November 24
Ik zag de Satan, als een bliksem, uit de hemel vallen.
Lukas 10:18
Het verdient onze meeste aandacht en biddende overweging, door het oog des geloofs de wijsheid en macht te zien welke uitblinkend is in de wijze waarop de alwijze God Zijn lieve Zoon op aarde zond, om de werken des duivels te verbreken (1 Joh. 3:8). De Satan had, om zo te zeggen, een verwarde strik gespannen, toen hij de koorden der zonde om het hart des mensen sloeg. Die verwarde en sterk toegetrokken strik kon niet doorgehakt worden dan door een zwaard van almachtige kracht; maar hij moest door oneindige wijsheid en geduld in zijn gehele lengte ontward worden.
Het werk door de Satan gedaan, moest ongedaan gemaakt worden. Ongehoorzaamheid moest ongedaan gemaakt worden door gehoorzaamheid: de vrijwillige gehoorzaamheid van de Zone Gods, en daarom van oneindige waarde. De zonde moest door een offerande geboet worden: de offerande van de natuur die gezondigd had, verenigd met de Persoon van Gods Zoon, verkreeg daardoor een onuitsprekelijke kracht. De dood moest tenietgedaan worden door de eeuwiglevende Zone Gods aan de dood over te geven. De Wet moest vervuld worden door de gehoorzaamheid van Hem, Die door Zijn Goddelijke macht boven de Wet staat.
De Wetgever moest worden de Vervuller der Wet. Hij, Die de eeuwig Gezegende was, moest een vloek gemaakt worden; en de Heilige Israëls, Die geen zonde kende, moest „zonde gemaakt worden, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem”. Zo ging onze gezegende Heere door die distelen en doornen, „die tegen Hem in oorlog gesteld waren”. Hij ging door tot het eind toe in alles wat Hij ondernam; en door door te gaan, verbrak Hij het werk van de duivel.
Maar, trouwe God, Gij zijt
het schild, dat mij bevrijdt,
mijn eer, mijn vast betrouwen!
Op U vest ik het oog:
Gij heft mijn hoofd omhoog,
en doet m’ uw gunst aanschouwen!
’k Riep God niet vrucht’loos aan;
Hij wil mij niet versmaan
in al mijn tegenheden.
Ps. 3:2
Aan de lezer…
Voelt u, waarde lezer, de koorden der zonde om uw hart? Hebt u beproefd ze los te rukken en gemerkt dat de strik alleen maar vaster werd toegetrokken? Het is een verwarde strik die de Satan gespannen heeft, en geen mens kan hem ontwarren. Maar zie op de wijsheid en macht van God, Die Zijn lieve Zoon op aarde zond om de werken des duivels te verbreken.
Hij, Die geen zonde kende, is zonde gemaakt; Hij, de eeuwig Gezegende, werd een vloek; Hij ging door de distelen en doornen tot het eind toe, en verbrak zo het werk van de duivel. Wat u niet kunt ontwarren, heeft Hij in zijn gehele lengte ontward. Zie dan niet langer op de koorden, maar op Hem, opdat u in Hem zou worden rechtvaardigheid Gods.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik zag de Satan, als een bliksem, uit de hemel vallen.
Lukas 10:18
Het verdient onze grootste aandacht en biddende overweging om met het oog van het geloof de wijsheid en macht te zien die uitblinken in de manier waarop de alwijze God Zijn lieve Zoon op aarde zond, om de werken van de duivel te verbreken (1 Joh. 3:8). Satan had als het ware een verwarde strik gespannen toen hij de koorden van de zonde om het hart van de mens sloeg. Die verwarde en vast aangetrokken strik kon niet worden doorgehakt dan door een zwaard van almachtige kracht; maar hij moest door oneindige wijsheid en geduld over zijn hele lengte ontward worden.
Het werk dat satan had gedaan, moest ongedaan gemaakt worden. Ongehoorzaamheid moest ongedaan gemaakt worden door gehoorzaamheid: de vrijwillige gehoorzaamheid van de Zoon van God, en daarom van oneindige waarde. De zonde moest door een offer geboet worden: het offer van de natuur die gezondigd had, die, verenigd met de Persoon van Gods Zoon, daardoor een onuitsprekelijke kracht kreeg. De dood moest tenietgedaan worden door de eeuwig levende Zoon van God aan de dood over te geven. De Wet moest vervuld worden door de gehoorzaamheid van Hem Die door Zijn Goddelijke macht boven de Wet staat.
De Wetgever moest de Vervuller van de Wet worden. Hij Die de eeuwig Gezegende was, moest een vloek gemaakt worden; en de Heilige Israëls, Die geen zonde kende, moest „zonde gemaakt worden, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem”. Zo ging onze gezegende Heere door die distels en doornen, „die tegen Hem in oorlog gesteld waren”. Hij ging door tot het einde in alles wat Hij ondernam; en door zo door te gaan, verbrak Hij het werk van de duivel.
Maar, trouwe God, Gij zijt
het schild, dat mij bevrijdt,
mijn eer, mijn vast betrouwen!
Op U vest ik het oog:
Gij heft mijn hoofd omhoog,
en doet m’ uw gunst aanschouwen!
’k Riep God niet vrucht’loos aan;
Hij wil mij niet versmaan
in al mijn tegenheden.
Ps. 3:2
Aan de lezer…
Voelt u de koorden van de zonde om uw hart? Hebt u geprobeerd ze los te rukken en gemerkt dat de strik alleen maar vaster werd aangetrokken? Het is een verwarde strik die satan gespannen heeft, en geen mens kan hem ontwarren. Maar zie op de wijsheid en macht van God, Die Zijn lieve Zoon op aarde zond om de werken van de duivel te verbreken.
Hij Die geen zonde kende, is zonde gemaakt; Hij, de eeuwig Gezegende, werd een vloek; Hij ging door de distels en doornen tot het einde, en verbrak zo het werk van de duivel. Wat u niet kunt ontwarren, heeft Hij over zijn hele lengte ontward. Zie dan niet langer op de koorden, maar op Hem, opdat u in Hem zou worden rechtvaardigheid Gods.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And He said unto them, I beheld Satan as lightning fall from heaven.
Luke 10:18
It deserves our utmost attention and prayerful consideration to see, by the eye of faith, the display of wisdom and power shining forth in the way in which the all-wise God sent His dear Son “to destroy” or, as the word is in the original, to unloose “the works of the devil” (1 John 3:8). Satan had, so to speak, spun a raveled knot when he cast the cords of sin round man’s heart. This tangled and tight-drawn knot could not be cut through as by a sword of omnipotent power; but had by infinite wisdom and patience to be unraveled through its whole length.
The work which Satan had done was to be undone. Disobedience had to be repaired by obedience—the voluntary obedience of the Son of God, and therefore of infinite value. Sin had to be atoned for by sacrifice—the sacrifice of the nature which had sinned, in union with the Person of the Son of God, and therefore deriving from it unspeakable efficacy. Death had to be destroyed by the ever-living Son of God submitting to die. The law must be magnified by being obeyed by Him Who by His divine Person is above law. The Law-giver must be the Law-fulfiller. He Who is the ever-blessed One must be made a curse; and the holy One of Israel, Who knew no sin, must be “made sin, that we might be made the righteousness of God in Him.”
“Who would set the briers and thorns against me in battle?” asked the Lord. “I would go through them,” is His answer (Isa. 27:4). So our blessed Lord went through these thorns and briers set against Him in battle. He thoroughly went through all that He undertook; and by going through unraveled the work of Satan.
To the reader…
Do you feel the cords of sin around your heart? Have you tried to tear them loose and found that the knot was only drawn tighter? It is a tangled knot that Satan has spun, and no man can unravel it. But look to the wisdom and power of God, Who sent His dear Son to earth to destroy the works of the devil.
He Who knew no sin was made sin; He, the ever-blessed One, became a curse; He went through the briers and thorns to the end, and so undid the work of the devil. What you cannot unravel, He has unravelled through its whole length. Look no longer, then, at the cords, but at Him, that you might be made the righteousness of God in Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y les dijo: Yo veía a Satanás, como un rayo, que caía del cielo.
Lucas 10:18
Merece nuestra máxima atención y nuestra consideración en oración ver, con el ojo de la fe, la sabiduría y el poder que resplandecen en la manera en que el Dios sapientísimo envió a Su amado Hijo “para deshacer” o, como dice la palabra en el original, para desatar “las obras del diablo” (1 Juan 3:8). Satanás había hilado, por así decirlo, un nudo enmarañado cuando echó las cuerdas del pecado alrededor del corazón del hombre. Este nudo enredado y apretado no podía ser cortado como por una espada de poder omnipotente; sino que tenía que ser desenredado en toda su longitud por una sabiduría y una paciencia infinitas.
La obra que Satanás había hecho tenía que ser deshecha. La desobediencia tenía que ser reparada por la obediencia: la obediencia voluntaria del Hijo de Dios, y por tanto de valor infinito. El pecado tenía que ser expiado por un sacrificio: el sacrificio de la naturaleza que había pecado, en unión con la Persona del Hijo de Dios, y que por tanto recibía de ella una eficacia indecible. La muerte tenía que ser destruida por el Hijo de Dios, que vive para siempre, sometiéndose a morir. La ley debía ser engrandecida al ser obedecida por Aquel que, por Su Persona divina, está por encima de la ley. El Legislador debía ser el Cumplidor de la ley. Aquel que es el siempre Bendito debía ser hecho maldición; y el Santo de Israel, que no conoció pecado, debía ser “hecho pecado, para que nosotros fuésemos hechos justicia de Dios en Él”.
“¿Quién pondrá contra Mí en batalla espinas y cardos?”, preguntó el Señor. “Yo pasaría a través de ellos”, es Su respuesta (Isaías 27:4). Así nuestro bendito Señor pasó a través de estas espinas y cardos puestos contra Él en batalla. Pasó por completo a través de todo lo que emprendió; y al pasar a través de ello desenredó la obra de Satanás.
Al lector…
¿Siente usted las cuerdas del pecado alrededor de su corazón? ¿Ha intentado arrancarlas y ha hallado que el nudo solo se apretaba más? Es un nudo enmarañado el que Satanás ha hilado, y ningún hombre puede desenredarlo. Pero mire la sabiduría y el poder de Dios, que envió a Su amado Hijo a la tierra para deshacer las obras del diablo.
Aquel que no conoció pecado fue hecho pecado; Él, el siempre Bendito, fue hecho maldición; pasó a través de las espinas y los cardos hasta el fin, y así deshizo la obra del diablo. Lo que usted no puede desenredar, Él lo ha desenredado en toda su longitud. No mire más, pues, las cuerdas, sino a Él, para que sea hecho justicia de Dios en Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl