Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

21 januari Korenaren uit de volle oogst

Ziet, wij houden ze gelukzalig, die verdragen. Gij hebt de verdraagzaamheid Jobs gehoord, en gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer.
Jakobus 5:11

De woorden „verdragen” en „verdraagzaamheid” zijn in de oorspronkelijke tekst hetzelfde woord, en het voorbeeld van Job wordt inderdaad gegeven als een voorbeeld van het geluk van hen die verdragen. Hetzelfde woord gebruikt ook onze gezegende Heere wanneer Hij zegt: „maar wie zal volharden tot het einde, die zal zalig worden” (Matth. 10:22). Wij hebben dus volharding nodig. Wie in een wedloop loopt, heeft niet zozeer snelheid nodig als wel uithoudingsvermogen, om het tot het einde vol te houden en het nooit op te geven zolang hij het ene been voor het andere kan zetten. Een goed soldaat moet nooit dulden dat hij verslagen wordt. Zo is het ook in de christelijke wedloop: wij moeten het nooit opgeven, wij moeten nooit spreken van bezwijken en wij moeten ons nooit laten overwinnen door de zonde of door satan.

Zelfs als God ons van Zijn troon lijkt te verstoten, moeten wij blijven pleiten en geen „nee” als antwoord aannemen, zoals de weduwe bij de onrechtvaardige rechter. Wat een geduld en volharding hebben wij nodig om te blijven strijden, ook al is de strijd tegen ons; om te blijven lopen, ook al moeten wij bijna vrezen de wedloop te verliezen; om vooruit te blijven gaan, ondanks alle ontmoedigende omstandigheden! Maar als wij zo de wil van God doen, zoals Hij wil dat wij die doen, en als ons de volharding gegeven wordt die wij zo nodig hebben, laten wij dan niet vrezen, want wij zullen de belofte ontvangen. „Doch laat ons goeddoende niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien zo wij niet verslappen” (Gal. 6:9). Zo wordt ons ook geboden: „zijt standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in de Heere” (1 Kor. 15:58).

Wie heb ik nevens U omhoog,
wat zou mijn hart, wat zou mijn oog
op aarde nevens U toch lusten?

Ps. 73:13

Aan de lezer…

Hoe zwaar kan de strijd worden! Bent u er moe van? Hebt u lang gebeden zonder antwoord, gestreden terwijl de strijd tegen u leek te zijn, en gelopen terwijl u vreesde de wedloop te verliezen? Dan gaat u in het spoor van Job. Ook hij begreep zijn weg niet. Maar luister naar wat de apostel zegt: „Gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer.” Het einde van de weg was niet de beproeving, maar Gods ontferming.

Het gaat in deze wedloop niet om snelheid, maar om volharding, zolang u het ene been voor het andere kunt zetten. Lijkt het alsof de Heere u van Zijn troon verstoot, pleit dan toch, zoals de weduwe die geen „nee” als antwoord aannam. Wie volhardt tot het einde, die zal zalig worden. Laat dan niet los, ook niet nu het zwaar is. Te zijner tijd zult u maaien als u niet verslapt, en u zult ervaren dat uw arbeid niet ijdel is in de Heere.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

21 januari 365 dagen met Philpot

Waarheid

En [gij] zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.
Johannes 8:32

Het is van groot belang dat we vanaf het begin een helder beeld hebben van elk onderwerp uit de gewichtige dingen van God waarover we proberen na te denken, zodat we het rechte pad gaan. Daarom zullen we eerst de schriftuurlijke betekenis van het woord „genade” onderzoeken. Ik hoef u niet te vertellen dat het op bijna elke bladzijde van het Nieuwe Testament telkens weer opvalt. Met „genade” als nieuwtestamentisch begrip wordt „de zuivere goedgunstigheid van God” bedoeld. Dat is de duidelijke en eigenlijke betekenis ervan. Op welke manier die genade ook zichtbaar wordt, door welk kanaal zij ook stroomt, tot wie zij ook komt, welke gevolgen zij ook heeft: steeds wordt de zuivere goedgunstigheid van God ermee bedoeld.

Zij kan dus vergeleken worden met de „zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal”, die Johannes in een visioen zag, „voortkomende uit de troon Gods, en des Lams” (Openb. 22:1). Daarom staat zij tegenover elke vorm en kleur van menselijke verdienste. Zo staat zij ook tegenover de werken, en wel zo sterk dat het ene als het ware het andere tenietdoet. Is dit niet de redenering van de apostel: „En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer; en indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer”? (Rom. 11:6)

Volgens de redenering van de apostel is niets duidelijker dan dat deze twee dingen zo lijnrecht tegenover elkaar staan, dat als iemand door werken behouden zou moeten worden, de genade geen rol zou spelen; en als men door genade behouden moest worden, de werken geen rol zouden spelen. Als hij dit niet minstens bedoelt, kunnen woorden geen duidelijke of vaste betekenis hebben. Daarom stellen we met beslistheid, als een fundament dat niet bewogen kan worden, dat genade de zuivere goedgunstigheid van God betekent, zonder te letten op menselijke verdienste, zonder vermenging met wat dan ook in het schepsel, of het nu weinig of veel is, goed of slecht naar menselijk inzicht of voornemen.

Lezen: Galaten 3

Aan de lezer…

Wanneer u nog altijd in uzelf zoekt naar iets wat u aangenaam zou kunnen maken bij God, waar denkt u dan aan? Een beetje meer ernst, een beetje meer gebed, een beetje minder zonde? Hoor dan wat genade is: de zuivere goedgunstigheid van God, zonder te letten op menselijke verdienste, zonder vermenging met wat dan ook in het schepsel. Indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer.

Dat is een harde slag voor de trots van ons hart, maar een zoete boodschap voor een arme, verloren ziel die niets heeft om mee te brengen. Want als het alles genade is, dan is uw armoede geen beletsel. Zij stroomt als de zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit de troon Gods en des Lams. Kom dan met lege handen, en laat u door die rivier om niet verkwikken. Hij geeft, niet omdat u het waard bent, maar omdat het Hem behaagt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

21 januari Door Baca’s vallei

Aan uw zijde zullen er duizend vallen, en tienduizend aan uw rechterhand; tot u zal het niet genaken.
Psalm 91:7

Toen Noach in de ark was opgesloten, en enkele begenadigden met hem, weet u hoe de ark heen en weer geslingerd werd, want de regens vielen uit de hemel en de fonteinen van de grote afgrond waren geopend. De sluizen van de hemel werden geopend en de fonteinen van de grote afgrond werden opengebroken, en terwijl zij op de wateren dobberden, hadden zij geen last, zelfs niet van een spatje water. „Het zal tot u niet genaken.” Zo ziet u: de gelovige mag omringd zijn door moeite, en toch „het zal tot hem niet genaken”.

Er ligt nog iets meer in de uitdrukking die gebruikt werd bij het maken van de ark. „En gij zult ze bepekken van binnen en van buiten met pek” (Gen. 6:14). Het is heel opmerkelijk dat het woord „pek” in het Hebreeuws – het woord is gopher – ook verzoening betekent. Let erop dat het slijk of pek waarmee de ark van binnen en van buiten bestreken was, elke druppel water buiten hield. Dezelfde uitdrukking voor slijk of pek betekent in het Hebreeuws ook verzoening; en is het niet de verzoening die het water buiten houdt?

Is er iets anders dan de verzoening dat de ziel kan bevrijden van de wateren van Gods toorn en van de vloeden van de wraak die de wereld met de goddelozen zullen wegvagen? Er is niets dan de verzoening dat de ziel draagt en elke druppel regen buiten houdt. „Het zal tot u niet genaken.” De goddeloze zal veel smarten hebben, maar wie op de Heere vertrouwt, zal door goedertierenheden omringd worden. En niet alleen dat, maar wij roemen in God door onze Heere Jezus Christus, door Wie wij ook de verzoening ontvangen hebben.

„De verzoening ontvangen.” Dat is het: deel te hebben aan de verzoening. God kan niet tweemaal betaling voor de schuld eisen. Hij is voldaan; Hij heeft verklaard dat Hij een welbehagen heeft in de gerechtigheid van Zijn geliefde Zoon. Hij vordert niets meer; aan Zijn gerechtigheid is voldaan, en daarom is er geen grimmigheid bij Hem.

Aan de lezer…

Deze woorden, „tot u zal het niet genaken”, zijn voor wie de wateren om zich heen ziet stijgen. Ziet u ze stijgen? Moeite van buiten, schuld van binnen, en de vrees dat de toorn van God u eens zal treffen? Denk dan aan die ark, van binnen en van buiten bestreken met pek, zodat geen druppel water erin kon dringen. Hetzelfde woord betekent in de grondtaal ook verzoening. Wat de ziel droog houdt in de vloed, is niet haar eigen sterkte, niet haar tranen of goede voornemens, maar alleen de verzoening.

Bent u met al uw zonden tot Christus gevlucht, dan mag u weten dat God niet tweemaal betaling voor de schuld eist. Aan Zijn gerechtigheid is voldaan in Zijn geliefde Zoon; daarom is er geen grimmigheid bij Hem voor wie in Hem schuilt. Het kan om u heen stormen, en duizend mogen er vallen aan uw zijde, maar het woord blijft staan: „tot u zal het niet genaken.” Laat dat uw anker zijn als de golven hoog gaan.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina