24 de junio
Zij gaan van kracht tot kracht.
Psalm 84:8
Zij gaan van kracht tot kracht. In de kanttekening staat: „Van gezelschap tot gezelschap.” Ik geloof liever dat de bedoeling is: zij gaan van rustplaats tot rustplaats. Er waren zekere vastgestelde plaatsen waar het gehele gezelschap des nachts rustte. Zo lezen wij dat het kind Jezus overbleef te Jeruzalem, en Zijn ouders wisten het niet. Zij veronderstelden dat Hij in het gezelschap was, dat wil zeggen, dat Hij was meegegaan met de reizende pelgrims; doch toen de avond kwam en zij Hem zochten, vonden zij Hem niet.
Deze rustplaatsen waren zekere plaatsen waar de karavaan van de reizende pelgrims bij nacht rustte. Op deze opeenvolgende plaatsen herkregen zij nieuwe krachten en werden zij in staat gesteld de lange reis te doorstaan en des morgens, na een zeer verkwikkende rust, hun reis voort te zetten. De psalmist, het geestelijke beziende, zegt: „Zij gaan van kracht tot kracht.” Op elke rustplaats ontvingen zij nieuwe kracht om hun reis te vervolgen. Is het niet alzo in de genade? Er zijn rustplaatsen in het geestelijk leven waar de ware pelgrims hun kracht vernieuwen.
Bijvoorbeeld: elke openbaring des Heeren is een mededeling van geestelijke kracht, een plaats van herstelling, waar de ziel de kracht vernieuwt om te kunnen voortgaan. Elke belofte die met zoete kracht in de ziel wordt afgedrukt, is een pleisterplaats waar de reiziger mag rusten. Elke ontdekking van een aandeel in Christus, elk blijkje van de genade en heerlijkheid van Jezus, elk woord van des Heeren lippen, elk toeknikje van des Heeren vriendelijk aangezicht, elk teken ten goede, alles wat bemoedigt, ondersteunt en de ziel vertroost, stelt haar in staat voort te treden tot haar hemelse woning, en is een pleisterplaats waar de pelgrim rust en waar zijn afgematte leden verkwikt worden.
En waar zou hij kunnen rusten, dan alleen waar God rust? En rust God niet in Zijn liefde? En kunnen wij ergens rusten, dan alleen waar de liefde Gods in onze harten wordt uitgestort? Rust God niet in Zijn beminde Zoon? Kwam niet de stem uit de hoogwaardige heerlijkheid: „Deze is Mijn geliefde Zoon, in Welke Ik al Mijn welbehagen heb”? Het welbehagen Gods concentreert zich in Christus; al het vergenoegen des Vaders rust in de Zoon Zijner liefde. „Zie Mijn Knecht, Die Ik ondersteun; Mijn Uitverkorene, in Welke Mijn ziel een welbehagen heeft.”
Is het niet geestelijk met ons gesteld zoals met de Israëlieten van ouds? Wanneer de vuurkolom bleef staan, vertoefden zij ook, en wanneer zij zich ophief, verreisden zij. Wanneer de wolk voortging, volgden zij, en bleef zij staan, dan legerden zij zich en rustten onder haar schaduw.
Aan de lezer…
Bent u, lezer, moe van de reis? Zijn uw leden afgemat en vraagt u zich af hoe u de lange weg ooit zult volbrengen? De Heere heeft voor Zijn pelgrims rustplaatsen op de weg gesteld. Een belofte die met zoete kracht in uw ziel wordt gedrukt, een blijkje van de genade van Jezus, een vriendelijk toeknikje van Zijn aangezicht, een klein teken ten goede: het zijn pleisterplaatsen waar u nieuwe kracht mag ontvangen.
Veracht zulke rustplaatsen niet, ook al zijn ze klein. Want waar kunt u rusten, dan alleen waar God rust? Hij rust in Zijn liefde en in Zijn beminde Zoon, in Wie Hij al Zijn welbehagen heeft. Zoek daar uw rust, en volg de wolk, ook wanneer zij verder trekt. Zo gaan de ware pelgrims van kracht tot kracht, tot zij hun hemelse woning bereiken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zij gaan van kracht tot kracht.
Psalm 84:8
Zij gaan van kracht tot kracht. In de kanttekening staat: „Van gezelschap tot gezelschap.” Ik geloof eerder dat de bedoeling is: zij gaan van rustplaats tot rustplaats. Er waren bepaalde vaste plaatsen waar het hele reisgezelschap ’s nachts rustte. Zo lezen wij dat het kind Jezus in Jeruzalem achterbleef, en dat Zijn ouders het niet wisten. Zij dachten dat Hij in het reisgezelschap was, dat wil zeggen dat Hij met de reizende pelgrims was meegegaan; maar toen het avond werd en zij Hem zochten, vonden zij Hem niet.
Deze rustplaatsen waren bepaalde plaatsen waar de karavaan van reizende pelgrims ’s nachts rustte. Op deze opeenvolgende plaatsen kregen zij nieuwe krachten. Zo werden zij in staat gesteld de lange reis vol te houden en ’s morgens, na een zeer verkwikkende rust, hun reis voort te zetten. De psalmist, die het geestelijk bekijkt, zegt: „Zij gaan van kracht tot kracht.” Op elke rustplaats ontvingen zij nieuwe kracht om hun reis te vervolgen. Is het niet zo in de genade? Er zijn rustplaatsen in het geestelijk leven waar de ware pelgrims hun kracht vernieuwen.
Bijvoorbeeld: elke openbaring van de Heere is een mededeling van geestelijke kracht, een plaats van herstel, waar de ziel haar kracht vernieuwt om verder te kunnen gaan. Elke belofte die met zoete kracht in de ziel wordt gedrukt, is een pleisterplaats waar de reiziger mag rusten. Elke ontdekking van een deel aan Christus, elk bewijsje van de genade en heerlijkheid van Jezus, elk woord van de lippen van de Heere, elke vriendelijke blik van Zijn aangezicht, elk teken ten goede, alles wat de ziel bemoedigt, ondersteunt en troost, stelt haar in staat verder te gaan naar haar hemelse woning. Het is een pleisterplaats waar de pelgrim rust en waar zijn vermoeide leden verkwikt worden.
En waar zou hij kunnen rusten, behalve waar God rust? En rust God niet in Zijn liefde? En kunnen wij ergens anders rusten dan waar de liefde van God in ons hart wordt uitgestort? Rust God niet in Zijn geliefde Zoon? Kwam niet de stem uit de hoogwaardige heerlijkheid: „Deze is Mijn geliefde Zoon, in Welke Ik al Mijn welbehagen heb”? Het welbehagen van God is in Christus samengebracht; al het welgevallen van de Vader rust in de Zoon van Zijn liefde. „Zie Mijn Knecht, Die Ik ondersteun; Mijn Uitverkorene, in Welke Mijn ziel een welbehagen heeft.”
Is het geestelijk met ons niet net zo als met de Israëlieten van vroeger? Wanneer de vuurkolom bleef staan, bleven zij ook, en wanneer zij zich ophief, braken zij op. Wanneer de wolk verder ging, volgden zij, en bleef zij staan, dan legerden zij zich en rustten in haar schaduw.
Aan de lezer…
Bent u moe van de reis? Zijn uw leden uitgeput en vraagt u zich af hoe u de lange weg ooit zult afleggen? De Heere heeft voor Zijn pelgrims rustplaatsen langs de weg gegeven. Een belofte die met zoete kracht in uw ziel wordt gedrukt, een bewijsje van de genade van Jezus, een vriendelijke blik van Zijn aangezicht, een klein teken ten goede: het zijn pleisterplaatsen waar u nieuwe kracht mag ontvangen.
Veracht zulke rustplaatsen niet, ook al zijn ze klein. Want waar kunt u rusten, behalve waar God rust? Hij rust in Zijn liefde en in Zijn geliefde Zoon, in Wie Hij al Zijn welbehagen heeft. Zoek daar uw rust, en volg de wolk, ook wanneer zij verder trekt. Zo gaan de ware pelgrims van kracht tot kracht, totdat zij hun hemelse woning bereiken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
They go from strength to strength, every one of them in Zion appeareth before God.
Psalm 84:7
“They go from strength to strength.” It is in the margin, “from company to company.” I rather think, that the meaning implied is, “they go from resting place to resting place.” There were certain fixed spots where the whole company rested at night; as we read, when the infant Jesus tarried at Jerusalem, His parents knew it not—they supposed that He was “in the company;” that is, had gone on with the traveling pilgrims; but when night came, and they looked for Him, He was not there.
These resting places were certain spots where the caravan of the traveling pilgrims rested at night; by these successive restings their strength was recruited, and they were enabled to bear the long journey, rising in the morning refreshed with their night’s rest.
The Psalmist viewing it spiritually says, “They go from strength to strength.” At each resting place they received fresh strength to pursue their journey onward. And is not this true in grace? There are resting places in the divine life, spots of refreshment, where the true pilgrims renew their strength. For instance, every manifestation of the Lord is a communication of divine strength, a recruiting place, where the soul renews its strength to travel onward. Every promise that comes with sweet power is another resting place where the traveler may rest.
Every discovery of saving interest in Christ; every glimpse of the grace and glory of Jesus; every word from the Lord’s lips; every smile from the Lord’s face; every token for good; everything that encourages, supports, blesses, and comforts the soul, enabling it to go onwards towards its heavenly home, is a resting place, where the pilgrim rests, and where he recruits his weary limbs.
And where can we rest, except where God rests? But does not God “rest in His love?” And can we rest anywhere short of God’s love shed abroad in our heart? Does not God rest in His dear Son? Did not this voice come from the excellent glory, “This is My beloved Son, in whom I am well pleased?” All the satisfaction of God centers in Jesus; all the delight of the Father rests in the Son of His love. “Behold My Servant, whom I uphold; Mine Elect, in whom My soul delights!”
Can we then rest anywhere but where God rests? Is it not spiritually with us as with the Israelites of old? When the cloud tarried, they tarried; when the cloud went, they went; when the cloud moved onward, they followed it; and when the cloud stopped, they halted, and rested beneath its shadow.
To the reader…
Are you tired of the journey? Are your limbs exhausted, and do you wonder how you will ever cover the long road? The Lord has given resting places along the way for His pilgrims. A promise pressed into your soul with sweet power, a little token of the grace of Jesus, a kindly look from His face, a small token for good: these are halting places where you may receive new strength.
Do not despise such resting places, even if they are small. For where can you rest, except where God rests? He rests in His love and in His beloved Son, in Whom He is well pleased. Seek your rest there, and follow the cloud, even when it moves on. So the true pilgrims go from strength to strength, until they reach their heavenly home.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Irán de fortaleza en fortaleza; cada uno de ellos comparecerá delante de Dios en Sion.
Salmo 84:7
“Irán de fortaleza en fortaleza.” Al margen dice: “de compañía en compañía”. Más bien creo que el sentido implícito es: “van de lugar de descanso en lugar de descanso”. Había ciertos puntos fijos donde toda la compañía descansaba por la noche; como leemos que, cuando el niño Jesús se quedó en Jerusalén, Sus padres no lo supieron; pensaban que estaba “en la compañía”, es decir, que había seguido adelante con los peregrinos que viajaban; pero cuando llegó la noche y Le buscaron, no estaba allí.
Estos lugares de descanso eran ciertos puntos donde la caravana de los peregrinos que viajaban descansaba por la noche; con estos descansos sucesivos se reponían sus fuerzas, y podían soportar el largo viaje, levantándose por la mañana refrescados con el descanso de la noche.
El salmista, viéndolo espiritualmente, dice: “Irán de fortaleza en fortaleza”. En cada lugar de descanso recibían nuevas fuerzas para proseguir su viaje. ¿Y no es esto verdad en la gracia? Hay lugares de descanso en la vida divina, lugares de refrigerio, donde los verdaderos peregrinos renuevan sus fuerzas. Por ejemplo, toda manifestación del Señor es una comunicación de fuerza divina, un lugar de recuperación, donde el alma renueva sus fuerzas para seguir viajando. Toda promesa que viene con dulce poder es otro lugar de descanso donde el viajero puede reposar.
Todo descubrimiento de una parte salvadora en Cristo; todo vislumbre de la gracia y la gloria de Jesús; toda palabra de los labios del Señor; toda sonrisa del rostro del Señor; toda señal para bien; todo lo que anima, sostiene, bendice y consuela al alma, capacitándola para seguir adelante hacia su hogar celestial, es un lugar de descanso, donde el peregrino reposa y donde repone sus miembros cansados.
¿Y dónde podemos descansar, sino donde Dios descansa? Pero ¿no “calla Dios de amor”, reposando en Su amor? ¿Y podemos descansar en algo que no llegue al amor de Dios derramado en nuestro corazón? ¿No descansa Dios en Su amado Hijo? ¿No vino esta voz de la magnífica gloria: “Este es mi Hijo amado, en el cual tomo contentamiento”? Toda la satisfacción de Dios se centra en Jesús; todo el deleite del Padre reposa en el Hijo de Su amor. “¡He aquí mi siervo, yo lo sostendré; mi escogido, en quien mi alma toma contentamiento!”
¿Podemos, pues, descansar en otra parte que donde Dios descansa? ¿No nos sucede espiritualmente como a los israelitas de antaño? Cuando la nube se detenía, ellos se detenían; cuando la nube se iba, ellos se iban; cuando la nube avanzaba, la seguían; y cuando la nube se paraba, hacían alto y descansaban bajo su sombra.
Al lector…
¿Está usted cansado del viaje? ¿Están agotados sus miembros, y se pregunta cómo recorrerá jamás el largo camino? El Señor ha dado a Sus peregrinos lugares de descanso a lo largo del camino. Una promesa grabada en su alma con dulce poder, una pequeña muestra de la gracia de Jesús, una mirada bondadosa de Su rostro, una pequeña señal para bien: estos son lugares de parada donde puede recibir nuevas fuerzas.
No desprecie tales lugares de descanso, aunque sean pequeños. Porque ¿dónde puede usted descansar, sino donde Dios descansa? Él reposa en Su amor y en Su amado Hijo, en Quien tiene contentamiento. Busque allí su descanso, y siga la nube, aun cuando avance. Así van los verdaderos peregrinos de fortaleza en fortaleza, hasta que llegan a su hogar celestial.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl