5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Want Ik ben de Heere uw Heelmeester.
Exodus 15:26
Hoe geneest God de ziekten van Zijn volk? Hij geneest ze voornamelijk door ze te bedwingen; want in dit leven worden zij nooit geheel genezen. De belofte luidt: „Hij zal onze ongerechtigheden dempen” (Micha 7:19). Ze dempen betekent: hun macht bedwingen. Zo ziet Hij er een lijden onder ongeloof: Hij schenkt hem geloof, dit dempt zijn ongeloof. Hier is een andere arme kwijnende patiënt, stervende van vermoeienis: Hij geeft hem kracht.
Hier is een ander treurende over zijn verdorvenheid: Hij geeft een droppel van Zijn bloed, om zijn geweten te zuiveren, en een bete van Zijn liefde, om zijn hart te verwarmen. Hij ziet een ander wenende onder de krachtige aanvallen van de Satan: met één blik vliedt de Satan en de ziel is bevrijd. Zo gaat Hij met oneindige wijsheid, vermengd met oneindige liefde en macht, van de legerstede van de ene lijder naar die van de andere, om, waar Hij komt, genezing te schenken. Die uitmuntende Geneesheer heeft een middel voor elke ziekte, en het middel wordt altijd juist geschikt bevonden naar de eisen van het ziektegeval. Het gaat, om zo te zeggen, rechtstreeks naar de rechte plaats; het geneest de ziekte, waar ze zich vertoont en welke ze ook zij, op de juiste wijze en op de juiste tijd.
O, hoe goed is het dan al zijn ziekten voor de Heere te brengen! In een geval van lichamelijke ziekte of pijn leggen wij vrijuit onze ziekte bloot voor een geneesheer die wij kunnen vertrouwen; wij delen hem elke omstandigheid, elk verschijnsel mede. Zo moeten wij ook gaan tot de Heere met al onze krankheden, Hem al onze smart, al onze zorgen mededelen, en aan Hem alles wat het geweten drukt, het hart pijn aandoet, de ziel bedroeft, blootleggen, ziende en wachtende tot Hij het woord zegt, en elke krankheid is genezen.
De Heer wild’ op mijn kermen
zich over mij ontfermen:
Hij heeft mijn stem verhoord.
De Heer zal op mijn smeken
geen hulp mij doen ontbreken:
Hij houdt getrouw Zijn woord.
Ps. 6:9
Aan de lezer…
Misschien gaat u vandaag gebukt onder een kwaal van de ziel die u al jaren met u meedraagt: ongeloof, verdorvenheid, vermoeidheid, of de felle aanvallen van de Satan. U hebt er misschien over gezucht dat u er nooit van verlost wordt. Ik zeg het eerlijk: in dit leven worden onze zonden nooit geheel genezen, maar de Heere dempt ze. Hij schenkt geloof tegen het ongeloof, kracht aan de vermoeide, een droppel van Zijn bloed voor het schuldige geweten.
Waarom zou u dan uw krankheid verbergen? Bij een aardse geneesheer die wij vertrouwen, leggen wij elke omstandigheid bloot. Ga zo ook tot Hem, Die zegt: „Ik ben de Heere uw Heelmeester.” Vertel Hem alles wat uw geweten drukt en uw hart pijn doet. Hij gaat met oneindige wijsheid en liefde van de ene legerstede naar de andere, en Hij heeft een middel dat juist past bij uw nood. Wacht op Hem; één woord van Hem is genoeg.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want Ik ben de Heere uw Heelmeester.
Exodus 15:26
Hoe geneest God de ziekten van Zijn volk? Hij geneest ze vooral door ze te bedwingen, want in dit leven worden zij nooit helemaal genezen. De belofte luidt: „Hij zal onze ongerechtigheden dempen” (Micha 7:19). Ze dempen betekent: hun macht bedwingen. Zo ziet Hij iemand die lijdt onder ongeloof: Hij schenkt hem geloof, en dat dempt zijn ongeloof. Hier is een andere arme, kwijnende patiënt, die bezwijkt van vermoeidheid: Hij geeft hem kracht.
Hier is weer een ander, die treurt over zijn verdorvenheid: Hij geeft een druppel van Zijn bloed om zijn geweten te reinigen, en een bete van Zijn liefde om zijn hart te verwarmen. Hij ziet een ander die weent onder de hevige aanvallen van de satan: met één blik vlucht de satan en is de ziel bevrijd. Zo gaat Hij met oneindige wijsheid, verbonden met oneindige liefde en macht, van het ziekbed van de ene lijder naar dat van de andere, om genezing te schenken waar Hij komt. Die voortreffelijke Geneesheer heeft een middel voor elke ziekte, en het middel blijkt altijd precies te passen bij wat het ziektegeval vraagt. Het gaat als het ware rechtstreeks naar de juiste plaats. Het geneest de ziekte waar zij zich ook voordoet en wat zij ook is, op de juiste wijze en op het juiste moment.
O, hoe goed is het dan om al zijn ziekten bij de Heere te brengen! Bij lichamelijke ziekte of pijn leggen wij onze kwaal vrijuit bloot voor een geneesheer die wij kunnen vertrouwen; wij vertellen hem elke omstandigheid en elk verschijnsel. Zo moeten wij ook met al onze krankheden tot de Heere gaan. Wij moeten Hem al onze smart en al onze zorgen vertellen, en alles voor Hem blootleggen wat het geweten drukt, het hart pijn doet en de ziel bedroeft. Dan zien en wachten wij tot Hij het woord spreekt, en elke krankheid is genezen.
De Heer wild’ op mijn kermen
zich over mij ontfermen:
Hij heeft mijn stem verhoord.
De Heer zal op mijn smeken
geen hulp mij doen ontbreken:
Hij houdt getrouw Zijn woord.
Ps. 6:9
Aan de lezer…
Misschien gaat u vandaag gebukt onder een kwaal van de ziel die u al jaren met u meedraagt: ongeloof, verdorvenheid, vermoeidheid, of de felle aanvallen van de satan. U hebt er misschien over gezucht dat u er nooit van verlost wordt. Ik zeg het eerlijk: in dit leven worden onze zonden nooit helemaal genezen, maar de Heere dempt ze. Hij schenkt geloof tegen het ongeloof, kracht aan de vermoeide, een druppel van Zijn bloed voor het schuldige geweten.
Waarom zou u dan uw krankheid verbergen? Bij een aardse geneesheer die wij vertrouwen, leggen wij elke omstandigheid bloot. Ga zo ook naar Hem Die zegt: „Ik ben de Heere uw Heelmeester.” Vertel Hem alles wat uw geweten drukt en uw hart pijn doet. Hij gaat met oneindige wijsheid en liefde van het ene ziekbed naar het andere, en Hij heeft een middel dat precies past bij uw nood. Wacht op Hem; één woord van Hem is genoeg.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
I am the LORD that healeth thee.
Exodus 15:26
How does God heal the diseases of His people? He heals them chiefly by subduing them; for in this life they are never thoroughly healed. The promise runs—“He will subdue our iniquities” (Micah 7:19). To subdue them is to restrain their power. Thus He sees one suffering under the power of unbelief. He gives him faith—this subdues his unbelief. Here is another poor languid patient, dying of exhaustion—He gives him strength. Here is a third mourning under his corruptions—He gives a drop of His blood to purge his conscience, and a taste of His love to warm his heart. He sees a fourth crying under the strong assaults of Satan—with one look Satan flies and the soul is set free.
Thus with infinite wisdom blended with infinite love and power, He passes on from bed to bed of every sick patient, administering health wherever He goes. This blessed Physician has a remedy for every disease, and the remedy is always felt to be exactly suitable to the exigency of the case. It goes, so to speak, at once to the right spot; it heals the malady wherever it be, and whatever it be, just in the right way, and just at the right time.
O then how good it is to bring all our soul diseases before the Lord! In a case of bodily sickness or painful complaint we uncover freely our malady to a physician whom we can trust; we tell him every circumstance and disclose every symptom. So should we go to the Lord with all our soul diseases, tell Him all our complaints, unfold to Him all our sorrows, and fully and freely lay before Him everything that burdens the conscience, pains the mind, and distresses the soul, looking and waiting until He speaks the word, and every malady is healed.
To the reader…
Perhaps today you are bowed down under a sickness of the soul that you have carried with you for years: unbelief, corruption, weariness, or the fierce assaults of Satan. You may have sighed that you will never be delivered from it. I say it honestly: in this life our sins are never wholly healed, but the Lord subdues them. He gives faith against unbelief, strength to the weary, a drop of His blood for the guilty conscience.
Why then would you hide your sickness? With an earthly physician we trust, we lay bare every circumstance. Go in the same way to Him Who says, “I am the LORD that healeth thee.” Tell Him everything that burdens your conscience and pains your heart. With infinite wisdom and love He goes from one sickbed to the next, and He has a remedy that fits your need exactly. Wait upon Him; one word from Him is enough.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque Yo soy Jehová tu Sanador.
Éxodo 15:26
¿Cómo sana Dios las enfermedades de Su pueblo? Las sana principalmente sujetándolas; porque en esta vida nunca son sanadas por completo. La promesa dice: “Él sujetará nuestras iniquidades” (Miqueas 7:19). Sujetarlas es refrenar su poder. Así ve a uno que sufre bajo el poder de la incredulidad. Le da fe, y esto sujeta su incredulidad. Aquí hay otro pobre paciente lánguido, muriendo de agotamiento: le da fuerza. Aquí hay un tercero que gime bajo sus corrupciones: le da una gota de Su sangre para purificar su conciencia, y una muestra de Su amor para calentar su corazón. Ve a un cuarto que clama bajo los fuertes asaltos de Satanás: con una sola mirada Satanás huye y el alma queda libre.
Así, con sabiduría infinita unida a amor y poder infinitos, va de cama en cama de cada enfermo, dando salud por dondequiera que pasa. Este bendito Médico tiene un remedio para cada enfermedad, y siempre se siente que el remedio es exactamente adecuado a la necesidad del caso. Va, por así decirlo, directamente al lugar preciso; sana el mal dondequiera que esté, y sea cual sea, justamente de la manera debida y justamente en el momento debido.
¡Oh, cuán bueno es, pues, traer todas las enfermedades de nuestra alma delante del Señor! En un caso de enfermedad corporal o de dolencia penosa descubrimos libremente nuestro mal a un médico en quien podemos confiar; le contamos cada circunstancia y le revelamos cada síntoma. Así deberíamos ir al Señor con todas las enfermedades de nuestra alma, contarle todas nuestras quejas, abrirle todas nuestras tristezas, y poner delante de Él plena y libremente todo lo que agobia la conciencia, duele a la mente y aflige el alma, mirando y esperando hasta que Él diga la palabra y todo mal sea sanado.
Al lector…
Quizá hoy está usted abatido bajo una enfermedad del alma que lleva consigo desde hace años: incredulidad, corrupción, cansancio, o los fieros asaltos de Satanás. Puede que haya suspirado pensando que nunca será librado de ella. Lo digo con sinceridad: en esta vida nuestros pecados nunca son sanados del todo, pero el Señor los sujeta. Da fe contra la incredulidad, fuerza al cansado, una gota de Su sangre para la conciencia culpable.
¿Por qué, entonces, ocultaría usted su enfermedad? Ante un médico terrenal en quien confiamos, descubrimos cada circunstancia. Vaya de la misma manera a Aquel que dice: “Yo soy Jehová tu Sanador”. Cuéntele todo lo que agobia su conciencia y duele a su corazón. Con sabiduría y amor infinitos va de un lecho de enfermo al siguiente, y tiene un remedio que se ajusta exactamente a su necesidad. Espere en Él; una sola palabra Suya basta.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De gave van Christus
Onze Heere Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader; Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Galaten 1:3-5
De Heere Jezus kwam om ons van de wereld in ons alsmede de wereld buiten ons te verlossen, opdat door Zijn stervende liefde en verzoenende bloed een nieuw hart en een nieuwe geest aan ons geschonken zouden worden, zodat we niet altijd eigen doeleinden zouden blijven nastreven, niet altijd uit zouden zijn op het strelen van onze ijdelheid, eerzucht en begerigheid; maar dat het profijt voor de ziel voor ons van veel diepere betekenis behoort te zijn dan het profijt voor ons lichaam, de voorspoed van onze omstandigheden of de vooruitgang van onze gezinnen; dat we die egoïstische geestesgesteldheid die het levensbloed van een werelds hart is, zouden moeten haten en verafschuwen; dat de redding en loutering van onze ziel onze eerste zorg moet gelden; en daarnaast, voor zover we kunnen, de lichamen en zielen van onze medemensen weldoen.
Onze Heere gaf Zichzelf derhalve voor onze zonden, opdat Hij ons ook zou verlossen van de geest van de wereld. En waar bevindt zich die geest? In ons eigen hart. We hoefden het gezelschap en de grondregels van de wereld buiten ons niet te vrezen, als we niet zo veel van de geest van de wereld binnen in ons hadden. Het is omdat we zo veel brandbaar materiaal in ons hart dragen, dat we terecht bang voor vuur zijn.
Als ik in een onbrandbaar huis kon wonen, hoefde ik niet bang te zijn als het huis van mijn buurman in vlammen staat; maar als mijn huisje een rieten dak heeft, zal ik zeker beven als de vlammen in de buurt van mijn woning komen. Zo is het in genade. Als ik volmaakt heilig zou zijn, geen boos hart bezat en niets wist van de zonde in het vlees, hoefde ik niet bang te zijn voor aanraking met de wereld. Maar omdat ik in mijn hart die wereld in me draag die slechts de tegenhanger en het evenbeeld van de wereld buiten vormt, moet ik de invloed ervan vrezen, en, als het ware, de adem van de wereld op mij; want als de geest van de wereld eenmaal mijn gedachten en gevoelens overmeestert, zal hij spoedig elk kwaad in mijn hart doen ontbranden.
Lezen: 1 Timotheüs 6:3-21
Aan de lezer…
Waar, lezer, zit de wereld het diepst? Niet in de straat, maar in ons eigen hart. Daar woont die geest die altijd eigen doeleinden zoekt en ijdelheid, eerzucht en begerigheid wil strelen. Ik vergelijk het met een huisje met een rieten dak: omdat er zoveel brandbaar materiaal binnen ligt, beven wij terecht als het vuur dichtbij komt.
Herkent u dat? Voelt u hoe snel de adem van de wereld uw gedachten en gevoelens kan overmeesteren? Wanhoop dan niet aan uzelf, maar vlucht tot Hem Die Zichzelf gaf voor onze zonden, juist om ons ook van de wereld in ons te verlossen. Door Zijn stervende liefde en verzoenend bloed geeft Hij een nieuw hart en een nieuwe geest, waarin het heil van de ziel zwaarder gaat wegen dan alle aardse voorspoed. Bid om dat hart, en wees waakzaam, want de vonk ligt dichterbij dan u denkt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Onze Heere Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader; Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Galaten 1:3-5
De Heere Jezus kwam om ons te verlossen van de wereld in ons, en ook van de wereld buiten ons. Door Zijn stervende liefde en Zijn verzoenend bloed zouden ons een nieuw hart en een nieuwe geest geschonken worden. Zo zouden we niet altijd onze eigen doeleinden blijven najagen en niet altijd uit zijn op het strelen van onze ijdelheid, eerzucht en hebzucht. Het welzijn van de ziel behoort voor ons van veel diepere betekenis te zijn dan het welzijn van ons lichaam, de voorspoed van onze omstandigheden of de vooruitgang van onze gezinnen. We behoren die zelfzuchtige gezindheid, die het levensbloed van een werelds hart is, te haten en te verafschuwen. De redding en heiliging van onze ziel moet onze eerste zorg zijn, en daarnaast moeten we, voor zover we kunnen, de lichamen en zielen van onze medemensen goeddoen.
Daarom gaf onze Heere Zichzelf voor onze zonden, opdat Hij ons ook zou verlossen van de geest van de wereld. En waar is die geest te vinden? In ons eigen hart. We zouden het gezelschap en de grondregels van de wereld buiten ons niet hoeven te vrezen als we niet zoveel van de geest van de wereld in ons hadden. Juist omdat we zoveel brandbaar materiaal in ons hart meedragen, zijn we terecht bang voor vuur.
Als ik in een onbrandbaar huis kon wonen, hoefde ik niet bang te zijn wanneer het huis van mijn buurman in vlammen staat. Maar als mijn huisje een rieten dak heeft, zal ik zeker beven wanneer de vlammen dicht bij mijn woning komen. Zo is het ook in de genade. Als ik volmaakt heilig was, geen boos hart had en niets wist van de zonde in het vlees, hoefde ik niet bang te zijn voor aanraking met de wereld. Maar omdat ik in mijn hart een wereld meedraag die slechts de tegenhanger en het evenbeeld is van de wereld buiten mij, moet ik haar invloed vrezen, en als het ware de adem van de wereld op mij. Want als de geest van de wereld eenmaal mijn gedachten en gevoelens overmeestert, zal hij spoedig elk kwaad in mijn hart doen ontbranden.
Lezen: 1 Timotheüs 6:3-21
Aan de lezer…
Waar, lezer, zit de wereld het diepst? Niet op straat, maar in ons eigen hart. Daar woont die geest die altijd eigen doeleinden zoekt en ijdelheid, eerzucht en hebzucht wil strelen. Het is als een huisje met een rieten dak: omdat er zoveel brandbaar materiaal binnen ligt, beven wij terecht als het vuur dichtbij komt.
Herkent u dat? Voelt u hoe snel de adem van de wereld uw gedachten en gevoelens kan overmeesteren? Wanhoop dan niet aan uzelf, maar vlucht tot Hem Die Zichzelf gaf voor onze zonden, juist om ons ook van de wereld in ons te verlossen. Door Zijn stervende liefde en verzoenend bloed geeft Hij een nieuw hart en een nieuwe geest, waarin het heil van de ziel zwaarder gaat wegen dan alle aardse voorspoed. Bid om dat hart, en wees waakzaam, want de vonk ligt dichterbij dan u denkt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Our Lord Jesus Christ, Who gave Himself for our sins, that He might deliver us from this present evil world, according to the will of God and our Father: to Whom be glory for ever and ever. Amen.
Galatians 1:3-5
The Lord Jesus came to deliver us from the world within us, and also from the world without us. Through His dying love and His atoning blood a new heart and a new spirit were to be given us. So we would not always go on pursuing our own ends, nor be always bent on gratifying our vanity, ambition and covetousness. The welfare of the soul ought to be of far deeper importance to us than the welfare of our body, the prosperity of our circumstances or the advancement of our families.
We ought to hate and abhor that selfish spirit which is the very life-blood of a worldly heart. The salvation and sanctification of our souls must be our first concern, and beside that we must, as far as we are able, do good to the bodies and souls of our fellow men.
Therefore our Lord gave Himself for our sins, that He might also deliver us from the spirit of the world. And where is that spirit to be found? In our own heart. We would not need to fear the company and the maxims of the world without us if we did not have so much of the spirit of the world within us. It is just because we carry so much combustible material in our heart that we are rightly afraid of fire.
If I could live in a fireproof house, I would not need to be afraid when my neighbour’s house is in flames. But if my cottage has a thatched roof, I shall certainly tremble when the flames come near my dwelling. So it is in grace. If I were perfectly holy, had no evil heart and knew nothing of sin in the flesh, I would not need to fear contact with the world. But because I carry in my heart a world that is but the counterpart and image of the world without me, I must fear its influence, and as it were the very breath of the world upon me. For once the spirit of the world masters my thoughts and feelings, it will soon set every evil in my heart ablaze.
Reading: 1 Timothy 6:3-21
To the reader…
Where, reader, does the world lie deepest? Not in the street, but in our own heart. There dwells that spirit which always seeks its own ends and wants to gratify vanity, ambition and covetousness. It is like a cottage with a thatched roof: because there is so much combustible material inside, we rightly tremble when the fire comes near.
Do you recognise this? Do you feel how quickly the breath of the world can master your thoughts and feelings? Then do not despair of yourself, but flee to Him Who gave Himself for our sins, precisely to deliver us from the world within us too. Through His dying love and atoning blood He gives a new heart and a new spirit, in which the welfare of the soul comes to weigh more than all earthly prosperity. Pray for that heart, and be watchful, for the spark lies nearer than you think.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Nuestro Señor Jesucristo, el Cual se dio a Sí mismo por nuestros pecados para librarnos de este presente siglo malo, conforme a la voluntad de Dios y Padre nuestro; al Cual sea la gloria por siglos de siglos. Amén.
Gálatas 1:3-5
El Señor Jesús vino a librarnos del mundo que está dentro de nosotros, y también del mundo que está fuera de nosotros. Por Su amor que murió y Su sangre expiatoria se nos había de dar un corazón nuevo y un espíritu nuevo. Así no andaríamos siempre persiguiendo nuestros propios fines, ni estaríamos siempre empeñados en satisfacer nuestra vanidad, ambición y codicia. El bien del alma debería ser para nosotros de una importancia mucho más profunda que el bien de nuestro cuerpo, la prosperidad de nuestras circunstancias o el progreso de nuestras familias.
Deberíamos odiar y aborrecer ese espíritu egoísta que es la sangre misma de un corazón mundano. La salvación y la santificación de nuestras almas deben ser nuestra primera preocupación, y junto a ello debemos, en la medida de nuestras fuerzas, hacer bien a los cuerpos y a las almas de nuestros semejantes.
Por eso nuestro Señor se dio a Sí mismo por nuestros pecados, para librarnos también del espíritu del mundo. ¿Y dónde se encuentra ese espíritu? En nuestro propio corazón. No necesitaríamos temer la compañía y las máximas del mundo que está fuera de nosotros si no tuviéramos tanto del espíritu del mundo dentro de nosotros. Precisamente porque llevamos tanto material combustible en el corazón, con razón tememos el fuego.
Si pudiera vivir en una casa a prueba de incendios, no tendría que temer cuando la casa de mi vecino está en llamas. Pero si mi casita tiene techo de paja, ciertamente temblaré cuando las llamas se acerquen a mi morada. Así sucede en la gracia. Si yo fuera perfectamente santo, no tuviera un corazón malo y no supiera nada del pecado en la carne, no tendría que temer el contacto con el mundo. Pero porque llevo en mi corazón un mundo que no es sino la contrapartida e imagen del mundo que está fuera de mí, debo temer su influencia y, por así decirlo, el mismo aliento del mundo sobre mí. Porque en cuanto el espíritu del mundo domina mis pensamientos y sentimientos, pronto prenderá fuego a todo mal que hay en mi corazón.
Lectura: 1 Timoteo 6:3-21
Al lector…
¿Dónde, lector, está el mundo más hondamente arraigado? No en la calle, sino en nuestro propio corazón. Allí habita ese espíritu que siempre busca sus propios fines y quiere satisfacer la vanidad, la ambición y la codicia. Es como una casita con techo de paja: porque hay tanto material combustible dentro, con razón temblamos cuando el fuego se acerca.
¿Lo reconoce? ¿Siente con qué rapidez el aliento del mundo puede dominar sus pensamientos y sentimientos? Entonces no desespere de sí mismo, sino huya a Aquel que se dio a Sí mismo por nuestros pecados, precisamente para librarnos también del mundo que está dentro de nosotros. Por Su amor que murió y Su sangre expiatoria da un corazón nuevo y un espíritu nuevo, en el que el bien del alma llega a pesar más que toda prosperidad terrenal. Ore pidiendo ese corazón, y esté alerta, porque la chispa está más cerca de lo que piensa.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het beeld Gods is.
2 Corinthe 4:4
O, welk een schoonheid en heerlijkheid blinken er uit het Evangelie, wanneer wij daarop zien in verband met de Persoon en het werk van de Zoon van God! Neem de leerstellingen der genade, afgescheiden van de Persoon van Christus, dan zijn het verstrooide ledematen; geen schoonheid is er in. Maar beschouw de waarheden van het Evangelie in verband met de Persoon en het werk van de Zoon van God; welk een hemels licht, welk een Goddelijke heerlijkheid wordt er dan op iedere waarheid geworpen met betrekking tot Zijn heilige Persoon, verzoenend bloed, volbracht werk en stervende liefde! Dit is de rechte manier om het Evangelie op te vatten; niet als een samenstel van lapjes en reepjes, of als een blote verzameling of ontwerp van zekere leerstellingen, die op en neer drijven in het Woord van God gelijk strandgoed van een gestrand schip, maar als een welluidend Evangelie, vol genade, barmhartigheid en waarheid, verzadigd met Goddelijke heerlijkheid, en dit alles verbonden met en ontspringende uit de Persoon van de Middelaar.
Hoe heft het ons op gedurende de tijd dat wij ertoe verwaardigd worden, boven de zonde en de ellende, en zien wij onze volmaaktheid in Christus, ons aandeel in Zijn volbracht werk, en beschouwen wij onszelf als leden van Zijn verborgen lichaam, triomferende in Zijn heilige overwinning. Wij verheugen ons daarin en varen met Hem op boven de rook en het geraas van deze duistere plaats, die de mensen aarde noemen. Gelijk iemand die uit de Londense mist opklimt tot een zuivere atmosfeer en zich op zekere bergtop koestert in de heldere stralen der zon, zo kan ook het beminde kind van God, wanneer hij verwaardigd wordt zijn recht duidelijk te lezen, zijn naam geschreven zien in het boek des levens, de liefde Gods in zijn hart gevoelen en zich in Christus verblijden. Hij wordt boven de rook en de mist van deze duistere plaats verheven. Hij ontwaart dat hij met Christus zit in hemelse plaatsen en hij bemerkt een zoete overwinning over iedere inwendige, uitwendige en helse vijand.
En geen andere weg is er die ons daar boven brengen kan. Gelijk iemand in de Londense mist met deze te kampen heeft in het oosten, westen, zuiden en noorden, het is mist en overal mist, zo is het wanneer wij voortgaande overal de zonde en het eigen ik ontmoeten; hetzij wij noord-, zuid-, west- of oostwaarts gaan, wij ontmoeten niets dan mist, zware, dichte mist. Wij moeten eruit opklimmen tot de bergtop, en dit kan alleen plaatshebben door een zoete overreding van ons aandeel in het bloed en de liefde van de Zoon van God. Deze heft op en heft uit, zij geeft kracht en geeft alleen de overwinning. En voor zover wij de verwezenlijking van deze dierbare zaak missen, tasten wij naar de wand als de blinden en struikelen wij in woeste plaatsen gelijk de kreupelen.
Het is waar dat Gods kinderen grotendeels slechts weinig van deze dierbare gestalten beleven; het is zo genoten en weggesloten. Maar het is toch zoveel, dat zij de zoetheid, de schoonheid en heerlijkheid ervan kennen, en daarom genoegzaam, zolang zij het beleven, om hen in hun loop te doen volharden, strijdende totdat zij de eeuwige heerlijkheid bereiken.
Aan de lezer…
Leeft u in een dichte mist, lieve lezer, waar u naar alle kanten niets dan zonde en uw eigen ik ontmoet? Gaat u oostwaarts of westwaarts, het is overal mist, en u tast naar de wand als een blinde. Dan wordt het u duidelijk dat geen leerstelling op zichzelf u daaruit kan halen. De waarheden van het Evangelie zijn als verstrooide ledematen, zolang zij niet gezien worden in verband met de Persoon en het werk van de Zoon van God.
Maar wanneer Christus erin gezien wordt, Zijn verzoenend bloed, Zijn volbracht werk en Zijn stervende liefde, dan blinkt er een hemels licht uit. Dan mag een arme ziel als op een bergtop boven de mist uitklimmen en zich in Hem verblijden. Het is waar: Gods kinderen beleven er dikwijls maar weinig van; het is zo genoten en weggesloten. Maar ook dat weinige is genoeg om u te doen volharden, strijdende totdat u de eeuwige heerlijkheid bereikt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het beeld Gods is.
2 Corinthe 4:4
O, wat een schoonheid en heerlijkheid stralen er uit het Evangelie wanneer wij het zien in verband met de Persoon en het werk van de Zoon van God! Neem de leerstukken van de genade los van de Persoon van Christus, dan zijn het verstrooide ledematen; er is geen schoonheid in. Maar beschouw de waarheden van het Evangelie in verband met de Persoon en het werk van de Zoon van God: wat een hemels licht, wat een goddelijke heerlijkheid valt er dan op iedere waarheid, in verband met Zijn heilige Persoon, Zijn verzoenend bloed, Zijn volbracht werk en Zijn stervende liefde! Dit is de juiste manier om het Evangelie op te vatten. Niet als een samenraapsel van lapjes en reepjes, of als een losse verzameling of opzet van bepaalde leerstellingen, die in het Woord van God op en neer drijven als wrakhout van een gestrand schip. Nee, als een welluidend Evangelie, vol genade, barmhartigheid en waarheid, verzadigd met goddelijke heerlijkheid, en dat alles verbonden met en ontspringend uit de Persoon van de Middelaar.
Hoe tilt het ons, zolang wij dat mogen beleven, op boven de zonde en de ellende! Dan zien wij onze volmaaktheid in Christus en ons deel aan Zijn volbracht werk, en beschouwen wij onszelf als leden van Zijn verborgen lichaam, die triomferen in Zijn heilige overwinning. Wij verheugen ons daarin en stijgen met Hem op boven de rook en het rumoer van deze duistere plaats, die de mensen aarde noemen. Zoals iemand die uit de Londense mist opklimt naar een zuivere lucht en zich op een bergtop koestert in de heldere stralen van de zon, zo is het ook met het geliefde kind van God, wanneer het zijn recht duidelijk mag lezen, zijn naam geschreven mag zien in het boek des levens, de liefde van God in zijn hart mag voelen en zich in Christus mag verblijden. Hij wordt boven de rook en de mist van deze duistere plaats verheven. Hij merkt dat hij met Christus zit in de hemel, en hij ervaart een zoete overwinning over iedere inwendige, uitwendige en helse vijand.
En er is geen andere weg die ons daarboven kan brengen. Zoals iemand in de Londense mist daarmee te kampen heeft in het oosten, westen, zuiden en noorden — het is mist en overal mist —, zo is het wanneer wij onderweg overal de zonde en het eigen ik tegenkomen. Of wij nu naar het noorden, zuiden, westen of oosten gaan, wij komen niets dan mist tegen, zware, dichte mist. Wij moeten eruit opklimmen naar de bergtop, en dat kan alleen gebeuren door een zoete overtuiging van ons deel aan het bloed en de liefde van de Zoon van God. Die tilt op en tilt eruit; die alleen geeft kracht en geeft de overwinning. En voor zover wij de werkelijkheid van deze dierbare zaak missen, tasten wij naar de wand als blinden en struikelen wij op woeste plaatsen als kreupelen.
Het is waar dat Gods kinderen meestal maar weinig van deze dierbare gestalten beleven; het is zo genoten en weer weggesloten. Maar het is toch zoveel dat zij de zoetheid, de schoonheid en de heerlijkheid ervan kennen. Daarom is het, zolang zij het beleven, genoeg om hen in hun loop te laten volharden, strijdend totdat zij de eeuwige heerlijkheid bereiken.
Aan de lezer…
Leeft u in een dichte mist, waar u naar alle kanten niets dan zonde en uw eigen ik tegenkomt? Gaat u naar het oosten of naar het westen, het is overal mist, en u tast naar de wand als een blinde. Dan wordt het u duidelijk dat geen leerstelling op zichzelf u daaruit kan halen. De waarheden van het Evangelie zijn als verstrooide ledematen, zolang zij niet gezien worden in verband met de Persoon en het werk van de Zoon van God.
Maar wanneer Christus erin gezien wordt, Zijn verzoenend bloed, Zijn volbracht werk en Zijn stervende liefde, dan straalt er een hemels licht uit. Dan mag een arme ziel als op een bergtop boven de mist uitklimmen en zich in Hem verblijden. Het is waar: Gods kinderen beleven er vaak maar weinig van; het is zo genoten en weer weggesloten. Maar ook dat weinige is genoeg om u te laten volharden, strijdend totdat u de eeuwige heerlijkheid bereikt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“The light of the glorious gospel of Christ, who is the image of God.”
2 Corinthians 4:4
Oh! what beauty and blessedness shine forth in the gospel, when we view it connected with the Person and work of the Son of God! Take the doctrines of grace isolated from the Person of Christ; they are scattered limbs; there is no beauty in them; but view the truths of the gospel, in connection with the Person and work of the Son of God, what a heavenly light, what a divine glory is cast upon every truth connected with His sacred Person, atoning blood, finished work, and dying love! This is the way to receive the gospel—not as a thing of shreds and patches, a mere collection or scheme of certain doctrines floating up and down God’s Word, as waifs and strays from a stranded ship; but as one harmonious gospel, full of grace, mercy, and truth, impregnated with divine blessedness, and all connected with, all springing out of, the Person of the God-Man.
How it seems to lift us up for a time, while the feeling lasts, above sin, misery, and wretchedness, to view our completeness in Christ, to see our saving interest in His finished work, to behold ourselves members of His mystical body, to triumph in His holy triumphs, to rejoice in His victories, and to ascend with Him above the smoke and stir of this dim spot that men call earth. As one might rise out of a London fog into a pure atmosphere, and bask on some mountain-top in the bright beams of the sun, so the dear saint of God, when he is privileged to read his title clear, see his name in the book of life, feel the love of God in his heart, and rejoice in Christ, is lifted up above the fog and smoke of this dim spot, and sitting with Christ in heavenly places, he feels a sweet victory over every foe internal, external, and infernal.
And there is no other way whereby we can get out of it. Like a man in the London fog, struggling on with fog in the east, west, north, south, fog and smoke all around; so it is while we are struggling onward with sin and self—north, south, east, and west, there is nothing but fog, fog, deep and dense. We must be raised out of it to the mountain-top, and this only can be by being lifted up by a sweet testimony of saving interest in the blood and love of the Son of God. This lifts up, this lifts out; this gives strength, and this alone will give victory; and so far as we fall short of realizing these precious things, we grope for the wall like the blind, and stumble in desolate places like dead men.
It is true that for the most part the saints of God only have a little of these blessed things, from time to time, just brought in and taken away, but sufficient to taste their sweetness, to know their beauty, to see their glory, and therefore sufficient, while they last, to help them onward in their course, and keep them struggling on, until they reach that eternal glory.
To the reader…
Are you living in a thick fog, where on every side you meet nothing but sin and your own self? Whether you go east or west, there is fog everywhere, and you grope for the wall like the blind. Then it becomes clear to you that no doctrine by itself can bring you out of it. The truths of the gospel are like scattered limbs as long as they are not seen in connection with the Person and work of the Son of God.
But when Christ is seen in them, His atoning blood, His finished work and His dying love, a heavenly light shines out of them. Then a poor soul may climb above the fog as on a mountain-top and rejoice in Him. It is true that God’s children often experience but little of this; it is enjoyed and then shut away again. But even that little is enough to make you persevere, struggling on until you reach the eternal glory.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“La lumbre del evangelio de la gloria de Cristo, el cual es la imagen de Dios.”
2 Corintios 4:4
¡Oh, qué hermosura y bienaventuranza resplandecen en el evangelio cuando lo contemplamos unido a la Persona y obra del Hijo de Dios! Tome las doctrinas de la gracia aisladas de la Persona de Cristo: son miembros dispersos; no hay hermosura en ellas; pero contemple las verdades del evangelio en relación con la Persona y obra del Hijo de Dios, ¡y qué luz celestial, qué gloria divina se derrama sobre cada verdad unida a Su sagrada Persona, Su sangre expiatoria, Su obra consumada y Su amor moribundo! Esta es la manera de recibir el evangelio: no como una cosa de retazos y remiendos, una mera colección o esquema de ciertas doctrinas que flotan de acá para allá en la Palabra de Dios, como restos a la deriva de un barco encallado; sino como un evangelio armonioso, lleno de gracia, misericordia y verdad, impregnado de bienaventuranza divina, y todo unido a la Persona del Dios-Hombre y todo brotando de ella.
¡Cómo parece elevarnos por un tiempo, mientras dura el sentimiento, por encima del pecado, la miseria y la desdicha, el contemplar nuestra plenitud en Cristo, ver nuestra parte salvadora en Su obra consumada, mirarnos como miembros de Su cuerpo místico, triunfar en Sus santos triunfos, regocijarnos en Sus victorias y subir con Él por encima del humo y del bullicio de este rincón sombrío que los hombres llaman tierra! Así como uno podría elevarse de una niebla londinense a una atmósfera pura y bañarse en la cima de algún monte en los brillantes rayos del sol, así el querido santo de Dios, cuando tiene el privilegio de leer claro su título, ver su nombre en el libro de la vida, sentir el amor de Dios en su corazón y regocijarse en Cristo, es elevado por encima de la niebla y del humo de este rincón sombrío y, sentado con Cristo en los lugares celestiales, siente una dulce victoria sobre todo enemigo, interior, exterior e infernal.
Y no hay otro modo de salir de ello. Como un hombre en la niebla de Londres, que avanza a duras penas con niebla al este, al oeste, al norte y al sur, niebla y humo por todas partes, así sucede mientras luchamos por avanzar con el pecado y el yo: al norte, al sur, al este y al oeste no hay más que niebla, niebla honda y densa. Hemos de ser levantados de ella hasta la cima del monte, y esto solo puede ser siendo elevados por un dulce testimonio de parte salvadora en la sangre y el amor del Hijo de Dios. Esto levanta, esto saca afuera; esto da fuerza, y solo esto dará la victoria; y en la medida en que nos quedamos cortos de hacer reales estas cosas preciosas, palpamos la pared como ciegos y tropezamos en lugares desolados como muertos.
Es verdad que, en su mayor parte, los santos de Dios solo tienen un poco de estas benditas cosas, de vez en cuando, apenas traídas y quitadas de nuevo, pero lo suficiente para gustar su dulzura, conocer su hermosura, ver su gloria, y por eso lo suficiente, mientras duran, para ayudarles a seguir adelante en su carrera y mantenerlos luchando hasta que lleguen a aquella gloria eterna.
Al lector…
¿Vive usted en una niebla espesa, donde por todos lados no encuentra más que pecado y su propio yo? Vaya al este o al oeste, hay niebla por todas partes, y palpa la pared como un ciego. Entonces se le hace claro que ninguna doctrina por sí sola puede sacarle de ella. Las verdades del evangelio son como miembros dispersos mientras no se ven en relación con la Persona y obra del Hijo de Dios.
Pero cuando se ve a Cristo en ellas, Su sangre expiatoria, Su obra consumada y Su amor moribundo, una luz celestial resplandece de ellas. Entonces un alma pobre puede subir por encima de la niebla como a la cima de un monte y regocijarse en Él. Es verdad que los hijos de Dios a menudo experimentan poco de esto; se goza y luego vuelve a ocultarse. Pero aun ese poco basta para hacerle perseverar, luchando hasta que llegue a la gloria eterna.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl