Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

24 maart Korenaren uit de volle oogst

Dat gij in die tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld.
Efeze 2:12

De apostel zegt hier tegen de Efeziërs dat zij in hun natuurlijke staat, voordat het leven in hen was gewekt en zij levend gemaakt waren voor God, „zonder Christus” waren. Dat wil zeggen: zonder bewuste vereniging en gemeenschap met Hem. Hoewel zij naar het voornemen van God en door hun eeuwige verkiezing in Christus leden waren van Zijn verborgen lichaam, waren zij nog niet door de Geest in Christus gedoopt om levende leden te worden van Zijn geestelijk lichaam, de Kerk (1 Kor. 12:13). Daarom hadden zij Christus nog niet „aangedaan” (Galaten 3:27). En zoals zij waren, zo waren ook wij.

Wij waren in onze vroegere dagen „zonder Christus”. Hij had geen plaats in onze gedachten. Wij wisten niets van Zijn Persoon, Zijn werk, Zijn bloed en rechtvaardigmaking, Zijn schoonheid en volzaligheid, Zijn genade en heerlijkheid. Hij was voor ons als een scheut uit een dorre aarde, en in onze ogen had Hij gedaante noch heerlijkheid. Zijn Naam was misschien wel op onze lippen, maar Zijn Geest en genade waren niet in ons hart. En als het nu anders met ons is, als er enig geloof in Hem, enige hoop op Hem of enige liefde tot Hem in ons is, dan is het de genade die dat alles gewerkt heeft.

Laten wij nooit vergeten wat wij waren voordat wij door de genade geroepen werden. Laat de herinnering aan onze zonden en aan onze hele levensweg bitter voor ons zijn, zodat wij de rijkdom van de soevereine genade, die zich over ons in onze diepgevallen staat heeft neergebogen, op waarde leren schatten en groot maken. Het Paaslam moest met bittere saus gegeten worden. De herinnering aan de slavernij in Egypte moet altijd samengaan met de vreugde over de vrijheid van het Evangelie, en de goddelijke smart over de zonde met het eten van het lichaam van Christus.

Wij hebben God op ’t hoogst misdaan,
wij zijn van ’t heilspoor afgegaan,
Ja, wij en onze vaad’ren tevens,
verzuimend’ alle trouw en plicht.

Ps. 106:4

Aan de lezer…

Er zijn tijden die u niet mag vergeten, zoals de tijd toen u „zonder Christus” leefde. Toen was Zijn Naam misschien op uw lippen, maar waren Zijn Geest en genade niet in uw hart. Toen was Hij voor u een scheut uit een dorre aarde, zonder gedaante of heerlijkheid. Vergeet het niet. Laat die herinnering bitter voor u zijn, niet om u neer te drukken, maar zodat u de rijkdom van de soevereine genade des te meer leert waarderen.

Is er nu enig geloof in Hem, enige hoop op Hem, enige liefde tot Hem, al is het klein en zwak? Dan is het de genade die dat gewerkt heeft, en niet uzelf. Het Paaslam werd met bittere saus gegeten; zo gaan ook bij ons de smart over de zonde en de vreugde over de verlossing samen. En is het nog niet anders met u, leeft u nog zonder Hem, roep dan tot Hem, want Hij buigt Zich neer naar wie diep gevallen zijn.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

24 maart 365 dagen met Philpot

De gelovige moordenaar

Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.
Lukas 23:42

Ik geloof dat er in de hele Heilige Schrift nergens zo’n voorbeeld van sterk geloof staat als dit. Men kan zeggen: „Abrahams geloof was heel sterk.” Dat was het zeker. Toen hij zijn zoon Izak offerde, was zijn geloof heel sterk, misschien wel even sterk als dat van de stervende moordenaar. Maar als we alle omstandigheden in aanmerking nemen, denk ik dat er, met uitzondering van de Heere Jezus Christus, de Vorst van de gelovigen, niet één voorbeeld van geloof is dat zo sterk is als dit.

Waren de omstandigheden niet helemaal zo dat ze het geloof moesten smoren en uitdoven? Kijk naar Zijn eigen discipelen: ze lieten Hem allemaal in de steek en vluchtten. Zijn eigen volgelingen, die jarenlang met Hem hadden opgetrokken, verlieten Hem in Zijn uiterste nood. Maar o, wat een sterk geloof moet God hem gegeven hebben om te geloven en in te zien dat Jezus een Koninkrijk had, terwijl Hij als een misdadiger stierf! Om, terwijl hij naar het gepijnigde lichaam van Jezus keek, te geloven dat Hij de Zoon van God was en een Koninkrijk kon schenken!

Want was niet alles, van binnen en van buiten, erop gericht het geloof te smoren en uit te doven, zodat alles samenspande om het te vernietigen zodra het geloof het hoofd ophief? Denk aan een drenkeling: net als zijn hoofd boven water komt, slaat een hoge golf hem terug, en toch steekt hij zijn handen weer uit, ondanks dood en hel. Zo was het met deze moordenaar aan het kruis. Alles was erop gericht zijn geloof te vernietigen, en toch bleef het overeind. Had hij niet kunnen zeggen: „Indien Hij de Zoon van God was, zou Hij Zichzelf dan niet verlossen?” Nee! Het geloof overwon ondanks alles van buiten en van binnen, ondanks alle ontrouw en al het ongeloof in zijn hart, en ondanks alle uiterlijke omstandigheden, die het sterkste geloof ter wereld zouden hebben uitgedoofd.

Lezen: Lukas 23-43

Aan de lezer…

Misschien, lezer, lijkt alles om u heen samen te spannen tegen uw geloof. Telkens als het even het hoofd opheft, komt er een nieuwe golf die het terugslaat: van buiten tegenspoed, van binnen ongeloof en twijfel. U zou bijna denken dat uw geloof te zwak is om iets te betekenen. Zie dan naar de stervende moordenaar. De discipelen waren gevlucht, de Heere hing gepijnigd als een misdadiger, en toch zag hij in Hem een Koning met een Koninkrijk.

Waar kwam zo’n geloof vandaan? Niet uit hemzelf; God gaf het hem. En wat God gaf, bleef overeind, ondanks alles. Laat dat u bemoedigen. Het geloof leeft niet van gunstige omstandigheden, maar van de Heere op Wie het ziet. Steek dan, als een drenkeling, uw handen opnieuw naar Hem uit, ook als de golven hoog zijn. Hij Die de moordenaar staande hield, kan ook uw zwakke geloof doen overwinnen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

24 maart Door Baca’s vallei

En Hij leidde hen op een rechte weg, om te gaan tot een stad ter woning.
Psalm 107:7

Wanneer de Heere leidt, kunnen wij volgen. De weg mag hobbelig zijn, maar als de Heere ondersteunt, kunnen wij die weg gaan zonder te struikelen. Wat de Heere ook gebiedt, dat kunnen wij doen, als Hij maar tegenwoordig is. Welk lijden Hij ons ook oplegt, wij kunnen het dragen, als wij maar de goedkeuring hebben van een goed geweten en het vriendelijk lachen van Zijn aangezicht. O, wonderen van soevereine genade!

Het kruis is geen kruis als de Heere kracht geeft om het te dragen; verdrukking is geen verdrukking als de Heere ons ondersteunt; beproeving is geen beproeving als zij door Zijn vriendelijk lachen verzoet wordt; en smart is geen smart als zij door Zijn liefde verlicht of licht gemaakt wordt. Het zijn onze prikkelbaarheid, ons ongeloof, onze vleselijke redeneringen, onze opstand en ons zelfbeklag die van een hobbelige weg een smartelijke weg maken. Maar de genade onderwerpt in haar alles overwinnende kracht niet alleen iedere moeilijkheid van buitenaf, maar, wat nog groter is, ook elke moeilijkheid in ons hart. Zo is het en zo moet het ook zijn; een van de sterkste gronden van ons geloof is dat iedere weg uiteindelijk een rechte weg is, als het Gods weg is.

En is het niet een rechte weg, naar het oordeel van ons eigen geweten, die ons leidt uit de wereld, de zonde en ons eigen ik, uit onze hoogmoed en eigengerechtigheid, uit alle kwaad in welke vorm dan ook? Een weg die ons leidt in alles wat goed is, wat heilig en welgevallig is in de ogen van God, wat aangenaam, heilzaam en heiligend is; die ons leidt in wat ons gelijkvormig kan maken aan het beeld van Christus, Die een Man van smarten was en verzocht in krankheden; en die ons bekwaam maakt om deel te hebben aan de erve der heiligen in het licht? En wat is het doel van deze leiding en besturing? Dat zij mogen gaan tot een stad ter woning: het nieuwe Jeruzalem, de heerlijke stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwmeester is.

Enkelen van onze vrienden zijn daar al heengegaan; daar wonen zij als burgers van die gezegende stad van zuiver goud, als doorluchtig glas; een stad die de zon niet nodig heeft, en ook de maan niet om haar te verlichten, want de heerlijkheid van God verlicht haar en het Lam is haar kaars. Dit is de stad ter woning waar de heiligen voor eeuwig zullen wonen. En de Heere zal al Zijn reizigers door deze woestijn op de rechte weg leiden, opdat Hij hen langs die weg brengt in Zijn eeuwige tegenwoordigheid en tot het genieten van de liefelijkheden die aan Zijn rechterhand zijn, eeuwig.

Aan de lezer…

Misschien is uw weg hobbelig, en kunt u niet begrijpen waarom de Heere u zo leidt. Wees eerlijk: zijn het niet vaak onze prikkelbaarheid, ons ongeloof en ons zelfbeklag die een moeilijke weg tot een smartelijke maken? Het kruis is geen kruis als de Heere kracht geeft om het te dragen, en smart is geen smart als zij door Zijn liefde verlicht wordt. Wanneer Hij leidt, kunnen wij volgen, als Hij maar tegenwoordig is.

Bid dan niet in de eerste plaats om een andere weg, maar om Zijn nabijheid op deze weg. Want iedere weg is uiteindelijk een rechte weg, als het Gods weg is. Hij leidt u uit de wereld, uit de zonde en uit uw eigen ik, en Hij leidt u in alles wat u gelijkvormig maakt aan het beeld van Christus. En het einde is zeker: een stad ter woning, die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwmeester is, waar het Lam de kaars is.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina