Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

24 november Korenaren uit de volle oogst

Ik zag de Satan, als een bliksem, uit de hemel vallen.
Lukas 10:18

Het verdient onze grootste aandacht en biddende overweging om met het oog van het geloof de wijsheid en macht te zien die uitblinken in de manier waarop de alwijze God Zijn lieve Zoon op aarde zond, om de werken van de duivel te verbreken (1 Joh. 3:8). Satan had als het ware een verwarde strik gespannen toen hij de koorden van de zonde om het hart van de mens sloeg. Die verwarde en vast aangetrokken strik kon niet worden doorgehakt dan door een zwaard van almachtige kracht; maar hij moest door oneindige wijsheid en geduld over zijn hele lengte ontward worden.

Het werk dat satan had gedaan, moest ongedaan gemaakt worden. Ongehoorzaamheid moest ongedaan gemaakt worden door gehoorzaamheid: de vrijwillige gehoorzaamheid van de Zoon van God, en daarom van oneindige waarde. De zonde moest door een offer geboet worden: het offer van de natuur die gezondigd had, die, verenigd met de Persoon van Gods Zoon, daardoor een onuitsprekelijke kracht kreeg. De dood moest tenietgedaan worden door de eeuwig levende Zoon van God aan de dood over te geven. De Wet moest vervuld worden door de gehoorzaamheid van Hem Die door Zijn Goddelijke macht boven de Wet staat.

De Wetgever moest de Vervuller van de Wet worden. Hij Die de eeuwig Gezegende was, moest een vloek gemaakt worden; en de Heilige Israëls, Die geen zonde kende, moest „zonde gemaakt worden, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem”. Zo ging onze gezegende Heere door die distels en doornen, „die tegen Hem in oorlog gesteld waren”. Hij ging door tot het einde in alles wat Hij ondernam; en door zo door te gaan, verbrak Hij het werk van de duivel.

Maar, trouwe God, Gij zijt
het schild, dat mij bevrijdt,
mijn eer, mijn vast betrouwen!
Op U vest ik het oog:
Gij heft mijn hoofd omhoog,
en doet m’ uw gunst aanschouwen!
’k Riep God niet vrucht’loos aan;
Hij wil mij niet versmaan
in al mijn tegenheden.

Ps. 3:2

Aan de lezer…

Voelt u de koorden van de zonde om uw hart? Hebt u geprobeerd ze los te rukken en gemerkt dat de strik alleen maar vaster werd aangetrokken? Het is een verwarde strik die satan gespannen heeft, en geen mens kan hem ontwarren. Maar zie op de wijsheid en macht van God, Die Zijn lieve Zoon op aarde zond om de werken van de duivel te verbreken.

Hij Die geen zonde kende, is zonde gemaakt; Hij, de eeuwig Gezegende, werd een vloek; Hij ging door de distels en doornen tot het einde, en verbrak zo het werk van de duivel. Wat u niet kunt ontwarren, heeft Hij over zijn hele lengte ontward. Zie dan niet langer op de koorden, maar op Hem, opdat u in Hem zou worden rechtvaardigheid Gods.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

24 november 365 dagen met Philpot

Een beschutting over al wat heerlijk is

En de Heere zal over alle woning van de berg Sion, en over haar vergaderingen, scheppen een wolk des daags, en een rook, en de glans eens vlammenden vuurs des nachts; want over al wat heerlijk is, zal een beschutting wezen. En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen de vloed en tegen de regen.
Jesaja 4:5-6

De Heere geeft hun die naar de berg Sion gekomen zijn een woning. Hij brengt hen onder het evangelie, Hij geeft hun een hart om het in liefde te ontvangen, en Hij legt kracht in hun ziel, zodat zij op Christus zien en een woning op de berg Sion krijgen. Hij geeft haar „een wolk des daags, en een rook, en de glans eens vlammenden vuurs des nachts”. Soms begunstigt Hij haar met Zijn merkbare tegenwoordigheid, en zelfs in het donker schijnt een vlammend vuur, waarbij de ogen van de ziel naar de Heere geleid worden, zelfs van de einden der aarde.

Zij vinden ook een beschutting in al deze heerlijkheid, en niet alleen dat, maar ook een veilige schuilplaats in Hem. Zij ontdekken dat de Heere van het leven en van de heerlijkheid een schaduw is tegen de hitte, zodat zij, wanneer de verzoeking opkomt, naar Hem toe kunnen vluchten als het nodig is. Wanneer storm en regen hun om het hoofd slaan, vluchten zij naar Hem toe als hun schuilplaats en beschutting. Dit alles vervult de Heere aan elke verloste en wedergeboren ziel.

Wie van de lezers kan nu zeggen dat hij werkelijk naar de berg Sion gebracht is en de heerlijkheid en de kracht van het evangelie heeft gevoeld? Wie kan hier zeggen: „Hier zal ik wonen, want ik heb ze begeerd. Dit is mijn woning, waar ik wil leven en sterven?” (Ps. 132:14). Wie heeft hier de tegenwoordigheid van de Heere gevonden en de dauw van Zijn gunst die op zijn geest rust?

Wie heeft gezien dat Gods heerlijkheid een schuilplaats is, zodat hij, toen verzoekingen, beproevingen, bezoekingen en smarten hem overvielen, niet naar Assyrië heeft gekeken en niet naar Egypte om hulp is gegaan, maar alleen en geheel op de Heere heeft gesteund, in Wie het de Vader behaagd heeft alle volheid te laten wonen? Wie heeft hier iets meegemaakt van de hagelstorm die hem uit de toevluchten van de leugen heeft verjaagd, zodat hij naar Jezus vluchtte met zuchten, roepen, verlangen, steunen en kreunen, opdat Hij een toevlucht en een beschutting voor zijn ziel zou zijn?

God geeft Zijn zegeningen niet los van elkaar. Hij heeft Zijn volk gezegend met „alle geestelijke zegening in de hemel in Christus” (Ef. 1:3). Als Hij een ziel ertoe gebracht heeft Zijn aangezicht te zoeken, zich naar de berg Sion te keren en naar Jezus op te zien van de einden der aarde, zal Hij elk verlangen van die ziel vervullen. Hij zal haar merkbaar en gelukkig laten delen in Zijn genade hier en in Zijn heerlijkheid hierna.

Lezen: Jesaja 4

Aan de lezer…

Weet u waar u heen vlucht als de hitte van de verzoeking opkomt, als storm en regen u om het hoofd slaan? Zoekt u hulp in Assyrië, gaat u naar Egypte, of hebt u geleerd alleen op de Heere te steunen? Misschien moet u bekennen dat u nog zo vaak uw toevlucht neemt tot de toevluchten van de leugen. Wees dan niet verwonderd als de hagelstorm u daaruit verjaagt; dat gebeurt om u naar Jezus te drijven.

En komt u tot Hem met niet meer dan zuchten, steunen en kreunen, Hij is een hut tot een schaduw tegen de hitte en een verberging tegen de vloed. Over al wat heerlijk is, zal een beschutting wezen. Heeft Hij u ertoe gebracht Zijn aangezicht te zoeken en naar Hem op te zien, al is het van de einden der aarde, dan zal Hij elk verlangen van uw ziel vervullen. Hij geeft Zijn zegeningen niet los van elkaar, maar alle geestelijke zegening in Christus.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

24 november Door Baca’s vallei

Maar wij zijn niet van degenen, die zich onttrekken ten verderve, maar die geloven tot behouding der ziel.
Hebreeën 10:39

De Schrift noemt enkele kentekenen, niet alleen om Gods volk zichzelf te laten onderzoeken, maar ook om hen te vertroosten. Maar om de vrees om zichzelf te bedriegen in hen levend te houden, en om een zichtbaar baken op te richten zodat hun scheepje niet op de rotsen zou lopen, heeft de gezegende Geest in Zijn Woord zulke gedeelten geopenbaard als wij vinden in het zesde en het tiende hoofdstuk van de Hebreeën. Die lijken door de Geest van God als een vuurtoren bij de ingang van de haven geplaatst te zijn.

Is het in het natuurlijke ook niet zo? Er ligt vaak een ondiepte of zandbank vlak bij de ingang van de haven, waarvoor de zeeman moet oppassen. Hoe wordt hij daartegen beschermd? Op of vlak bij die plaats staat een vuurbaken, dat hem voor de ondiepte waarschuwt. Nu zie ik in het zesde en het tiende hoofdstuk van de brief aan de Hebreeën twee vuurbakens, die vlak bij de ingang van de haven van eeuwige veiligheid staan. En hun taal is: „Hoedt u voor deze ondiepte! Let op die zandbank!” Er zijn gaven zonder genade; er is belijden zonder bezit; er is een vorm zonder kracht; er is een naam dat men leeft, terwijl de ziel dood is.

In het natuurlijke ligt de ondiepte vaak heel dicht bij de ingang van de haven, en als het schip zich klaarmaakt om de haven binnen te lopen, ligt de zandbank precies in zijn koers. Maar wanneer het de haven nadert, staat daar een vriendelijk vuurbaken dat de zeelieden niet alleen voor de ondiepte waarschuwt, maar hun ook de veilige weg wijst om de haven binnen te lopen. Zo is het ook in geestelijk opzicht. Uit deze twee hoofdstukken hebben velen van Gods kinderen gezien welke ondiepten er op de weg liggen. Misschien zijn zij er, voordat zij gewaarschuwd werden, heel dicht bij gekomen, zodat zij de vergane schepen zagen.

Zij hebben de opgetuigde schepen die met hen uit dezelfde haven waren uitgevaren, op de rotsen zien vergaan. De lading ging verloren en de dode lichamen dreven met de stukken en brokken van het schip op de golven. Maar die anderen hadden niet op het vuurbaken gelet en zagen ook de zandbank niet; zij waren dronken of sliepen. Zij waren er zeker van dat zij veilig de haven zouden binnenlopen, en zo voeren zij door, onbekommerd en zorgeloos, totdat het schip aan de grond liep en alle bemanningsleden aan boord omkwamen.

Deze ontzagwekkende waarschuwingen en ernstige vermaningen lijken mij geschreven te zijn om de oude mens als het ware zo dicht mogelijk het leven te benemen. Ze lijken met opzet in dubbelzinnige taal op papier gezet te zijn, zodat wij onszelf zouden onderzoeken. Sterker nog, hun schoonheid en kracht en het werkelijke goed dat zij uitwerken, liggen juist in die dubbelzinnigheid. Zo wordt het volk van God er des te ernstiger door gewaarschuwd en leert het des te sterker tot de Heere roepen om niet bedrogen uit te komen.

Verder zijn het niet de arme twijfelende kinderen van God die door deze dingen op de proef gesteld worden; zij hebben reden ze te vrezen. Dat zij zo beproefd worden, laat zien dat hun geweten teder is in de vreze Gods. Het toont dat zij de aarde zijn die de regen die op haar valt indrinkt en bekwaam kruid voortbrengt voor Hem door Wie zij bezaaid is, en dat zij zegen van God ontvangen; en dat zij geen doornen en distels voortbrengen, die verwerpelijk zijn en dicht bij de vervloeking, waarvan het einde is verbranding.

Zo leiden deze vrezen en vermoedens, waarmee het volk van God geoefend wordt, tot sterk roepen tot de Heere, dat Hij hen wil onderwijzen, leren en leiden. Ze zijn ook evenveel kenmerken dat zij geen genadelozen zijn, maar deelgenoten van de genade van God. Het bewijst tegelijk dat Hij, Die een goed werk in hen begonnen heeft, dat zal voleindigen tot op de dag van Jezus Christus. Hij zal hen ook brengen tot het eeuwig genieten van God, zodat zij Hem zelf zullen zien en niet een vreemde.

Aan de lezer…

Misschien schrikt u van de ernstige woorden in het zesde en het tiende hoofdstuk van de Hebreeën. Leest u ze met beven, bang dat u een van hen bent die zich onttrekken ten verderve; dat u gaven zonder genade, een vorm zonder kracht, een naam zonder leven bezit? Weet dan dat deze waarschuwingen als een vuurbaken bij de ingang van de haven staan, niet om u schipbreuk te laten lijden, maar om u voor de zandbank te behoeden.

Wie zorgeloos doorvaren, zien het baken niet; zij slapen. Maar dat u vreest, dat u tot de Heere roept om niet bedrogen uit te komen, laat zien dat uw geweten teder is in de vreze Gods. Het zijn evenveel kenmerken dat u geen genadeloze bent. Laat uw vrees u dan steeds weer naar Hem drijven, en vertrouw erop dat Hij, Die een goed werk in u begonnen heeft, het zal voleindigen tot op de dag van Jezus Christus.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina