Om de treurigen Sions te beschikken, dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwde geest.
Jesaja 61:3
De Heere heeft, als Hij spreekt over de treurigen, bepaalde uitgesproken kentekenen gegeven waaraan zij duidelijker kunnen worden herkend. Hij heeft het bijvoorbeeld over „as” in verband met deze geestelijke treurigen, want Hij heeft hun beloofd „sieraad voor as” te zullen geven. Om deze verwijzing te begrijpen, moeten we inzien wat de Schriftuurlijke betekenis van dat symbool is. In vroeger tijden was as een uiterlijk teken van rouw, zoals zwarte kleren dat bij ons zijn. Maar het brengt ook een gevoel van diepe vernedering over.
Job ging in zijn beproeving in de as zitten. Zak en as gaan vaak samen in de Bijbel, als tekenen van rouw, zoals Job zegt: „Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as” (Job 42:6). Toen Thamar door haar broer was onteerd, scheurde ze haar kleren en deed as op haar hoofd, als uiterlijk teken van rouw vanwege haar verlaging en vernedering. Het symbool is veelzeggend. As is slechts het verbrande, donkere overblijfsel van wat eens licht en mooi was.
Dus wijst as, zoals het gebruikt wordt in verband met de geestelijk treurige, erop dat alles wat eens mooi en schoon was in zijn ogen, in de oven is verbrand en dat er slechts een donker, armzalig overblijfsel is. Het uitstrooien van as op het hoofd lijkt te betekenen dat de geestelijk treurige zo diep wilde zinken dat hij zijn gezicht in het stof kon verbergen en de as wilde uitstrooien over zichzelf en over alles wat ooit heerlijkheid vertoonde, omdat hij in de thans gevoelde vernedering van zijn ziel voor God in zijn eigen ogen een ellendige stakker is, een echte zondaar.
Een ander kenteken dat de Heere van de geestelijk treurige in Sion geeft, is dat hij gehuld is in een benauwde stemming. Dit beeld is veelzeggend. Benauwdheid wordt vergeleken met een grote mantel of een ander kledingstuk, dat hem niet alleen geheel bedekt, maar ook op hem rust met een zwaarte die zijn stemming bedrukt tot in het stof. Wat zijn er toch veel dingen die in een gelovige ziel een benauwde stemming teweegbrengen! Sommige van Gods kinderen lijken bijna aangeboren vatbaar voor neerslachtigheid, sombere gevoelens en ellendige bezorgdheden, zowel in de voorzienigheid als in de genade.
Donkere, sombere wolken gaan voortdurend voorbij in hun gedachten, en de satan, die hun nood een handje helpt, toont hun duizend kwaden die wellicht nooit gebeuren, maar die men vreest alsof ze echt waren, en zelfs nog pijnlijker voelt. Deze geestelijke neerslachtigheid omhult hen als met een kledingstuk dat hen aan alle kanten omsluit en met zijn ogenschijnlijk hechte plooien elke beweging belemmert. Deze geestelijke treurigen zijn dus de kinderen op wie de Heere bijzondere acht slaat. Dit zijn degenen voor wie de Heere Jezus Christus door de Heilige Geest werd gezalfd om te troosten.
Lezen: Jesaja 61
Aan de lezer…
Zit u, waarde lezer, als in de as? Is alles wat eens licht en schoon was in uw ogen verbrand, zodat er slechts een donker, armzalig overblijfsel over is? Ligt de benauwdheid als een zware mantel op u, die u aan alle kanten omsluit en elke beweging belemmert? En fluistert de satan u duizend kwaden in die nog nooit gebeurd zijn? Schaam u dan niet voor uw rouw, en denk niet dat u daarom buiten Gods gedachten bent.
Want juist op zulke treurigen slaat de Heere bijzondere acht. Voor hen werd de Heere Jezus Christus door de Heilige Geest gezalfd om te troosten. Hij heeft beloofd sieraad te geven voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwde geest. Wat u in het stof verliest, verliest u niet aan Hem. Breng uw as en uw zware mantel bij Hem; Hij weet ze te verwisselen op Zijn tijd.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Om de treurigen Sions te beschikken, dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwde geest.
Jesaja 61:3
Wanneer de Heere over de treurigen spreekt, geeft Hij bepaalde duidelijke kenmerken waaraan zij beter te herkennen zijn. Zo spreekt Hij bijvoorbeeld over „as” in verband met deze geestelijk treurigen, want Hij heeft hun beloofd „sieraad voor as” te geven. Om deze verwijzing te begrijpen, moeten we zien wat de Schriftuurlijke betekenis van dat beeld is. In vroeger tijden was as een uiterlijk teken van rouw, zoals zwarte kleding dat bij ons is. Maar het drukt ook diepe vernedering uit.
Job ging in zijn beproeving in de as zitten. Zak en as gaan in de Bijbel vaak samen als tekenen van rouw, zoals Job zegt: „Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as” (Job 42:6). Toen Thamar door haar broer onteerd was, scheurde ze haar kleren en deed as op haar hoofd, als uiterlijk teken van rouw over haar vernedering en schande. Het beeld zegt veel. As is niet meer dan het verbrande, donkere overblijfsel van wat eens licht en mooi was.
Zo wijst as, zoals het gebruikt wordt bij de geestelijk treurige, erop dat alles wat eens mooi en schoon was in zijn ogen, in de oven verbrand is, en dat er alleen een donker, armzalig overblijfsel over is. Het strooien van as op het hoofd lijkt te betekenen dat de geestelijk treurige zo diep wilde zinken dat hij zijn gezicht in het stof kon verbergen. Hij wilde de as uitstrooien over zichzelf en over alles wat ooit heerlijkheid vertoonde, omdat hij in de vernedering die hij nu voor God in zijn ziel voelt, in zijn eigen ogen een ellendige stakker is, een echte zondaar.
Een ander kenmerk dat de Heere van de geestelijk treurige in Sion geeft, is dat hij gehuld is in een benauwde geest. Ook dit beeld zegt veel. Benauwdheid wordt vergeleken met een grote mantel of een ander kledingstuk dat hem niet alleen helemaal bedekt, maar ook zo zwaar op hem drukt dat zijn geest tot in het stof wordt neergedrukt. Wat zijn er toch veel dingen die in een gelovige ziel een benauwde geest teweegbrengen! Sommige van Gods kinderen lijken van nature bijna vatbaar voor neerslachtigheid, sombere gevoelens en ellendige zorgen, zowel in de voorzienigheid als in de genade.
Donkere, sombere wolken trekken voortdurend door hun gedachten, en satan, die hun nood graag nog groter maakt, laat hun duizend kwaden zien die misschien nooit zullen gebeuren, maar die ze vrezen alsof ze werkelijk waren, en die ze zelfs nog pijnlijker voelen. Deze geestelijke neerslachtigheid omhult hen als een kledingstuk dat hen aan alle kanten omsluit en met zijn schijnbaar strakke plooien elke beweging belemmert. Deze geestelijk treurigen zijn dus de kinderen op wie de Heere bijzonder acht slaat. Zij zijn het voor wie de Heere Jezus Christus door de Heilige Geest werd gezalfd om hen te troosten.
Lezen: Jesaja 61
Aan de lezer…
Zit u als in de as? Is alles wat eens licht en schoon was in uw ogen verbrand, zodat er alleen een donker, armzalig overblijfsel over is? Ligt de benauwdheid als een zware mantel op u, die u aan alle kanten omsluit en elke beweging belemmert? En fluistert satan u duizend kwaden in die nog nooit gebeurd zijn? Schaam u dan niet voor uw rouw, en denk niet dat u daarom buiten Gods gedachten bent.
Want juist op zulke treurigen slaat de Heere bijzonder acht. Voor hen werd de Heere Jezus Christus door de Heilige Geest gezalfd om te troosten. Hij heeft beloofd sieraad te geven voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwde geest. Wat u in het stof verliest, verliest u niet aan Hem. Breng uw as en uw zware mantel bij Hem; Hij weet ze op Zijn tijd te verwisselen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
To appoint unto them that mourn in Zion, to give unto them beauty for ashes, the oil of joy for mourning, the garment of praise for the spirit of heaviness.
Isaiah 61:3
When the Lord speaks of the mourners, He gives certain plain marks by which they may be better known. Thus, for instance, He speaks of “ashes” in connection with these spiritual mourners, for He has promised to give them “beauty for ashes.” To understand this allusion, we must see what the Scriptural meaning of the figure is. In ancient times ashes were an outward sign of mourning, as black clothing is with us. But they also express deep humiliation.
Job in his affliction sat down among the ashes. Sackcloth and ashes often go together in the Bible as signs of mourning, as Job says, “Wherefore I abhor myself, and repent in dust and ashes” (Job 42:6). When Tamar had been dishonoured by her brother, she rent her garments and put ashes on her head, as an outward sign of mourning over her humiliation and shame. The figure says much. Ashes are no more than the burnt, dark remains of what was once bright and beautiful.
So ashes, as used of the spiritual mourner, show that all that was once fair and beautiful in his eyes has been burnt up in the furnace, and that only a dark, poor remnant is left. The sprinkling of ashes upon the head seems to signify that the spiritual mourner would sink so low that he could hide his face in the dust. He would scatter ashes over himself and over all that ever displayed glory, because in the humiliation that he now feels before God in his soul he is in his own eyes a wretched creature, a real sinner.
Another mark that the Lord gives of the spiritual mourner in Zion is that he is wrapped in the spirit of heaviness. This figure too says much. Heaviness is compared to a large mantle or other garment which not only covers him entirely, but presses so heavily upon him that his spirit is weighed down to the dust. How many things there are that produce a spirit of heaviness in a believing soul! Some of God’s children seem almost naturally prone to dejection, gloomy feelings and wretched cares, both in providence and in grace.
Dark, gloomy clouds continually pass through their minds, and Satan, who loves to make their distress greater still, shows them a thousand evils that may never come to pass, but which they fear as though they were real, and which they feel even more painfully. This spiritual dejection wraps them about like a garment that encloses them on every side and hinders every movement with its seemingly tight folds. These spiritual mourners, then, are the children to whom the Lord has special regard. They are those whom the Lord Jesus Christ was anointed by the Holy Ghost to comfort.
Reading: Isaiah 61
To the reader…
Are you sitting, as it were, in the ashes? Has all that was once bright and fair in your eyes been burnt up, so that only a dark, poor remnant is left? Does heaviness lie upon you like a heavy mantle, enclosing you on every side and hindering every movement? And does Satan whisper to you a thousand evils that have never come to pass? Then do not be ashamed of your mourning, and do not think that you are therefore outside God’s thoughts.
For it is just to such mourners that the Lord has special regard. For them the Lord Jesus Christ was anointed by the Holy Ghost to comfort. He has promised to give beauty for ashes, the oil of joy for mourning, the garment of praise for the spirit of heaviness. What you lose in the dust, you do not lose to Him. Bring your ashes and your heavy mantle to Him; He knows how to exchange them in His own time.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
A ordenar a Sion a los enlutados, para darles gloria en lugar de ceniza, óleo de gozo en lugar de luto, manto de alegría en lugar del espíritu angustiado.
Isaías 61:3
Cuando el Señor habla de los enlutados, da ciertas señales claras por las que se les puede conocer mejor. Así, por ejemplo, habla de “ceniza” en relación con estos enlutados espirituales, porque ha prometido darles “gloria en lugar de ceniza”. Para entender esta alusión, debemos ver cuál es el sentido bíblico de la figura. En tiempos antiguos la ceniza era una señal exterior de luto, como entre nosotros la ropa negra. Pero también expresa una profunda humillación.
Job, en su aflicción, se sentó en medio de la ceniza. El cilicio y la ceniza van a menudo juntos en la Biblia como señales de luto, como dice Job: “Por tanto me aborrezco, y me arrepiento en el polvo y en la ceniza” (Job 42:6). Cuando Tamar fue deshonrada por su hermano, rasgó sus vestidos y echó ceniza sobre su cabeza, como señal exterior de luto por su humillación y su vergüenza. La figura dice mucho. La ceniza no es más que el resto quemado y oscuro de lo que una vez fue brillante y hermoso.
Así, la ceniza, aplicada al enlutado espiritual, muestra que todo lo que una vez fue bello y hermoso a sus ojos ha sido quemado en el horno, y que solo queda un resto oscuro y pobre. El esparcir ceniza sobre la cabeza parece significar que el enlutado espiritual quisiera hundirse tan bajo que pudiera esconder su rostro en el polvo. Quisiera esparcir ceniza sobre sí mismo y sobre todo lo que alguna vez ostentó gloria, porque en la humillación que ahora siente en su alma delante de Dios es a sus propios ojos una criatura miserable, un verdadero pecador.
Otra señal que el Señor da del enlutado espiritual en Sion es que está envuelto en el espíritu angustiado. También esta figura dice mucho. La angustia se compara con un gran manto u otra vestidura que no solo le cubre por entero, sino que pesa tanto sobre él que su espíritu queda abatido hasta el polvo. ¡Cuántas cosas hay que producen un espíritu angustiado en un alma creyente! Algunos hijos de Dios parecen casi por naturaleza propensos al abatimiento, a sentimientos sombríos y a cuidados miserables, tanto en la providencia como en la gracia.
Nubes oscuras y sombrías pasan continuamente por su mente, y Satanás, que se complace en agrandar aún más su aflicción, les muestra mil males que quizá nunca sucedan, pero que temen como si fueran reales, y que sienten aún más dolorosamente. Este abatimiento espiritual los envuelve como una vestidura que los encierra por todos lados y estorba cada movimiento con sus pliegues aparentemente ceñidos. Estos enlutados espirituales, pues, son los hijos a quienes el Señor mira con especial consideración. Son aquellos a quienes el Señor Jesucristo fue ungido por el Espíritu Santo para consolar.
Lectura: Isaías 61
Al lector…
¿Está usted sentado, por así decirlo, en la ceniza? ¿Ha sido quemado todo lo que una vez fue brillante y bello a sus ojos, de modo que solo queda un resto oscuro y pobre? ¿Pesa sobre usted la angustia como un manto pesado, que le encierra por todos lados y estorba cada movimiento? ¿Y le susurra Satanás mil males que nunca han sucedido? Entonces no se avergüence de su luto, ni piense que por eso está fuera de los pensamientos de Dios.
Porque es precisamente a tales enlutados a quienes el Señor mira con especial consideración. Para ellos fue ungido el Señor Jesucristo por el Espíritu Santo, para consolarlos. Él ha prometido dar gloria en lugar de ceniza, óleo de gozo en lugar de luto, manto de alegría en lugar del espíritu angustiado. Lo que usted pierde en el polvo, no se pierde para Él. Lleve a Él su ceniza y su manto pesado; Él sabe cambiarlos a Su debido tiempo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl