2 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
9 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Heere, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds.
Klaagliederen 5:21
Bent u niet dikwijls onbekwaam om berouw te voelen en uw zonden voor God te belijden? Geeft uw geweten u niet dikwijls een terugblik op vleselijke gedachten, goddeloze begeerten, ijdele inbeeldingen, dwaze woorden, dartele gesprekken en die gehele lijst van verkeerdheden die getuigen van al onze afwijkingen van het leven Gods? Maar bent u in staat om daarover berouw te voelen? Voelt u zich dan als in uw hart getroffen? Kunt u treuren en zuchten omdat uw geweten zulk een reeks van klachten tegen u inbrengt? Kunt u uw ziel voelen wegsmelten door het gevoel van smart daarover? Kunt u verslagen zijn over uw trotsheid, uw wereldsgezindheid, uw begeerlijkheid, over alles wat verkeerd, over alles wat hatelijk is in het oog van God?
Maar zijn er dan tijden en gelegenheden dat het de Heere behaagt op het geweten te werken, de ziel te bewegen en te schokken, het hart aan te roeren met Zijn genadige vingers – dan ontstaat er berouw en godzalige smart. Het is met ons als met de rots waar Mozes op sloeg. Er was water in de rots; maar er moest met de staf op geslagen worden voordat het water eruit vloeide. Zo kunnen wij de genade van berouw in onze ziel hebben; maar zij vereist de Goddelijke hand om op de rots te slaan, zodat het water van de godzalige smart eruit stroomt.
Heer, door goedheid aangedreven
zijt Gij mild in ’t schuld vergeven!
Wie U aanroept in de nood
vindt Uw gunst oneindig groot.
Heer, neem mijn gebed ter oren,
wil toch naar mijn smeking horen;
merk naar Uw goedgunstigheên
op de stem van mijn gebeên.
Ps. 86:3
Aan de lezer…
Arme zondaar, ziet u uw zonden wel, maar kunt u er niet over treuren? Brengt uw geweten de ene klacht na de andere tegen u in, en blijft uw hart toch hard als een rots? Misschien maakt juist dat u nog banger dan de zonden zelf. Weet dan dat u hierin niet alleen staat. Wij kunnen berouw niet uit onszelf voortbrengen, evenmin als water uit een steen. Er moet een hand zijn die slaat.
Maar zie naar de rots in de woestijn: er was water in, al vloeide het pas toen Mozes er met de staf op sloeg. Zo kan de genade van berouw in uw ziel verborgen liggen, totdat de Heere met Zijn genadige vingers uw hart aanroert. Breng dan uw harde hart bij Hem, met het gebed van de Klaagliederen: „Heere, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn.” Hij is mild in het vergeven, en wie Hem in de nood aanroept, vindt Zijn gunst oneindig groot.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Heere, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds.
Klaagliederen 5:21
Bent u niet vaak onmachtig om berouw te voelen en uw zonden voor God te belijden? Laat uw geweten u niet vaak terugzien op vleselijke gedachten, goddeloze begeerten, ijdele inbeeldingen, dwaze woorden, lichtzinnige gesprekken en heel die lijst van verkeerdheden die getuigen van al onze afwijkingen van het leven van God? Maar bent u in staat daarover berouw te voelen? Voelt u zich dan in uw hart getroffen? Kunt u treuren en zuchten omdat uw geweten zo’n reeks van aanklachten tegen u inbrengt? Kunt u uw ziel voelen wegsmelten van smart daarover? Kunt u verslagen zijn over uw hoogmoed, uw wereldsgezindheid, uw begeerlijkheid, over alles wat verkeerd en alles wat hatelijk is in de ogen van God?
Maar er zijn tijden en gelegenheden waarin het de Heere behaagt op het geweten te werken, de ziel te bewegen en te schokken en het hart aan te raken met Zijn genadige vingers. Dan ontstaan er berouw en een godzalige droefheid. Het is met ons als met de rots waarop Mozes sloeg. Er was water in de rots, maar er moest met de staf op geslagen worden voordat het water eruit stroomde. Zo kunnen wij de genade van berouw in onze ziel hebben, maar er is de goddelijke hand voor nodig om op de rots te slaan, zodat het water van de godzalige droefheid eruit stroomt.
Heer, door goedheid aangedreven
zijt Gij mild in ’t schuld vergeven!
Wie U aanroept in de nood
vindt Uw gunst oneindig groot.
Heer, neem mijn gebed ter oren,
wil toch naar mijn smeking horen;
merk naar Uw goedgunstigheên
op de stem van mijn gebeên.
Ps. 86:3
Aan de lezer…
Arme zondaar, ziet u uw zonden wel, maar kunt u er niet over treuren? Brengt uw geweten de ene aanklacht na de andere tegen u in, en blijft uw hart toch hard als een rots? Misschien maakt juist dat u nog banger dan de zonden zelf. Weet dan dat u hierin niet alleen staat. Wij kunnen berouw niet uit onszelf voortbrengen, net zo min als water uit een steen. Er moet een hand zijn die slaat.
Maar kijk naar de rots in de woestijn: er was water in, al stroomde het pas toen Mozes er met de staf op sloeg. Zo kan de genade van berouw in uw ziel verborgen liggen, totdat de Heere met Zijn genadige vingers uw hart aanraakt. Breng dan uw harde hart bij Hem, met het gebed uit de Klaagliederen: „Heere, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn.” Hij is mild in het vergeven, en wie Hem in de nood aanroept, vindt Zijn gunst oneindig groot.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Turn Thou us unto Thee, O Lord, and we shall be turned; renew our days as of old.
Lamentations 5:21
Are you not often destitute of the power to repent, and confess your sins before God? Does not conscience often bring to view a melancholy retrospect of carnal thoughts, wicked desires, vain imaginations, foolish words, frivolous speeches, and all that catalogue of evils, that huge bill which godly fear sometimes files in the court within, as seen in all our departures from the life of God? But are you able to repent? are you able to feel cut to the very heart? are you able to mourn and sigh because conscience brings against you this long indictment? Can you always feel your soul melted down with sorrow on account of it? Are you always able to feel contrition because you are proud, worldly, covetous, everything that is evil, everything that is hateful in God’s sight?
But, then, there are times and seasons when the Lord is pleased to work upon the conscience, to move and stir the soul, to touch the heart with His gracious finger—then repentance and godly sorrow flow forth. It is with us as with the rock that Moses struck. There was water in the rock; but it required to be struck with the rod before the waters flowed out. So we may have the grace of repentance in our souls; but it requires the divine hand to strike the rock, to cause the waters of godly sorrow to gush forth.
To the reader…
Poor sinner, do you see your sins, yet cannot grieve over them? Does your conscience bring one charge after another against you, and does your heart still remain as hard as a rock? Perhaps that very thing frightens you even more than the sins themselves. Know, then, that you are not alone in this. We cannot bring forth repentance from ourselves, any more than water from a stone. There must be a hand that strikes.
But look at the rock in the wilderness: there was water in it, though it only flowed when Moses struck it with the rod. In the same way the grace of repentance may lie hidden in your soul, until the Lord touches your heart with His gracious fingers. Bring your hard heart to Him, then, with the prayer from Lamentations: “Turn Thou us unto Thee, O Lord, and we shall be turned.” He is ready to forgive, and whoever calls upon Him in distress finds His favour to be boundless.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Vuélvenos, oh Jehová, a Ti, y nos volveremos: renueva nuestros días como al principio.
Lamentaciones 5:21
¿No está usted a menudo desprovisto del poder para arrepentirse y confesar sus pecados delante de Dios? ¿No le pone a menudo la conciencia delante una triste retrospectiva de pensamientos carnales, deseos perversos, imaginaciones vanas, palabras necias, conversaciones frívolas, y todo ese catálogo de males, esa enorme cuenta que el temor piadoso presenta a veces en el tribunal interior, tal como se ve en todos nuestros apartamientos de la vida de Dios? Pero ¿puede usted arrepentirse? ¿Puede sentirse herido hasta lo más hondo del corazón? ¿Puede lamentar y suspirar porque la conciencia presenta contra usted esta larga acusación? ¿Puede sentir siempre su alma derretida de dolor por ello? ¿Puede siempre sentir contrición porque es orgulloso, mundano, codicioso, todo lo que es malo, todo lo que es aborrecible a los ojos de Dios?
Pero hay tiempos y sazones en que al Señor le place obrar sobre la conciencia, mover y conmover el alma, tocar el corazón con Su dedo misericordioso, y entonces fluyen el arrepentimiento y la tristeza según Dios. Nos sucede como a la peña que Moisés golpeó. Había agua en la peña; pero era necesario golpearla con la vara antes de que las aguas brotaran. Así también podemos tener la gracia del arrepentimiento en nuestras almas; pero se necesita la mano divina que golpee la peña para hacer brotar las aguas de la tristeza según Dios.
Al lector…
Pobre pecador, ¿ve usted sus pecados, y sin embargo no puede entristecerse por ellos? ¿Le presenta su conciencia una acusación tras otra, y aun así su corazón sigue tan duro como una peña? Quizá eso mismo le asusta más aún que los pecados. Sepa, pues, que no está solo en esto. No podemos producir arrepentimiento de nosotros mismos, como tampoco agua de una piedra. Ha de haber una mano que golpee.
Pero mire la peña en el desierto: había agua en ella, aunque solo fluyó cuando Moisés la golpeó con la vara. Del mismo modo la gracia del arrepentimiento puede estar escondida en su alma, hasta que el Señor toque su corazón con Sus dedos misericordiosos. Lleve, pues, su corazón duro a Él con la oración de Lamentaciones: “Vuélvenos, oh Jehová, a Ti, y nos volveremos”. Él está pronto a perdonar, y quien le invoca en la angustia halla que Su favor no tiene límites.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De zegen van Jozef
Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein.
Genesis 49:22
Een bron is een Bijbels beeld van de Heilige Geest, de Enige Die ons vruchtbaar maakt in elk goed woord en werk. Er is iets in het beeld dat een zoet licht werpt op de bron van alle vruchtbaarheid: een bron is aan het gezicht onttrokken, hij ligt diep; men kan er voorbijgaan en niet weten dat hij bestaat, maar hij is er wel. De wijnstok gaat met zijn wortels op zoek naar de bron. Bomen en planten gaan op natuurlijke en instinctieve wijze op zoek naar voedsel, en het voedsel van de plant is de bron van haar vruchten. Plant een boom op een dorre plek, en hij zal zijn wortels uitspreiden tot hij vruchtbare grond vindt; een struik op een muur laat zijn wortels zakken tot hij de grond bereikt; een jong boompje dat op enige afstand van een beek is geplaatst, verspreidt zijn wortels tot het het water bereikt, alsof er een instinct in de boom zit om datgene te zoeken wat voor hem de bron van leven en vruchtbaarheid is.
Als dus een boom, een plantaardig organisme, vanuit een instinct op zoek kan gaan naar datgene wat zijn natuurlijke leven in stand houdt, zal een kind van God dan niet nog veel meer op zoek gaan naar datgene wat zijn leven in stand houdt en zijn vruchtbaarheid handhaaft? Zoals de wijnstok zijn wortels naar de bron uitspreidt en voortdurend hoeveelheden vocht omhoog zuigt om het blad groen en de vruchten rijk en rijp te maken, zo spreidt een kind van God, dat zijn armoede en behoefte voelt en iets weet van de heerlijke werkzaamheid van de Heilige Geest in zijn hart, de wortels van zijn geloof, hoop en liefde uit op zoek naar deze eeuwige voorraad. Hoe dorstiger de wijnstok is, des te meer ruimte zit er in zijn wortels en nerven om het vocht in de bron op te zuigen. En zo ook: hoe meer een christen zijn dorheid en onvruchtbaarheid voelt, des te meer ruimte is er voor de voorraden levend water om hem in leven te houden en elk goed woord en werk voort te brengen.
Lezen: Richteren 15
Aan de lezer…
Hoe vaak voelt u zich dor en onvruchtbaar, als een struik op een muur of een boompje op een droge plek? Dan is dit stukje juist voor u geschreven. Zie hoe de wijnstok zijn wortels uitstrekt naar de bron die hij niet ziet, maar die er wel is. Zo ligt ook de Heilige Geest, de Enige Die ons vruchtbaar maakt, diep en verborgen. Men kan eraan voorbijgaan en niet weten dat Hij er is; maar een ziel die haar armoede voelt, zoekt Hem, zoals een plant het water zoekt.
Laat uw dorheid u dan niet tot wanhoop brengen. Bedenk dan: hoe dorstiger de wijnstok is, des te meer ruimte er is om het vocht op te zuigen. Uw gevoel van onvruchtbaarheid is ruimte voor het levende water. Strek dan de wortels van uw geloof, hoop en liefde uit naar die eeuwige voorraad. Die bron droogt nooit op, en wie zich daarnaar uitstrekt, zal niet beschaamd worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein.
Genesis 49:22
Een bron is een Bijbels beeld van de Heilige Geest, de Enige Die ons vruchtbaar maakt in elk goed woord en werk. Er is iets in dit beeld dat een zoet licht werpt op de bron van alle vruchtbaarheid. Een bron is aan het oog onttrokken en ligt diep; men kan erlangs lopen zonder te weten dat hij er is, maar hij is er wel. De wijnstok zoekt met zijn wortels de bron op. Bomen en planten zoeken op een natuurlijke, instinctieve manier naar voedsel, en het voedsel van de plant is de bron van haar vruchten.
Plant een boom op een dorre plek, en hij zal zijn wortels uitspreiden tot hij vruchtbare grond vindt. Een struik op een muur laat zijn wortels zakken tot hij de grond bereikt. Een jong boompje dat op enige afstand van een beek is geplant, spreidt zijn wortels uit tot het het water bereikt. Het is alsof er in de boom een instinct zit om te zoeken wat voor hem de bron van leven en vruchtbaarheid is.
Als dus een boom, een plantaardig organisme, uit instinct kan zoeken naar wat zijn natuurlijke leven in stand houdt, zal een kind van God dan niet veel meer zoeken naar wat zijn leven in stand houdt en zijn vruchtbaarheid bewaart? De wijnstok spreidt zijn wortels uit naar de bron en zuigt voortdurend vocht omhoog om het blad groen en de vruchten rijk en rijp te maken. Zo spreidt ook een kind van God, dat zijn armoede en nood voelt en iets kent van de heerlijke werking van de Heilige Geest in zijn hart, de wortels van zijn geloof, hoop en liefde uit op zoek naar deze eeuwige voorraad. Hoe dorstiger de wijnstok is, des te meer ruimte is er in zijn wortels en vaten om het vocht uit de bron op te zuigen. Zo is het ook hier: hoe meer een christen zijn dorheid en onvruchtbaarheid voelt, des te meer ruimte is er voor de voorraden levend water om hem in leven te houden en elk goed woord en werk voort te brengen.
Lezen: Richteren 15
Aan de lezer…
Hoe vaak voelt u zich dor en onvruchtbaar, als een struik op een muur of een boompje op een droge plek? Dan is dit stukje juist voor u geschreven. Zie hoe de wijnstok zijn wortels uitstrekt naar de bron die hij niet ziet, maar die er wel is. Zo is ook de Heilige Geest, de Enige Die ons vruchtbaar maakt, diep en verborgen. Men kan aan Hem voorbijgaan zonder te weten dat Hij er is; maar een ziel die haar armoede voelt, zoekt Hem, zoals een plant het water zoekt.
Laat uw dorheid u dan niet tot wanhoop brengen. Bedenk: hoe dorstiger de wijnstok is, des te meer ruimte er is om het vocht op te zuigen. Uw gevoel van onvruchtbaarheid is ruimte voor het levende water. Strek dan de wortels van uw geloof, hoop en liefde uit naar die eeuwige voorraad. Die bron droogt nooit op, en wie zich daarnaar uitstrekt, zal niet beschaamd worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Joseph is a fruitful bough, even a fruitful bough by a well.
Genesis 49:22
A well is a scriptural figure of the Holy Ghost, the only One Who makes us fruitful in every good word and work. There is something in this figure that casts a sweet light on the source of all fruitfulness. A well is hidden from the eye and lies deep; a man may walk past it without knowing it is there, but there it is. The vine seeks out the spring with its roots. Trees and plants seek their nourishment in a natural, instinctive way, and the nourishment of the plant is the source of its fruit.
Plant a tree in a barren spot, and it will spread out its roots until it finds fruitful soil. A shrub on a wall lets its roots down until it reaches the ground. A young sapling planted at some distance from a brook spreads out its roots until it reaches the water. It is as though there were an instinct in the tree to seek what is to it the source of life and fruitfulness.
If, then, a tree, a vegetable organism, can by instinct seek what sustains its natural life, will not a child of God much more seek what sustains his life and preserves his fruitfulness? The vine spreads out its roots towards the spring and continually draws up moisture to keep the leaf green and make the fruit rich and ripe. So also a child of God, who feels his poverty and need and knows something of the blessed operation of the Holy Ghost in his heart, spreads out the roots of his faith, hope and love in search of this eternal supply. The thirstier the vine is, the more room there is in its roots and vessels to draw up the moisture from the spring. So it is here too: the more a Christian feels his barrenness and unfruitfulness, the more room there is for the supplies of living water to keep him alive and bring forth every good word and work.
Reading: Judges 15
To the reader…
How often do you feel barren and unfruitful, like a shrub on a wall or a sapling in a dry place? Then these lines were written just for you. See how the vine stretches out its roots towards the spring it does not see, but which is there all the same. So too the Holy Ghost, the only One Who makes us fruitful, is deep and hidden. One may pass Him by without knowing He is there; but a soul that feels her poverty seeks Him, as a plant seeks the water.
Do not let your barrenness bring you to despair, then. Remember: the thirstier the vine is, the more room there is to draw up the moisture. Your sense of unfruitfulness is room for the living water. Stretch out the roots of your faith, hope and love, then, towards that eternal supply. That spring never runs dry, and whoever reaches out towards it will not be put to shame.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Ramo fructífero José, ramo fructífero junto a fuente.
Génesis 49:22
Una fuente es una figura bíblica del Espíritu Santo, el único que nos hace fructíferos en toda buena palabra y obra. Hay algo en esta figura que arroja una dulce luz sobre el origen de toda fecundidad. Una fuente está escondida a la vista y yace en lo profundo; un hombre puede pasar junto a ella sin saber que está allí, pero allí está. La vid busca el manantial con sus raíces. Los árboles y las plantas buscan su alimento de un modo natural e instintivo, y el alimento de la planta es la fuente de su fruto.
Plante un árbol en un lugar estéril, y extenderá sus raíces hasta hallar tierra fértil. Un arbusto sobre un muro deja bajar sus raíces hasta alcanzar el suelo. Un árbol joven plantado a cierta distancia de un arroyo extiende sus raíces hasta llegar al agua. Es como si hubiera en el árbol un instinto para buscar lo que es para él la fuente de vida y fecundidad.
Si, pues, un árbol, un organismo vegetal, puede por instinto buscar lo que sustenta su vida natural, ¿no buscará mucho más un hijo de Dios lo que sustenta su vida y conserva su fecundidad? La vid extiende sus raíces hacia el manantial y continuamente extrae humedad para mantener verde la hoja y hacer el fruto rico y maduro. Así también un hijo de Dios, que siente su pobreza y necesidad y conoce algo de la bendita operación del Espíritu Santo en su corazón, extiende las raíces de su fe, esperanza y amor en busca de esta provisión eterna. Cuanto más sedienta está la vid, más espacio hay en sus raíces y vasos para extraer la humedad del manantial. Así es también aquí: cuanto más siente un cristiano su esterilidad e infecundidad, más espacio hay para las provisiones de agua viva que le mantienen vivo y producen toda buena palabra y obra.
Lectura: Jueces 15
Al lector…
¿Cuántas veces se siente estéril e infructuoso, como un arbusto sobre un muro o un árbol joven en un lugar seco? Entonces estas líneas fueron escritas precisamente para usted. Vea cómo la vid extiende sus raíces hacia el manantial que no ve, pero que de todos modos está allí. Así también el Espíritu Santo, el único que nos hace fructíferos, es profundo y escondido. Uno puede pasar junto a Él sin saber que está allí; pero un alma que siente su pobreza le busca, como una planta busca el agua.
No deje, pues, que su esterilidad le lleve a la desesperación. Recuerde: cuanto más sedienta está la vid, más espacio hay para extraer la humedad. Su sentimiento de infecundidad es espacio para el agua viva. Extienda, pues, las raíces de su fe, esperanza y amor hacia esa provisión eterna. Ese manantial nunca se seca, y quien se extiende hacia él no será avergonzado.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam zoude geopenbaard worden.
2 Korinthe 4:10
Het is in dit aarden vat, ons gering en sterfelijk lichaam, dat beide de dood van Jezus en het leven van Jezus worden geopenbaard. In de moeite, de verslagenheid, het terneder geworpen zijn, is het sterven van Jezus. In het niet in benauwdheid verkeren, in het niet zijn in een wanhopige toestand, in het niet verlaten zijn, in het niet verwoest zijn, is het leven van Jezus. Zo is in hetzelfde lichaam een stervende en een levende Christus; Christus in Zijn lijden en zwakheid, en Christus aan de rechterhand Gods in Zijn kracht. Deze twee zaken te kennen is te kennen de kracht van Christus’ opstanding en de gemeenschap aan Zijn lijden. Het zijn de twee Goddelijke zegeningen waarnaar Paulus’ ziel zo uitzag ze te mogen ondervinden.
In de kennis dan, de bevindelijke kennis bedoel ik – want alle andere kennis is van geen nut – van Christus gekruisigd en Christus herrezen, bestaat het geestelijk leven van een kind van God. Zo te leven is een leven des geloofs in de Zoon van God. Zo te leven is gedoopt te worden met die Geest waarmede Paulus gedoopt was toen hij zeide: „Ik ben met Christus gekruist en ik leef; doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods, Die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij overgegeven heeft.”
Het leven van Christus aan de rechterhand van God de Vader is de fontein en grondzuil van geheel ons tegenwoordig leven. „Omdat Ik leef, zult gij ook leven”, was Zijn genadige belofte toen Hij hier op aarde was, en Hij is opgevaren in de hoogte om Zijn belofte te vervullen en te verwezenlijken. Hij is „ons leven” en dit leven moet geopenbaard worden in ons sterfelijk lichaam; geopenbaard voor onszelf en ook voor anderen. Geopenbaard voor onszelf door de mededeling van licht, leven, vrijheid en liefde; geopenbaard voor anderen door de vruchten van een leven en van gesprekken die het Evangelie versieren, en door een wandel in heilige gehoorzaamheid aan Zijn geboden.
Aan de lezer…
Wie in de moeite is, terneder geworpen en verslagen, mag ook eens letten op wat er níet is: u bent nog niet in een wanhopige toestand, nog niet verlaten, nog niet verwoest. Daarin is het leven van Jezus, ook al ziet u het zelf nauwelijks. In hetzelfde aarden vat, gering en sterfelijk, worden zowel Zijn sterven als Zijn leven geopenbaard.
De bron van dit leven ligt niet in u, maar aan de rechterhand Gods. „Omdat Ik leef, zult gij ook leven”, zo heeft Hij beloofd, en Hij is opgevaren in de hoogte om die belofte te vervullen. Hij is ons leven. Vraag Hem dan dat Hij dat leven in u openbaart: in licht, vrijheid en liefde voor uw eigen ziel, en in een wandel die het Evangelie versiert voor anderen. U behoeft het niet uit uzelf te halen; leef door het geloof des Zoons Gods, Die liefgehad heeft en Zichzelf voor de Zijnen heeft overgegeven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam zoude geopenbaard worden.
2 Korinthe 4:10
Het is in dit aarden vat, ons gering en sterfelijk lichaam, dat zowel de dood van Jezus als het leven van Jezus geopenbaard worden. In de moeite, de verslagenheid, het terneergeworpen zijn, is het sterven van Jezus. In het niet benauwd zijn, het niet in een wanhopige toestand verkeren, het niet verlaten zijn, het niet verwoest zijn, is het leven van Jezus. Zo is er in hetzelfde lichaam een stervende en een levende Christus: Christus in Zijn lijden en zwakheid, en Christus aan de rechterhand van God in Zijn kracht. Deze twee dingen kennen is de kracht van Christus’ opstanding kennen en de gemeenschap aan Zijn lijden. Dat zijn de twee Goddelijke zegeningen waarnaar de ziel van Paulus zo uitzag om ze te mogen ervaren.
In de kennis dan – ik bedoel de bevindelijke kennis, want alle andere kennis heeft geen nut – van Christus gekruisigd en Christus opgestaan, bestaat het geestelijk leven van een kind van God. Zo te leven is een leven van het geloof in de Zoon van God. Zo te leven is gedoopt worden met de Geest waarmee Paulus gedoopt was toen hij zei: „Ik ben met Christus gekruist en ik leef; doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods, Die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij overgegeven heeft.”
Het leven van Christus aan de rechterhand van God de Vader is de bron en het fundament van heel ons tegenwoordig leven. „Omdat Ik leef, zult gij ook leven”, was Zijn genadige belofte toen Hij hier op aarde was, en Hij is opgevaren in de hoogte om Zijn belofte te vervullen en waar te maken. Hij is „ons leven”, en dit leven moet geopenbaard worden in ons sterfelijk lichaam; geopenbaard aan onszelf en ook aan anderen. Aan onszelf door de mededeling van licht, leven, vrijheid en liefde; aan anderen door de vruchten van een leven en van gesprekken die het Evangelie versieren, en door een wandel in heilige gehoorzaamheid aan Zijn geboden.
Aan de lezer…
Wie in de moeite is, terneergeworpen en verslagen, mag ook eens letten op wat er níet is: u bent nog niet in een wanhopige toestand, nog niet verlaten, nog niet verwoest. Daarin is het leven van Jezus, ook al ziet u het zelf nauwelijks. In hetzelfde aarden vat, gering en sterfelijk, worden zowel Zijn sterven als Zijn leven geopenbaard.
De bron van dit leven ligt niet in u, maar aan de rechterhand van God. „Omdat Ik leef, zult gij ook leven”, zo heeft Hij beloofd, en Hij is opgevaren in de hoogte om die belofte te vervullen. Hij is ons leven. Vraag Hem dan dat Hij dat leven in u openbaart: in licht, vrijheid en liefde voor uw eigen ziel, en in een wandel die het Evangelie versiert voor anderen. U hoeft het niet uit uzelf te halen; leef door het geloof in de Zoon van God, Die liefgehad heeft en Zichzelf voor de Zijnen heeft overgegeven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
That the life also of Jesus might be made manifest in our body.
2 Corinthians 4:10
It is in this earthen vessel, our poor mortal body, that both the death of Jesus and the life of Jesus are manifested. In the trouble, the perplexity, the being cast down, is the dying of Jesus. In not being distressed, in not being in despair, in not being forsaken, in not being destroyed, is the life of Jesus. Thus in the same body there is a dying Christ and a living Christ, Christ in His cross in His weakness—and Christ at the right hand of God in His power. To know these two things is to know the power of Christ’s resurrection, and the fellowship of His sufferings, those two divine blessings which the soul of Paul so longed to realize and experience.
In the knowledge then, the experimental knowledge, I mean, for all other knowledge is of no avail, of Christ crucified and Christ risen, consists the spiritual life of a child of God. So to live is to live a life of faith in the Son of God. So to live is to be baptized with that Spirit with which Paul was baptized when he said, “I am crucified with Christ—nevertheless I live; yet not I, but Christ lives in me—and the life which I now live in the flesh I live by the faith of the Son of God, Who loved me, and gave Himself for me.”
The present life of Christ at the right hand of God the Father, is the source and foundation of all our present life. “Because I live, you shall live also,” was His gracious promise when here below; and He has gone up on high, to fulfill that promise and make it effectual. He is “our life,” and this life must be made manifest in our mortal flesh, manifest to ourselves, and manifest to others; manifest to ourselves by the communication of light, life, liberty, and love, manifest to others by the fruits of a life and conversation adorning the gospel, and by walking in all holy obedience to its precepts.
To the reader…
Whoever is in trouble, cast down and distressed, may also take note for once of what is not there: you are not yet in despair, not yet forsaken, not yet destroyed. Therein is the life of Jesus, even though you yourself scarcely see it. In the same earthen vessel, lowly and mortal, both His dying and His life are made manifest.
The source of this life does not lie in you, but at the right hand of God. “Because I live, ye shall live also,” He has promised, and He has gone up on high to fulfil that promise. He is our life. Ask Him, then, to make that life manifest in you: in light, liberty and love for your own soul, and in a walk that adorns the gospel before others. You need not draw it out of yourself; live by the faith of the Son of God, Who loved His own and gave Himself for them.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Para que también la vida de Jesús sea manifestada en nuestros cuerpos.
2 Corintios 4:10
Es en este vaso de barro, nuestro pobre cuerpo mortal, donde se manifiestan tanto la muerte de Jesús como la vida de Jesús. En la tribulación, en la perplejidad, en el ser derribados, está la muerte de Jesús. En no estar angustiados, en no desesperar, en no ser desamparados, en no perecer, está la vida de Jesús. Así, en el mismo cuerpo hay un Cristo que muere y un Cristo que vive: Cristo en Su cruz, en Su flaqueza, y Cristo a la diestra de Dios, en Su poder. Conocer estas dos cosas es conocer la virtud de la resurrección de Cristo y la participación de Sus padecimientos, esas dos bendiciones divinas que el alma de Pablo tanto anhelaba realizar y experimentar.
En el conocimiento, pues —el conocimiento experimental, quiero decir, porque todo otro conocimiento de nada sirve—, de Cristo crucificado y Cristo resucitado consiste la vida espiritual de un hijo de Dios. Vivir así es vivir una vida de fe en el Hijo de Dios. Vivir así es ser bautizado con aquel Espíritu con que fue bautizado Pablo cuando dijo: “Con Cristo estoy juntamente crucificado, y vivo, no ya yo, mas vive Cristo en mí: y lo que ahora vivo en la carne, lo vivo en la fe del Hijo de Dios, el cual me amó, y se entregó a Sí mismo por mí.”
La vida presente de Cristo a la diestra de Dios Padre es la fuente y el fundamento de toda nuestra vida presente. “Porque Yo vivo, y vosotros también viviréis”, fue Su promesa llena de gracia cuando estaba aquí abajo; y Él ha subido a lo alto para cumplir esa promesa y hacerla eficaz. Él es “nuestra vida”, y esta vida tiene que manifestarse en nuestra carne mortal, manifestarse a nosotros mismos y manifestarse a otros: a nosotros mismos, por la comunicación de luz, vida, libertad y amor; a otros, por los frutos de una vida y conducta que adornan el evangelio, y por andar en toda santa obediencia a sus preceptos.
Al lector…
Quien está en tribulación, derribado y angustiado, puede también fijarse por una vez en lo que no hay: usted todavía no desespera, todavía no está desamparado, todavía no ha perecido. Ahí está la vida de Jesús, aunque usted mismo apenas la vea. En el mismo vaso de barro, humilde y mortal, se manifiestan tanto Su muerte como Su vida.
La fuente de esta vida no está en usted, sino a la diestra de Dios. “Porque Yo vivo, y vosotros también viviréis”, ha prometido Él, y ha subido a lo alto para cumplir esa promesa. Él es nuestra vida. Pídale, pues, que manifieste esa vida en usted: en luz, libertad y amor para su propia alma, y en un andar que adorne el evangelio ante otros. No necesita sacarla de sí mismo; viva en la fe del Hijo de Dios, que amó a los Suyos y se entregó a Sí mismo por ellos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl