vandaag verschenen
Een medelijdende Hogepriester en een troon der genade
Over Hebreeën 4:15,16: Christus, onze grote Hogepriester, kan medelijden hebben met onze zwakheden en is in alles verzocht, maar zonder zonde. Juist wie zijn zwakheden en verzoekingen voelt, wordt aangespoord…
7 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
2 weken geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
3 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Korenaren Uit De Volle Oogst
De rechtvaardige zal uit het geloof leven.
Romeinen 1:17
Een leven des geloofs in Christus is even noodzakelijk voor ons tegenwoordig behoud als Zijn dood aan het kruis voor ons vroeger en tegenwoordig behoud. Indien gij ziet wat gij zijt als een verloren zondaar, ziet gij u omringd van vijanden, verzoekingen, zonden en strikken, en gij gevoelt u geheel zonder verdediging, zo zwak als water, zonder enige kracht om die allen te weerstaan. Neergedrukt door de last van ongeloof, ziet ge een berg van moeilijkheden voor uw ogen, somtijds in de voorzienigheid, somtijds in de genade. Gij bevindt ook dat uw hart een kooi is vol onreine vogels, en dat in u, dat is in uw vlees, geen goed woont; ook hebt gij noch de wil, noch de macht om te strijden of te vluchten.
Hoe zal die berg dan een vlak veld worden? Hoe zult gij de strikken en verzoekingen ontvlieden die op uw weg zijn opgesteld? Hoe zult gij u ontslaan van alle vijanden van buiten, vijanden van binnen, helse vijanden, en eindelijk de poorten des hemels veilig bereiken? Indien gij zegt: „Door de redding die reeds werd volbracht”, zijt gij dan zeker dat die redding u toebehoort? Waar is het bewijs daarvan, zo gij nu geen geloof in Christus hebt? Hoe kan die vroegere redding u voordeel aanbrengen voor tegenwoordige onrust, tenzij er een toepassing van is?
Het is die toepassing en openbaring van behoud welke is: behouden te worden door Zijn leven (Rom. 5:10). Zie hoe zij werkt en welk een gepastheid erin is. Gij zijt geheel zwakheid, en Hij is en heeft alle kracht, die Hij in uw zwakheid volbrengt. Gij zijt gans hulpeloos tegen de zonde, de verzoeking en een heirleger van vijanden. Maar er is hulp bij Christus als Eén Die machtig is; daarom zendt Hij u hulp uit het heiligdom en ondersteunt Hij u uit Sion, opdat deze zonden en vijanden niet de overhand over u krijgen.
O Heer, mijn rotssteen, mijne sterkte,
Gij hebt mij steeds tot heil verstrekt,
en in de strijd, waar ’t elk bemerkte,
mijn hoofd als met een schild bedekt.
Psalm 140:7
Aan de lezer…
Wie een berg van moeilijkheden voor zich ziet, voelt zich vaak zo zwak als water. Bevindt u dat uw hart een kooi is vol onreine vogels, en dat u noch de wil noch de macht hebt om te strijden? Dan bent u niet ver van de plaats waar het leven des geloofs begint. Want het is niet genoeg te weten dat de redding eens volbracht is; u hebt nodig dat die redding nu aan uw ziel wordt toegepast.
Daarvoor leeft Christus. U bent geheel zwakheid, maar Hij is en heeft alle kracht, en die kracht volbrengt Hij juist in uw zwakheid. U bent hulpeloos tegen de zonde en een heirleger van vijanden, maar bij Hem is hulp als bij Eén Die machtig is. Zie dan niet op de hoogte van de berg, maar op Hem. Hij zendt hulp uit het heiligdom, opdat uw vijanden de overhand niet over u krijgen. De rechtvaardige zal uit het geloof leven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De rechtvaardige zal uit het geloof leven.
Romeinen 1:17
Een leven van geloof in Christus is voor onze behoudenis nu even noodzakelijk als Zijn dood aan het kruis voor onze behoudenis toen en nu. Wanneer u ziet wat u bent als een verloren zondaar, ziet u dat u omringd bent door vijanden, verzoekingen, zonden en strikken. U voelt dat u helemaal weerloos bent, zo zwak als water, zonder enige kracht om dat alles te weerstaan. Neergedrukt door de last van het ongeloof ziet u een berg van moeilijkheden voor u, soms in de voorzienigheid, soms in de genade. U ervaart ook dat uw hart een kooi vol onreine vogels is, en dat in u, dat is in uw vlees, geen goed woont. Bovendien hebt u noch de wil, noch de kracht om te strijden of te vluchten.
Hoe zal die berg dan een vlak veld worden? Hoe zult u ontkomen aan de strikken en verzoekingen die op uw weg zijn uitgezet? Hoe zult u zich bevrijden van alle vijanden van buiten, vijanden van binnen en vijanden uit de hel, en ten slotte veilig de poorten van de hemel bereiken? Als u zegt: „Door de redding die reeds werd volbracht”, bent u dan zeker dat die redding u toebehoort? Waar is het bewijs daarvan, als u nu geen geloof in Christus hebt? Hoe kan die vroegere redding u baten bij uw onrust van nu, tenzij zij wordt toegepast?
Het is die toepassing en openbaring van behoud die bedoeld wordt met: behouden worden door Zijn leven (Rom. 5:10). Zie hoe zij werkt en hoe passend zij is. U bent één en al zwakheid, en Hij is en heeft alle kracht, die Hij in uw zwakheid volbrengt. U bent volkomen hulpeloos tegenover de zonde, de verzoeking en een leger van vijanden. Maar bij Christus is hulp, want Hij is een Machtige. Daarom zendt Hij u hulp uit het heiligdom en ondersteunt Hij u uit Sion, zodat deze zonden en vijanden niet de overhand over u krijgen.
O Heer, mijn rotssteen, mijne sterkte,
Gij hebt mij steeds tot heil verstrekt,
en in de strijd, waar ’t elk bemerkte,
mijn hoofd als met een schild bedekt.
Psalm 140:7
Aan de lezer…
Wie een berg van moeilijkheden voor zich ziet, voelt zich vaak zo zwak als water. Ervaart u dat uw hart een kooi vol onreine vogels is, en dat u noch de wil noch de kracht hebt om te strijden? Dan bent u niet ver van de plaats waar het leven van het geloof begint. Want het is niet genoeg te weten dat de redding eens volbracht is; u hebt nodig dat die redding nu aan uw ziel wordt toegepast.
Daarvoor leeft Christus. U bent één en al zwakheid, maar Hij is en heeft alle kracht, en die kracht volbrengt Hij juist in uw zwakheid. U bent hulpeloos tegenover de zonde en een leger van vijanden, maar bij Hem is hulp, want Hij is een Machtige. Kijk dan niet naar de hoogte van de berg, maar naar Hem. Hij zendt hulp uit het heiligdom, zodat uw vijanden niet de overhand over u krijgen. De rechtvaardige zal uit het geloof leven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The just shall live by faith.
Romans 1:17
A life of faith in Christ is as necessary to our present and experimental salvation, as His death upon the cross was to our past and actual salvation. If you are alive to what you are as a poor fallen sinner, you see yourself surrounded by enemies, temptations, sins, and snares; and you feel yourself utterly defenseless, as weak as water, without any strength to stand against them. Pressed down by the weight of unbelief, you see a mountain of difficulty before your eyes, sometimes in providence and sometimes in grace. You find, also, that your heart is a cage of unclean birds, and that in you, that is, in your flesh, there dwells no good thing; neither will nor power have you in yourself to fight or flee.
How then shall this mountain become a plain? How shall you escape the snares and temptations spread in your path? How shall you get the better of all your enemies, external, internal, infernal, and reach heaven’s gate safe at last? If you say, “By the salvation already accomplished,” are you sure that that salvation belongs to you? Where is the evidence of it, if you have no present faith in Christ? How can that past salvation profit you for present troubles unless there be an application of it? It is this application and manifestation of salvation which is being saved by His life (Rom. 5:10).
See how it works; and what a suitability is in it. You are all weakness, and He is and has all strength, which He makes perfect in your weakness. You are all helplessness against sin, temptation, and a thousand foes. But help is laid upon Christ as one that is mighty; He therefore sends you help from the sanctuary and strengthens you out of Zion (Psalm 20:2), that these sins and enemies may not get the better of you.
To the reader…
Whoever sees a mountain of difficulties before him often feels as weak as water. Do you find that your heart is a cage of unclean birds, and that you have neither the will nor the strength to fight? Then you are not far from the place where the life of faith begins. For it is not enough to know that salvation was once accomplished; you need that salvation to be applied to your soul now.
That is what Christ lives for. You are all weakness, but He is and has all strength, and He makes that strength perfect in your very weakness. You are helpless against sin and a host of enemies, but with Him there is help, for He is One that is mighty. Do not look, then, at the height of the mountain, but at Him. He sends help from the sanctuary, so that your enemies do not get the better of you. The just shall live by faith.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas el justo vivirá por la fe.
Romanos 1:17
Una vida de fe en Cristo es tan necesaria para nuestra salvación presente y experimental como lo fue Su muerte en la cruz para nuestra salvación pasada y efectiva. Si usted está despierto a lo que es como pobre pecador caído, se ve rodeado de enemigos, tentaciones, pecados y lazos; y se siente del todo indefenso, débil como el agua, sin fuerza alguna para resistirles. Abatido por el peso de la incredulidad, ve delante de sus ojos un monte de dificultades, unas veces en la providencia y otras en la gracia. Halla también que su corazón es una jaula de aves inmundas, y que en usted, es a saber, en su carne, no mora el bien; ni voluntad ni poder tiene en sí mismo para luchar o para huir.
¿Cómo, pues, llegará este monte a ser llanura? ¿Cómo escapará usted de los lazos y tentaciones tendidos en su camino? ¿Cómo vencerá a todos sus enemigos, los de fuera, los de dentro y los del infierno, y llegará al fin a salvo a la puerta del cielo? Si dice: “Por la salvación ya consumada”, ¿está seguro de que esa salvación le pertenece? ¿Dónde está la evidencia de ello, si no tiene fe presente en Cristo? ¿Cómo puede aprovecharle aquella salvación pasada para las angustias presentes, si no hay aplicación de ella? Esta aplicación y manifestación de la salvación es lo que significa ser salvos por Su vida (Romanos 5:10).
Vea cómo obra, y qué conveniencia hay en ello. Usted es todo debilidad, y Él es y tiene toda fuerza, la cual perfecciona en su debilidad. Usted es todo impotencia contra el pecado, la tentación y mil enemigos. Pero el socorro ha sido puesto sobre Cristo como sobre uno que es poderoso; por tanto, Él le envía ayuda desde el santuario y desde Sion le sostiene (Salmo 20:2), para que estos pecados y enemigos no le venzan.
Al lector…
Quien ve un monte de dificultades delante de sí, a menudo se siente débil como el agua. ¿Halla usted que su corazón es una jaula de aves inmundas, y que no tiene ni la voluntad ni la fuerza para luchar? Entonces no está lejos del lugar donde comienza la vida de fe. Porque no basta saber que la salvación fue consumada una vez; usted necesita que esa salvación sea aplicada ahora a su alma.
Para eso vive Cristo. Usted es todo debilidad, pero Él es y tiene toda fuerza, y perfecciona esa fuerza precisamente en su debilidad. Usted está impotente contra el pecado y una multitud de enemigos, pero en Él hay socorro, porque Él es poderoso. No mire, pues, la altura del monte, sino a Él. Él envía ayuda desde el santuario, para que sus enemigos no le venzan. El justo vivirá por la fe.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Door Christus tot God gaan
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Terwijl de Heere Jezus in heerlijkheid aan de rechterhand van de Vader zit, zendt Hij zegeningen omlaag naar Zijn volk. Hij zegent hen „met zegeningen des hemels van boven, met zegeningen des afgronds, die daaronder ligt, met zegeningen der borsten en der baarmoeder, tot aan het einde van de eeuwige heuvelen” (Gen. 49:25, 26). Hij houdt de hele natuur in Zijn handen; het goud en zilver zijn van Hem (Ps. 50:10), en de beesten op duizend bergen; de aarde en haar volheid zijn van Hem; alle macht is Hem gegeven in de hemel en op aarde (Ps. 24:1). Hij houdt de teugels van de regering vast (Ps. 89:11), en Hij doet naar Zijn wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde (Dan. 4:35), en er is niemand die Zijn hand kan afslaan of tot Hem kan zeggen: „Wat doet Gij?”
Hij is een zon en schild van Gods kinderen — hun zon, voor altijd hun licht; hun schild, voor altijd hun bescherming. Hij geeft genade en eer — genade hier, eer hierna (Ps. 84:12). Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht, opdat zij zullen roemen in hun zwakheden (2 Kor. 12:9). Hij voedt hen en onderhoudt hen, want zij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen (Ef. 5:29, 30); en Hij geeft vanuit Zijn volheid meer dan men kan begrijpen of uitdrukken, „want het is des Vaders welbehagen geweest, dat in Hem al de volheid wonen zou” (1 Kor. 2:9, 10; Joh. 1:16; Kol. 1:19).
Hij kan alle plannen van hun vijanden zien en ze verslaan; alle verzoekingen van de duivel, en ze verwerpen; al zijn strikken, en ze vernietigen; al zijn vijandschap en kwaadaardigheid, en Hij kan hem in een ogenblik onder Zijn voeten verbrijzelen. Hij kan medelijden met hen hebben als ze onder smarten en bezoekingen gebukt gaan; Hij kan hun zucht en uitroep vanuit diepe zorg en verdriet horen; Hij kan Zijn hand uitsteken om hen te bevrijden van de ergste vijanden en de ergste angsten.
Lezen: Psalm 84
Aan de lezer…
Hoe dikwijls gaat u gebukt onder smarten en bezoekingen, en lijkt het of uw vijanden u te machtig zijn! Bedenk dan wie er aan de rechterhand van de Vader zit. Hij houdt de hele natuur in Zijn handen, de teugels van de regering zijn bij Hem, en niemand kan Zijn hand afslaan. Hij ziet alle plannen van uw vijanden, alle verzoekingen en strikken van de duivel, en Hij kan die in een ogenblik onder Zijn voeten verbrijzelen.
En deze machtige Heere is niet ver van u. Hij kan medelijden hebben met uw zwakheid en hoort uw zucht uit diepe zorg en verdriet. Voelt u zich zwak? Zijn kracht wordt juist in zwakheid volbracht. Hij is voor Zijn kinderen een zon en schild; Hij geeft genade hier en eer hierna. Strek dan uw lege handen naar Hem uit, want uit Zijn volheid zendt Hij zegeningen omlaag naar Zijn arme volk.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Terwijl de Heere Jezus in heerlijkheid aan de rechterhand van de Vader zit, zendt Hij zegeningen neer op Zijn volk. Hij zegent hen „met zegeningen des hemels van boven, met zegeningen des afgronds, die daaronder ligt, met zegeningen der borsten en der baarmoeder, tot aan het einde van de eeuwige heuvelen” (Gen. 49:25, 26). Hij houdt de hele natuur in Zijn handen. Het goud en het zilver zijn van Hem (Ps. 50:10), en de dieren op duizend bergen; de aarde en haar volheid zijn van Hem; alle macht is Hem gegeven in de hemel en op aarde (Ps. 24:1). Hij houdt de teugels van de regering in handen (Ps. 89:11), en Hij doet naar Zijn wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde (Dan. 4:35), en er is niemand die Zijn hand kan afslaan of tot Hem kan zeggen: „Wat doet Gij?”
Hij is een zon en schild voor Gods kinderen: hun zon, voor altijd hun licht; hun schild, voor altijd hun bescherming. Hij geeft genade en eer: genade hier, eer hierna (Ps. 84:12). Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht, zodat zij zullen roemen in hun zwakheden (2 Kor. 12:9). Hij voedt en onderhoudt hen, want zij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn benen (Ef. 5:29, 30). En Hij geeft uit Zijn volheid meer dan men kan bevatten of uitspreken, „want het is des Vaders welbehagen geweest, dat in Hem al de volheid wonen zou” (1 Kor. 2:9, 10; Joh. 1:16; Kol. 1:19).
Hij ziet alle plannen van hun vijanden en kan ze verijdelen; alle verzoekingen van de duivel, en Hij kan ze afslaan; al zijn strikken, en Hij kan ze verbreken; al zijn vijandschap en boosaardigheid, en Hij kan hem in een ogenblik onder Zijn voeten vertreden. Hij kan medelijden met hen hebben wanneer ze onder smarten en bezoekingen gebukt gaan. Hij kan hun zuchten en roepen uit diepe zorg en droefheid horen. Hij kan Zijn hand uitsteken om hen te verlossen van de ergste vijanden en de grootste angsten.
Lezen: Psalm 84
Aan de lezer…
Hoe vaak gaat u gebukt onder smarten en bezoekingen, en lijkt het alsof uw vijanden u te machtig zijn! Bedenk dan wie er aan de rechterhand van de Vader zit. Hij houdt de hele natuur in Zijn handen, de teugels van de regering zijn bij Hem, en niemand kan Zijn hand afslaan. Hij ziet alle plannen van uw vijanden, alle verzoekingen en strikken van de duivel, en Hij kan die in een ogenblik onder Zijn voeten vertreden.
En deze machtige Heere is niet ver van u. Hij kan medelijden hebben met uw zwakheid en hoort uw zuchten uit diepe zorg en droefheid. Voelt u zich zwak? Zijn kracht wordt juist in zwakheid volbracht. Hij is voor Zijn kinderen een zon en schild; Hij geeft genade hier en eer hierna. Strek dan uw lege handen naar Hem uit, want uit Zijn volheid zendt Hij zegeningen neer op Zijn arme volk.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore He is able also to save them to the uttermost that come unto God by Him, seeing He ever liveth to make intercession for them.
Hebrews 7:25
While the Lord Jesus sits in glory at the right hand of the Father, He sends down blessings upon His people. He blesses them “with blessings of heaven above, blessings of the deep that lieth under, blessings of the breasts, and of the womb, … unto the utmost bound of the everlasting hills” (Gen. 49:25, 26). He holds all nature in His hands. The gold and the silver are His (Ps. 50:10), and the cattle upon a thousand hills; the earth and the fulness thereof are His; all power is given unto Him in heaven and in earth (Ps. 24:1). He holds the reins of government in His hands (Ps. 89:11), and He doeth according to His will in the army of heaven and among the inhabitants of the earth (Dan. 4:35), and none can stay His hand, or say unto Him, “What doest Thou?”
He is a sun and shield to God’s children: their sun, for ever their light; their shield, for ever their protection. He gives grace and glory: grace here, glory hereafter (Ps. 84:11). His strength is made perfect in weakness, so that they shall glory in their infirmities (2 Cor. 12:9). He nourishes and cherishes them, for they are members of His body, of His flesh and of His bones (Eph. 5:29, 30). And He gives out of His fulness more than can be conceived or uttered, “for it pleased the Father that in Him should all fulness dwell” (1 Cor. 2:9, 10; John 1:16; Col. 1:19).
He sees all the plans of their enemies and can defeat them; all the temptations of the devil, and He can beat them back; all his snares, and He can break them; all his enmity and malice, and He can tread him under His feet in a moment. He can be touched with feeling for them when they are bowed down under sorrows and afflictions. He can hear their sighs and cries out of deep care and grief. He can stretch out His hand to deliver them from the worst enemies and the greatest fears.
Reading: Psalm 84
To the reader…
How often you are bowed down under sorrows and afflictions, and it seems as though your enemies are too strong for you! Then remember Who sits at the right hand of the Father. He holds all nature in His hands, the reins of government are with Him, and none can stay His hand. He sees all the plans of your enemies, all the temptations and snares of the devil, and He can tread them under His feet in a moment.
And this mighty Lord is not far from you. He can be touched with feeling for your weakness and hears your sighs out of deep care and grief. Do you feel weak? His strength is made perfect precisely in weakness. He is a sun and shield to His children; He gives grace here and glory hereafter. Stretch out your empty hands to Him, then, for out of His fulness He sends down blessings upon His poor people.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por lo cual puede también salvar eternamente a los que por Él se allegan a Dios, viviendo siempre para interceder por ellos.
Hebreos 7:25
Mientras el Señor Jesús está sentado en gloria a la diestra del Padre, envía bendiciones sobre Su pueblo. Los bendice “con bendiciones de los cielos de arriba, con bendiciones del abismo que está abajo, con bendiciones de los pechos y de la matriz… hasta el término de los collados eternos” (Gén. 49:25, 26). Él tiene toda la naturaleza en Sus manos. El oro y la plata son Suyos (Sal. 50:10), y los animales en los collados a millares; de Él es la tierra y su plenitud; toda potestad le es dada en el cielo y en la tierra (Sal. 24:1). Él tiene en Sus manos las riendas del gobierno (Sal. 89:11), y en el ejército del cielo y en los habitantes de la tierra hace según Su voluntad (Dan. 4:35), ni hay quien estorbe Su mano, y le diga: “¿Qué haces?”
Él es sol y escudo para los hijos de Dios: su sol, para siempre su luz; su escudo, para siempre su protección. Él da gracia y gloria: gracia aquí, gloria en el más allá (Sal. 84:11). Su potencia se perfecciona en la flaqueza, de modo que ellos se gloriarán en sus flaquezas (2 Cor. 12:9). Él los sustenta y los regala, porque son miembros de Su cuerpo, de Su carne y de Sus huesos (Ef. 5:29, 30). Y da de Su plenitud más de lo que se puede concebir o expresar, “por cuanto agradó al Padre que en Él habitase toda plenitud” (1 Cor. 2:9, 10; Juan 1:16; Col. 1:19).
Él ve todos los planes de sus enemigos y puede frustrarlos; todas las tentaciones del diablo, y puede rechazarlas; todos sus lazos, y puede romperlos; toda su enemistad y malicia, y puede hollarlo bajo Sus pies en un momento. Él puede compadecerse de ellos cuando están abatidos bajo dolores y aflicciones. Puede oír sus suspiros y clamores que salen de hondo cuidado y pena. Puede extender Su mano para librarlos de los peores enemigos y de los mayores temores.
Lectura: Salmo 84
Al lector…
¡Cuántas veces está usted abatido bajo dolores y aflicciones, y parece como si sus enemigos fueran demasiado fuertes para usted! Recuerde entonces quién está sentado a la diestra del Padre. Él tiene toda la naturaleza en Sus manos, las riendas del gobierno están con Él, y no hay quien estorbe Su mano. Él ve todos los planes de sus enemigos, todas las tentaciones y lazos del diablo, y puede hollarlos bajo Sus pies en un momento.
Y este Señor poderoso no está lejos de usted. Él puede compadecerse de su debilidad y oye sus suspiros que salen de hondo cuidado y pena. ¿Se siente débil? Su potencia se perfecciona precisamente en la flaqueza. Él es sol y escudo para Sus hijos; da gracia aquí y gloria en el más allá. Extienda, pues, hacia Él sus manos vacías, porque de Su plenitud envía bendiciones sobre Su pueblo pobre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Welgelukzalig is de mens, wiens sterkte in U is, in welker hart de gebaande wegen zijn. Als zij door het dal der moerbeziënbomen doorgaan, stellen zij Hem tot een fontein; ook zal de regen hen gans rijkelijk overdekken.
Psalm 84:6, 7
David werpt hier een blik op die pelgrims die opwaarts gingen naar Sion om de Heere te aanbidden. Hij let op hun weg en neemt de gelegenheid waar om die weg geestelijk over te brengen, want hij zegt: „in wiens hart, in wiens levenservaring, in wiens ziel, die wegen zijn of gekend worden van die reizigers die opwaarts gaan naar Sion”. Wat zijn deze wegen? Het zijn wegen die lopen door het dal van Baca, waarin de pelgrims Hem tot een fontein stellen. Het dal van Baca schijnt een zeer gevaarlijke plaats te zijn geweest, en de pelgrims moesten erdoor om tot Jeruzalem te kunnen opgaan. En uit oorzaak van de moeilijkheden, gevaren en wederwaardigheden die zij daar ontmoetten, werd het genoemd het dal van Baca, het dal van wenen of tranendal.
Maar de psalmist zegt: „Welgelukzalig is de mens, in welker hart de gebaande wegen zijn.” Hier is een onderscheidend kenmerk van de ware pelgrim. Niet dat hij slechts door dit dal heen moet; niet alleen dat zijn ogen doornat zijn van tranen en zijn hart vervuld is van smart; niet dat zijn ziel wordt aangevochten en dat zijn geest door lijden beproefd wordt; maar dit is zijn ware kenmerk: „Zij stellen Hem tot een fontein.” De goddelozen weten er niets van af, de belijdende wereld is daarvan voor het merendeel geheel vreemd; doch dit is het geheim, hetwelk de roofvogel niet kent en het oog der kraai niet heeft gezien.
Het kwam in het dal van Baca voor dat op zekere tijden van het jaar, als de pelgrims reisden, de brandende zon het gehele dal tot een verschroeide en droge plaats maakte. Maar: „Zij stellen Hem tot een fontein.” Er werden in dit dal van Baca ten gerieve van de pelgrims putten gegraven, om met het water daaruit hun dorst te lessen. En David, ziende op deze putten voor de reizigers, past dit beeld geestelijk toe tot opbeuring van het volk des Heeren, althans van degenen die naar Sion reizen. „En stellen Hem tot een fontein.” Dat is: de Heere geeft van tijd tot tijd aangename verfrissingen in dit tranendal; een opborreling van Goddelijke vertroostingen en een fontein van levend water, stromen van hemels vergenoegen.
Ik herinner mij van een mijner vrienden gehoord te hebben dat, terwijl hij door de woestijnen van Azië reisde, hij en zijn vrienden bij een put kwamen, en toen zij bemerkten dat de put droog was, zei hij, was hun teleurstelling met geen woorden uit te drukken. Na uren reizen kwamen zij des avonds bij de put en zouden aldaar overnachten. Doch zij ontdekten dat de zon de put geheel had uitgedroogd. Toen was hun smart inderdaad ontzettend. Gelijk derhalve niemand anders dan pelgrims die door het droge en dorre dal heen moeten, de weldaad van een natuurlijke waterput volkomen kan waarderen, zo ook kunnen alleen geestelijk verdrukte, beproefde en vermoeide pelgrims de liefelijkheid van het zuivere water des levens, waarmee de Heere somtijds de ziel verkwikt, hoogschatten en waarderen.
Aan de lezer…
Bent u, lezer, een pelgrim in het dal van wenen? Zijn uw ogen doornat van tranen en is uw hart vervuld van smart? Schrik daar niet te zeer van, want dit dal ligt op de weg naar Sion. Het ware kenmerk van een pelgrim is niet alleen dat hij door het dal heen moet, maar dat hij daar de Heere tot een fontein stelt. Dat is een geheim dat de wereld niet kent.
Misschien is uw ziel zo verschroeid en dor dat u geen druppel troost meer ziet. Maar juist de vermoeide en beproefde pelgrim leert de liefelijkheid van het water des levens recht hoogschatten. Van tijd tot tijd geeft de Heere ook in dit tranendal een opborreling van Goddelijke vertroosting. Zoek uw sterkte dan in Hem alleen. Welgelukzalig is de mens wiens sterkte in Hem is; de regen zal hem gans rijkelijk overdekken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Welgelukzalig is de mens, wiens sterkte in U is, in welker hart de gebaande wegen zijn. Als zij door het dal der moerbeziënbomen doorgaan, stellen zij Hem tot een fontein; ook zal de regen hen gans rijkelijk overdekken.
Psalm 84:6, 7
David werpt hier een blik op de pelgrims die naar Sion opgingen om de Heere te aanbidden. Hij let op hun weg en neemt de gelegenheid te baat om die weg geestelijk toe te passen, want hij zegt: „in wiens hart, in wiens levenservaring, in wiens ziel, die wegen zijn of gekend worden van die reizigers die opwaarts gaan naar Sion”. Wat zijn dat voor wegen? Het zijn wegen die door het dal van Baca lopen, waarin de pelgrims Hem tot een fontein stellen. Het dal van Baca was blijkbaar een zeer gevaarlijke plaats, en de pelgrims moesten erdoor om naar Jeruzalem te kunnen opgaan. Vanwege de moeilijkheden, gevaren en tegenslagen die zij daar ontmoetten, werd het het dal van Baca genoemd, het dal van wenen of tranendal.
Maar de psalmist zegt: „Welgelukzalig is de mens, in welker hart de gebaande wegen zijn.” Hier is een onderscheidend kenmerk van de ware pelgrim. Niet dat hij alleen maar door dit dal heen moet; niet alleen dat zijn ogen doornat zijn van tranen en zijn hart vol smart is; niet dat zijn ziel wordt aangevochten en zijn geest door lijden beproefd wordt. Maar dit is zijn ware kenmerk: „Zij stellen Hem tot een fontein.” De goddelozen weten daar niets van, en de belijdende wereld is er grotendeels een volslagen vreemdeling van. Maar dit is het geheim dat de roofvogel niet kent en dat het oog van de kraai niet gezien heeft.
In het dal van Baca kwam het voor dat de brandende zon in bepaalde tijden van het jaar, wanneer de pelgrims reisden, het hele dal tot een verschroeide en droge plaats maakte. Maar: „Zij stellen Hem tot een fontein.” In dit dal van Baca werden voor de pelgrims putten gegraven, zodat zij met het water daaruit hun dorst konden lessen. En David, die aan deze putten voor de reizigers denkt, past dit beeld geestelijk toe tot bemoediging van het volk van de Heere, in elk geval van hen die naar Sion reizen. „En stellen Hem tot een fontein.” Dat betekent: de Heere geeft van tijd tot tijd aangename verkwikkingen in dit tranendal; een opborrelen van Goddelijke vertroostingen en een fontein van levend water, stromen van hemelse vreugde.
Ik herinner mij dat een van mijn vrienden vertelde dat hij en zijn reisgenoten, terwijl hij door de woestijnen van Azië reisde, bij een put kwamen. Toen zij merkten dat de put droog was, zei hij, was hun teleurstelling met geen woorden uit te drukken. Na urenlang reizen kwamen zij ’s avonds bij de put en wilden daar overnachten. Maar zij ontdekten dat de zon de put helemaal had uitgedroogd. Toen was hun smart werkelijk vreselijk. Zoals alleen pelgrims die door het droge en dorre dal heen moeten, de weldaad van een natuurlijke waterput ten volle kunnen waarderen, zo kunnen ook alleen geestelijk verdrukte, beproefde en vermoeide pelgrims de lieflijkheid van het zuivere water des levens, waarmee de Heere soms de ziel verkwikt, hoogachten en waarderen.
Aan de lezer…
Bent u een pelgrim in het dal van wenen? Zijn uw ogen doornat van tranen en is uw hart vol smart? Schrik daar niet te zeer van, want dit dal ligt op de weg naar Sion. Het ware kenmerk van een pelgrim is niet alleen dat hij door het dal heen moet, maar dat hij daar de Heere tot een fontein stelt. Dat is een geheim dat de wereld niet kent.
Misschien is uw ziel zo verschroeid en dor dat u geen druppel troost meer ziet. Maar juist de vermoeide en beproefde pelgrim leert de lieflijkheid van het water des levens echt waarderen. Van tijd tot tijd geeft de Heere ook in dit tranendal een opborrelen van Goddelijke vertroosting. Zoek uw sterkte dan in Hem alleen. Welgelukzalig is de mens wiens sterkte in Hem is; de regen zal hem rijkelijk overdekken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Blessed is the man whose strength is in Thee; in whose heart are the ways of them. Who passing through the valley of Baca make it a well; the rain also filleth the pools.
Psalm 84:5–6
David casts a glimpse here at those pilgrims who were taking their upward journey to worship God in Zion. He marks their road, and takes occasion to spiritualize it; for he says, “In whose heart,” in whose experience, in whose soul, “are the ways” of these pilgrims Zionward.
What are these “ways?” It is this, that “passing through the valley of Baca, they make it a well.” This valley of Baca appears to have been a very perilous pass, through which pilgrims journeyed toward Jerusalem; and on account of the difficulties, dangers, and sufferings that they met with, it was named “the valley of Baca,” or “the valley of weeping,” “the valley of tears.”
But the Psalmist says, “Blessed is the man in whose heart are the ways of them, who passing through the valley of Baca make it a well.” Here is the distinctive character of the true pilgrim. Not that he is journeying merely through the “valley of Baca;” not that his eyes are drowned in tears; not that his heart is filled with sorrows; not that his soul is cut with temptations; not that his mind is tried by suffering. But this is his distinctive feature—he “makes it a well.” This the ungodly know nothing of; this the professing world, for the most part, are entirely unacquainted with; but this is the secret which “no fowl knows, and which the vulture’s eye has not seen.”
One feature of the “valley of Baca” was, that the burning sun above, and the parched ground beneath, at the time of year when the pilgrims traveled, made the whole valley arid and dry. But “they made it a well.” There were wells dug in this valley of Baca for the pilgrims to slake their thirst at. And David, looking at these wells dug for the pilgrims, applies them spiritually to the refreshment that the Lord’s people meet with in their course Zionward. “Make it a well;” that is, there are from time to time sweet refreshments in this valley of tears; there are bubblings up of divine consolation; there are fountains of living waters, streams of heavenly pleasures.
I remember a friend of mine telling me, that once while journeying through one of the deserts in Asia, he and his companions came to a well; and their disappointment when they found the well was dry he said no language could depict; their grief and trouble when, after hours of traveling, they came at night to encamp by the well, and found that the sun had dried it up, were indeed most acute. As, therefore, none but pilgrims through the dry and parched valley could adequately feel the sweetness of the natural well; so none but spiritual pilgrims, afflicted, exercised, and harassed, can appreciate the sweetness of the “pure water of life” with which the Lord at times refreshes the soul.
To the reader…
Are you a pilgrim in the valley of weeping? Are your eyes wet with tears and your heart full of sorrow? Do not be too alarmed by that, for this valley lies on the road to Zion. The true mark of a pilgrim is not only that he must pass through the valley, but that he makes it a well there. That is a secret the world does not know.
Perhaps your soul is so scorched and dry that you no longer see a drop of comfort. But it is precisely the weary and tried pilgrim who truly learns to value the sweetness of the water of life. From time to time, even in this valley of tears, the Lord gives a bubbling up of divine consolation. Seek your strength, then, in Him alone. Blessed is the man whose strength is in Him; the rain also filleth the pools.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Bienaventurado el hombre que tiene su fortaleza en ti; en cuyo corazón están sus caminos. Atravesando el valle de Baca lo ponen por fuente, y la lluvia llena los estanques.
Salmo 84:5–6
David echa aquí una mirada a aquellos peregrinos que hacían su viaje de subida para adorar a Dios en Sion. Observa su camino y aprovecha la ocasión para espiritualizarlo; porque dice: “En cuyo corazón” —en cuya experiencia, en cuya alma— “están los caminos” de estos peregrinos rumbo a Sion.
¿Cuáles son estos “caminos”? Este: que “atravesando el valle de Baca, lo ponen por fuente”. Este valle de Baca parece haber sido un paso muy peligroso por el que los peregrinos viajaban hacia Jerusalén; y a causa de las dificultades, peligros y sufrimientos que encontraban en él, fue llamado “el valle de Baca”, o “el valle del llanto”, “el valle de lágrimas”.
Pero el salmista dice: “Bienaventurado el hombre en cuyo corazón están sus caminos, que atravesando el valle de Baca lo ponen por fuente”. He aquí el carácter distintivo del verdadero peregrino. No que viaje meramente por el “valle de Baca”; no que sus ojos estén anegados en lágrimas; no que su corazón esté lleno de penas; no que su alma esté herida por tentaciones; no que su mente sea probada por el sufrimiento. Sino que este es su rasgo distintivo: “lo pone por fuente”. De esto nada saben los impíos; con esto el mundo que profesa, en su mayor parte, no tiene ningún trato; pero este es el secreto que “nunca la conoció ave, ni ojo de buitre la vio”.
Un rasgo del “valle de Baca” era que el sol abrasador de arriba y la tierra reseca de abajo, en la época del año en que viajaban los peregrinos, volvían todo el valle árido y seco. Pero “lo ponían por fuente”. Había pozos cavados en este valle de Baca para que los peregrinos apagaran su sed. Y David, mirando estos pozos cavados para los peregrinos, los aplica espiritualmente al refrigerio que el pueblo del Señor halla en su camino hacia Sion. “Lo ponen por fuente”; es decir, de vez en cuando hay dulces refrigerios en este valle de lágrimas; hay borbotones de consolación divina; hay fuentes de aguas vivas, corrientes de delicias celestiales.
Recuerdo que un amigo mío me contó que una vez, viajando por uno de los desiertos de Asia, él y sus compañeros llegaron a un pozo; y la decepción que sintieron al encontrar el pozo seco, dijo, no hay lenguaje que pueda describirla; su pena y su angustia cuando, después de horas de viaje, llegaron de noche a acampar junto al pozo y hallaron que el sol lo había secado, fueron en verdad agudísimas. Así como nadie sino los peregrinos que atraviesan el valle seco y reseco podía sentir plenamente la dulzura del pozo natural, así nadie sino los peregrinos espirituales, afligidos, ejercitados y acosados, puede apreciar la dulzura del “río limpio de agua de vida” con que el Señor a veces refresca el alma.
Al lector…
¿Es usted un peregrino en el valle del llanto? ¿Están sus ojos húmedos de lágrimas y su corazón lleno de pena? No se alarme demasiado por ello, porque este valle está en el camino a Sion. La verdadera señal de un peregrino no es solo que tenga que atravesar el valle, sino que allí lo pone por fuente. Ese es un secreto que el mundo no conoce.
Quizás su alma está tan abrasada y seca que ya no ve ni una gota de consuelo. Pero precisamente el peregrino cansado y probado es quien de veras aprende a valorar la dulzura del agua de vida. De vez en cuando, aun en este valle de lágrimas, el Señor da un borbotón de consolación divina. Busque, pues, su fortaleza solo en Él. Bienaventurado el hombre que tiene su fortaleza en Él; la lluvia llena también los estanques.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl