterhand en „zet Hem tot zegeningen in eeuwigheid” (Ps. 21:7). Hij is „Hem voorgekomen” (dat wil zeggen: Hij is Hem vóór geweest in Zijn wensen en verzoeken) „met zegeningen van het goede; op Zijn hoofd heeft Hij een kroon van fijn goud gezet” (Ps. 21:4). Dit is de beloning voor Zijn lijden, want „groot is Zijn eer door Gods heil”, en daarom werden „majesteit en heerlijkheid Hem toegevoegd” (Ps. 21:6).
En verdient Hij dit niet allemaal? Heeft Hij niet „een eeuwige verlossing teweeggebracht” (Hebr. 9:12)? En is Hij niet „ons geworden wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing” (1 Kor. 1:30)? Is Hij niet „het einde der wet, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft” (Rom. 10:4), en „allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid” (Hebr. 5:9)?
Lezen: Psalm 21
Aan de lezer…
Soms moet u zich afvragen of de Heere Jezus aan de rechterhand van de Vader voor u slechts een leerstuk is, of een fontein van leven in uw hart. Misschien zit u in diepe moeiten, beproefd, verzocht en bezocht, en weet u niet waar u heen moet. Zie dan op naar uw barmhartige en getrouwe Hogepriester. Eén woord, één blik, één aanraking van Zijn liefde en bloed is genoeg voor een arme ziel.
Hij is volkomen geschikt en goddelijk bekwaam om u te zegenen met de zegen die rijk maakt en er geen smart bij voegt. God heeft Hem gezet tot zegeningen in eeuwigheid, en dat als beloning voor Zijn lijden. Heeft Hij niet een eeuwige verlossing teweeggebracht? Bent u eens gezegend geweest en kunt u nu niet tevreden zijn zonder een nieuwe openbaring van Zijn liefde? Smeek dan dat Hij opnieuw verschijnt en uw ziel zegent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore He is able also to save them to the uttermost that come unto God by Him, seeing He ever liveth to make intercession for them.
Hebrews 7:25
The point is that it should be a daily, living experience, so that the presence of Jesus at the right hand of the Father is not merely a doctrine according to the letter of the truth, but a fountain of spiritual life in the heart. How often the poor, tried, tempted and afflicted child of God sits in deep trouble, while he looks up to his merciful and faithful High Priest and begs Him to appear and bless his soul! That is all he needs. That the Lord Himself should bless him is the sum of all his heart’s desires. One word, one look, one touch, one manifestation of His love and blood is all he craves.
But if he did not see Him with the eye of faith at the right hand of the Father, and see that He could bless him with the blessing that maketh rich and addeth no sorrow with it, would his prayers, desires, tears and supplications be directed to Him? Even when he has at times been blessed with a sweet sense of His presence and His love, he cannot be satisfied without a fresh manifestation of these blessings to his soul.
And how perfectly suited and divinely qualified is He to bestow these rich blessings! For God has exalted Him to His own right hand and, as the psalm says, “Thou hast made Him most blessed for ever” (Ps. 21:6). “Thou preventest Him” (that is to say: He has gone before Him in His wishes and requests) “with the blessings of goodness: Thou settest a crown of pure gold on His head” (Ps. 21:3). This is the reward of His sufferings, for “His glory is great in Thy salvation,” and therefore “honour and majesty” were laid upon Him (Ps. 21:5).
And does He not deserve it all? Has He not “obtained eternal redemption” (Heb. 9:12)? And is He not “of God made unto us wisdom, and righteousness, and sanctification, and redemption” (1 Cor. 1:30)? Is He not “the end of the law for righteousness to every one that believeth” (Rom. 10:4), and “the author of eternal salvation unto all them that obey Him” (Heb. 5:9)?
Reading: Psalm 21
To the reader…
Sometimes you must ask yourself whether the Lord Jesus at the right hand of the Father is to you merely a doctrine, or a fountain of life in your heart. Perhaps you sit in deep trouble, tried, tempted and afflicted, and do not know where to turn. Then look up to your merciful and faithful High Priest. One word, one look, one touch of His love and blood is enough for a poor soul.
He is perfectly suited and divinely qualified to bless you with the blessing that makes rich and adds no sorrow with it. God has made Him most blessed for ever, and that as the reward of His sufferings. Has He not obtained eternal redemption? Were you once blessed, and can you not now be satisfied without a fresh manifestation of His love? Then beg Him to appear again and bless your soul.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por lo cual puede también salvar eternamente a los que por Él se allegan a Dios, viviendo siempre para interceder por ellos.
Hebreos 7:25
Lo que importa es que sea una experiencia diaria y viva, de modo que la presencia de Jesús a la diestra del Padre no sea meramente una doctrina según la letra de la verdad, sino una fuente de vida espiritual en el corazón. ¡Cuán a menudo el pobre hijo de Dios, probado, tentado y afligido, se halla en hondo apuro, mientras levanta los ojos a su misericordioso y fiel Sumo Sacerdote y le ruega que aparezca y bendiga su alma! Eso es todo lo que necesita. Que el Señor mismo le bendiga es la suma de todos los deseos de su corazón. Una palabra, una mirada, un toque, una manifestación de Su amor y de Su sangre es todo lo que anhela.
Pero si no le viera con el ojo de la fe a la diestra del Padre, y no viera que Él podría bendecirle con la bendición que enriquece y no añade tristeza con ella, ¿se dirigirían a Él sus oraciones, deseos, lágrimas y súplicas? Aun cuando a veces ha sido bendecido con un dulce sentir de Su presencia y de Su amor, no puede quedar satisfecho sin una nueva manifestación de estas bendiciones a su alma.
¡Y cuán perfectamente adecuado y divinamente capacitado está Él para otorgar estas ricas bendiciones! Porque Dios le ha exaltado a Su propia diestra y, como dice el salmo: “Porque lo has bendecido para siempre” (Sal. 21:6). “Le has salido al encuentro” (es decir: se le ha anticipado en Sus deseos y peticiones) “con bendiciones de bien: corona de oro fino has puesto sobre Su cabeza” (Sal. 21:3). Esta es la recompensa de Sus sufrimientos, porque “grande es Su gloria en Tu salud”, y por eso “honra y majestad” fueron puestas sobre Él (Sal. 21:5).
¿Y no lo merece todo? ¿No ha “obtenido eterna redención” (Heb. 9:12)? ¿Y no “nos ha sido hecho por Dios sabiduría, y justificación, y santificación, y redención” (1 Cor. 1:30)? ¿No es Él “el fin de la ley… para justicia a todo aquel que cree” (Rom. 10:4), y “causa de eterna salud a todos los que le obedecen” (Heb. 5:9)?
Lectura: Salmo 21
Al lector…
A veces tiene usted que preguntarse si el Señor Jesús a la diestra del Padre es para usted meramente una doctrina o una fuente de vida en su corazón. Quizá se halla en hondo apuro, probado, tentado y afligido, y no sabe adónde volverse. Levante entonces los ojos a su misericordioso y fiel Sumo Sacerdote. Una palabra, una mirada, un toque de Su amor y de Su sangre basta para una pobre alma.
Él está perfectamente adecuado y divinamente capacitado para bendecirle con la bendición que enriquece y no añade tristeza con ella. Dios le ha bendecido para siempre, y eso como recompensa de Sus sufrimientos. ¿No ha obtenido Él eterna redención? ¿Fue usted bendecido una vez, y ahora no puede quedar satisfecho sin una nueva manifestación de Su amor? Ruéguele entonces que aparezca otra vez y bendiga su alma.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.
Psalm 84:8
Omdat de Heere getrouw is, zal ook geen geestelijke pelgrim ooit vallen of sterven in het dal van Baca. Sommigen mogen vrezen dat door de verzoeking hun sterke driften of ziedende verdorvenheden op zekere dag zullen uitbreken en hen ten verderve voeren; doch daarvan is geen sprake, indien zij pelgrims zijn. „Een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.” Anderen mogen denken dat zij nooit een openbaring zullen hebben; dat zij nooit hun naam duidelijk in het boek des levens geschreven zullen zien; dat de Heere nooit in hun hart zal verschijnen tot hun vreugde; dat zij nooit in staat zullen zijn te roepen: „Abba, Vader!” Zijn zij het eigendom van Jezus, dan zal dit wel gebeuren.
Zijn hun aangezichten naar Sion gewend? Zijn zij uit de wereld getrokken? Stellen zij Hem tot een fontein in Baca’s dal? En vult de regen de putten? En werd ooit Gods kracht in zwakheid volbracht? Gezegende uitkomst! Zoete vervulling van des pelgrims hoop, van hun begeerten en verwachtingen! Dit zet de kroon op het werk dat de Heere geven moet.
Een iegelijk van hen zal voor God verschijnen, gewassen in het bloed des Zaligmakers, gekleed in des Verlossers gerechtigheid, versierd met alle genaden des Geestes, en bekwaam gemaakt om deel te hebben in de erfenis der heiligen in het licht. Daar zal het wenen ophouden. Het jammerdal ligt achter en de tranen zullen van het aangezicht zijn afgewist. Geen doornen zullen daar de vermoeide voeten verwonden; geen sluipend wild gedierte zal daar de onbewuste reiziger aanvallen; geen rovende bandiet zal daar de afgedwaalden overrompelen; geen twijfelingen en vrees en snijdende droefheid zullen hen daar smarten, in moeilijkheden of in banden brengen. Veilig in Sion, veilig in des Verlossers boezem, veilig in de armen van hun Bruidegom, veilig voor de troon: een iegelijk van hen zal voor God verschijnen in heerlijkheid.
Aan de lezer…
Vreest u, lezer, dat u op de weg zult bezwijken? Dat uw verdorvenheden op een dag zullen uitbreken en u ten verderve voeren, of dat u nooit uw naam in het boek des levens geschreven zult zien? Zulke vrezen kennen veel pelgrims in het dal van Baca. Maar de Heere is getrouw. Is uw aangezicht naar Sion gewend, en stelt u Hem tot een fontein in dit jammerdal, dan zal geen geestelijke pelgrim daar vallen of sterven.
„Een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.” Niet in eigen kracht of gerechtigheid, maar gewassen in het bloed des Zaligmakers en gekleed in des Verlossers gerechtigheid. Daar zal het wenen ophouden en zullen de tranen van uw aangezicht zijn afgewist. Geen doornen meer, geen twijfel en geen snijdende droefheid. Houd dan moed, vermoeide reiziger: Hij Die het werk begon, zal ook de kroon erop zetten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.
Psalm 84:8
Omdat de Heere trouw is, zal ook geen enkele geestelijke pelgrim ooit vallen of sterven in het dal van Baca. Sommigen vrezen misschien dat hun sterke driften of ziedende verdorvenheden op een dag door de verzoeking zullen uitbreken en hen in het verderf zullen storten; maar daarvan is geen sprake, als zij pelgrims zijn. „Een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.” Anderen denken misschien dat zij nooit een openbaring zullen ontvangen; dat zij hun naam nooit duidelijk in het boek des levens geschreven zullen zien; dat de Heere nooit tot hun vreugde in hun hart zal verschijnen; dat zij nooit in staat zullen zijn te roepen: „Abba, Vader!” Als zij het eigendom van Jezus zijn, zal dit zeker gebeuren.
Zijn hun gezichten naar Sion gericht? Zijn zij uit de wereld getrokken? Stellen zij Hem tot een fontein in het dal van Baca? En vult de regen de putten? En werd Gods kracht ooit in zwakheid volbracht? Gezegende uitkomst! Zoete vervulling van de hoop van de pelgrims, van hun begeerten en verwachtingen! Dit zet de kroon op het werk dat de Heere moet geven.
Ieder van hen zal voor God verschijnen, gewassen in het bloed van de Zaligmaker, gekleed in de gerechtigheid van de Verlosser, versierd met alle genadegaven van de Geest en bekwaam gemaakt om deel te hebben aan de erfenis van de heiligen in het licht. Daar zal het wenen ophouden. Het jammerdal ligt dan achter hen en de tranen zullen van hun gezicht zijn afgewist. Geen doornen zullen daar de vermoeide voeten verwonden; geen sluipend wild dier zal daar de nietsvermoedende reiziger aanvallen; geen rovende bandiet zal daar de verdwaalden overvallen; geen twijfels, vrees en snijdende droefheid zullen hun daar pijn doen of hen in moeite of in banden brengen. Veilig in Sion, veilig aan de boezem van de Verlosser, veilig in de armen van hun Bruidegom, veilig voor de troon: ieder van hen zal voor God verschijnen in heerlijkheid.
Aan de lezer…
Vreest u dat u op de weg zult bezwijken? Dat uw verdorvenheden op een dag zullen uitbreken en u in het verderf zullen storten, of dat u uw naam nooit in het boek des levens geschreven zult zien? Zulke vrezen kennen veel pelgrims in het dal van Baca. Maar de Heere is trouw. Is uw gezicht naar Sion gericht, en stelt u Hem tot een fontein in dit jammerdal, dan zal geen geestelijke pelgrim daar vallen of sterven.
„Een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.” Niet in eigen kracht of gerechtigheid, maar gewassen in het bloed van de Zaligmaker en gekleed in de gerechtigheid van de Verlosser. Daar zal het wenen ophouden en zullen de tranen van uw gezicht zijn afgewist. Geen doornen meer, geen twijfel en geen snijdende droefheid. Houd dan moed, vermoeide reiziger: Hij Die het werk begon, zal er ook de kroon op zetten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
They go from strength to strength, every one of them in Zion appeareth before God.
Psalm 84:7
As the Lord is true, no spiritual pilgrim will ever fall and die in the valley of Baca. Some may fear that through temptation their strong passions or boiling lusts will one day break out and destroy them. No, not if they are pilgrims. “Every one of them in Zion appears before God.” Others may think they never shall have a testimony; they never shall read their name clearly in the Book of Life; the Lord will never appear in their heart or bless their soul; they never shall be able to say, “Abba, Father.” If Jesus is theirs, they shall.
But are they spiritual pilgrims? Do they find it a valley of tears? Are their faces Zionward? Have they come out of the world? Do they sometimes make the valley of Baca a well? And does the rain fill the pools? And have they ever had strength made perfect in weakness? Then every one of them will appear before God in Zion.
Blessed end! Sweet accomplishment of the pilgrim’s hopes, desires, and expectations! The crowning blessing of all that God has to bestow! “Every one of them appears before God,” washed in the Savior’s blood, clothed in the Redeemer’s righteousness, adorned with all the graces of the Spirit, and made fit for the inheritance of the saints in light.
No weeping then! The valley of Baca is passed, and tears wiped from off all faces. No thorns to lacerate the weary feet there; no prowling wild beasts to seize the unwary traveler there; no roving bandits to surprise stragglers there; no doubts and fears and cutting sorrows to grieve, perplex, and burden them there. Safe in Zion, safe in the Redeemer’s bosom, safe in their Husband’s arms, safe before the throne, every one of them appears before God in glory!
To the reader…
Do you fear that you will fall by the way? That your corruptions will one day break out and plunge you into ruin, or that you will never see your name written in the book of life? Many pilgrims in the valley of Baca know such fears. But the Lord is faithful. If your face is set towards Zion, and you make Him a well in this valley of tears, then no spiritual pilgrim will fall or die there.
“Every one of them in Zion appeareth before God.” Not in their own strength or righteousness, but washed in the Saviour’s blood and clothed in the Redeemer’s righteousness. There the weeping will cease and the tears will be wiped from your face. No more thorns, no doubt and no cutting sorrow. Take heart, then, weary traveller: He Who began the work will also crown it.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Irán de fortaleza en fortaleza; cada uno de ellos comparecerá delante de Dios en Sion.
Salmo 84:7
Tan cierto como que el Señor es fiel, ningún peregrino espiritual caerá ni morirá jamás en el valle de Baca. Algunos pueden temer que, por la tentación, sus fuertes pasiones o sus concupiscencias hirvientes estallen un día y los destruyan. No, no si son peregrinos. “Cada uno de ellos comparecerá delante de Dios en Sion.” Otros pueden pensar que nunca tendrán un testimonio; que nunca leerán su nombre con claridad en el Libro de la Vida; que el Señor nunca aparecerá en su corazón ni bendecirá su alma; que nunca podrán decir: “Abba, Padre”. Si Jesús es suyo, lo dirán.
Pero ¿son peregrinos espirituales? ¿Hallan que es un valle de lágrimas? ¿Están sus rostros vueltos hacia Sion? ¿Han salido del mundo? ¿Ponen a veces el valle de Baca por fuente? ¿Y llena la lluvia los estanques? ¿Y han tenido alguna vez la fuerza perfeccionada en la flaqueza? Entonces cada uno de ellos comparecerá delante de Dios en Sion.
¡Bendito fin! ¡Dulce cumplimiento de las esperanzas, deseos y expectativas del peregrino! ¡La bendición que corona todo lo que Dios tiene para otorgar! “Cada uno de ellos comparecerá delante de Dios”, lavado en la sangre del Salvador, vestido de la justicia del Redentor, adornado con todas las gracias del Espíritu y hecho apto para la suerte de los santos en luz.
¡Ya no habrá llanto entonces! El valle de Baca ha quedado atrás, y las lágrimas han sido enjugadas de todos los rostros. Allí no habrá espinas que desgarren los pies cansados; allí no habrá fieras al acecho para atrapar al viajero desprevenido; allí no habrá bandidos errantes para sorprender a los rezagados; allí no habrá dudas ni temores ni penas punzantes que los aflijan, los dejen perplejos y los carguen. ¡Seguros en Sion, seguros en el seno del Redentor, seguros en los brazos de su Esposo, seguros delante del trono, cada uno de ellos comparece delante de Dios en la gloria!
Al lector…
¿Teme usted caer en el camino? ¿Que sus corrupciones estallen un día y le hundan en la ruina, o que nunca vea su nombre escrito en el libro de la vida? Muchos peregrinos en el valle de Baca conocen tales temores. Pero el Señor es fiel. Si su rostro está vuelto hacia Sion, y en este valle de lágrimas usted Le hace su fuente, entonces ningún peregrino espiritual caerá ni morirá allí.
“Cada uno de ellos comparecerá delante de Dios en Sion.” No en su propia fuerza ni en su propia justicia, sino lavados en la sangre del Salvador y vestidos de la justicia del Redentor. Allí cesará el llanto y las lágrimas serán enjugadas de su rostro. No más espinas, ni dudas, ni penas punzantes. Cobre ánimo, pues, viajero cansado: el que comenzó la obra también la coronará.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl