21 de enero
Ziet, wij houden ze gelukzalig, die verdragen. Gij hebt de verdraagzaamheid Jobs gehoord, en gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer.
Jakobus 5:11
De woorden „verdragen” en „verdraagzaamheid” zijn dezelfde in de oorspronkelijke tekst; en inderdaad is het voorbeeld van Job gegeven als een voorbeeld van het geluk van hen die verdragen. Hetzelfde woord wordt ook gebruikt door onze gezegende Heere, wanneer Hij zegt: „maar wie zal volharden tot het einde, die zal zalig worden” (Matth. 10:22). Dus hebben wij volharding nodig. Evenals hij die in de wedloop loopt, niet zozeer snelheid als wel volhardende kracht behoeft, om het tot het einde vol te houden, het nooit op te geven, zolang hij het ene been voor het andere kan brengen; evenals een goed krijgsman nooit moet dulden verslagen te worden; zo is het ook in de christelijke wedloop: wij moeten het nooit opgeven; wij moeten nooit spreken van bezwijken; wij moeten ons nooit laten overwinnen door de zonde of satan.
Als God ons zelfs van Zijn troon schijnt te verstoten, moeten wij blijven pleiten en geen „nee” tot antwoord aannemen, zoals de weduwe bij de onrechtvaardige rechter. Wat een geduld of volharding hebben wij wel niet nodig om te blijven strijden, ofschoon de strijd tegen ons is; te blijven lopen, ofschoon wij bijna moeten vrezen de wedloop te verliezen; om voorwaarts te blijven gaan, ten koste van alle ontmoedigende omstandigheden! Maar als wij zo de wil van God doen, zoals Hij wil dat wij die doen zullen, en ons de volharding wordt gegeven die wij zo nodig hebben, laat ons dan niet vrezen, want wij zullen de belofte ontvangen. „Doch laat ons goeddoende niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien zo wij niet verslappen” (Gal. 6:9). Zo wordt ons ook geboden: „zijt standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in de Heere” (1 Kor. 15:58).
Wie heb ik nevens U omhoog,
wat zou mijn hart, wat zou mijn oog
op aarde nevens U toch lusten?
Ps. 73:13
Aan de lezer…
Hoe zwaar kan de strijd worden! Bent u er moe van? Hebt u lang gebeden zonder antwoord, gestreden terwijl de strijd tegen u scheen, en gelopen terwijl u vreesde de wedloop te verliezen? Dan staat u in het spoor van Job. Ook hij begreep zijn weg niet. Maar hoor wat de apostel zegt: „Gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer.” Het einde van de weg was niet de beproeving, maar Gods ontferming.
Het gaat in deze wedloop niet om snelheid, maar om volharden, zolang u het ene been voor het andere kunt zetten. Lijkt het of de Heere u van Zijn troon verstoot, pleit dan toch, zoals de weduwe die geen „nee” tot antwoord aannam. Wie volhardt tot het einde, die zal zalig worden. Laat dan niet af, ook niet nu het zwaar is. Te zijner tijd zult u maaien, zo u niet verslapt, en u zult ondervinden dat uw arbeid niet ijdel is in de Heere.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ziet, wij houden ze gelukzalig, die verdragen. Gij hebt de verdraagzaamheid Jobs gehoord, en gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer.
Jakobus 5:11
De woorden „verdragen” en „verdraagzaamheid” zijn in de oorspronkelijke tekst hetzelfde woord, en het voorbeeld van Job wordt inderdaad gegeven als een voorbeeld van het geluk van hen die verdragen. Hetzelfde woord gebruikt ook onze gezegende Heere wanneer Hij zegt: „maar wie zal volharden tot het einde, die zal zalig worden” (Matth. 10:22). Wij hebben dus volharding nodig. Wie in een wedloop loopt, heeft niet zozeer snelheid nodig als wel uithoudingsvermogen, om het tot het einde vol te houden en het nooit op te geven zolang hij het ene been voor het andere kan zetten. Een goed soldaat moet nooit dulden dat hij verslagen wordt. Zo is het ook in de christelijke wedloop: wij moeten het nooit opgeven, wij moeten nooit spreken van bezwijken en wij moeten ons nooit laten overwinnen door de zonde of door satan.
Zelfs als God ons van Zijn troon lijkt te verstoten, moeten wij blijven pleiten en geen „nee” als antwoord aannemen, zoals de weduwe bij de onrechtvaardige rechter. Wat een geduld en volharding hebben wij nodig om te blijven strijden, ook al is de strijd tegen ons; om te blijven lopen, ook al moeten wij bijna vrezen de wedloop te verliezen; om vooruit te blijven gaan, ondanks alle ontmoedigende omstandigheden! Maar als wij zo de wil van God doen, zoals Hij wil dat wij die doen, en als ons de volharding gegeven wordt die wij zo nodig hebben, laten wij dan niet vrezen, want wij zullen de belofte ontvangen. „Doch laat ons goeddoende niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien zo wij niet verslappen” (Gal. 6:9). Zo wordt ons ook geboden: „zijt standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in de Heere” (1 Kor. 15:58).
Wie heb ik nevens U omhoog,
wat zou mijn hart, wat zou mijn oog
op aarde nevens U toch lusten?
Ps. 73:13
Aan de lezer…
Hoe zwaar kan de strijd worden! Bent u er moe van? Hebt u lang gebeden zonder antwoord, gestreden terwijl de strijd tegen u leek te zijn, en gelopen terwijl u vreesde de wedloop te verliezen? Dan gaat u in het spoor van Job. Ook hij begreep zijn weg niet. Maar luister naar wat de apostel zegt: „Gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer.” Het einde van de weg was niet de beproeving, maar Gods ontferming.
Het gaat in deze wedloop niet om snelheid, maar om volharding, zolang u het ene been voor het andere kunt zetten. Lijkt het alsof de Heere u van Zijn troon verstoot, pleit dan toch, zoals de weduwe die geen „nee” als antwoord aannam. Wie volhardt tot het einde, die zal zalig worden. Laat dan niet los, ook niet nu het zwaar is. Te zijner tijd zult u maaien als u niet verslapt, en u zult ervaren dat uw arbeid niet ijdel is in de Heere.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Behold, we count them happy which endure. Ye have heard of the patience of Job, and have seen the end of the Lord; that the Lord is very pitiful, and of tender mercy.
James 5:11
The words translated “endure” and “patience” are the same in the original; and in fact, the example of Job is given as an instance of the happiness of those who endure. The same word is also used by our blessed Lord, where He says, “He that endureth to the end shall be saved” (Matt. 10:22). We have need then of endurance. As he that runs a race needs not so much swiftness as enduring strength to hold out to the end, never to give up as long as he can drag one limb before another; as the British soldier must never allow himself to be conquered; so it is in the Christian race—we must never give up; we must never say “die;” we must never allow ourselves to be beaten by sin or Satan.
If God Himself seem to thrust us away from His throne, we must still plead and not take “No” for an answer, like the widow with the unjust judge. O what need we have of patience or endurance still to fight, though the battle be against us; still to run, though we may almost fear to lose the race; and still to press forward, in spite of every discouraging circumstance!
But if in this way we do the will of God, as He would have us, and patience is given to us of which we have such deep need, let us not fear but that we shall receive the promise. “And let us not be weary in well doing: for in due season we shall reap, if we faint not” (Gal. 6:9). We are bidden therefore to be “stedfast, unmoveable, always abounding in the work of the Lord, forasmuch as ye know that your labour is not in vain in the Lord” (1 Cor. 15:58).
To the reader…
How heavy the fight can become! Are you weary of it? Have you prayed long without an answer, fought while the battle seemed to go against you, and run while you feared to lose the race? Then you are walking in the footsteps of Job. He did not understand his way either. But listen to what the apostle says: “Ye have seen the end of the Lord; that the Lord is very pitiful, and of tender mercy.” The end of the road was not the trial, but God’s mercy.
In this race it is not about speed, but about endurance, as long as you can put one foot in front of the other. If it seems as though the Lord is thrusting you away from His throne, plead all the same, like the widow who would not take “no” for an answer. He that endureth to the end shall be saved. So do not let go, not even now that it is hard. In due season you shall reap if you faint not, and you will find that your labour is not in vain in the Lord.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
He aquí, tenemos por bienaventurados a los que sufren. Habéis oído la paciencia de Job, y habéis visto el fin del Señor, que el Señor es muy misericordioso y piadoso.
Santiago 5:11
Las palabras traducidas “sufren” y “paciencia” son la misma en el original; y de hecho, el ejemplo de Job se da como muestra de la dicha de los que perseveran. La misma palabra la usa también nuestro bendito Señor cuando dice: “Mas el que soportare hasta el fin, este será salvo” (Mat. 10:22). Tenemos, pues, necesidad de perseverancia. Así como el que corre una carrera no necesita tanto velocidad como una fuerza perseverante para aguantar hasta el fin, sin rendirse nunca mientras pueda arrastrar un pie delante del otro; así como el soldado británico nunca debe dejarse vencer; así es en la carrera cristiana: nunca debemos rendirnos; nunca debemos decir “me doy por vencido”; nunca debemos dejarnos derrotar por el pecado ni por Satanás.
Si Dios mismo parece apartarnos de Su trono, aun así debemos suplicar y no aceptar un “no” por respuesta, como la viuda ante el juez injusto. ¡Oh, qué necesidad tenemos de paciencia o perseverancia para seguir luchando, aunque la batalla nos sea contraria; para seguir corriendo, aunque casi temamos perder la carrera; y para seguir avanzando, a pesar de toda circunstancia desalentadora!
Pero si de este modo hacemos la voluntad de Dios, como Él quiere que la hagamos, y se nos da la paciencia de la que tenemos tan profunda necesidad, no temamos, sino estemos seguros de que recibiremos la promesa. “No nos cansemos, pues, de hacer bien; que a su tiempo segaremos, si no hubiéremos desmayado” (Gál. 6:9). Por tanto, se nos manda estar “firmes y constantes, creciendo en la obra del Señor siempre, sabiendo que vuestro trabajo en el Señor no es vano” (1 Cor. 15:58).
Al lector…
¡Cuán pesada puede llegar a ser la lucha! ¿Está usted cansado de ella? ¿Ha orado mucho tiempo sin respuesta, ha luchado mientras la batalla parecía irle en contra, y ha corrido temiendo perder la carrera? Entonces anda usted en las pisadas de Job. Él tampoco entendía su camino. Pero escuche lo que dice el apóstol: “Habéis visto el fin del Señor, que el Señor es muy misericordioso y piadoso”. El final del camino no fue la prueba, sino la misericordia de Dios.
En esta carrera no se trata de velocidad, sino de perseverancia, mientras pueda poner un pie delante del otro. Si parece que el Señor le aparta de Su trono, suplique de todos modos, como la viuda que no aceptaba un “no” por respuesta. El que soportare hasta el fin, este será salvo. No suelte, pues, ni aun ahora que es difícil. A su tiempo segará, si no desmaya, y hallará que su trabajo en el Señor no es vano.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl