vandaag verschenen
Een medelijdende Hogepriester en een troon der genade
Over Hebreeën 4:15,16: Christus, onze grote Hogepriester, kan medelijden hebben met onze zwakheden en is in alles verzocht, maar zonder zonde. Juist wie zijn zwakheden en verzoekingen voelt, wordt aangespoord…
7 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
2 weken geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
3 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is; maar door het dierbaar bloed van Christus, als eens onbestraffelijken en onbevlekten Lams.
1 Petrus 1:18, 19
O onuitsprekelijke diepte van de goedheid en de genade Gods! O hoe rijk is Zijn overvloeiende genade! Toen er geen andere weg van verzoening was, zond God Zijn eengeboren Zoon, opdat wij door Zijn dierbaar bloed, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam, zouden verlost worden van al de gevolgen onzer ijdele wandelingen, die ons van de vaderen overgeleverd zijn; en niet alleen van al hun gevolgen, maar ook van hun macht en heerschappij. Het is een kennis, een persoonlijke kennis, een kennis bij ervaring van de verzoening, die ons onder een zedelijke verplichting brengt om onze roeping waardiglijk te wandelen.
En zij werkt op deze wijze. Een gezicht door het geloof van het bloedende, stervende Lam Gods, het zien en het gevoelen van hetgeen Hij leed in de hof en aan het kruis om ons van de hel te verlossen, zal de zonde altijd hatelijk in onze ogen maken en een verlangen naar heiligheid wekken, als het gelukkigste element der ziel. Zo ooit een zonde wordt betreurd, gehaat, beleden en verlaten; zo er ooit een vurige begeerte is om aan het beeld van Christus gelijkvormig te worden; zo er steeds een verlangen is naar vereniging en gemeenschap met Hem, dan is het aan de voet van Zijn kruis. Bij dat kruis en daar alleen wordt de wereld in ons gekruist, en wij der wereld. En veilig mogen wij zeggen dat de hoogste trap in de genade de ervaring is van de apostel: „Ik ben met Christus gekruist. En ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en ’t geen ik nu in het vlees leve, dat leve ik door het geloof des Zoons Gods, Die mij lief gehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft” (Gal. 2:20).
’k Beveel mijn geest in Uwe handen:
Gij, God der waarheid, Gij,
o Heer, verlostet mij.
Ik haat hen, die het reukwerk branden
ter eer van valse góden;
op U steun ik in noden.
Psalm 31:4
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u uw zonden betreurt en er toch telkens weer naar verlangt heilig te zijn, zonder te weten hoe. Zoek het dan niet in eigen inspanning, maar ga naar de voet van het kruis. Daar, bij het bloedende, stervende Lam Gods, wordt de zonde hatelijk in uw ogen, en daar wordt het verlangen gewekt om aan Zijn beeld gelijkvormig te worden. Niet door zilver of goud bent u verlost, maar door Zijn dierbaar bloed.
O, welk een diepte van goedheid en genade Gods! Toen er geen andere weg van verzoening was, zond Hij Zijn eengeboren Zoon. Dat bloed verlost niet alleen van de gevolgen van uw ijdele wandeling, maar ook van haar macht en heerschappij. Blijf dan daar, waar de wereld u gekruist wordt en u der wereld. Daar mag u met de apostel leren zeggen: Hij heeft mij liefgehad en Zichzelf voor mij overgegeven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is; maar door het dierbaar bloed van Christus, als eens onbestraffelijken en onbevlekten Lams.
1 Petrus 1:18, 19
O onuitsprekelijke diepte van Gods goedheid en genade! O, hoe rijk is Zijn overvloeiende genade! Toen er geen andere weg tot verzoening was, zond God Zijn eniggeboren Zoon, opdat wij door Zijn dierbaar bloed, als van een onberispelijk en onbevlekt Lam, verlost zouden worden van alle gevolgen van onze ijdele wandel, die ons van de vaderen is overgeleverd. En niet alleen van al de gevolgen ervan, maar ook van de macht en heerschappij ervan. Het is een kennis van de verzoening, een persoonlijke kennis, een kennis uit ervaring, die ons de zedelijke plicht oplegt om onze roeping waardig te wandelen.
En zo werkt zij. Een blik door het geloof op het bloedende, stervende Lam van God, het zien en voelen van wat Hij in de hof en aan het kruis leed om ons van de hel te verlossen, zal de zonde altijd hatelijk maken in onze ogen. Het zal een verlangen wekken naar heiligheid, als het gelukkigste element van de ziel. Als er ooit een zonde betreurd, gehaat, beleden en verlaten wordt, als er ooit een vurig verlangen is om gelijkvormig te worden aan het beeld van Christus, als er steeds een verlangen is naar vereniging en gemeenschap met Hem, dan is dat aan de voet van Zijn kruis. Bij dat kruis, en alleen daar, wordt de wereld ons gekruist en wij de wereld. En we mogen gerust zeggen dat de hoogste trap in de genade de ervaring van de apostel is: „Ik ben met Christus gekruist. En ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en ’t geen ik nu in het vlees leve, dat leve ik door het geloof des Zoons Gods, Die mij lief gehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft” (Gal. 2:20).
’k Beveel mijn geest in Uwe handen:
Gij, God der waarheid, Gij,
o Heer, verlostet mij.
Ik haat hen, die het reukwerk branden
ter eer van valse góden;
op U steun ik in noden.
Psalm 31:4
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u uw zonden betreurt en er toch steeds weer naar verlangt heilig te zijn, zonder te weten hoe. Zoek het dan niet in eigen inspanning, maar ga naar de voet van het kruis. Daar, bij het bloedende, stervende Lam van God, wordt de zonde hatelijk in uw ogen, en daar wordt het verlangen gewekt om gelijkvormig te worden aan Zijn beeld. Niet door zilver of goud bent u verlost, maar door Zijn dierbaar bloed.
O, wat een diepte van Gods goedheid en genade! Toen er geen andere weg tot verzoening was, zond Hij Zijn eniggeboren Zoon. Dat bloed verlost niet alleen van de gevolgen van uw ijdele wandel, maar ook van de macht en heerschappij ervan. Blijf dan daar, waar de wereld u gekruist wordt en u de wereld. Daar mag u met de apostel leren zeggen: Hij heeft mij liefgehad en Zichzelf voor mij overgegeven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Forasmuch as ye know that ye were not redeemed with corruptible things, as silver and gold, from your vain conversation received by tradition from your fathers; but with the precious blood of Christ, as of a lamb without blemish and without spot.
1 Peter 1:18-19
O the unspeakable depths of the goodness and mercy of God! O the riches of His super-abounding grace! When there was no other way of redemption, God sent His only-begotten Son, that by His precious blood, as of a lamb without blemish and without spot, we might be redeemed from all the consequences of our vain way of life; and not only from all its consequences, but from its power and practice. It is a knowledge, a personal, experimental knowledge of this redemption, which lays us under a spiritual obligation to walk worthy of our high calling. And it acts in this way.
A view by faith of the bleeding, dying Lamb of God, a seeing and feeling what He suffered in the garden and on the cross to redeem us from hell, will ever make sin hateful in our eyes, and holiness longed after, as the soul’s happiest element. If ever sin is mourned over, hated, confessed, and forsaken; if ever there be ardent desires after a conformity to Christ’s image; if there ever be a longing after union and communion with Him, it is at the foot of His cross. By it and it alone is the world crucified unto us, and we unto the world; and well may we say that our highest attainment in grace is to have the experience of the Apostle–“I am crucified with Christ–nevertheless I live; yet not I, but Christ lives in me–and the life which I now live in the flesh I live by the faith of the Son of God, Who loved me, and gave Himself for me” (Gal. 2:20).
To the reader…
It may be that you mourn over your sins and yet keep longing to be holy, without knowing how. Then do not seek it in your own efforts, but go to the foot of the cross. There, by the bleeding, dying Lamb of God, sin becomes hateful in your eyes, and there the longing is awakened to be conformed to His image. You were not redeemed with silver or gold, but with His precious blood.
O what a depth of God’s goodness and grace! When there was no other way of redemption, He sent His only-begotten Son. That blood redeems not only from the consequences of your vain way of life, but also from its power and dominion. Stay there, then, where the world is crucified unto you and you unto the world. There you may learn to say with the apostle: He loved me, and gave Himself for me.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Sabiendo que habéis sido rescatados de vuestra vana conversación, la cual recibisteis de vuestros padres, no con cosas corruptibles, como oro o plata; sino con la sangre preciosa de Cristo, como de un cordero sin mancha y sin contaminación.
1 Pedro 1:18-19
¡Oh las indecibles profundidades de la bondad y misericordia de Dios! ¡Oh las riquezas de Su gracia sobreabundante! Cuando no había otro camino de redención, Dios envió a Su Hijo unigénito, para que por Su sangre preciosa, como de un cordero sin mancha y sin contaminación, fuésemos rescatados de todas las consecuencias de nuestra vana manera de vivir; y no solo de todas sus consecuencias, sino de su poder y de su práctica. Es un conocimiento, un conocimiento personal y experimental de esta redención, lo que nos pone bajo una obligación espiritual de andar como es digno de nuestro alto llamamiento. Y obra de esta manera.
Una vista por fe del Cordero de Dios sangrando y muriendo, un ver y sentir lo que Él padeció en el huerto y en la cruz para redimirnos del infierno, siempre hará que el pecado sea aborrecible a nuestros ojos, y que se anhele la santidad como el elemento más feliz del alma. Si alguna vez el pecado es llorado, aborrecido, confesado y abandonado; si alguna vez hay deseos ardientes de ser conformados a la imagen de Cristo; si alguna vez hay anhelo de unión y comunión con Él, es al pie de Su cruz. Por ella, y solo por ella, el mundo nos es crucificado a nosotros, y nosotros al mundo; y bien podemos decir que nuestro más alto logro en la gracia es tener la experiencia del apóstol: “Con Cristo estoy juntamente crucificado, y vivo, no ya yo, mas vive Cristo en mí: y lo que ahora vivo en la carne, lo vivo en la fe del Hijo de Dios, el cual me amó, y se entregó a Sí mismo por mí” (Gálatas 2:20).
Al lector…
Puede ser que usted llore por sus pecados y, sin embargo, siga anhelando ser santo sin saber cómo. No lo busque entonces en sus propios esfuerzos, sino vaya al pie de la cruz. Allí, junto al Cordero de Dios que sangra y muere, el pecado se vuelve aborrecible a sus ojos, y allí se despierta el anhelo de ser conformado a Su imagen. Usted no fue rescatado con plata ni con oro, sino con Su sangre preciosa.
¡Oh, qué profundidad de la bondad y de la gracia de Dios! Cuando no había otro camino de redención, Él envió a Su Hijo unigénito. Esa sangre rescata no solo de las consecuencias de su vana manera de vivir, sino también de su poder y de su dominio. Permanezca, pues, allí donde el mundo le es crucificado a usted y usted al mundo. Allí puede aprender a decir con el apóstol: Él me amó, y se entregó a Sí mismo por mí.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Door Christus tot God gaan
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Hoe heerlijk is het om in het hart de belofte en voorproef van het eeuwige leven te dragen, en te beseffen dat het de genadegift van God is (Rom. 6:23); opgeslagen in Christus, Die Zelf „de waarachtige God, en het eeuwige Leven” is (1 Joh. 5:20), geopenbaard en aan het licht gebracht in de Persoon van Jezus (1 Joh. 1:2), en stevig vastgelegd door verbondseed en eeuwige belofte (Ps. 21:3-5; 89:35-38; Tit. 1:2; 1 Joh. 2:25).
Uit deze altijd stromende en overvloedige fontein van het eeuwige leven komen alle andere geestelijke zegeningen voort, zoals verzoening met God door het bloed van het Lam; vrije en volle rechtvaardiging door Zijn gerechtigheid; verlossing van alle veroordeling, in verleden, heden en toekomst; en, als gevolg van deze heerlijke barmhartigheden, kenbare vergeving van zonden; een zuiver geweten; verbondenheid met de Vader en Zijn Zoon Jezus Christus; openbaringen van Zijn aanwezigheid, kracht, aanbiddelijkheid, heerlijkheid en schoonheid; korte blikken op Zijn stervende liefde; geestelijke voorrechten; hemelse verlangens; heilige verlangens naar overeenstemming met Zijn beeld, naar genade en sterkte om Zijn voorbeeld te volgen en in Zijn voetsporen te treden, naar kracht om datgene te doen wat Hem behaagt, en te leven om door Hem te worden geprezen. Kortom: alle zoete en heilige omgang met de gezegende Heere, die het leven en de kracht, het geheel en het wezen van alle levende godsvrucht is, en zonder welke alle godsdienst slechts een zinloze vorm, een naam en een denkbeeld is.
Het is op deze wijze dat men de werkelijkheid van de aanwezigheid van de Heere Jezus Christus aan de rechterhand van de Vader zelf leert kennen. Men ziet Hem, voelt Hem en gelooft in Hem als de Weg, de Waarheid en het Leven. Want Hij wordt bewandeld als de Toegangsweg tot God; gezocht als de Waarheid die, als men haar kent, vrijmaakt; en trouw gebleven als aan het Leven zelf, aan Degene van Wie het werd ontvangen en door Wie het altijd in stand wordt gehouden.
Lezen: Psalm 68:19-36
Aan de lezer…
Kind van God, is uw godsdienst soms niet meer dan een vorm en een naam voor u geworden? Kent u wel de woorden, maar mist u de zoete en heilige omgang met de Heere? Wees daar eerlijk over voor Zijn aangezicht. Want zonder die levende omgang is alle godsdienst slechts een zinloze vorm; maar waar die is, daar draagt het hart de voorproef van het eeuwige leven.
Dat leven is een genadegift van God, opgeslagen in Christus, Die Zelf de waarachtige God en het eeuwige Leven is. Uit die fontein stroomt alles: verzoening door het bloed van het Lam, vergeving van zonden, een zuiver geweten en heilige verlangens naar Zijn beeld. Zoek het dan niet in uzelf, maar zoek Hem. Bewandel Hem als de Weg, zoek Hem als de Waarheid die vrijmaakt, en blijf aan Hem hangen als aan het Leven zelf. Hij Die het geeft, zal het ook in stand houden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Hoe heerlijk is het om in het hart het onderpand en de voorsmaak van het eeuwige leven te dragen, en te beseffen dat het de genadegift van God is (Rom. 6:23). Het is opgeslagen in Christus, Die Zelf „de waarachtige God, en het eeuwige Leven” is (1 Joh. 5:20); het is geopenbaard en aan het licht gebracht in de Persoon van Jezus (1 Joh. 1:2); en het is vast verzekerd door de eed van het verbond en een eeuwige belofte (Ps. 21:3-5; 89:35-38; Tit. 1:2; 1 Joh. 2:25).
Uit deze altijd stromende en overvloedige fontein van het eeuwige leven komen alle andere geestelijke zegeningen voort. Zoals verzoening met God door het bloed van het Lam; een vrije en volle rechtvaardiging door Zijn gerechtigheid; verlossing van alle verdoemenis, in verleden, heden en toekomst. En als vrucht van deze heerlijke weldaden: een gevoelde vergeving van zonden; een rein geweten; gemeenschap met de Vader en Zijn Zoon Jezus Christus; openbaringen van Zijn tegenwoordigheid, kracht, beminnelijkheid, heerlijkheid en schoonheid; korte blikken op Zijn stervende liefde; geestelijke gestalten; hemelse begeerten; heilige verlangens naar gelijkvormigheid aan Zijn beeld, naar genade en kracht om Zijn voorbeeld te volgen en in Zijn voetstappen te treden, naar kracht om te doen wat Hem behaagt, en om zo te leven dat Hij ons prijst. Kortom: alle zoete en heilige omgang met de gezegende Heere, die het leven en de kracht, het geheel en het wezen van alle levende godzaligheid is, en zonder welke alle godsdienst slechts een lege vorm, een naam en een denkbeeld is.
Op deze wijze leert men de werkelijkheid van de tegenwoordigheid van de Heere Jezus Christus aan de rechterhand van de Vader zelf kennen. Men ziet Hem, voelt Hem en gelooft in Hem als de Weg, de Waarheid en het Leven. Want men gaat langs Hem als de Weg van toegang tot God; men zoekt Hem als de Waarheid die vrijmaakt wanneer men haar kent; en men blijft Hem trouw als het Leven zelf, als Degene van Wie het ontvangen werd en door Wie het altijd in stand wordt gehouden.
Lezen: Psalm 68:19-36
Aan de lezer…
Kind van God, is uw godsdienst soms niet meer dan een vorm en een naam voor u geworden? Kent u wel de woorden, maar mist u de zoete en heilige omgang met de Heere? Wees daar eerlijk over voor Zijn aangezicht. Want zonder die levende omgang is alle godsdienst slechts een lege vorm; maar waar die omgang is, daar draagt het hart de voorsmaak van het eeuwige leven.
Dat leven is een genadegift van God, opgeslagen in Christus, Die Zelf de waarachtige God en het eeuwige Leven is. Uit die fontein stroomt alles: verzoening door het bloed van het Lam, vergeving van zonden, een rein geweten en heilige verlangens naar Zijn beeld. Zoek het dan niet in uzelf, maar zoek Hem. Ga langs Hem als de Weg, zoek Hem als de Waarheid die vrijmaakt, en blijf aan Hem hangen als aan het Leven zelf. Hij Die het geeft, zal het ook in stand houden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore He is able also to save them to the uttermost that come unto God by Him, seeing He ever liveth to make intercession for them.
Hebrews 7:25
How glorious it is to carry in the heart the earnest and foretaste of eternal life, and to realise that it is the gift of God (Rom. 6:23). It is laid up in Christ, Who is Himself “the true God, and eternal life” (1 John 5:20); it has been manifested and brought to light in the Person of Jesus (1 John 1:2); and it is firmly secured by the oath of the covenant and an everlasting promise (Ps. 21:2-4; 89:34-37; Titus 1:2; 1 John 2:25).
From this ever-flowing and overflowing fountain of eternal life spring all other spiritual blessings. Such as reconciliation to God through the blood of the Lamb; a free and full justification by His righteousness; deliverance from all condemnation, past, present and to come. And as the fruit of these glorious benefits: a felt pardon of sin; a purged conscience; fellowship with the Father and with His Son Jesus Christ; manifestations of His presence, power, loveliness, glory and beauty; glimpses of His dying love; spiritual frames; heavenly desires; holy longings for conformity to His image, for grace and strength to follow His example and to walk in His footsteps, for power to do what pleases Him, and so to live that He commends us.
In short: all sweet and holy communion with the blessed Lord, which is the life and power, the sum and substance of all living godliness, and without which all religion is but an empty form, a name and a notion.
In this way one learns for oneself the reality of the presence of the Lord Jesus Christ at the right hand of the Father. One sees Him, feels Him and believes in Him as the Way, the Truth and the Life. For one comes by Him as the Way of access to God; one seeks Him as the Truth which makes free when it is known; and one cleaves to Him as the Life itself, as the One from Whom it was received and by Whom it is ever maintained.
Reading: Psalm 68:18-35
To the reader…
Child of God, has your religion sometimes become no more than a form and a name to you? Do you know the words, but miss the sweet and holy communion with the Lord? Be honest about that before His face. For without that living communion all religion is but an empty form; but where that communion is, the heart carries the foretaste of eternal life.
That life is the gift of God, laid up in Christ, Who is Himself the true God and eternal life. Out of that fountain everything flows: reconciliation through the blood of the Lamb, the pardon of sin, a purged conscience and holy longings for His image. Do not look for it, then, in yourself, but seek Him. Come by Him as the Way, seek Him as the Truth that makes free, and cleave to Him as the Life itself. He Who gives it will also maintain it.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por lo cual puede también salvar eternamente a los que por Él se allegan a Dios, viviendo siempre para interceder por ellos.
Hebreos 7:25
¡Cuán glorioso es llevar en el corazón las arras y el anticipo de la vida eterna, y comprender que es la dádiva de Dios (Rom. 6:23)! Está guardada en Cristo, que es Él mismo “el verdadero Dios, y la vida eterna” (1 Juan 5:20); ha sido manifestada y sacada a luz en la Persona de Jesús (1 Juan 1:2); y está firmemente asegurada por el juramento del pacto y una promesa eterna (Sal. 21:2-4; 89:34-37; Tito 1:2; 1 Juan 2:25).
De esta fuente de vida eterna, que siempre fluye y rebosa, brotan todas las demás bendiciones espirituales. Tales como la reconciliación con Dios por la sangre del Cordero; una justificación libre y plena por Su justicia; la liberación de toda condenación, pasada, presente y venidera. Y como fruto de estos gloriosos beneficios: un perdón sentido del pecado; una conciencia purificada; comunión con el Padre y con Su Hijo Jesucristo; manifestaciones de Su presencia, poder, amabilidad, gloria y hermosura; vislumbres de Su amor agonizante; disposiciones espirituales; deseos celestiales; santos anhelos de conformidad con Su imagen, de gracia y fuerza para seguir Su ejemplo y andar en Sus pisadas, de poder para hacer lo que le agrada, y vivir de tal manera que Él nos apruebe.
En suma: toda dulce y santa comunión con el bendito Señor, que es la vida y el poder, la suma y la sustancia de toda piedad viva, y sin la cual toda religión no es más que una forma vacía, un nombre y una noción.
De este modo uno aprende por sí mismo la realidad de la presencia del Señor Jesucristo a la diestra del Padre. Le ve, le siente y cree en Él como el Camino, la Verdad y la Vida. Porque uno viene por Él como el Camino de acceso a Dios; le busca como la Verdad que liberta cuando es conocida; y se aferra a Él como la Vida misma, como Aquel de quien fue recibida y por quien es mantenida siempre.
Lectura: Salmo 68:18-35
Al lector…
Hijo de Dios, ¿se ha convertido a veces su religión en nada más que una forma y un nombre? ¿Conoce usted las palabras, pero echa de menos la dulce y santa comunión con el Señor? Sea sincero en ello delante de Su rostro. Porque sin esa comunión viva toda religión no es más que una forma vacía; pero donde está esa comunión, el corazón lleva el anticipo de la vida eterna.
Esa vida es la dádiva de Dios, guardada en Cristo, que es Él mismo el verdadero Dios y la vida eterna. De esa fuente fluye todo: la reconciliación por la sangre del Cordero, el perdón del pecado, una conciencia purificada y santos anhelos de Su imagen. No la busque, pues, en usted mismo, sino búsquele a Él. Venga por Él como el Camino, búsquele como la Verdad que liberta, y aférrese a Él como la Vida misma. Aquel que la da también la mantendrá.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Zij gaan van kracht tot kracht.
Psalm 84:8
Zij gaan van kracht tot kracht. In de kanttekening staat: „Van gezelschap tot gezelschap.” Ik geloof liever dat de bedoeling is: zij gaan van rustplaats tot rustplaats. Er waren zekere vastgestelde plaatsen waar het gehele gezelschap des nachts rustte. Zo lezen wij dat het kind Jezus overbleef te Jeruzalem, en Zijn ouders wisten het niet. Zij veronderstelden dat Hij in het gezelschap was, dat wil zeggen, dat Hij was meegegaan met de reizende pelgrims; doch toen de avond kwam en zij Hem zochten, vonden zij Hem niet.
Deze rustplaatsen waren zekere plaatsen waar de karavaan van de reizende pelgrims bij nacht rustte. Op deze opeenvolgende plaatsen herkregen zij nieuwe krachten en werden zij in staat gesteld de lange reis te doorstaan en des morgens, na een zeer verkwikkende rust, hun reis voort te zetten. De psalmist, het geestelijke beziende, zegt: „Zij gaan van kracht tot kracht.” Op elke rustplaats ontvingen zij nieuwe kracht om hun reis te vervolgen. Is het niet alzo in de genade? Er zijn rustplaatsen in het geestelijk leven waar de ware pelgrims hun kracht vernieuwen.
Bijvoorbeeld: elke openbaring des Heeren is een mededeling van geestelijke kracht, een plaats van herstelling, waar de ziel de kracht vernieuwt om te kunnen voortgaan. Elke belofte die met zoete kracht in de ziel wordt afgedrukt, is een pleisterplaats waar de reiziger mag rusten. Elke ontdekking van een aandeel in Christus, elk blijkje van de genade en heerlijkheid van Jezus, elk woord van des Heeren lippen, elk toeknikje van des Heeren vriendelijk aangezicht, elk teken ten goede, alles wat bemoedigt, ondersteunt en de ziel vertroost, stelt haar in staat voort te treden tot haar hemelse woning, en is een pleisterplaats waar de pelgrim rust en waar zijn afgematte leden verkwikt worden.
En waar zou hij kunnen rusten, dan alleen waar God rust? En rust God niet in Zijn liefde? En kunnen wij ergens rusten, dan alleen waar de liefde Gods in onze harten wordt uitgestort? Rust God niet in Zijn beminde Zoon? Kwam niet de stem uit de hoogwaardige heerlijkheid: „Deze is Mijn geliefde Zoon, in Welke Ik al Mijn welbehagen heb”? Het welbehagen Gods concentreert zich in Christus; al het vergenoegen des Vaders rust in de Zoon Zijner liefde. „Zie Mijn Knecht, Die Ik ondersteun; Mijn Uitverkorene, in Welke Mijn ziel een welbehagen heeft.”
Is het niet geestelijk met ons gesteld zoals met de Israëlieten van ouds? Wanneer de vuurkolom bleef staan, vertoefden zij ook, en wanneer zij zich ophief, verreisden zij. Wanneer de wolk voortging, volgden zij, en bleef zij staan, dan legerden zij zich en rustten onder haar schaduw.
Aan de lezer…
Bent u, lezer, moe van de reis? Zijn uw leden afgemat en vraagt u zich af hoe u de lange weg ooit zult volbrengen? De Heere heeft voor Zijn pelgrims rustplaatsen op de weg gesteld. Een belofte die met zoete kracht in uw ziel wordt gedrukt, een blijkje van de genade van Jezus, een vriendelijk toeknikje van Zijn aangezicht, een klein teken ten goede: het zijn pleisterplaatsen waar u nieuwe kracht mag ontvangen.
Veracht zulke rustplaatsen niet, ook al zijn ze klein. Want waar kunt u rusten, dan alleen waar God rust? Hij rust in Zijn liefde en in Zijn beminde Zoon, in Wie Hij al Zijn welbehagen heeft. Zoek daar uw rust, en volg de wolk, ook wanneer zij verder trekt. Zo gaan de ware pelgrims van kracht tot kracht, tot zij hun hemelse woning bereiken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zij gaan van kracht tot kracht.
Psalm 84:8
Zij gaan van kracht tot kracht. In de kanttekening staat: „Van gezelschap tot gezelschap.” Ik geloof eerder dat de bedoeling is: zij gaan van rustplaats tot rustplaats. Er waren bepaalde vaste plaatsen waar het hele reisgezelschap ’s nachts rustte. Zo lezen wij dat het kind Jezus in Jeruzalem achterbleef, en dat Zijn ouders het niet wisten. Zij dachten dat Hij in het reisgezelschap was, dat wil zeggen dat Hij met de reizende pelgrims was meegegaan; maar toen het avond werd en zij Hem zochten, vonden zij Hem niet.
Deze rustplaatsen waren bepaalde plaatsen waar de karavaan van reizende pelgrims ’s nachts rustte. Op deze opeenvolgende plaatsen kregen zij nieuwe krachten. Zo werden zij in staat gesteld de lange reis vol te houden en ’s morgens, na een zeer verkwikkende rust, hun reis voort te zetten. De psalmist, die het geestelijk bekijkt, zegt: „Zij gaan van kracht tot kracht.” Op elke rustplaats ontvingen zij nieuwe kracht om hun reis te vervolgen. Is het niet zo in de genade? Er zijn rustplaatsen in het geestelijk leven waar de ware pelgrims hun kracht vernieuwen.
Bijvoorbeeld: elke openbaring van de Heere is een mededeling van geestelijke kracht, een plaats van herstel, waar de ziel haar kracht vernieuwt om verder te kunnen gaan. Elke belofte die met zoete kracht in de ziel wordt gedrukt, is een pleisterplaats waar de reiziger mag rusten. Elke ontdekking van een deel aan Christus, elk bewijsje van de genade en heerlijkheid van Jezus, elk woord van de lippen van de Heere, elke vriendelijke blik van Zijn aangezicht, elk teken ten goede, alles wat de ziel bemoedigt, ondersteunt en troost, stelt haar in staat verder te gaan naar haar hemelse woning. Het is een pleisterplaats waar de pelgrim rust en waar zijn vermoeide leden verkwikt worden.
En waar zou hij kunnen rusten, behalve waar God rust? En rust God niet in Zijn liefde? En kunnen wij ergens anders rusten dan waar de liefde van God in ons hart wordt uitgestort? Rust God niet in Zijn geliefde Zoon? Kwam niet de stem uit de hoogwaardige heerlijkheid: „Deze is Mijn geliefde Zoon, in Welke Ik al Mijn welbehagen heb”? Het welbehagen van God is in Christus samengebracht; al het welgevallen van de Vader rust in de Zoon van Zijn liefde. „Zie Mijn Knecht, Die Ik ondersteun; Mijn Uitverkorene, in Welke Mijn ziel een welbehagen heeft.”
Is het geestelijk met ons niet net zo als met de Israëlieten van vroeger? Wanneer de vuurkolom bleef staan, bleven zij ook, en wanneer zij zich ophief, braken zij op. Wanneer de wolk verder ging, volgden zij, en bleef zij staan, dan legerden zij zich en rustten in haar schaduw.
Aan de lezer…
Bent u moe van de reis? Zijn uw leden uitgeput en vraagt u zich af hoe u de lange weg ooit zult afleggen? De Heere heeft voor Zijn pelgrims rustplaatsen langs de weg gegeven. Een belofte die met zoete kracht in uw ziel wordt gedrukt, een bewijsje van de genade van Jezus, een vriendelijke blik van Zijn aangezicht, een klein teken ten goede: het zijn pleisterplaatsen waar u nieuwe kracht mag ontvangen.
Veracht zulke rustplaatsen niet, ook al zijn ze klein. Want waar kunt u rusten, behalve waar God rust? Hij rust in Zijn liefde en in Zijn geliefde Zoon, in Wie Hij al Zijn welbehagen heeft. Zoek daar uw rust, en volg de wolk, ook wanneer zij verder trekt. Zo gaan de ware pelgrims van kracht tot kracht, totdat zij hun hemelse woning bereiken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
They go from strength to strength, every one of them in Zion appeareth before God.
Psalm 84:7
“They go from strength to strength.” It is in the margin, “from company to company.” I rather think, that the meaning implied is, “they go from resting place to resting place.” There were certain fixed spots where the whole company rested at night; as we read, when the infant Jesus tarried at Jerusalem, His parents knew it not—they supposed that He was “in the company;” that is, had gone on with the traveling pilgrims; but when night came, and they looked for Him, He was not there.
These resting places were certain spots where the caravan of the traveling pilgrims rested at night; by these successive restings their strength was recruited, and they were enabled to bear the long journey, rising in the morning refreshed with their night’s rest.
The Psalmist viewing it spiritually says, “They go from strength to strength.” At each resting place they received fresh strength to pursue their journey onward. And is not this true in grace? There are resting places in the divine life, spots of refreshment, where the true pilgrims renew their strength. For instance, every manifestation of the Lord is a communication of divine strength, a recruiting place, where the soul renews its strength to travel onward. Every promise that comes with sweet power is another resting place where the traveler may rest.
Every discovery of saving interest in Christ; every glimpse of the grace and glory of Jesus; every word from the Lord’s lips; every smile from the Lord’s face; every token for good; everything that encourages, supports, blesses, and comforts the soul, enabling it to go onwards towards its heavenly home, is a resting place, where the pilgrim rests, and where he recruits his weary limbs.
And where can we rest, except where God rests? But does not God “rest in His love?” And can we rest anywhere short of God’s love shed abroad in our heart? Does not God rest in His dear Son? Did not this voice come from the excellent glory, “This is My beloved Son, in whom I am well pleased?” All the satisfaction of God centers in Jesus; all the delight of the Father rests in the Son of His love. “Behold My Servant, whom I uphold; Mine Elect, in whom My soul delights!”
Can we then rest anywhere but where God rests? Is it not spiritually with us as with the Israelites of old? When the cloud tarried, they tarried; when the cloud went, they went; when the cloud moved onward, they followed it; and when the cloud stopped, they halted, and rested beneath its shadow.
To the reader…
Are you tired of the journey? Are your limbs exhausted, and do you wonder how you will ever cover the long road? The Lord has given resting places along the way for His pilgrims. A promise pressed into your soul with sweet power, a little token of the grace of Jesus, a kindly look from His face, a small token for good: these are halting places where you may receive new strength.
Do not despise such resting places, even if they are small. For where can you rest, except where God rests? He rests in His love and in His beloved Son, in Whom He is well pleased. Seek your rest there, and follow the cloud, even when it moves on. So the true pilgrims go from strength to strength, until they reach their heavenly home.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Irán de fortaleza en fortaleza; cada uno de ellos comparecerá delante de Dios en Sion.
Salmo 84:7
“Irán de fortaleza en fortaleza.” Al margen dice: “de compañía en compañía”. Más bien creo que el sentido implícito es: “van de lugar de descanso en lugar de descanso”. Había ciertos puntos fijos donde toda la compañía descansaba por la noche; como leemos que, cuando el niño Jesús se quedó en Jerusalén, Sus padres no lo supieron; pensaban que estaba “en la compañía”, es decir, que había seguido adelante con los peregrinos que viajaban; pero cuando llegó la noche y Le buscaron, no estaba allí.
Estos lugares de descanso eran ciertos puntos donde la caravana de los peregrinos que viajaban descansaba por la noche; con estos descansos sucesivos se reponían sus fuerzas, y podían soportar el largo viaje, levantándose por la mañana refrescados con el descanso de la noche.
El salmista, viéndolo espiritualmente, dice: “Irán de fortaleza en fortaleza”. En cada lugar de descanso recibían nuevas fuerzas para proseguir su viaje. ¿Y no es esto verdad en la gracia? Hay lugares de descanso en la vida divina, lugares de refrigerio, donde los verdaderos peregrinos renuevan sus fuerzas. Por ejemplo, toda manifestación del Señor es una comunicación de fuerza divina, un lugar de recuperación, donde el alma renueva sus fuerzas para seguir viajando. Toda promesa que viene con dulce poder es otro lugar de descanso donde el viajero puede reposar.
Todo descubrimiento de una parte salvadora en Cristo; todo vislumbre de la gracia y la gloria de Jesús; toda palabra de los labios del Señor; toda sonrisa del rostro del Señor; toda señal para bien; todo lo que anima, sostiene, bendice y consuela al alma, capacitándola para seguir adelante hacia su hogar celestial, es un lugar de descanso, donde el peregrino reposa y donde repone sus miembros cansados.
¿Y dónde podemos descansar, sino donde Dios descansa? Pero ¿no “calla Dios de amor”, reposando en Su amor? ¿Y podemos descansar en algo que no llegue al amor de Dios derramado en nuestro corazón? ¿No descansa Dios en Su amado Hijo? ¿No vino esta voz de la magnífica gloria: “Este es mi Hijo amado, en el cual tomo contentamiento”? Toda la satisfacción de Dios se centra en Jesús; todo el deleite del Padre reposa en el Hijo de Su amor. “¡He aquí mi siervo, yo lo sostendré; mi escogido, en quien mi alma toma contentamiento!”
¿Podemos, pues, descansar en otra parte que donde Dios descansa? ¿No nos sucede espiritualmente como a los israelitas de antaño? Cuando la nube se detenía, ellos se detenían; cuando la nube se iba, ellos se iban; cuando la nube avanzaba, la seguían; y cuando la nube se paraba, hacían alto y descansaban bajo su sombra.
Al lector…
¿Está usted cansado del viaje? ¿Están agotados sus miembros, y se pregunta cómo recorrerá jamás el largo camino? El Señor ha dado a Sus peregrinos lugares de descanso a lo largo del camino. Una promesa grabada en su alma con dulce poder, una pequeña muestra de la gracia de Jesús, una mirada bondadosa de Su rostro, una pequeña señal para bien: estos son lugares de parada donde puede recibir nuevas fuerzas.
No desprecie tales lugares de descanso, aunque sean pequeños. Porque ¿dónde puede usted descansar, sino donde Dios descansa? Él reposa en Su amor y en Su amado Hijo, en Quien tiene contentamiento. Busque allí su descanso, y siga la nube, aun cuando avance. Así van los verdaderos peregrinos de fortaleza en fortaleza, hasta que llegan a su hogar celestial.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl