Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

21 september Korenaren uit de volle oogst

Want wij zijn vreemdelingen en bijwoners voor Uw aangezicht, gelijk alle onze vaders.
1 Kronieken 29:15

Als u het geloof van Abraham, Izak en Jakob bezit, belijdt u net als zij dat u een vreemdeling bent, en uw belijdenis komt voort uit een gelovig hart en uit iets van doorleefde ervaring. U voelt zich een vreemdeling in deze goddeloze wereld. Zij is niet uw element; u bent er niet thuis. U bent er voor de tijd die God heeft bepaald, maar u zwerft in deze wereld rond als een vreemdeling voor haar vrienden, voor haar wetten, voor haar gewoonten, voor haar beginselen, voor haar beweegredenen, voor haar lusten en haar neigingen, en voor alles waarin deze wereld zich als in haar element beweegt. De genade heeft u door Gods verkiezende macht afgezonderd, zodat u, hoewel u in de wereld bent, niet van de wereld zou zijn.

Ik kan u ronduit zeggen: als u in de wereld thuis bent, als de dingen van de tijd en van de zinnen uw element zijn, als u één bent met de omgang van de wereld, de voorschriften van de wereld, de gewoonten van de wereld en de beginselen van de wereld, dan heeft de genade uw hart niet getroffen en woont het geloof van Gods uitverkorenen niet in uw hart. De eerste uitwerking van de genade is dat zij u afzondert. Zo was het met Abraham. Door de genade werd hij geroepen het land van zijn vaderen te verlaten en te gaan naar een land dat God hem zou wijzen.

En zo luidt ook Gods eigen woord tot Zijn volk: „Komt uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt het onreine niet aan; en Ik zal u aannemen, en zal u een Vader zijn, en gij zult Mij zonen en dochteren zijn, zegt de Heere de Almachtige.” Afzondering, afzondering, afzondering van de wereld: zie daar het grote kenmerk van levende godsvrucht. Er kan wel een afzondering naar het lichaam zijn waar geen afzondering van het hart is. Maar wat ik bedoel, is afzondering van het hart, afzondering in beginselen, afzondering in genegenheden, afzondering van geest. En als de genade uw hart heeft aangeraakt en u deel hebt aan het geloof van Gods uitverkorenen, dan bent u een vreemdeling in de wereld, en zult u door uw leven en wandel laten zien dat u dat bent.

Mijn hart verfoeit en haat
de werkers van het kwaad,
bij wie ik mijne voet niet zet.
Ik zit bij geen godd’lozen,
’k ontwijk de plaats der bozen:
zo word ik niet door hen besmet.

Psalm 26:5

Aan de lezer…

Wanneer u zich afvraagt waar u eigenlijk thuis bent, stelt u een eenvoudige vraag die toch diep snijdt. Zijn de dingen van de tijd en van de zinnen uw element, voelt u zich op uw gemak bij de vrienden, de gewoonten en de beginselen van deze wereld? Dan moet ik u eerlijk zeggen dat dit geen kenmerk van genade is. Maar misschien zucht u juist omdat u zich hier zo vreemd voelt, en vreest u dat er iets mis met u is.

Weet dan dat dit gevoel van vreemdelingschap juist de eerste uitwerking van genade kan zijn. Zo ging het Abraham, die het land van zijn vaderen verliet zonder te weten waarheen. Zo spreekt de Heere tot Zijn volk: „Komt uit het midden van hen, en scheidt u af.” En Hij voegt er de belofte aan toe: „Ik zal u aannemen, en zal u een Vader zijn.” Wie hier een vreemdeling is, heeft daar een Vader en een thuis.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

21 september 365 dagen met Philpot

De treurigen Sions vertroost

Om de treurigen Sions te beschikken, dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwde geest.
Jesaja 61:3

Wanneer de Heere over de treurigen spreekt, geeft Hij bepaalde duidelijke kenmerken waaraan zij beter te herkennen zijn. Zo spreekt Hij bijvoorbeeld over „as” in verband met deze geestelijk treurigen, want Hij heeft hun beloofd „sieraad voor as” te geven. Om deze verwijzing te begrijpen, moeten we zien wat de Schriftuurlijke betekenis van dat beeld is. In vroeger tijden was as een uiterlijk teken van rouw, zoals zwarte kleding dat bij ons is. Maar het drukt ook diepe vernedering uit.

Job ging in zijn beproeving in de as zitten. Zak en as gaan in de Bijbel vaak samen als tekenen van rouw, zoals Job zegt: „Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as” (Job 42:6). Toen Thamar door haar broer onteerd was, scheurde ze haar kleren en deed as op haar hoofd, als uiterlijk teken van rouw over haar vernedering en schande. Het beeld zegt veel. As is niet meer dan het verbrande, donkere overblijfsel van wat eens licht en mooi was.

Zo wijst as, zoals het gebruikt wordt bij de geestelijk treurige, erop dat alles wat eens mooi en schoon was in zijn ogen, in de oven verbrand is, en dat er alleen een donker, armzalig overblijfsel over is. Het strooien van as op het hoofd lijkt te betekenen dat de geestelijk treurige zo diep wilde zinken dat hij zijn gezicht in het stof kon verbergen. Hij wilde de as uitstrooien over zichzelf en over alles wat ooit heerlijkheid vertoonde, omdat hij in de vernedering die hij nu voor God in zijn ziel voelt, in zijn eigen ogen een ellendige stakker is, een echte zondaar.

Een ander kenmerk dat de Heere van de geestelijk treurige in Sion geeft, is dat hij gehuld is in een benauwde geest. Ook dit beeld zegt veel. Benauwdheid wordt vergeleken met een grote mantel of een ander kledingstuk dat hem niet alleen helemaal bedekt, maar ook zo zwaar op hem drukt dat zijn geest tot in het stof wordt neergedrukt. Wat zijn er toch veel dingen die in een gelovige ziel een benauwde geest teweegbrengen! Sommige van Gods kinderen lijken van nature bijna vatbaar voor neerslachtigheid, sombere gevoelens en ellendige zorgen, zowel in de voorzienigheid als in de genade.

Donkere, sombere wolken trekken voortdurend door hun gedachten, en satan, die hun nood graag nog groter maakt, laat hun duizend kwaden zien die misschien nooit zullen gebeuren, maar die ze vrezen alsof ze werkelijk waren, en die ze zelfs nog pijnlijker voelen. Deze geestelijke neerslachtigheid omhult hen als een kledingstuk dat hen aan alle kanten omsluit en met zijn schijnbaar strakke plooien elke beweging belemmert. Deze geestelijk treurigen zijn dus de kinderen op wie de Heere bijzonder acht slaat. Zij zijn het voor wie de Heere Jezus Christus door de Heilige Geest werd gezalfd om hen te troosten.

Lezen: Jesaja 61

Aan de lezer…

Zit u als in de as? Is alles wat eens licht en schoon was in uw ogen verbrand, zodat er alleen een donker, armzalig overblijfsel over is? Ligt de benauwdheid als een zware mantel op u, die u aan alle kanten omsluit en elke beweging belemmert? En fluistert satan u duizend kwaden in die nog nooit gebeurd zijn? Schaam u dan niet voor uw rouw, en denk niet dat u daarom buiten Gods gedachten bent.

Want juist op zulke treurigen slaat de Heere bijzonder acht. Voor hen werd de Heere Jezus Christus door de Heilige Geest gezalfd om te troosten. Hij heeft beloofd sieraad te geven voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwde geest. Wat u in het stof verliest, verliest u niet aan Hem. Breng uw as en uw zware mantel bij Hem; Hij weet ze op Zijn tijd te verwisselen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

21 september Door Baca’s vallei

En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u.
1 Johannes 2:27

Alle machten van aarde en hel spannen samen tegen deze heilige zalving, waarmee de kinderen van God zo bijzonder begunstigd zijn. Maar als God in het hart van een heilige een druppeltje van deze Goddelijke zalving heeft geschonken, dan is dat druppeltje als een rots tegenover alle aanvallen van de zonde, tegenover elke aanval van satan, tegenover alle vijandschap in het eigen hart en tegenover al de bekoringen, genoegens en vermaken van de wereld. Golven en baren van verdrukking mogen over de ziel heengaan, maar zij kunnen deze heilige druppel zalfolie niet uitwissen. De duivel mag duizend vurige pijlen afschieten om het brandbare materiaal van ons vleselijk gemoed in vlam te zetten, maar al die vurige pijlen kunnen deze ene druppel olie niet verbranden, die de Heere heeft laten druppelen in de diepten van een verbroken geest. De wereld mag met al haar genoegens en vermaken, met haar dodelijke tegenstand tegen de waarheid van God, golven van goddeloosheid tegen deze heilige zalving opwekken. Maar alle machten van de aarde samen kunnen deze ene druppel nooit vernietigen, die de Heere Zelf in de diepten van een gelovig hart gelegd heeft.

Deze druppel lag ingesloten in de diepten van Jona’s ziel toen hij in de buik van de vis was. Maar al de baren en golven die over zijn hoofd heengingen, en zelfs de diepten van de hel, in wier buik hij zich naar zijn gevoel bevond, konden die druppel zalfolie, die God de Heilige Geest in zijn hart gelegd had, er niet uit wegnemen. De verloren zoon trok weg naar een ver land, maar hoewel hij zijn vermogen erdoor bracht met een losbandig leven, verloor hij die druppel zalfolie niet. Heman klaagt over de diepte van zijn verdrukking, maar al zijn tegenspoed heeft de heilige zalfolie, die God in zijn ziel geschonken had, nooit teniet kunnen doen. Toen Hiskia naar het scheen op zijn sterfbed lag en zijn gezicht naar de muur keerde, was hij diep bedroefd en bijna wanhopig, en toch kon al zijn verdrukking en moedeloosheid deze heilige druppel zalfolie niet laten opdrogen. En zo is het duizenden en tienduizenden van Gods lieve kinderen gegaan.

Al hun smarten, ja meer nog, al hun zonden, afwijkingen, vallen, ellende en jammer, dat alles samen heeft nooit de zalving kunnen wegnemen die God hun geschonken had. Als de zonde dat had kunnen doen, zouden wij onszelf al lang geleden in de hel gezondigd hebben. En als de wereld of de satan deze druppel, of ons persoonlijk, teniet had kunnen doen, zouden wij al lang vernietigd zijn. Als ons vleselijk gemoed dat had kunnen doen, zou het ons weggevaagd hebben in een vloed van verderf. Maar de zalving blijft in ons en kan niet bedorven worden; waar zij eenmaal in de ziel geschonken is, daar is zij beveiligd tegen alle aanslagen van aarde, zonde en hel.

Gods kinderen merken dat zij blijft, want soms openbaart zij zich in het gebed en in de uitgangen van het hart naar de levende God, en breekt zij uit in geloof, hoop en liefde. Zo blijft zij niet alleen als een Goddelijke werkelijkheid, maar als een levende bron, die springt tot in het eeuwige leven. Als dat niet zo was, dan waren er ook geen herlevingen, geen nieuwe mededelingen, geen vernieuwde bewijzen, geen opwellingen, geen vertederingen, geen zuchten om de gemeenschap met de Heere, geen treuren over Zijn afwezigheid. Maar de zalving blijft, en dat bewaart de ziel voor de dood en houdt haar in leven in de hongersnood.

Aan de lezer…

Vreest u, arme ziel, dat al uw afwijkingen en vallen het laatste restje genade in u hebben uitgedoofd? Gaan de golven en baren over uw hoofd, zoals over Jona in de diepte, en vindt u in uzelf niets dan brandbaar materiaal voor de vurige pijlen van de duivel? Zie dan niet op de kracht van uw vijanden, maar op Hem Die de zalving gegeven heeft. Wat de Heere Zelf in de diepten van een verbroken geest heeft laten druppelen, kan geen zonde, geen wereld en geen satan wegnemen.

Waaraan zou u dat merken? Aan dat zuchten om de gemeenschap met de Heere, aan dat treuren over Zijn afwezigheid, aan die kleine opwellingen van geloof, hoop en liefde. Een dode ziel zucht niet en treurt niet om Hem. Het druppeltje mag klein zijn; het blijft. Het is een levende bron die springt tot in het eeuwige leven, en het zal u bewaren voor de dood en in leven houden, ook in de hongersnood.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina