5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Maar zijn boog is in stijvigheid gebleven, en de armen zijner handen zijn gesterkt geworden door de handen des Machtigen Jacobs.
Genesis 49:24
De voorgeslachten waren, zoals wij weten, beroemde boogschutters. Overwinningen werden behaald door hen die bedreven waren in het hanteren van de boog. Latimer zegt in een predikatie die hij voor de koning hield, dat niemand een goed boogschutter kon worden die zich niet reeds als kind oefende; en het was de gewoonte, zegt hij verder, dat de vader zijn handen legde op die van zijn zoon om hem te leren hoe hij schieten moest, en al de kracht van zijn lichaam in de boog over te brengen. Wanneer de knaap de boog aftrok, was het niet de kracht van zijn eigen arm die de pees aftrok, noch de juistheid van zijn oog die de richting van de pijl bestuurde. Het kind scheen de boog af te schieten en de pijl te richten; maar de hand van de vader was op de hand van het kind, en het oog van de vader leidde het oog van het kind; dus was het de kracht van de vader, ofschoon het kind de boog scheen af te schieten, die de pees spande.
Zo ook was het met Jozef, van wie onze tekst spreekt: „de armen zijner handen zijn gesterkt geworden door de handen des Machtigen Jacobs”; God legde Zijn handen op de handen van Jozef, trok de boog af, richtte de pijl en trof juist het doel. Pas dit nu toe op uw ervaring. Als gij werkelijk bidt, zijt gij het niet die bidt; het is de Geest Gods Die in u bidt, want Hij komt onze zwakheden te hulp, en is onze voorspraak met verzuchtingen die niet kunnen worden uitgesproken. Als gij gelooft, is het de Geest van God Die dat geloof in u werkt; als gij hoopt, is het de Geest van God Die deze hoop in u opwekt; als gij liefhebt, is het de Geest van God Die liefde in u uitstort; het zijn de armen Zijner handen die op uw handen worden gelegd, en zij worden gesterkt door de handen van de Machtige Jacobs.
Zeer groot is onze Heer, vol krachten;
onpeilbaar diep zijn Gods gedachten,
daar Zijn verstand, nooit af te meten,
ver overtreft al wat wij weten.
Ps. 147:3
Aan de lezer…
Kent u dat beeld? Een vader legt zijn handen op de handen van zijn kind, en zo spant hij de boog en richt hij de pijl. Het kind schijnt te schieten, maar de kracht is van de vader. Zo was het met Jozef, en zo is het met allen die de Heere vrezen. Bent u bedroefd omdat uw gebed zo zwak is, uw geloof zo klein, uw liefde zo koud? Zie dan niet alleen naar uw eigen armen.
Als u werkelijk bidt, is het de Geest Gods Die in u bidt, met verzuchtingen die niet kunnen worden uitgesproken. Als u gelooft, hoopt of liefhebt, is dat Zijn werk in u. Dat maakt nederig, want er blijft niets over om op te roemen; maar het troost ook, want Zijn hand is sterker dan de uwe. Vraag dan dat Hij Zijn handen op de uwe legt, opdat uw arm gesterkt worde door de handen van de Machtige Jakobs.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar zijn boog is in stijvigheid gebleven, en de armen zijner handen zijn gesterkt geworden door de handen des Machtigen Jacobs.
Genesis 49:24
Onze voorouders waren, zoals wij weten, beroemde boogschutters. Overwinningen werden behaald door hen die bedreven waren in het hanteren van de boog. Latimer zegt in een preek die hij voor de koning hield, dat niemand een goede boogschutter kon worden die niet al als kind oefende. Het was de gewoonte, zegt hij verder, dat de vader zijn handen op die van zijn zoon legde om hem te leren hoe hij moest schieten en hoe hij de kracht van zijn hele lichaam in de boog moest leggen. Wanneer de jongen de boog spande, was het niet de kracht van zijn eigen arm die de pees aantrok, en niet de zuiverheid van zijn oog die de richting van de pijl bepaalde. Het kind leek de boog af te schieten en de pijl te richten, maar de hand van de vader lag op de hand van het kind, en het oog van de vader leidde het oog van het kind. Het was dus de kracht van de vader die de pees spande, ook al leek het kind de boog af te schieten.
Zo was het ook met Jozef, van wie onze tekst spreekt: „de armen zijner handen zijn gesterkt geworden door de handen des Machtigen Jacobs”. God legde Zijn handen op de handen van Jozef, spande de boog, richtte de pijl en trof precies het doel. Pas dit nu toe op uw eigen ervaring. Als u werkelijk bidt, bent u het niet die bidt; het is de Geest van God Die in u bidt. Want Hij komt onze zwakheden te hulp en is onze Voorspraak met zuchtingen die niet kunnen worden uitgesproken. Als u gelooft, is het de Geest van God Die dat geloof in u werkt. Als u hoopt, is het de Geest van God Die die hoop in u opwekt. Als u liefhebt, is het de Geest van God Die liefde in u uitstort. Het zijn de armen van Zijn handen die op uw handen worden gelegd, en zij worden gesterkt door de handen van de Machtige Jakobs.
Zeer groot is onze Heer, vol krachten;
onpeilbaar diep zijn Gods gedachten,
daar Zijn verstand, nooit af te meten,
ver overtreft al wat wij weten.
Ps. 147:3
Aan de lezer…
Kent u dat beeld? Een vader legt zijn handen op de handen van zijn kind, en zo spant hij de boog en richt hij de pijl. Het kind lijkt te schieten, maar de kracht is van de vader. Zo was het met Jozef, en zo is het met allen die de Heere vrezen. Bent u bedroefd omdat uw gebed zo zwak is, uw geloof zo klein, uw liefde zo koud? Kijk dan niet alleen naar uw eigen armen.
Als u werkelijk bidt, is het de Geest van God Die in u bidt, met zuchtingen die niet kunnen worden uitgesproken. Als u gelooft, hoopt of liefhebt, is dat Zijn werk in u. Dat maakt nederig, want er blijft niets over om op te roemen; maar het troost ook, want Zijn hand is sterker dan de uwe. Vraag dan of Hij Zijn handen op de uwe wil leggen, zodat uw arm gesterkt wordt door de handen van de Machtige Jakobs.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But his bow abode in strength, and the arms of his hands were made strong by the hands of the mighty God of Jacob.
Genesis 49:24
Our ancestors, you know, were celebrated bowmen. Victories were won at Cressy and Agincourt by the English cavalry, who were skilled in the use of the bow. Latimer says, in a sermon preached before the king, that no man could be a good archer who did not learn from his boyhood; and the custom he tells us was for the father to put his hands upon the son’s hands, to teach him how to shoot, and throw the whole strength of his body into the bow. When the boy drew the bow, it was not the strength of his own arm that drew the string, nor was it the keenness of his eye that directed the arrow to the mark. The child appeared to draw the bow and to direct the arrow; but the hand of the father was upon the hand of the child, and the eye of the father was guiding the eye of the child; thus though the child seemed to draw the bow, it was the strength of the father that really pulled the string.
So in the case of Joseph to whom our text refers, “the arms of his hands were made strong by the hands of the mighty God of Jacob.” God put His hands upon the hands of Joseph, drew the bow for him, directed the arrow, and hit effectually the mark.
Apply this to your experience. When you pray effectually, it is not you that pray; it is the Spirit of God who prays in you; for He helps our infirmities, and intercedes for us with groanings which cannot be uttered. When you believe, it is the Spirit of God that works faith in you; when you hope, it is the Spirit of God that produces hope in you; when you love, it is the Spirit of God that sheds abroad love in you; it is the arms of His hands that are put upon your hands, and they are made strong by the hands of the mighty God of Jacob.
To the reader…
Do you know that picture? A father lays his hands on the hands of his child, and so he draws the bow and aims the arrow. The child seems to shoot, but the strength is the father’s. So it was with Joseph, and so it is with all who fear the Lord. Are you grieved because your prayer is so weak, your faith so small, your love so cold? Then do not look only at your own arms.
If you truly pray, it is the Spirit of God Who prays in you, with groanings which cannot be uttered. If you believe, hope or love, that is His work in you. That humbles, for nothing is left to boast of; but it also comforts, for His hand is stronger than yours. So ask Him to lay His hands upon yours, so that your arms are made strong by the hands of the mighty God of Jacob.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas su arco quedó en fortaleza, y los brazos de sus manos se corroboraron por las manos del Fuerte de Jacob.
Génesis 49:24
Nuestros antepasados, como usted sabe, fueron arqueros célebres. Las victorias de Crécy y de Azincourt fueron ganadas por la caballería inglesa, que era diestra en el uso del arco. Latimer dice, en un sermón predicado ante el rey, que nadie podía ser buen arquero si no aprendía desde niño; y la costumbre, nos cuenta, era que el padre pusiera sus manos sobre las manos del hijo para enseñarle a tirar y a poner toda la fuerza de su cuerpo en el arco. Cuando el muchacho tensaba el arco, no era la fuerza de su propio brazo la que tiraba de la cuerda, ni era la agudeza de su ojo la que dirigía la flecha al blanco. El niño parecía tensar el arco y dirigir la flecha; pero la mano del padre estaba sobre la mano del niño, y el ojo del padre guiaba el ojo del niño; así, aunque el niño parecía tensar el arco, era la fuerza del padre la que realmente tiraba de la cuerda.
Así sucedió con José, a quien se refiere nuestro texto: “los brazos de sus manos se corroboraron por las manos del Fuerte de Jacob”. Dios puso Sus manos sobre las manos de José, tensó el arco por él, dirigió la flecha y dio eficazmente en el blanco.
Aplique esto a su experiencia. Cuando usted ora eficazmente, no es usted quien ora; es el Espíritu de Dios quien ora en usted; porque Él ayuda nuestra flaqueza e intercede por nosotros con gemidos indecibles. Cuando usted cree, es el Espíritu de Dios quien obra la fe en usted; cuando espera, es el Espíritu de Dios quien produce la esperanza en usted; cuando ama, es el Espíritu de Dios quien derrama el amor en usted; son los brazos de Sus manos los que se ponen sobre sus manos, y estas se corroboran por las manos del Fuerte de Jacob.
Al lector…
¿Conoce usted esa imagen? Un padre pone sus manos sobre las manos de su hijo, y así tensa el arco y apunta la flecha. El niño parece tirar, pero la fuerza es del padre. Así fue con José, y así es con todos los que temen al Señor. ¿Está usted afligido porque su oración es tan débil, su fe tan pequeña, su amor tan frío? Entonces no mire solo a sus propios brazos.
Si usted ora de verdad, es el Espíritu de Dios quien ora en usted, con gemidos indecibles. Si usted cree, espera o ama, eso es obra Suya en usted. Eso humilla, porque no queda nada de qué gloriarse; pero también consuela, porque Su mano es más fuerte que la suya. Pídale, pues, que ponga Sus manos sobre las suyas, para que sus brazos se corroboren por las manos del Fuerte de Jacob.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De gave van Christus
Onze Heere Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader; Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Galaten 1:3-5
Als wij, geleid door de gezegende Geest, naar de gezegende Verlosser gaan opdat Hij ons moge verlossen van deze tegenwoordige boze wereld, door het toepassen van Zijn bloed en het overbrengen van Zijn liefde, gaan we tot Hem overeenkomstig de wil van onze God en Vader. Dit is ons hemelse bevel. Als we in Zijn naam geloven, is het overeenkomstig de wil van onze God en Vader. Als we hopen op Zijn genade, als we Hem vurig liefhebben met een zuiver hart, als we onze ziel op Hem werpen, als we, omdat we onze eigen kracht en rechtvaardigheid wantrouwen, geheel aan de Zijne hangen, handelen we naar de wil van onze God en Vader; we geven gehoor aan de bevelen van de hoogste wijsheid, luisteren naar de stem van de hoogste genade, en gaan over de wegen van eeuwige waarheid en vrede.
Dat het gehele werk van Christus met alle gezegende opbrengsten en gevolgen ervan „naar de wil van onze God en Vader” moet zijn, werpt een zalig en schitterend licht op de oorspronkelijke gave van de Zoon door de Vader. Zo bezien is het geheel dus een groots, schitterend en volledig plan van eeuwige wijsheid en liefde. Als zodanig verlicht door de gezegende Geest en hernieuwd in onze geestesgesteldheid, zien we in dat God een mogelijkheid heeft bedacht en uitgevoerd waardoor we verlost kunnen worden van deze tegenwoordige boze wereld.
Is het een boze wereld in uw ogen? Is het zo dat u „zucht en uitroept”, zoals in Ezechiël wordt gesproken, „over al die gruwelen, die in het midden derzelve gedaan worden” (Ez. 9:4), niet alleen in de boze wereld buiten u, maar ook in de nog bozere wereld in u? Er is een manier voor u om hieraan te ontkomen; er staat een deur van hoop open midden in het hemelgewelf. Genade fluistert tegen u vanaf de zetel van hemelse zaligheid: „De Zoon van God gaf Zichzelf voor onze zonden, opdat Hij ons zou verlossen van deze tegenwoordige boze wereld, volgens Gods wil.”
Lezen: Ezechiël 9
Aan de lezer…
Is het, lezer, een boze wereld in uw ogen? Zucht en roept u over de gruwelen die u om u heen ziet, en nog meer over die bozere wereld in uw eigen hart? Dan bent u niet alleen, en u bent ook niet zonder uitweg. Er staat een deur van hoop open. De Zoon van God gaf Zichzelf voor onze zonden, opdat Hij ons zou verlossen van deze tegenwoordige boze wereld, en dat naar de wil van onze God en Vader.
Laat dit u bemoedigen: als u, uw eigen kracht wantrouwend, uw ziel op Hem werpt en geheel aan Zijn gerechtigheid hangt, dan doet u geen vermetel ding. Dan handelt u naar de wil van de Vader Zelf. Hij heeft het zo bedacht, Hij heeft Zijn Zoon gegeven, en Hij wil dat arme zondaren tot Hem komen. Ga dan, geleid door de gezegende Geest, met uw ellende naar de gezegende Verlosser. Hij zal u niet afwijzen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Onze Heere Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader; Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Galaten 1:3-5
Wanneer wij, geleid door de gezegende Geest, naar de gezegende Verlosser gaan, opdat Hij ons door de toepassing van Zijn bloed en het meedelen van Zijn liefde verlost van deze tegenwoordige boze wereld, dan gaan we tot Hem naar de wil van onze God en Vader. Dat is ons hemels bevel. Wanneer we in Zijn Naam geloven, is dat naar de wil van onze God en Vader. Wanneer we hopen op Zijn genade, wanneer we Hem vurig liefhebben met een rein hart, wanneer we onze ziel op Hem werpen, wanneer we onze eigen kracht en gerechtigheid wantrouwen en geheel aan de Zijne hangen, dan handelen we naar de wil van onze God en Vader. Dan gehoorzamen we de bevelen van de hoogste wijsheid, luisteren we naar de stem van de hoogste genade, en gaan we de wegen van eeuwige waarheid en vrede.
Dat het hele werk van Christus, met al zijn gezegende vruchten en gevolgen, „naar de wil van onze God en Vader” is, werpt een zalig en schitterend licht op de oorspronkelijke gave van de Zoon door de Vader. Zo bezien is het geheel één groots, schitterend en volkomen plan van eeuwige wijsheid en liefde. Wanneer we zo door de gezegende Geest verlicht en in de geest van ons gemoed vernieuwd zijn, zien we in dat God een weg heeft bedacht en uitgevoerd waardoor we verlost kunnen worden van deze tegenwoordige boze wereld.
Is het in uw ogen een boze wereld? Zucht en roept u, zoals in Ezechiël staat, „over al die gruwelen, die in het midden derzelve gedaan worden” (Ez. 9:4), niet alleen in de boze wereld buiten u, maar ook in de nog bozere wereld in u? Er is een weg voor u om daaraan te ontkomen; er staat een deur van hoop open, midden in het hemelgewelf. De genade fluistert u toe vanaf de troon van hemelse zaligheid: „De Zoon van God gaf Zichzelf voor onze zonden, opdat Hij ons zou verlossen van deze tegenwoordige boze wereld, volgens Gods wil.”
Lezen: Ezechiël 9
Aan de lezer…
Is het, lezer, in uw ogen een boze wereld? Zucht en roept u over de gruwelen die u om u heen ziet, en nog meer over die bozere wereld in uw eigen hart? Dan bent u niet alleen, en u bent ook niet zonder uitweg. Er staat een deur van hoop open. De Zoon van God gaf Zichzelf voor onze zonden, opdat Hij ons zou verlossen van deze tegenwoordige boze wereld, en dat naar de wil van onze God en Vader.
Laat dit u bemoedigen: als u, uw eigen kracht wantrouwend, uw ziel op Hem werpt en geheel aan Zijn gerechtigheid hangt, dan doet u niets vermetels. Dan handelt u naar de wil van de Vader Zelf. Hij heeft het zo bedacht, Hij heeft Zijn Zoon gegeven, en Hij wil dat arme zondaren tot Hem komen. Ga dan, geleid door de gezegende Geest, met uw ellende naar de gezegende Verlosser. Hij zal u niet afwijzen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Our Lord Jesus Christ, Who gave Himself for our sins, that He might deliver us from this present evil world, according to the will of God and our Father: to Whom be glory for ever and ever. Amen.
Galatians 1:3-5
When, led by the blessed Spirit, we go to the blessed Redeemer, that He may deliver us from this present evil world by the application of His blood and the communication of His love, we go to Him according to the will of God and our Father. That is our heavenly warrant. When we believe in His Name, it is according to the will of God and our Father. When we hope in His mercy, when we love Him fervently with a pure heart, when we cast our souls upon Him, when we distrust our own strength and righteousness and hang wholly upon His, then we act according to the will of God and our Father. Then we obey the commands of the highest wisdom, listen to the voice of the highest grace, and walk in the ways of eternal truth and peace.
That the whole work of Christ, with all its blessed fruits and effects, is “according to the will of God and our Father” casts a blessed and glorious light upon the original gift of the Son by the Father. Seen in this way, it is all one grand, glorious and complete plan of eternal wisdom and love. When we are thus enlightened by the blessed Spirit and renewed in the spirit of our mind, we see that God has devised and carried out a way by which we may be delivered from this present evil world.
Is it an evil world in your eyes? Do you sigh and cry, as it says in Ezekiel, “for all the abominations that be done in the midst thereof” (Ezek. 9:4), not only in the evil world without you, but also in the still more evil world within you? There is a way for you to escape from it; a door of hope stands open, in the very midst of the heavens. Grace whispers to you from the throne of heavenly blessedness: “The Son of God gave Himself for our sins, that He might deliver us from this present evil world, according to the will of God.”
Reading: Ezekiel 9
To the reader…
Is it an evil world in your eyes, reader? Do you sigh and cry over the abominations you see around you, and even more over that more evil world in your own heart? Then you are not alone, nor are you without a way out. A door of hope stands open. The Son of God gave Himself for our sins, that He might deliver us from this present evil world, and that according to the will of God and our Father.
Let this encourage you: if, distrusting your own strength, you cast your soul upon Him and hang wholly upon His righteousness, you are doing nothing presumptuous. Then you are acting according to the will of the Father Himself. He devised it so, He gave His Son, and He wills that poor sinners should come to Him. Go, then, led by the blessed Spirit, with your misery to the blessed Redeemer. He will not turn you away.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Nuestro Señor Jesucristo, el Cual se dio a Sí mismo por nuestros pecados para librarnos de este presente siglo malo, conforme a la voluntad de Dios y Padre nuestro; al Cual sea la gloria por siglos de siglos. Amén.
Gálatas 1:3-5
Cuando, guiados por el bendito Espíritu, vamos al bendito Redentor para que nos libre de este presente siglo malo mediante la aplicación de Su sangre y la comunicación de Su amor, vamos a Él conforme a la voluntad de Dios y Padre nuestro. Esa es nuestra garantía celestial. Cuando creemos en Su Nombre, es conforme a la voluntad de Dios y Padre nuestro. Cuando esperamos en Su misericordia, cuando le amamos entrañablemente de corazón puro, cuando echamos nuestras almas sobre Él, cuando desconfiamos de nuestra propia fuerza y justicia y dependemos enteramente de las Suyas, entonces obramos conforme a la voluntad de Dios y Padre nuestro. Entonces obedecemos los mandatos de la más alta sabiduría, escuchamos la voz de la más alta gracia y andamos en los caminos de la verdad y la paz eternas.
Que toda la obra de Cristo, con todos sus benditos frutos y efectos, sea “conforme a la voluntad de Dios y Padre nuestro” arroja una luz bendita y gloriosa sobre el don original del Hijo por el Padre. Visto así, todo es un solo plan grandioso, glorioso y completo de eterna sabiduría y amor. Cuando somos así iluminados por el bendito Espíritu y renovados en el espíritu de nuestra mente, vemos que Dios ha ideado y llevado a cabo un camino por el cual podemos ser librados de este presente siglo malo.
¿Es un mundo malo a sus ojos? ¿Gime y clama usted, como dice Ezequiel, “a causa de todas las abominaciones que se hacen en medio de ella” (Ezeq. 9:4), no solo en el mundo malo que está fuera de usted, sino también en el mundo aún más malo que está dentro de usted? Hay un camino para que escape de él; una puerta de esperanza está abierta, en medio mismo de los cielos. La gracia le susurra desde el trono de la bienaventuranza celestial: “El Hijo de Dios se dio a Sí mismo por nuestros pecados para librarnos de este presente siglo malo, conforme a la voluntad de Dios”.
Lectura: Ezequiel 9
Al lector…
¿Es un mundo malo a sus ojos, lector? ¿Gime y clama usted por las abominaciones que ve a su alrededor, y aún más por ese mundo más malo de su propio corazón? Entonces no está solo, ni está sin salida. Una puerta de esperanza está abierta. El Hijo de Dios se dio a Sí mismo por nuestros pecados para librarnos de este presente siglo malo, y eso conforme a la voluntad de Dios y Padre nuestro.
Que esto le anime: si, desconfiando de su propia fuerza, echa su alma sobre Él y depende enteramente de Su justicia, no hace nada presuntuoso. Entonces obra conforme a la voluntad del Padre mismo. Él lo ideó así, Él dio a Su Hijo, y Él quiere que los pobres pecadores vengan a Él. Vaya, pues, guiado por el bendito Espíritu, con su miseria al bendito Redentor. Él no le echará fuera.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Uitverkoren naar de voorkennis van God de Vader.
1 Petrus 1:2
Voorkennis van de personen, die zijn uitverkoren in de Goddelijke huishouding, gaat de uitverkiezing vooraf. En die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren verordineerd. En deze voorkennis was niet een vooruitzicht van hun geloof of liefde in de tijd, alsof dit de grond was waarop God hen uitverkiezen zou; maar zij houdt in: eerst die volmaakte kennis die God van hen had en van alles wat hen betrof, en wel van de afgrond der zonde en van de opstand, ongehoorzaamheid en goddeloosheid waaraan zij schuldig bevonden zouden worden, aleer zij door genade geroepen werden; en van al hun smartelijke afwijkingen, vergrijpen en vallen, met de snode beantwoording die zij Hem voor Zijn goedheid en genade zouden vergelden, nadat Hij door Zijn vinger hun harten had aangeraakt.
En ten tweede en meer bijzonder geeft het te kennen Zijn welwillendheid en welbehagen, met die eeuwige liefde van God de Vader, waardoor Hij hen voorkende met een heilig welgevallen, een Goddelijke genegenheid jegens hen en een heilig en onveranderlijk genoegen in hen, aangezien in Zijn beminde Zoon, verkoren in Hem en aangenaam in de Geliefde. En zo is dus de uitverkiezing niet een droge verkiezing van hen in Christus, als wij deze uitdrukking met eerbied mogen gebruiken, maar een verkiezing van hen uit voorkennis met een heilige goedkeuring en van een ieder van Zijn huisgezin persoonlijk. En hoezeer zij onder elkander ook mogen verschillen, èn in natuurlijk, èn in geestelijk opzicht, nochtans was Zijn goedkeurende kennis van een ieder van hen allen in Christus, overeenkomstig Zijn bepalende keuze.
Dit in de ziel te mogen beleven is zeer zoet en dierbaar. Wij kennen onszelf niet. Wij hebben een weinig in onze gevallen staat van nature mogen inblikken en wij mogen iets kennen van de snode boosheden die werken en werkten in ons gemoed; wij mogen enige schermutselingen of zelfs een hete strijd gehad of gevoerd hebben met ons ongelovig, weerstrevig, hoogmoedig hart; maar wij kennen onszelf niet zoals God ons kent. En ofschoon wij mogen uitroepen: „Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten”, hoe oppervlakkig is grotendeels de kennis en ondervinding van onszelf! Hoe weinig stellen wij onze zondigheid tegenover de heiligheid van God, of blikken wij in de diepten onzer natuur, zo die naakt en open liggen voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben.
Wanneer wij dan gedenken dat Hij, Die van den beginne wist wat wij ooit zouden zijn in de diepte van Adams val, en niettegenstaande dit ons verkoos door Zijn bepaald besluit in Zijn beminde Zoon tot het eeuwige leven, wat moet dit ons opheffen uit al onze neerdrukkingen, waarin wij door een gezicht en gevoel van de zonde van tijd tot tijd geraken!
Aan de lezer…
Wat een schrik kan het geven, wanneer u soms zo’n blik krijgt in uw eigen hart, in uw ongeloof, hoogmoed en weerstrevigheid, dat u zich afvraagt hoe God ooit iets met zo iemand te maken zou willen hebben! En zijn er afwijkingen en vallen in uw leven die u neerdrukken? Bedenk dan dat u uzelf nog maar oppervlakkig kent. God kent u veel dieper dan u uzelf ooit kennen zult. Hij wist van den beginne wat u in de diepte van Adams val zou zijn.
En toch, niettegenstaande dit alles, verkoos Hij de Zijnen in Zijn beminde Zoon tot het eeuwige leven. Zijn voorkennis was geen vooruitzicht op hun goedheid, maar een kennen met heilig welgevallen en eeuwige liefde. Mag u daar iets van beleven, dan heft dat op uit alle neerdrukking die het gezicht van de zonde u geeft. Niet omdat u beter bent dan u vreesde, maar omdat Hij u kende en u toch liefhad in de Geliefde.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Uitverkoren naar de voorkennis van God de Vader.
1 Petrus 1:2
In de goddelijke huishouding gaat de voorkennis van de personen die uitverkoren zijn, aan de verkiezing vooraf. En die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren verordineerd. Deze voorkennis was geen vooruitzien van hun geloof of liefde in de tijd, alsof dat de grond was waarop God hen zou uitverkiezen. Zij houdt in de eerste plaats die volmaakte kennis in die God van hen had en van alles wat hen betrof: van de afgrond van zonde en van de opstand, ongehoorzaamheid en goddeloosheid waaraan zij schuldig bevonden zouden worden voordat zij door genade geroepen werden. En ook van al hun smartelijke afdwalingen, overtredingen en vallen, met de snode beantwoording waarmee zij Hem Zijn goedheid en genade zouden vergelden, nadat Hij hun harten met Zijn vinger had aangeraakt.
En in de tweede plaats, en meer in het bijzonder, drukt zij Zijn welwillendheid en welbehagen uit, met die eeuwige liefde van God de Vader waarmee Hij hen tevoren kende: met een heilig welgevallen, een goddelijke genegenheid jegens hen en een heilig en onveranderlijk genoegen in hen, zoals zij gezien werden in Zijn geliefde Zoon, verkoren in Hem en aangenaam in de Geliefde. Zo is de verkiezing dus geen droge verkiezing van hen in Christus, als wij die uitdrukking met eerbied mogen gebruiken, maar een verkiezing van hen uit voorkennis, met een heilige goedkeuring, en van ieder van Zijn huisgezin persoonlijk. En hoezeer zij onderling ook mogen verschillen, zowel in natuurlijk als in geestelijk opzicht, toch was Zijn goedkeurende kennis van ieder van hen in Christus, overeenkomstig Zijn bepalende keuze.
Dit in de ziel te mogen beleven is zeer zoet en dierbaar. Wij kennen onszelf niet. Wij hebben misschien een beetje mogen zien van onze gevallen staat van nature, en wij kennen misschien iets van de snode boosheden die in ons gemoed werken en werkten. Wij hebben misschien enige schermutselingen of zelfs een hete strijd gehad met ons ongelovig, weerspannig en hoogmoedig hart. Maar wij kennen onszelf niet zoals God ons kent. En hoewel wij mogen uitroepen: „Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten”, hoe oppervlakkig is meestal de kennis en ervaring van onszelf! Hoe weinig stellen wij onze zondigheid tegenover de heiligheid van God, of kijken wij in de diepten van onze natuur, zoals die naakt en geopend liggen voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben.
Wanneer wij dan bedenken dat Hij, Die van den beginne wist wat wij ooit zouden zijn in de diepte van Adams val, ons ondanks dat door Zijn vast besluit in Zijn geliefde Zoon tot het eeuwige leven verkoos, wat moet ons dat dan opheffen uit al onze neerslachtigheid, waarin wij van tijd tot tijd raken door het zien en voelen van de zonde!
Aan de lezer…
Wat kan het u doen schrikken wanneer u soms zo’n blik krijgt in uw eigen hart, in uw ongeloof, hoogmoed en weerspannigheid, dat u zich afvraagt hoe God ooit iets met zo iemand te maken zou willen hebben! En zijn er afdwalingen en vallen in uw leven die u neerdrukken? Bedenk dan dat u uzelf nog maar oppervlakkig kent. God kent u veel dieper dan u uzelf ooit zult kennen. Hij wist van den beginne wat u in de diepte van Adams val zou zijn.
En toch, ondanks dit alles, verkoos Hij de Zijnen in Zijn geliefde Zoon tot het eeuwige leven. Zijn voorkennis was geen vooruitzien van hun goedheid, maar een kennen met heilig welgevallen en eeuwige liefde. Mag u daar iets van beleven, dan heft dat u op uit alle neerslachtigheid die het zien van de zonde u geeft. Niet omdat u beter bent dan u vreesde, maar omdat Hij u kende en u toch liefhad in de Geliefde.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Elect according to the foreknowledge of God the Father.”
1 Peter 1:2
Foreknowledge of the persons of the elect in the divine economy precedes election. “Whom He did foreknow He also did predestinate;” and this foreknowledge was not any eternal foreview of their faith or love in time, as if that were the ground of God’s choice of them; but it implies, first, that thorough knowledge which God had of them, and of all that should concern them, of all the depths of sin and rebellion, disobedience and ungodliness, of which they might be guilty before called by grace, and of all their grievous backslidings, slips, and falls, with all the base returns that they should make for His goodness and mercy toward them after He had touched their hearts by His finger.
And secondly and chiefly, it signifies the good will and pleasure, with that everlasting love of God the Father, whereby He foreknew them with a holy approbation of them, a divine affection toward them, and a holy and unalterable delight in them as viewed in His dear Son, chosen in Him and accepted in the Beloved. And thus election is not, if we may use the expression without irreverence, a dry choice of them in Christ, but a choice of them as foreknowing, with a holy approbation, each of His elect family, personally and individually, and however they might differ among themselves in the infinite variety whereby one man varies both naturally and spiritually from another, yet that His approving knowledge of each and all of them in Christ Jesus was in sweet harmony with His determinate choice. To realize this in soul feeling, is very sweet and precious.
We do not know ourselves. We may have seen a little into our fallen state by nature, and may know something of the dreadful evils that lurk and work within; we may have had some passing skirmishes, or even some hot battles with our proud, rebellious, unbelieving, infidel, and desperately wicked heart, but we do not know ourselves as God knows us. And though we may cry, “Search me, O God, and know my heart; try me, and know my thoughts,” yet how shallow for the most part and superficial is that knowledge and experience of ourselves!
How little do we measure our sinfulness by the holiness of God, or look down into the depths of our nature as they lie naked and open before the eyes of Him with Whom we have to do! When, then, we think that He Who knew from the beginning all that we ever should be in the depths of the Adam fall, yet chose us by determinate decree in His dear Son unto eternal life, what a blessed lift does it give to the soul out of all those sinkings into which a sight and sense of sin is continually casting it.
To the reader…
How it can frighten you when you sometimes get such a glimpse into your own heart, into your unbelief, pride and rebelliousness, that you wonder how God could ever want anything to do with someone like you! And are there backslidings and falls in your life that weigh you down? Remember, then, that you still know yourself only superficially. God knows you far more deeply than you will ever know yourself. He knew from the beginning what you would be in the depths of Adam’s fall.
And yet, in spite of all this, He chose His own in His beloved Son unto eternal life. His foreknowledge was not a foreseeing of their goodness, but a knowing with holy delight and everlasting love. If you may experience something of this, it lifts you up out of all the dejection that the sight of sin brings you. Not because you are better than you feared, but because He knew you and still loved you in the Beloved.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Elegidos según la presciencia de Dios Padre.”
1 Pedro 1:2
La presciencia de las personas de los elegidos precede, en la economía divina, a la elección. “A los que antes conoció, también predestinó”; y esta presciencia no fue una previsión eterna de su fe o de su amor en el tiempo, como si eso fuera el fundamento de la elección que Dios hizo de ellos; sino que implica, primero, aquel conocimiento completo que Dios tenía de ellos y de todo lo que les concerniría, de todas las profundidades de pecado y rebelión, desobediencia e impiedad de que pudieran ser culpables antes de ser llamados por la gracia, y de todas sus graves rebeliones, deslices y caídas, con todas las viles correspondencias que darían a Su bondad y misericordia para con ellos después de que Él hubiera tocado su corazón con Su dedo.
Y en segundo lugar y principalmente, significa la buena voluntad y beneplácito, con aquel amor eterno de Dios Padre, por el cual los conoció de antemano con una santa aprobación de ellos, un afecto divino hacia ellos y un deleite santo e inalterable en ellos, vistos en Su amado Hijo, elegidos en Él y aceptos en el Amado. Y así la elección no es, si podemos usar la expresión sin irreverencia, una elección seca de ellos en Cristo, sino una elección de ellos conociendo de antemano, con santa aprobación, a cada uno de Su familia elegida, personal e individualmente; y por mucho que difieran entre sí en la variedad infinita por la cual un hombre se distingue de otro, tanto natural como espiritualmente, Su conocimiento aprobador de todos y cada uno de ellos en Cristo Jesús estaba en dulce armonía con Su elección determinada. Hacer esto real en el sentir del alma es muy dulce y precioso.
No nos conocemos a nosotros mismos. Quizá hayamos visto un poco de nuestro estado caído por naturaleza, y sepamos algo de los terribles males que acechan y obran dentro; quizá hayamos tenido algunas escaramuzas pasajeras, o aun algunas batallas encarnizadas, con nuestro corazón orgulloso, rebelde, incrédulo, infiel y perverso más que todas las cosas; pero no nos conocemos como Dios nos conoce. Y aunque clamemos: “Examíname, oh Dios, y conoce mi corazón: pruébame y reconoce mis pensamientos”, ¡cuán somero y superficial es, en su mayor parte, ese conocimiento y esa experiencia de nosotros mismos!
¡Cuán poco medimos nuestra pecaminosidad por la santidad de Dios, o miramos hacia abajo, a las profundidades de nuestra naturaleza tal como yacen desnudas y abiertas ante los ojos de Aquel con Quien tenemos que ver! Cuando pensamos, pues, que Aquel que sabía desde el principio todo lo que llegaríamos a ser en las profundidades de la caída de Adán, nos eligió sin embargo por decreto determinado en Su amado Hijo para vida eterna, ¡qué bendito alivio da al alma, levantándola de todos esos abatimientos en que la vista y el sentir del pecado la arrojan continuamente!
Al lector…
¡Cómo puede asustarle cuando a veces obtiene tal vislumbre de su propio corazón, de su incredulidad, su orgullo y su rebeldía, que se pregunta cómo Dios pudo jamás querer tener algo que ver con alguien como usted! ¿Y hay en su vida rebeliones y caídas que le abaten? Recuerde, entonces, que usted todavía se conoce solo superficialmente. Dios le conoce mucho más profundamente de lo que usted se conocerá jamás. Él sabía desde el principio lo que usted sería en las profundidades de la caída de Adán.
Y sin embargo, a pesar de todo esto, eligió a los Suyos en Su amado Hijo para vida eterna. Su presciencia no fue una previsión de la bondad de ellos, sino un conocer con santo deleite y amor eterno. Si usted puede experimentar algo de esto, le levanta de todo el abatimiento que le trae la vista del pecado. No porque sea mejor de lo que temía, sino porque Él le conoció y aun así le amó en el Amado.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl