June 25
Te dien dage zal de mens zien naar Dien, Die hem gemaakt heeft, en zijn ogen zullen op de Heilige Israëls zien.
Jesaja 17:7
Juist in die naam „de Heilige Israëls” is iets, welks liefelijkheid het hart van een arme, gevoelige zondaar doet smelten. Want wat is hij in zichzelf anders dan een gevallen kind van Adam? Een vuil, afzichtelijk, onrein schepsel, ongeschikt voor de tegenwoordigheid Gods. En wat anders kan zulk een onreine, onwaardige, misvormde zondaar voor de eeuwige tegenwoordigheid en het genot van de Drieënige Jehovah geschikt maken, dan zulk een Zaligmaker als de Heilige Israëls, Wiens bloed als een heilfontein reinigt van alle zonden? De ziel die in Hem staat, staat vast, zonder vlek en zonder rimpel. En moet zijn hart niet opspringen en huppelen, wanneer hij in het geloof die Heilige Israëls kan aangrijpen?
Maar dit levend geloof in dat geestelijk aannemen van de enige Middelaar tussen God en de mens kan niet bestaan, tenzij iemand in omstandigheden gebracht worde waarin hij aan de Heilige Israëls behoefte heeft. Vóórdat hij van alle kracht van het schepsel is ontdaan, kan hij naar waarheid niet verstaan hoe, noch verlangen dat de kracht van Christus in zijn zwakheid volbracht worde. Zo ook met de wijsheid van Christus, Zijn rechtvaardigmaking, Zijn bloed, Zijn liefde, Zijn genadige tegenwoordigheid — dat alles zijn louter woorden en zwervende gedachten, doffe, dromerige opvattingen, totdat armoede en behoefte zwaar drukken op de ziel en de Heilige Geest „de onnaspeurlijke rijkdom van Christus” als werkelijkheid bekendmaakt.
Het is deze genadige ontdekking die de Heilige Israëls aan hem dierbaar maakt. Er is geen Goddelijk geloof in, geen geloof aan, geen liefde tot de Heilige Israëls vóór „die dag” waarop hij op niemand anders kan zien; waarop geen hoop meer op het schepsel bestaat; totdat al zijn eigengerechtigheid hem ontvalt en hij gevoelt dat hij door vrije genade gezaligd moet worden, of voor eeuwig verloren gaan.
Dit overstelpt mijn geest met rouwe:
als ik mijn deerlijk lot beschouwe,
bezwijkt mijn afgefolterd hart.
Gij weet, dat ik op U betrouwe,
algoede God, genees mijn smart.
Psalm 143:4
Aan de lezer…
U die zich een vuil en onrein schepsel voelt, ongeschikt voor de tegenwoordigheid Gods, weet misschien ook dat alle hoop op het schepsel u ontvallen is, en ook uw eigen gerechtigheid. Dat is een bittere plaats, en toch is het juist „die dag” waarop de ogen leren zien op de Heilige Israëls. Want zolang u nog kracht in uzelf meent te hebben, blijven Zijn bloed en Zijn liefde slechts woorden en dromerige gedachten.
Maar wanneer armoede en behoefte zwaar op uw ziel drukken, maakt de Heilige Geest de onnaspeurlijke rijkdom van Christus als werkelijkheid bekend. Zijn bloed reinigt als een heilfontein van alle zonden, en wie in Hem staat, staat vast, zonder vlek en zonder rimpel. Ziet u geen andere uitweg dan vrije genade? Zie dan naar Hem, Die u gemaakt heeft, en sla uw ogen op de Heilige Israëls. Uw hart zal nog opspringen wanneer u Hem in het geloof mag aangrijpen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Te dien dage zal de mens zien naar Dien, Die hem gemaakt heeft, en zijn ogen zullen op de Heilige Israëls zien.
Jesaja 17:7
Juist in die naam „de Heilige Israëls” ligt iets waarvan de lieflijkheid het hart van een arme, gevoelige zondaar doet smelten. Want wat is hij in zichzelf anders dan een gevallen kind van Adam? Een vuil, afzichtelijk en onrein schepsel, ongeschikt voor de tegenwoordigheid van God. En wat anders kan zo’n onreine, onwaardige, misvormde zondaar geschikt maken voor de eeuwige tegenwoordigheid en het genieten van de Drie-enige Jehovah, dan zo’n Zaligmaker als de Heilige Israëls, Wiens bloed als een heilsfontein van alle zonden reinigt? De ziel die in Hem staat, staat vast, zonder vlek en zonder rimpel. En moet zijn hart dan niet opspringen en huppelen wanneer hij die Heilige Israëls in het geloof kan aangrijpen?
Maar dit levende geloof, dit geestelijk aannemen van de enige Middelaar tussen God en de mens, kan niet bestaan tenzij iemand in omstandigheden gebracht wordt waarin hij de Heilige Israëls nodig heeft. Voordat hij van alle kracht van het schepsel ontdaan is, kan hij niet werkelijk begrijpen hoe de kracht van Christus in zijn zwakheid volbracht wordt, en kan hij daar ook niet naar verlangen. Zo is het ook met de wijsheid van Christus, Zijn gerechtigheid, Zijn bloed, Zijn liefde en Zijn genadige tegenwoordigheid. Dat alles zijn maar woorden en zwervende gedachten, vage, dromerige voorstellingen, totdat armoede en gebrek zwaar op de ziel drukken en de Heilige Geest „de onnaspeurlijke rijkdom van Christus” als werkelijkheid bekendmaakt.
Het is deze genadige ontdekking die de Heilige Israëls voor hem dierbaar maakt. Er is geen goddelijk geloof in, geen geloof aan en geen liefde tot de Heilige Israëls vóór „die dag” waarop hij naar niemand anders kan zien, waarop er geen hoop meer op het schepsel is. Dat is er niet totdat al zijn eigengerechtigheid hem ontvalt en hij voelt dat hij door vrije genade zalig moet worden, of anders voor eeuwig verloren gaat.
Dit overstelpt mijn geest met rouwe:
als ik mijn deerlijk lot beschouwe,
bezwijkt mijn afgefolterd hart.
Gij weet, dat ik op U betrouwe,
algoede God, genees mijn smart.
Psalm 143:4
Aan de lezer…
U die zich een vuil en onrein schepsel voelt, ongeschikt voor de tegenwoordigheid van God, weet misschien ook dat alle hoop op het schepsel u ontvallen is, en ook uw eigen gerechtigheid. Dat is een bittere plaats, en toch is het juist „die dag” waarop de ogen leren zien op de Heilige Israëls. Want zolang u nog kracht in uzelf meent te hebben, blijven Zijn bloed en Zijn liefde maar woorden en dromerige gedachten.
Maar wanneer armoede en gebrek zwaar op uw ziel drukken, maakt de Heilige Geest de onnaspeurlijke rijkdom van Christus als werkelijkheid bekend. Zijn bloed reinigt als een heilsfontein van alle zonden, en wie in Hem staat, staat vast, zonder vlek en zonder rimpel. Ziet u geen andere uitweg dan vrije genade? Zie dan naar Hem Die u gemaakt heeft, en sla uw ogen op naar de Heilige Israëls. Uw hart zal nog opspringen wanneer u Hem in het geloof mag aangrijpen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
At that day shall a man look to his Maker, and his eyes shall have respect to the Holy One of Israel.
Isaiah 17:7
In the very name “the Holy One of Israel,” there is something the sweetness of which melts the heart of a poor sinner. For what is he in himself as a fallen child of Adam? A filthy, defiled, polluted wretch, unfit for the presence of God. And what can fit such an unclean, unworthy, deformed sinner for the eternal presence and enjoyment of the Triune Jehovah, but such a Savior as the Holy One of Israel, Whose blood, as a holy fountain, cleanses from all sin? The soul that stands in Him, stands complete, without spot or blemish. And must not his heart leap and dance when with a measure of faith he is able to lay hold of this Holy One of Israel?
But this living faith in, and spiritual reception of, the only Mediator between God and man cannot exist until a man is brought into circumstances in which he needs the Holy One of Israel. Until he is emptied and stripped of all creature strength, he cannot truly understand how, nor really desire that the strength of Christ may be made perfect in his weakness. So with Christ’s wisdom; His righteousness; His blood; so with His love; His gracious presence–all are mere words, loose and floating ideas, dim, dreamy conceptions, until poverty and need lie hard upon the soul, and the blessed Spirit makes known “the unsearchable riches of Christ,” as so many experimental realities. It is this gracious discovery which endears to him the Holy One of Israel. There is no divine faith, no going out of hope, no flowing of affection toward the Holy One of Israel, until “that day,” when he has no one else to look to, no hope in the creature; until all his righteousness fails him, and he feels that he must be saved by free grace, or eternally perish.
To the reader…
You who feel yourself a filthy and unclean creature, unfit for the presence of God, perhaps also know that all hope in the creature has failed you, and your own righteousness too. That is a bitter place, and yet it is exactly “that day” on which the eyes learn to have respect to the Holy One of Israel. For as long as you still think you have strength in yourself, His blood and His love remain mere words and dreamy ideas.
But when poverty and need lie hard upon your soul, the Holy Spirit makes the unsearchable riches of Christ known as a reality. His blood cleanses from all sin like a holy fountain, and whoever stands in Him stands complete, without spot or wrinkle. Do you see no other way out than free grace? Then look to Him Who made you, and lift up your eyes to the Holy One of Israel. Your heart will yet leap when you may lay hold of Him by faith.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En aquel día mirará el hombre a su Hacedor, y sus ojos contemplarán al Santo de Israel.
Isaías 17:7
En el mismo nombre “el Santo de Israel” hay algo cuya dulzura derrite el corazón de un pobre pecador. Porque ¿qué es él en sí mismo como hijo caído de Adán? Un miserable sucio, manchado y contaminado, indigno de la presencia de Dios. ¿Y qué puede hacer idóneo a un pecador tan inmundo, indigno y deforme para la presencia y el gozo eternos del Jehová trino, sino un Salvador tal como el Santo de Israel, cuya sangre, como una fuente santa, limpia de todo pecado? El alma que está en Él, está completa, sin mancha ni defecto. ¿Y no ha de saltar y danzar su corazón cuando, con una medida de fe, puede asirse de este Santo de Israel?
Pero esta fe viva en el único Mediador entre Dios y los hombres, y esta recepción espiritual de Él, no puede existir hasta que el hombre es llevado a circunstancias en las que necesita al Santo de Israel. Hasta que es vaciado y despojado de toda fuerza de criatura, no puede entender verdaderamente cómo, ni desear realmente, que la fuerza de Cristo se perfeccione en su debilidad. Así sucede con la sabiduría de Cristo, con Su justicia, con Su sangre; así con Su amor y con Su presencia llena de gracia: todo son meras palabras, ideas sueltas y flotantes, concepciones oscuras y soñadoras, hasta que la pobreza y la necesidad pesan duramente sobre el alma, y el bendito Espíritu da a conocer “las inescrutables riquezas de Cristo” como otras tantas realidades experimentales. Es este descubrimiento lleno de gracia lo que le hace precioso al Santo de Israel. No hay fe divina, ni salida de la esperanza, ni fluir del afecto hacia el Santo de Israel hasta “aquel día” en que no tiene a nadie más a quien mirar, ni esperanza en la criatura; hasta que toda su justicia le falla y siente que tiene que ser salvo por la libre gracia, o perecer eternamente.
Al lector…
Usted que se siente una criatura sucia e inmunda, indigna de la presencia de Dios, quizá sabe también que toda esperanza en la criatura le ha fallado, y también su propia justicia. Es un lugar amargo, y sin embargo es precisamente “aquel día” en que los ojos aprenden a contemplar al Santo de Israel. Porque mientras todavía piense que tiene fuerza en sí mismo, Su sangre y Su amor siguen siendo meras palabras e ideas soñadoras.
Pero cuando la pobreza y la necesidad pesan duramente sobre su alma, el Espíritu Santo da a conocer las inescrutables riquezas de Cristo como una realidad. Su sangre limpia de todo pecado como una fuente santa, y quien está en Él está completo, sin mancha ni arruga. ¿No ve otra salida que la libre gracia? Mire entonces a Aquel que le hizo, y alce sus ojos al Santo de Israel. Su corazón todavía saltará cuando pueda asirse de Él por la fe.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl