Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

23 augustus Korenaren uit de volle oogst

Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van de Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes, en geloof der Waarheid.
2 Thessalonicenzen 2:13

Het eerste werk van de genade is eerder doden dan levend maken, eerder verwonden dan genezen, eerder neerdrukken dan opheffen, eerder de Wet doen kennen dan het Evangelie. Want „balsem is nodeloos voor de ongevoelige.” Behoudenis, met alle genade die daaraan verbonden is, is niet meer dan een lege klank voor hen die zelf nooit gevoeld hebben wat het is van alle hulp en alle hoop beroofd te zijn. Zo is er in zekere zin een roepen onder en door de Wet, zo niet bij de Wet, in het eerste onderwijs en de eerste werkingen van de Geest van God, waardoor de ziel onder haar vloek gebracht wordt, als onder een bediening des doods. Maar wanneer de Wet haar dienst heeft volbracht en de zondaar door haar dodende macht is neergeveld, dan komt het roepen van het Evangelie tot zijn hulp en verlossing, waarover de apostel hier spreekt.

Wanneer het Evangelie zijn lieflijke stem laat horen; wanneer de verlossing door het offer van Jezus verkondigd wordt; wanneer de vrede tot het hart komt doordat het zoenbloed aan het geweten geopenbaard wordt; wanneer de blijde tijding van zaligheid door genade niet langer een lege klank is, maar de kracht geworden is tot zaligheid voor een iegelijk die gelooft; wanneer de ziel door hemels licht beschenen wordt; wanneer Goddelijke macht het Woord naar de ziel brengt; wanneer het geloof levend gemaakt is, de hoop haar anker werpt binnen het voorhangsel en de liefde van God is uitgestort — dan en daar is het roepen waarover de apostel hier spreekt: een roepen door het Evangelie.

De klank van de bazuin van het Evangelie komt, zoals de zilveren bazuin op de grote dag van het jubeljaar, tot het oor en het hart van de omzwervende gevangene, opdat hij haastelijk losgelaten worde (Jesaja 51:14). Nu verandert het toneel; de storm is voorbij; de morgenster gaat op bij de aanbrekende dageraad van het Evangelie, „een morgen zonder wolken” (2 Sam. 23:4), totdat de Zon der Gerechtigheid op de bestemde tijd opgaat, met genezing onder Zijn vleugelen. Wanneer het Evangelie zo de kracht van God tot zaligheid gemaakt wordt, ontvangt de ziel de kracht om ernaar te luisteren en het als een vrolijk geklank te omhelzen. En juist in de mate waarin het geloof het aanneemt, de hoop er haar anker in werpt en de liefde het omhelst, wordt het bewijs gegeven dat wij van den beginne verkoren zijn tot zaligheid.

Gij hebt veel goeds bij uwe knecht gedaan,
hem naar uw woord gered uit al zijn noden.

Ps. 119:33

Aan de lezer…

Soms wordt het eerste werk van de genade als een verwonding gekend; hebt u het zo leren kennen? Werd u neergedrukt in plaats van opgeheven, en leerde u eerder de Wet dan het Evangelie kennen? Misschien zit u nog onder die dodende macht en vraagt u zich af of dit ooit een werk van God kan zijn. Weet dan dat balsem nodeloos is voor de ongevoelige; juist wie van alle hulp en hoop beroofd is, heeft er oor voor.

Wanneer de Wet haar dienst heeft volbracht, laat het Evangelie zijn lieflijke stem horen. Dan komt de vrede tot het hart door het zoenbloed van Jezus, en klinkt de bazuin van het jubeljaar voor de omzwervende gevangene, opdat hij haastelijk losgelaten worde. De nacht mag nog donker zijn, maar de morgenster gaat al op, en de Zon der Gerechtigheid zal op Zijn tijd opgaan met genezing onder Zijn vleugelen. Wacht op Hem; Hij heeft de Zijnen van den beginne verkoren tot zaligheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

23 augustus 365 dagen met Philpot

Het onderhouden van het geestelijk leven

Ik, de Heere, behoede die [wijngaard], alle ogenblik zal Ik hem bevochtigen; opdat de vijand hem niet bezoeke, zal Ik hem bewaren nacht en dag.
Jesaja 27:3

Met een vastberaden hart op de Heere steunen is ook een gezegend middel om het leven van God in de ziel te bewaren. Dat geldt onder alle omstandigheden, onder alle beproevingen en verleidingen, onder alle moeilijkheden en verwarringen, te midden van een hele storm van bezwaren en overleggingen van de vleselijke geest, de pijnlijke steken van onze meedogenloze en onvermoeibare tegenstander, en elk obstakel van buiten of van binnen dat ons pad verspert. Ook dit is onmisbaar voor het geloofsleven. „Het Koninkrijk der hemelen wordt geweld aangedaan, en de geweldigers nemen hetzelve met geweld” (Matth. 11:12).

Het is niet het vouwen van de handen en het roepen van „Vrede, vrede” dat ons in de hemel zal brengen. Nee, ook geen degelijke geloofsbelijdenis, vorm van godsvrucht of naam dat we leven zal dat doen. Dat is niet het gaan van de weg die ons is voorgesteld, of het strijden van de goede strijd van het geloof, of het worstelen met overheden, machten en de geestelijke boosheden in de lucht. Soms worden we verleid tot hoogmoed en soms tot wanhoop. Het enige geneesmiddel voor beide kwalen van de ziel is steunen op de Persoon en het werk, het bloed, de liefde en de genade van de Heere Jezus, voor zover Hij aan onze ziel is geopenbaard en naar de mate van het geloof dat ons gegeven is. Bij elke stap op Hem steunen is de enige manier om erdoorheen te komen.

Het laatste genadige middel dat we noemen, is leven, wandelen en handelen in de dagelijkse vreze Gods. Dat is beslist een heel gezegende springader des levens om los te komen uit de strikken van de dood. Alleen wanneer deze springader des levens in de ziel ontspringt (Spr. 14:27) en het geweten bevochtigt en zo gevoelig maakt, en wanneer het hart vruchtbaar, de genegenheden hemels en de geest zacht en berouwvol worden, kan de kracht van de genade in het binnenste bewaard blijven. Deze hemelse genade van de vreze Gods, de schat van de gelovige, het begin en het einde van de wijsheid, maakt en houdt het oog zuiver, het oor oplettend, de reuk snel en scherp, de smaak fijn, de arm sterk, de hand open en de voet behoedzaam. En zo gaat hij, te midden van duizenden strikken en verleidingen, voorwaarts naar een hemels koninkrijk, met zijn ogen rechtuit en zijn oogleden recht voor zich heen (Spr. 4:25).

Lezen: Jesaja 27

Aan de lezer…

Bestreden ziel, wordt u heen en weer geslingerd, nu eens naar de hoogmoed en dan weer naar de wanhoop? Woedt er in u een storm van bezwaren en overleggingen, terwijl de tegenstander zijn pijnlijke steken uitdeelt? Een vorm van godsvrucht of een naam dat u leeft zal u daar niet doorheen dragen, en het roepen van „Vrede, vrede” evenmin. Er is maar één geneesmiddel: bij elke stap steunen op de Persoon en het werk, het bloed, de liefde en de genade van de Heere Jezus.

Misschien hebt u weinig geloof, maar steun dan met dat weinige op Hem. En vraag Hem om de vreze van Zijn Naam, die springader des levens die het geweten teder en het hart vruchtbaar maakt. Hoor wat Hij Zelf van Zijn wijngaard zegt: „Ik, de Heere, behoede die [wijngaard], alle ogenblik zal Ik hem bevochtigen.” Hij laat de Zijnen niet aan zichzelf over, maar bewaart hen nacht en dag, zodat zij met de ogen rechtuit voorwaarts gaan naar het hemels koninkrijk.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

23 augustus Door Baca’s vallei

Zij zullen naar Sion vragen; op de weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn, zeggende: Komt, laten wij ons verenigen met de Heere in een eeuwigdurend verbond, dat niet zal worden vergeten.
Jeremia 50:5 (Eng. vertaling)

„Komt, laten wij ons verenigen met de Heere.” Veronderstelt dit dat er in het schepsel enige kracht is om zich met de Heere te verenigen? Helemaal niet. Het betekent dat wij ons aan Hem verbinden wanneer de Heere ons met Zichzelf verenigt of Zich aan ons verbindt. Wanneer de Heere de gelovige in een werkelijke vereniging met Zich brengt, dan springt de ziel op, gaan de genegenheden naar Hem uit en kleeft zij Hem aan. Daarbij komt het voornemen van het hart om Hem aan te hangen, een geloven in Hem met heel ons gemoed; een oprecht verzaken, een opzijzetten, een onder de voet treden, een verwerpen van alles, behalve van wat God welgevallig is, wat aan de ziel bekendgemaakt wordt door de Heilige Geest.

Het is geen verwaande taal wanneer er gezegd wordt: „Komt, laten wij ons aan de Heere verbinden.” Het wijst niet op een brutale, vermetele aanspraak tegenover de Heere, alsof zij, nu zij op de weg naar Sion zijn en niet zonder bepaalde bevindingen, aanspraak kunnen maken op de erfenis en als het ware nu willen binnendringen en de zegeningen van het Evangelie willen grijpen. Maar het wijst op de handelingen van een levende ziel, die hier, opgewekt en voortgedreven door de gezegende Geest, naar voren komt.

Het ijdel vertrouwen en de haastige spoed van de gerusten in Sion verschillen veel van het zachtmoedige geloof van hen die al wenend voortgaan en hun aangezicht naar Sion gewend hebben. Hun harten, door de Geest bewerkt, smelten weg in waar berouw; zij achten alles schade en drek buiten Christus, en Die gekruisigd; en zij begeren en verlangen naar een blijk van Zijn liefde. Zij kunnen zonder verwaandheid en brutale vermetelheid zeggen: „Komt, laten wij ons met de Heere verenigen”, omdat zij in zich de daden van het levend geloof opmerken, waardoor zij Hem aankleven en op Hem leunen als de enige steun tussen hen en de hel.

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u die woorden nauwelijks in de mond durft te nemen: „Komt, laten wij ons verenigen met de Heere.” U schrikt er misschien voor terug, omdat u weet dat er in u geen kracht is om uzelf aan Hem te verbinden. Dat is waar, en het is goed dat u het weet. Maar bedenk: waar de Heere eerst Zichzelf aan een ziel verbindt, daar springt die ziel op naar Hem, daar gaan de genegenheden naar Hem uit en daar kleeft zij Hem aan.

Dit is geen vermetelheid van de gerusten in Sion, maar het zachtmoedige geloof van hen die al wenend voortgaan met het aangezicht naar Sion. Smelt uw hart soms in waar berouw? Acht u alles schade buiten Christus, en verlangt u naar een blijk van Zijn liefde? Dan mag u zonder verwaandheid op Hem leunen als de enige steun tussen u en de hel. Hij, Die Zich aan u verbond, maakt een eeuwigdurend verbond, dat niet zal worden vergeten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina