5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.
Galaten 2:20
Veel van Gods heiligen zijn misschien niet zo hoog begunstigd dat zij de taal van Paulus, die van kracht en persoonlijke zekerheid getuigt, op hun lippen kunnen nemen. Zij mogen dan, en soms tegen de hoop in, door een straal van de Zon der Gerechtigheid zien dat Gods Zoon hen heeft liefgehad en Zichzelf voor hen heeft overgegeven. Maar de kracht van Paulus’ overtuiging en de volle uitdrukking van zijn vertrouwen stellen zowel hun zekerheid als hun taal zo ver in de schaduw, dat vele ware gelovigen van God belijden dat zij veel tekortkomen, zowel in het hart als in het spreken. Maar dit gebrek aan gelukkige zekerheid zoals die in het hart wordt genoten en door de mond wordt uitgesproken — want wanneer God werkt, moeten geweten en mond samengaan — neemt de zaak zelf niet weg.
Wolken en duisternis kunnen soms de zon verduisteren, maar de zon aan de hemel verdwijnt niet. Op dezelfde manier kunnen wolken en duisternis de Zon der Gerechtigheid verduisteren, maar zij laten haar niet verdwijnen uit de geestelijke hemel. Hij heeft u nog steeds lief en Hij heeft Zichzelf voor u, die in Zijn naam gelooft, overgegeven, al kunt u zich niet verheffen tot het geloof van Paulus, of met dezelfde volle zekerheid spreken.
De knop heeft dezelfde gemeenschap met de wijnstok als de ranken, hoewel hij niet dezelfde kracht van verbondenheid bezit. De zuigeling is net zo goed een lid van het gezin als de volwassen zoon, maar hij heeft niet hetzelfde bewustzijn van zijn verwantschap. De voet is net zo goed een deel van het lichaam als het oog of de hand. Hoewel de voet minder dicht bij het hoofd staat, heeft hij dezelfde waarde en nuttigheid.
Opent uwe mond,
eist van Mij vrijmoedig
op Mijn trouwverbond.
Al wat u ontbreekt,
schenk Ik, zo gij ’t smeekt,
mild en overvloedig.
Ps. 81:12
Aan de lezer…
Vandaag worden u de woorden van Paulus voorgehouden. Kunt u ze niet met dezelfde vrijmoedigheid nazeggen: „Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft”? Belijdt u met schaamte dat uw zekerheid zwak is en uw mond vaak zwijgt waar hij zou willen roemen? Wees daarom niet moedeloos. Wolken kunnen de Zon der Gerechtigheid voor uw oog verbergen, maar zij doen Hem niet uit de hemel verdwijnen. Uw gebrek aan gelukkige zekerheid neemt de zaak zelf niet weg.
Denk aan de knop aan de wijnstok, aan de zuigeling in het gezin, aan de voet aan het lichaam. Zij hebben minder kracht, minder besef, minder aanzien, en toch behoren zij er even wezenlijk bij. Zo is het ook met u, als u in Zijn naam gelooft: Hij heeft u nog steeds lief en heeft Zichzelf ook voor u overgegeven. Open dan uw mond en vraag Hem vrijmoedig om meer licht, want wat u ontbreekt, wil Hij schenken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.
Galaten 2:20
Veel van Gods heiligen zijn misschien niet zo hoog begunstigd dat zij de woorden van Paulus, die van kracht en persoonlijke zekerheid getuigen, in de mond kunnen nemen. Zij mogen dan, soms tegen hoop in, door een straal van de Zon der Gerechtigheid zien dat Gods Zoon hen heeft liefgehad en Zichzelf voor hen heeft overgegeven. Maar de kracht van Paulus’ overtuiging en de volle uitdrukking van zijn vertrouwen stellen zowel hun zekerheid als hun woorden zo ver in de schaduw, dat veel ware gelovigen belijden dat zij ver tekortschieten, zowel in hun hart als in hun spreken. Toch neemt dit gebrek aan blijde zekerheid, zoals die in het hart genoten en met de mond uitgesproken wordt — want wanneer God werkt, moeten geweten en mond samengaan — de zaak zelf niet weg.
Wolken en duisternis kunnen soms de zon verduisteren, maar de zon aan de hemel verdwijnt daardoor niet. Zo kunnen wolken en duisternis ook de Zon der Gerechtigheid verduisteren, maar zij laten Hem niet verdwijnen uit de geestelijke hemel. Hij heeft u nog steeds lief, en Hij heeft Zichzelf overgegeven voor u die in Zijn Naam gelooft, ook al kunt u zich niet verheffen tot het geloof van Paulus en niet met dezelfde volle zekerheid spreken.
De knop heeft dezelfde gemeenschap met de wijnstok als de ranken, ook al bezit hij niet dezelfde kracht van verbondenheid. De zuigeling is evengoed een lid van het gezin als de volwassen zoon, maar hij heeft niet hetzelfde besef van die verwantschap. De voet is evengoed een deel van het lichaam als het oog of de hand. Al staat de voet verder van het hoofd af, hij heeft dezelfde waarde en hetzelfde nut.
Opent uwe mond,
eist van Mij vrijmoedig
op Mijn trouwverbond.
Al wat u ontbreekt,
schenk Ik, zo gij ’t smeekt,
mild en overvloedig.
Ps. 81:12
Aan de lezer…
Vandaag worden u de woorden van Paulus voorgehouden. Kunt u ze niet met dezelfde vrijmoedigheid nazeggen: „Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft”? Belijdt u met schaamte dat uw zekerheid zwak is en dat uw mond vaak zwijgt waar hij zou willen roemen? Wees daarom niet moedeloos. Wolken kunnen de Zon der Gerechtigheid voor uw oog verbergen, maar zij doen Hem niet uit de hemel verdwijnen. Uw gebrek aan blijde zekerheid neemt de zaak zelf niet weg.
Denk aan de knop aan de wijnstok, aan de zuigeling in het gezin, aan de voet aan het lichaam. Zij hebben minder kracht, minder besef en minder aanzien, en toch horen zij er even wezenlijk bij. Zo is het ook met u, als u in Zijn Naam gelooft: Hij heeft u nog steeds lief en heeft Zichzelf ook voor u overgegeven. Open dan uw mond en vraag Hem vrijmoedig om meer licht, want wat u ontbreekt, wil Hij schenken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Who loved me, and gave Himself for me.
Galatians 2:20
Many of the saints of God may not be so highly favored as to take up into their lips Paul’s language of strong, personal assurance. They may hope, and at times may rise beyond a hope, into a sweet confidence, by the shining in of the Sun of righteousness, that the Son of God has loved them, and given Himself for them. But the strength of Paul’s persuasion and the full expression of his confidence so far outstrip both their assurance and their language, that many real saints of God confess they come short both in heart and tongue. Yet their coming short of this blessed certainty as an enjoyed reality in the heart, and as a declared confidence by the mouth—for conscience and tongue must move together where God works—does not affect the fact.
Clouds and mists sometimes obscure the sun, but they do not blot him out of the sky. So the mists and fogs of unbelief may obscure the Sun of righteousness, yet they do not blot Him out of the spiritual hemisphere. He still loved you and gave Himself for you who believe in His Name, though you may not be able to rise up to the faith of Paul, or speak with the same fullness of assurance.
The bud has the same union with the vine as the branch, but not the same strength of union; the babe is as much a member of the family as the grown-up son, but has not the same knowledge of its relationship; the foot is as much a part of the body as the eye or the hand, though it has not the same nearness to the head, or the same honors and employments.
To the reader…
Today the words of Paul are set before you. Can you not repeat them with the same boldness: “Who loved me, and gave Himself for me”? Do you confess with shame that your assurance is weak and that your mouth is often silent where it would like to boast? Do not be discouraged by that. Clouds may hide the Sun of righteousness from your eye, but they do not blot Him out of the sky. Your lack of joyful assurance does not take away the thing itself.
Think of the bud on the vine, the babe in the family, the foot on the body. They have less strength, less understanding and less honour, and yet they belong just as truly. So it is with you, if you believe in His Name: He still loves you and has given Himself for you too. Open your mouth, then, and ask Him boldly for more light, for what you lack He is willing to give.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
El cual me amó, y se entregó a Sí mismo por mí.
Gálatas 2:20
Muchos de los santos de Dios quizá no sean tan altamente favorecidos como para tomar en sus labios el lenguaje de fuerte seguridad personal de Pablo. Pueden esperar, y a veces pueden elevarse más allá de una esperanza a una dulce confianza, por el resplandor del Sol de justicia, de que el Hijo de Dios los ha amado y se ha entregado por ellos. Pero la fuerza de la persuasión de Pablo y la plena expresión de su confianza sobrepasan tanto su seguridad como su lenguaje, de modo que muchos verdaderos santos de Dios confiesan que se quedan cortos tanto en el corazón como en la lengua. Sin embargo, el que se queden cortos de esta bendita certeza como realidad gozada en el corazón y como confianza declarada por la boca —pues donde Dios obra, la conciencia y la lengua deben ir juntas— no afecta al hecho.
Las nubes y las nieblas a veces oscurecen el sol, pero no lo borran del cielo. Así las nieblas y brumas de la incredulidad pueden oscurecer el Sol de justicia, pero no Le borran del hemisferio espiritual. Aun así Él le amó y se entregó por usted, que cree en Su Nombre, aunque no pueda elevarse a la fe de Pablo ni hablar con la misma plenitud de seguridad.
El brote tiene la misma unión con la vid que la rama, pero no la misma fuerza de unión; el niño de pecho es tan miembro de la familia como el hijo adulto, pero no tiene el mismo conocimiento de su parentesco; el pie es tanto parte del cuerpo como el ojo o la mano, aunque no tiene la misma cercanía a la cabeza, ni los mismos honores y oficios.
Al lector…
Hoy se le presentan las palabras de Pablo. ¿No puede repetirlas con la misma confianza: “El cual me amó, y se entregó a Sí mismo por mí”? ¿Confiesa con vergüenza que su seguridad es débil y que su boca calla a menudo donde quisiera gloriarse? No se desanime por ello. Las nubes pueden ocultar a su vista el Sol de justicia, pero no Le borran del cielo. Su falta de seguridad gozosa no quita la cosa en sí.
Piense en el brote de la vid, en el niño de pecho en la familia, en el pie del cuerpo. Tienen menos fuerza, menos entendimiento y menos honra, y sin embargo pertenecen igual de verdad. Así es con usted, si cree en Su Nombre: Él le sigue amando y se ha entregado también por usted. Abra, pues, su boca y pídale con confianza más luz, porque lo que le falta, Él está dispuesto a darlo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De wonderen van Christus
De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en de armen wordt het Evangelie verkondigd. En zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden.
Mattheüs 11:5-6
Het woord kreupele of lamme betekent iemand die zijn ledematen niet kan bewegen; die niet in staat is zijn lichaam ook maar iets te bewegen. Welnu, wordt hiermee niet de ellendige toestand en gesteldheid van Adams gevallen nakomelingen beschreven? We kennen de zondeval in theorie beter dan in de praktijk. We kennen de zondeval in ons hoofd beter dan in ons hart. We zeggen dat de mens dood door de zonden is, dat zijn vermogens allemaal zijn verlamd, dat hij volkomen hulpeloos is aangaande de dingen Gods.
Dit is onze belijdenis. Maar als we die in praktijk moeten brengen, zijn we verbijsterd, verward, vaak verontrust, omdat onze belijdenis zo waar is. We geloven met ons gezonde verstand dat we geheel verlamd zijn; maar als we beginnen te merken dat we niet vooruit kunnen bewegen, en hoezeer het klopt wat we zeggen te zijn; als het licht van ons verstand in ons hart afdaalt en levend wordt, wat belemmert dit ons verstand dan! Verlamd in gebed, zodat we ons hart niet kunnen uitstorten; verlamd in ons lezen, zodat we nauwelijks iets begrijpen of aanvoelen van de bijbeltekst; verlamd in het gehoor, verlamd in het spreken, verlamd in het denken, verlamd in het handelen; allemaal aangetast, allemaal verwelkt, allemaal verstijfd, allemaal niet in staat vooruit te gaan. Als een gevoel van hulpeloosheid zo op ons geweten ligt, wat raakt dit ons dan diep!
Maar de belofte luidt — en soms gaat deze op heerlijke wijze even in vervulling — dat „de kreupelen wandelen” (Matth. 11:5). Hoe? In hun eigen kracht? Nee; niet in hun eigen kracht. In de kracht van de Heere. We lezen: „Ze zullen wandelen in de naam des Heeren”, dat wil zeggen, in Gods kracht. „Mijn kracht,” zegt Christus tegen Paulus, „wordt in zwakheid volbracht.” „Uit Mij,” zegt de Heere tegen Zijn kerk, „vindt ge uw kracht.”
Lezen: Johannes 5:1-17
Aan de lezer…
Kunt u soms niet bidden, waarde lezer? Begrijpt u nauwelijks wat u in de Bijbel leest, en voelt u zich verlamd in denken, spreken en handelen? U hebt altijd beleden dat de mens hulpeloos is in de dingen Gods. Nu moet u die belijdenis aan den lijve ervaren, en dat verbijstert en verontrust u.
Wees niet verbaasd dat uw belijdenis waar blijkt te zijn. Het is juist de weg waarop de Heere de kreupelen leert wandelen. Niet in hun eigen kracht, want die is er niet, maar in de naam des Heeren. „Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht”, zei Hij tegen Zijn dienaar, en tot Zijn kerk: „Uit Mij vindt ge uw kracht.” Bent u hulpeloos, zeg het Hem dan eerlijk. Uw verlamming is geen sluitstuk, maar de plaats waar Zijn kracht wil beginnen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en de armen wordt het Evangelie verkondigd. En zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden.
Mattheüs 11:5-6
Het woord kreupele of lamme betekent iemand die zijn ledematen niet kan bewegen, die zijn lichaam niet in het minst kan bewegen. Wordt daarmee niet de ellendige toestand en gesteldheid van Adams gevallen nakomelingen beschreven? We kennen de zondeval beter in theorie dan in de praktijk. We kennen de zondeval beter met ons hoofd dan met ons hart. We zeggen dat de mens dood is door de zonden, dat al zijn vermogens verlamd zijn en dat hij in de dingen van God volkomen hulpeloos is.
Dat is onze belijdenis. Maar wanneer we die in de praktijk moeten ervaren, zijn we verbijsterd, in de war en vaak verontrust, juist omdat onze belijdenis zo waar is. Met ons gezonde verstand geloven we dat we geheel verlamd zijn. Maar wanneer we beginnen te merken dat we niet vooruit kunnen komen, en hoe waar het is wat we zeggen te zijn; wanneer het licht van ons verstand in ons hart neerdaalt en levend wordt, hoe staat ons verstand dan stil! Verlamd in het gebed, zodat we ons hart niet kunnen uitstorten; verlamd bij het lezen, zodat we nauwelijks iets van de bijbeltekst begrijpen of voelen; verlamd in het horen, verlamd in het spreken, verlamd in het denken, verlamd in het handelen; alles aangetast, alles verdord, alles verstijfd, alles niet in staat om vooruit te komen. Wanneer zo’n gevoel van hulpeloosheid op ons geweten ligt, hoe diep raakt ons dat dan!
Maar de belofte luidt – en soms gaat zij op heerlijke wijze even in vervulling – dat „de kreupelen wandelen” (Matth. 11:5). Hoe? In hun eigen kracht? Nee, niet in hun eigen kracht, maar in de kracht van de Heere. We lezen: „Ze zullen wandelen in de naam des Heeren”, dat wil zeggen: in Gods kracht. „Mijn kracht,” zegt Christus tegen Paulus, „wordt in zwakheid volbracht.” „Uit Mij,” zegt de Heere tegen Zijn kerk, „vindt ge uw kracht.”
Lezen: Johannes 5:1-17
Aan de lezer…
Kunt u soms niet bidden, waarde lezer? Begrijpt u nauwelijks wat u in de Bijbel leest, en voelt u zich verlamd in denken, spreken en handelen? U hebt altijd beleden dat de mens hulpeloos is in de dingen van God. Nu moet u die belijdenis aan den lijve ervaren, en dat verbijstert en verontrust u.
Wees niet verbaasd dat uw belijdenis waar blijkt te zijn. Het is juist de weg waarop de Heere de kreupelen leert wandelen: niet in hun eigen kracht, want die is er niet, maar in de naam des Heeren. „Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht”, zei Hij tegen Zijn dienaar, en tegen Zijn kerk: „Uit Mij vindt ge uw kracht.” Bent u hulpeloos? Zeg het Hem dan eerlijk. Uw verlamming is geen eindpunt, maar de plaats waar Zijn kracht wil beginnen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The blind receive their sight, and the lame walk, the lepers are cleansed, and the deaf hear, the dead are raised up, and the poor have the gospel preached to them. And blessed is he, whosoever shall not be offended in Me.
Matthew 11:5-6
The word lame or crippled means one who cannot move his limbs, who cannot move his body in the least. Is not this a description of the wretched state and condition of Adam’s fallen posterity? We know the fall better in theory than in practice. We know the fall better with our head than with our heart. We say that man is dead in sins, that all his faculties are paralysed and that he is utterly helpless in the things of God.
That is our profession. But when we have to experience it in practice, we are bewildered, perplexed and often troubled, precisely because our profession is so true. With our sound judgment we believe that we are wholly paralysed. But when we begin to find that we cannot go forward, and how true it is that we are what we say we are; when the light of our understanding comes down into our heart and becomes living, how our understanding stands still! Paralysed in prayer, so that we cannot pour out our heart; paralysed in reading, so that we scarcely understand or feel anything of the text of Scripture; paralysed in hearing, paralysed in speaking, paralysed in thinking, paralysed in acting; everything affected, everything withered, everything stiffened, everything unable to go forward. When such a sense of helplessness lies upon our conscience, how deeply it touches us!
But the promise runs – and sometimes it is gloriously fulfilled for a while – that “the lame walk” (Matthew 11:5). How? In their own strength? No, not in their own strength, but in the strength of the Lord. We read: “They shall walk up and down in His Name,” that is, in God’s strength. “My strength,” says Christ to Paul, “is made perfect in weakness.” “From Me,” says the Lord to His church, “is thy fruit found.”
Reading: John 5:1-17
To the reader…
Are there times when you cannot pray, dear reader? Do you scarcely understand what you read in the Bible, and do you feel paralysed in thinking, speaking and acting? You have always professed that man is helpless in the things of God. Now you must experience that profession in your own person, and it bewilders and troubles you.
Do not be surprised that your profession turns out to be true. It is the very way in which the Lord teaches the lame to walk: not in their own strength, for there is none, but in the Name of the Lord. “My strength is made perfect in weakness,” He said to His servant, and to His church: “From Me is thy fruit found.” Are you helpless? Then tell Him so honestly. Your paralysis is not an end, but the place where His strength means to begin.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Los ciegos ven, y los cojos andan; los leprosos son limpiados, y los sordos oyen; los muertos son resucitados, y a los pobres es anunciado el evangelio. Y bienaventurado es el que no fuere escandalizado en Mí.
Mateo 11:5-6
La palabra cojo o tullido significa uno que no puede mover sus miembros, que no puede mover su cuerpo en lo más mínimo. ¿No es esto una descripción del miserable estado y condición de la posteridad caída de Adán? Conocemos la caída mejor en la teoría que en la práctica. Conocemos la caída mejor con la cabeza que con el corazón. Decimos que el hombre está muerto en pecados, que todas sus facultades están paralizadas y que es completamente impotente en las cosas de Dios.
Esa es nuestra profesión. Pero cuando tenemos que experimentarlo en la práctica, quedamos desconcertados, perplejos y a menudo turbados, precisamente porque nuestra profesión es tan verdadera. Con nuestro sano juicio creemos que estamos totalmente paralizados. Pero cuando empezamos a descubrir que no podemos avanzar, y cuán cierto es que somos lo que decimos que somos; cuando la luz de nuestro entendimiento desciende a nuestro corazón y se hace viva, ¡cómo se detiene nuestro entendimiento! Paralizados en la oración, de modo que no podemos derramar nuestro corazón; paralizados en la lectura, de modo que apenas entendemos o sentimos algo del texto de la Escritura; paralizados al oír, paralizados al hablar, paralizados al pensar, paralizados al obrar; todo afectado, todo marchito, todo entumecido, todo incapaz de avanzar. Cuando tal sentir de impotencia pesa sobre nuestra conciencia, ¡cuán hondamente nos toca!
Pero la promesa dice, y a veces se cumple gloriosamente por un tiempo, que “los cojos andan” (Mateo 11:5). ¿Cómo? ¿En su propia fuerza? No, no en su propia fuerza, sino en la fuerza del Señor. Leemos: “Caminarán en Su Nombre”, es decir, en la fuerza de Dios. “Mi potencia”, dice Cristo a Pablo, “en la flaqueza se perfecciona.” “De Mí”, dice el Señor a Su iglesia, “será hallado tu fruto.”
Lectura: Juan 5:1-17
Al lector…
¿Hay momentos en que no puede orar, querido lector? ¿Apenas entiende lo que lee en la Biblia, y se siente paralizado al pensar, al hablar y al obrar? Usted siempre ha profesado que el hombre es impotente en las cosas de Dios. Ahora tiene que experimentar esa profesión en su propia persona, y eso le desconcierta y le turba.
No se sorprenda de que su profesión resulte verdadera. Es precisamente el camino por el cual el Señor enseña a andar a los cojos: no en su propia fuerza, porque no la hay, sino en el Nombre del Señor. “Mi potencia en la flaqueza se perfecciona”, dijo a Su siervo, y a Su iglesia: “De Mí será hallado tu fruto.” ¿Es usted impotente? Entonces dígaselo sinceramente. Su parálisis no es un final, sino el lugar donde Su fuerza quiere comenzar.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel.
Deut. 32:39
Het werk der genade in de ziel dringt bij de aanvang in tot diep in de meest verborgen schuilhoeken. Het wondt en legt de consciëntie open voor het oog van de oneindige Zuiverheid en Heiligheid. De opening Uwer woorden — dat is de allereerste opening — geeft licht. Het Woord Gods is levend en krachtig en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten. Alle overtuiging moet, zal zij ware overtuiging zijn, een doorgaande overtuiging zijn.
Het veld moet geploegd, opengelegd en van voren voorzien worden, aleer het zaad een geschikte plaats kan hebben om te kunnen ontkiemen en groeien. Er is veel te doen in het hart van een zondaar, vóór Christus door het geloof in hem wonen kan en hij hoop kan scheppen op de heerlijkheid. Het hart is van nature zeer hard; doornen en distelen en stekelen zijn er zeer overvloedig; het vuile onkruid van hoogmoed en boze lusten heeft diepe wortelen. Veel komt er voor de dag van deze boezemzonden, evenals van onze ingeschapen gerechtigheid en vleselijke heiligheid, eigen kracht en genoegzaamheid. En dit is nodig om ons vatbaar te maken voor vrije genade, ook om ons af te zonderen van de wereld en valse belijders; om ons dus de gewenste dingen van de tijd en het genoegen bitter te maken en te doen worstelen om genade aan de voet van het kruis.
Daarom moet het eerste werk der overtuiging diep indringen, teneinde plaats te maken voor Christus en de zaligheid. En zo is het met elke openbaring of ontdekking van de Heere Jezus Christus, met elke toepassing van Zijn bloed, met elk bezoek van Zijn tegenwoordigheid of uitstorting van Zijn liefde. Deze Goddelijke zaken drijven zo niet aan de oppervlakte, maar gaan dieper en dringen diep in het hart, in de binnenste schuilhoeken daarvan. Hoe spoedig is alles verloren en vergeten, behalve dan wat de gezegende Geest Zelf in het hart schrijft.
De mensen zeggen: „Wij hebben goed geluisterd”, maar alles is al verloren en vergeten vóór zij thuis zijn gekomen uit het huis des gebeds. Zij lezen een kapittel, doen de Bijbel toe en daarmede is ook al wat zij gehoord hebben toegesloten. Velen hebben voorbijgaande angsten of benauwdheden onder overtuiging; voorbijgaande begeerten, die maar weinig bewijs van het leven geven, door des Geestes zalving gewerkt.
De Geest Gods laat de kinderen van God niet zo los henen gaan. Hij houdt het werk der overtuiging gaande, totdat Hij hen in de dadelijkheid verslagen heeft. En wanneer Hij hen zegent, heelt Hij hen evenzeer als Hij hen wondt, en Hij openbaart het Evangelie even krachtig als Hij de wet toepast.
Aan de lezer…
Lezer, voelt u de wond nog? Heeft het Woord Gods als een tweesnijdend zwaard uw hart opengelegd, zodat u de hoogmoed, de boze lusten en uw eigen gerechtigheid ziet, die zulke diepe wortels hebben? Het is pijnlijk als het veld zo geploegd wordt, en misschien vreest u dat het nooit ophoudt. Maar dit diepe werk is geen teken van Gods toorn; het maakt plaats voor Christus en voor de vrije genade.
De Geest Gods laat Zijn kinderen niet los. Hij Die wondt, heelt ook; Hij Die de wet toepast, openbaart ook het Evangelie met dezelfde kracht. „Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel.” Wees dan niet tevreden met een voorbijgaande ontroering die vergeten is voordat u thuis bent, maar vraag dat Hij Zelf Zijn Woord in uw hart schrijve. Wat Hij daar schrijft, blijft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel.
Deut. 32:39
Het werk van de genade in de ziel dringt bij het begin door tot diep in de meest verborgen schuilhoeken. Het wondt het geweten en legt het open voor het oog van de oneindige Zuiverheid en Heiligheid. De opening van Uw woorden, dat is de allereerste opening, geeft licht. Het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling van ziel en geest, van de samenvoegingen en het merg, en is een oordeler van de gedachten en de overleggingen van het hart. Alle overtuiging moet, als zij ware overtuiging wil zijn, een doordringende overtuiging zijn.
Het veld moet geploegd, opengebroken en van voren voorzien worden, voordat het zaad een geschikte plaats heeft om te kunnen ontkiemen en groeien. Er moet veel gebeuren in het hart van een zondaar voordat Christus door het geloof in hem kan wonen en hij hoop kan krijgen op de heerlijkheid. Het hart is van nature heel hard; doornen, distels en stekels groeien er in overvloed, en het vuile onkruid van hoogmoed en boze lusten heeft diepe wortels. Veel van deze boezemzonden komt aan het licht, evenals onze aangeboren gerechtigheid en vleselijke heiligheid, onze eigen kracht en genoegzaamheid. Dat is nodig om ons ontvankelijk te maken voor vrije genade, en ook om ons af te zonderen van de wereld en van valse belijders. Zo worden de begeerlijke dingen van de tijd en het genoegen ons bitter gemaakt, en leren wij worstelen om genade aan de voet van het kruis.
Daarom moet het eerste werk van de overtuiging diep indringen, om plaats te maken voor Christus en de zaligheid. En zo is het met elke openbaring of ontdekking van de Heere Jezus Christus, met elke toepassing van Zijn bloed, met elk bezoek van Zijn tegenwoordigheid of uitstorting van Zijn liefde. Deze Goddelijke zaken drijven niet zomaar aan de oppervlakte, maar gaan dieper en dringen diep in het hart door, tot in de binnenste schuilhoeken ervan. Hoe snel is alles verloren en vergeten, behalve wat de gezegende Geest Zelf in het hart schrijft.
De mensen zeggen: „Wij hebben goed geluisterd”, maar alles is al verloren en vergeten voordat zij uit het huis des gebeds thuisgekomen zijn. Zij lezen een hoofdstuk, doen de Bijbel dicht, en daarmee is ook alles wat zij gehoord hebben weggesloten. Velen hebben onder overtuiging voorbijgaande angsten of benauwdheden, voorbijgaande verlangens, die maar weinig bewijs geven van het leven dat door de zalving van de Geest gewerkt wordt.
De Geest van God laat de kinderen van God niet zo los gaan. Hij houdt het werk van de overtuiging gaande totdat Hij hen werkelijk verslagen heeft. En wanneer Hij hen zegent, heelt Hij hen evenzeer als Hij hen wondt, en Hij openbaart het Evangelie even krachtig als Hij de wet toepast.
Aan de lezer…
Lezer, voelt u de wond nog? Heeft het Woord van God als een tweesnijdend zwaard uw hart opengelegd, zodat u de hoogmoed, de boze lusten en uw eigen gerechtigheid ziet, die zulke diepe wortels hebben? Het is pijnlijk als het veld zo geploegd wordt, en misschien vreest u dat het nooit ophoudt. Maar dit diepe werk is geen teken van Gods toorn; het maakt plaats voor Christus en voor de vrije genade.
De Geest van God laat Zijn kinderen niet los. Hij Die wondt, heelt ook; Hij Die de wet toepast, openbaart ook het Evangelie met dezelfde kracht. „Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel.” Wees dan niet tevreden met een voorbijgaande ontroering die vergeten is voordat u thuis bent, maar vraag of Hij Zelf Zijn Woord in uw hart wil schrijven. Wat Hij daar schrijft, blijft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
I kill, and I make alive; I wound, and I heal.
Deuteronomy 32:39
The work of grace in the soul, in its very beginnings, penetrates deeply into its inmost substance. It wounds and lays open the conscience to the eye of infinite Purity and Holiness. “The entrance of your word (that is, the very first entrance) gives light.” “The word of God is living and powerful, and sharper than any two-edged sword, piercing even to the dividing asunder of soul and spirit, and of the joints and marrow, and is a discerner of the thoughts and intents of the heart.”
All conviction to be true conviction must be thorough. The field must be ploughed, broken up, and furrowed, before the seed can find a home, a seed-bed for the seed to fall in so as to germinate and grow. There is much to be done in a sinner’s heart before Christ can dwell in him by faith, or be formed in him the hope of glory. The heart is naturally very hard; thorns, thistles, and briars overspread its surface; the noxious weeds of pride and lust have taken deep root; much grubbing up of these bosom sins, as well as of our inbred self-righteousness and fleshly holiness, creature strength and sufficiency, is needed to—prepare us to receive a free grace salvation—separate us from the world and false professors—embitter to us the loved things of time and sense—and lay us suing for mercy at the foot of the cross.
The first work, therefore, of conviction must be deep, or at least thorough, in order to make room for Christ and His salvation. And so it is with any manifestation or discovery of the Lord Jesus Christ, any application of His blood, any visitation of His presence, or shedding abroad of His love; these divine realities do not float upon the surface, but sink deep, and penetrate into his heart of hearts, into a man’s inmost and deepest soul. How soon is all lost and forgotten, but what the blessed Spirit writes Himself in the heart!
People say, “How well we have heard!” but all is lost and dropped before they get home from the house of prayer. They read a chapter, close the Bible, and with it, all they have read is closed too. Many have passing pangs of conviction, and passing desires, who give little proof of living under the Spirit’s anointings. That divine Spirit does not let the saints of God off so easily. He holds them fast and firm to the work of conviction until He has slain them outright; and when He blesses He heals as deep as He wounds, and reveals the gospel as powerfully as He applies the law.
To the reader…
Dear reader, do you still feel the wound? Has the Word of God, like a two-edged sword, laid your heart open, so that you see the pride, the evil lusts and your own righteousness, which have such deep roots? It is painful when the field is ploughed like this, and perhaps you fear that it will never stop. But this deep work is no sign of God’s wrath; it makes room for Christ and for free grace.
The Spirit of God does not let go of His children. He Who wounds also heals; He Who applies the law also reveals the gospel with the same power. “I kill, and I make alive; I wound, and I heal.” Do not be content, then, with a passing stirring that is forgotten before you get home, but ask Him to write His Word in your heart Himself. What He writes there remains.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Yo hago morir, y Yo hago vivir: Yo hiero, y Yo curo.
Deuteronomio 32:39
La obra de la gracia en el alma, ya en sus mismos comienzos, penetra profundamente hasta su sustancia más íntima. Hiere y pone la conciencia al descubierto ante el ojo de la Pureza y la Santidad infinitas. “El principio de Tus palabras (es decir, su primerísima entrada) alumbra.” “Porque la palabra de Dios es viva y eficaz, y más penetrante que toda espada de dos filos: y que alcanza hasta partir el alma, y aun el espíritu, y las coyunturas y tuétanos, y discierne los pensamientos y las intenciones del corazón.”
Toda convicción, para ser verdadera convicción, tiene que ser completa. El campo tiene que ser arado, roturado y surcado antes de que la semilla pueda hallar un hogar, un lecho donde caer para germinar y crecer. Hay mucho que hacer en el corazón de un pecador antes de que Cristo pueda habitar en él por la fe, o ser formado en él como la esperanza de gloria. El corazón es por naturaleza muy duro; espinos, cardos y zarzas cubren su superficie; las malas hierbas nocivas del orgullo y la concupiscencia han echado raíces profundas; hace falta arrancar mucho de estos pecados del pecho, así como de nuestra justicia propia innata y nuestra santidad carnal, de la fuerza y suficiencia de la criatura, para prepararnos a recibir una salvación de pura gracia, separarnos del mundo y de los falsos profesantes, amargarnos las cosas amadas del tiempo y de los sentidos, y ponernos a suplicar misericordia al pie de la cruz.
La primera obra de convicción, por tanto, tiene que ser profunda, o por lo menos completa, para hacer lugar a Cristo y a Su salvación. Y lo mismo sucede con cualquier manifestación o descubrimiento del Señor Jesucristo, cualquier aplicación de Su sangre, cualquier visitación de Su presencia o derramamiento de Su amor; estas realidades divinas no flotan en la superficie, sino que se hunden hondo y penetran en lo más íntimo del corazón, en lo más hondo y profundo del alma del hombre. ¡Cuán pronto se pierde y se olvida todo, excepto lo que el bendito Espíritu escribe Él mismo en el corazón!
La gente dice: “¡Qué bien hemos oído!”, pero todo se ha perdido y se ha dejado caer antes de llegar a casa desde la casa de oración. Leen un capítulo, cierran la Biblia, y con ella se cierra también todo lo que han leído. Muchos tienen punzadas pasajeras de convicción y deseos pasajeros, y dan poca prueba de vivir bajo las unciones del Espíritu. Ese divino Espíritu no deja a los santos de Dios salir tan fácilmente. Los sujeta firme y fuertemente a la obra de convicción hasta que les ha dado muerte por completo; y cuando bendice, sana tan hondo como hiere, y revela el evangelio con tanto poder como aplica la ley.
Al lector…
Querido lector, ¿siente todavía la herida? ¿Ha abierto la Palabra de Dios su corazón como una espada de dos filos, de modo que ve el orgullo, las malas concupiscencias y su propia justicia, que tienen raíces tan profundas? Es doloroso cuando el campo es arado así, y quizá teme que nunca termine. Pero esta obra profunda no es señal de la ira de Dios; hace lugar para Cristo y para la gracia gratuita.
El Espíritu de Dios no suelta a Sus hijos. El que hiere también sana; el que aplica la ley también revela el evangelio con el mismo poder. “Yo hago morir, y Yo hago vivir: Yo hiero, y Yo curo.” No se contente, pues, con una conmoción pasajera que se olvida antes de llegar a casa, sino pídale que escriba Él mismo Su Palabra en su corazón. Lo que Él escribe allí, permanece.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl