Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

24 februari Korenaren uit de volle oogst

Als droevig zijnde, doch altijd blijde.
2 Korinthe 6:10

Hoewel de christen in zichzelf treurt, en daar elke dag reden toe heeft, kan hij toch altijd blij zijn wanneer hij door het geloof de Heere Jezus Christus mag zien, wanneer hij door genade een goede hoop heeft, of enige openbaring van Zijn macht, Zijn werk, Zijn bloed en Zijn liefde. Ja, juist die droefheid opent een weg naar blijdschap. In het wereldse hart is geen plaats voor geestelijke blijdschap, want de Heere geeft blijdschap en smart. Wanneer het hart verzonken is in somberheid en angst, wanneer twijfel en zorgen bezit nemen van de ziel, wanneer huiselijke zorgen, smartelijke verliezen of gevaarlijke omstandigheden het hart vullen met verdriet en zorg, dan is het de tijd van de Heere om vreugde in de ziel uit te storten.

Naarmate de beproevingen toenemen, neemt ook de troost toe. Verdriet en vreugde horen bij elkaar zoals de dag en de nacht, de zon en de maan, de hemel en de aarde. Zonder verdriet kan er geen vreugde zijn, want vreugde is het tegengif ervan. Als u alles had wat uw hart begeerde, welke plaats zou er dan zijn voor geestelijke vreugde? Maar wanneer alle bronnen van aardse vreugde opdrogen en er in de wereld voor u niets anders overblijft dan een leven vol verdriet en onrust, wanneer uw gezondheid wordt aangetast, wanneer u arm geworden bent, beproefd wordt in uw gezin en gekweld wordt in uw geest, en er niets is dan lijden en ellende, dan is er in uw hart ruimte gemaakt om de zoete vertroostingen van Gods genade te ontvangen.

Ik werd benauwd van alle zijden
en riep de Heer ootmoedig aan.
De Heer verhoorde mij in ’t lijden
en deed mij in de ruimte gaan.
De Heer is bij mij, ’k zal niet vrezen,
de Heer zal mij getrouw behoên.
Daar God mijn schild en hulp wil wezen,
wat zal een nietig mens mij doen?

Ps. 118:3

Aan de lezer…

Misschien bent u vandaag droevig: de gezondheid wankelt, het gezin wordt beproefd, de zorgen vullen uw hart en de oude bronnen van vreugde drogen op. Dan lijkt het woord „als droevig zijnde, doch altijd blijde” ver van u af te staan. Maar ik wijs u hier op iets wonderlijks: juist die droefheid kan een weg naar blijdschap openen. In een hart dat vol is van de wereld, is geen plaats voor geestelijke vreugde; in een gebroken hart wordt ruimte gemaakt.

Wanneer twijfel en angst bezit nemen van de ziel, dan is het de tijd van de Heere om vreugde uit te storten. Naarmate de beproevingen toenemen, neemt ook de troost toe. Kijk dan niet alleen naar de nacht om u heen, maar zie door het geloof op de Heere Jezus Christus, op Zijn werk, Zijn bloed en Zijn liefde. Wie in zichzelf treurt, mag in Hem blij zijn, ook nu.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

24 februari 365 dagen met Philpot

De wonderen van Christus

De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en de armen wordt het Evangelie verkondigd. En zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden.
Mattheüs 11:5-6

Wie kan de doofheid beschrijven die de mens van nature heeft voor elke waarschuwing, elke bedreiging, elk gedeelte van Gods Woord? Dit is zeker een afschuwelijk deel van de zondeval. Maar wanneer God de Heilige Geest een werk van genade in het hart begint, reinigt Hij het oor. Zo opent Hij het om onderwijs te ontvangen. Hij geeft de ziel een nieuw vermogen, waardoor Gods waarheid ontvangen wordt als uit Gods mond.

Is dit niet bij sommigen van u zo gegaan? Toen u vroeger de wet hoorde, gingen de bedreigingen ervan als donderslagen over uw hoofd heen, zonder enige indruk te maken. Toen u hoorde over de liefde, het bloed en het lijden van Jezus, werd uw ziel niet zacht, smolt zij niet en werd zij niet vernederd. Was u niet doof, volkomen doof? Ervoer u enige goddelijke gevoeligheid in uw ziel? Had u enig teder gevoel? Had u enige vernedering van geest? Niet één.

Maar wanneer God de Heilige Geest in Zijn barmhartigheid de doofheid voor alle waarheid van God wegneemt, dan beginnen de doven te horen. Dit is een van de eerste tekenen van leven in de ziel. Ze horen de bedreigingen van Gods wet, en elke bedreiging weergalmt als donder in hun hart. Ze horen, en geloven wat ze horen: dat Hij de zondaars zal oordelen, dat er een dag is vastgesteld om de wereld te oordelen, en dat wie in de zonde leeft en sterft, verzwolgen zal worden door een afschuwelijke golf van ellende.

Wanneer God de Heilige Geest hun oren opent, horen ze de stem van de Zoon van God, want Hij zegt: „Mijn schapen horen Mijn stem” (Joh. 10:27); en opnieuw: „De ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven” (Joh. 5:25).

Lezen: Johannes 5:19-29

Aan de lezer…

Wie iets van de genade heeft leren kennen, weet nog hoe de bedreigingen van de wet vroeger als donderslagen over het hoofd heen gingen, zonder dat er iets veranderde. Weet u nog hoe u hoorde over het bloed en het lijden van Jezus zonder dat uw hart smolt? Dat was doofheid, een afschuwelijk deel van onze val, en niemand kan zichzelf daarvan genezen.

Maar hoort u nu anders? Weergalmt een woord van God soms als donder in uw hart, of valt het als een zachte troost in uw ziel? Dan heeft God de Heilige Geest uw oor geopend, en dat is een van de eerste tekenen van leven. „Mijn schapen horen Mijn stem”, zegt de goede Herder. En voelt u zich nog doof en onaangedaan, houd dan vast aan die belofte: „De ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

24 februari Door Baca’s vallei

Ik gedenk de weldadigheid uwer jeugd, de liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in een onbezaaid land.
Jeremia 2:2

De zaligheid is een geschenk, het meest uitgelezen en rijkste geschenk dat de hand van een drieënig God, Wiens Naam Liefde is, kan geven. Het is een deel, een erfenis, een bijzonder bezit, een schat, een eeuwige werkelijkheid. Het volle bezit, het volkomen genieten, het volledige bezit van dit voor eeuwig toegewezen gewicht van heerlijkheid wordt bewaard voor een toekomstige staat. Maar het handgeld, de eerstelingen, de vroegrijpe trossen, de eerste dauwdruppels van deze eeuwige erfenis worden aan de uitverkorenen gegeven terwijl zij hier op aarde zijn.

Het eeuwige genieten van de tegenwoordigheid en heerlijkheid van Christus wordt in de Schrift vaak vergeleken met een huwelijk. Zo lezen wij (Openb. 19:7) over de „vrouw van het Lam” en over de „bruiloft des Lams”. Zo wordt van de kerk gezegd dat zij in geborduurde klederen tot de Koning geleid wordt, zoals in de oosterse landen de bruid door de vader naar de bruidegom geleid werd. Maar wij lezen ook van de „ondertrouw”, die altijd aan het vieren van de bruiloft voorafgaat. „Ik gedenk de weldadigheid uwer jeugd, de liefde uwer ondertrouw.” „Want ik heb ulieden toebereid om u als een reine maagd een Man voor te stellen, namelijk Christus.”

Zo was Jozef ondertrouwd met de maagd Maria voordat zij samengekomen waren, dat wil zeggen voordat zij man en vrouw werden. Deze ondertrouw was een voorbereiding op het huwelijk, hoewel het niet het huwelijk zelf was. Daarom werd een ondertrouwde maagd volgens de Levitische wet als een overspeelster gestraft wanneer zij ontrouw bevonden werd aan haar verloofde. In de ondertrouw lag het wezen van het huwelijk, maar het was niet het huwelijk zelf. De partijen leefden nog niet samen en waren ook nog niet in elkaars bezit gesteld.

Zo vindt in dit leven de geestelijke ondertrouw plaats, maar het geestelijke huwelijk in het leven dat komt. „Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden; en Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof, en gij zult de Heere kennen” (Hosea 2:19-20).

Aan de lezer…

Kind van God, gedenkt u nog de tijd van uw eerste liefde, toen u de Heere nawandelde in de woestijn, in een onbezaaid land? Misschien is het nu stiller in uw ziel en vreest u dat het allemaal voorbij is. Maar hoor hoe de Heere spreekt: „Ik gedenk de weldadigheid uwer jeugd, de liefde uwer ondertrouw.” Hij vergeet die dagen niet, ook al vergeet u ze soms.

Wat u hier ontvangt, is nog niet de bruiloft zelf, maar de ondertrouw: het handgeld, de eerstelingen, de eerste dauwdruppels van de erfenis. Het volle genieten wordt bewaard tot de bruiloft van het Lam. Is het nu een tijd van wachten, houd u dan als een reine maagd voor Hem bewaard. Hij heeft beloofd: „Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof, en gij zult de Heere kennen.” Die belofte breekt Hij niet.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina