5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee Cherubims, die op de ark der getuigenis zijn zullen; alles wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israëls.
Exodus 25:22
Welk hart kan haar bevatten en welke tong kan haar beschrijven, de zaligheid der hemelse waarheid, dat er ten allen tijde, onder alle omstandigheden en aan alle plaatsen een troon is van barmhartigheid en een troon van genade, waar de God van alle genade en een zondaar die zich zijn zonde bewust is, elkander vrij, zonder enig beletsel of enige hinderpaal, kunnen ontmoeten, zo er althans enige geest des gebeds in de ziel des bidders is? Daar geen plaats te donker is voor Zijn oog, zo is er ook geen omstandigheid die Hij niet zou zien; daar geen bedeksel te dik is, zo is er ook geen omstandigheid te duister voor Zijn oog om er niet doorheen te dringen.
„Kan iemand zich ergens in een geheime plaats verbergen, dat Ik hem niet zien zou? zegt de HEERE. Vervul Ik niet de hemel en de aarde? zegt de HEERE.” Dat gevoelde de psalmist ook, toen hij zeide: „Indien ik zeide: de duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij. Ook verduistert de duisternis voor U niet, maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.”
Des nachts op ons bed; bij dag bij onze verschillende bezigheden; in de volle straten of in het eenzame veld; omringd door goddelozen of in gezelschap van het volk des Heeren, kunnen wij, zo des Heeren Geest ons daartoe in staat stelt, een zucht uit het hart doen opstijgen, een woord van belijdenis spreken of een enkele begeerte uiten. Dit moge voor sommigen niet genoeg zijn om de genadige vervulling der belofte te waarborgen: „Daar zal Ik bij u komen”; en toch bewijst elke verlichting die daardoor verkregen wordt, dat het zo is. Want waar en wanneer wij ook het bewustzijn verkrijgen van ’s Heeren tegenwoordigheid of ’s Heeren macht, hebben wij er de getuigenis in, die elke gelovige het best kent, en de liefelijke ervaring ervan, dat God Zijn eigen genadig woord vervult: „Daar zal Ik bij u komen.”
G’ omringt mijn gaan en liggen. Gij
o Heer, zijt altoos nevens mij.
Uw onbepaalde wetenschap
kent mijne weg van stap tot stap.
Geen woord is nog mijn tong ontgleden,
of Gij, Gij weet alreeds mijn reden.
Ps. 139:2
Aan de lezer…
Meent u soms dat u te ver weg bent, of dat uw omstandigheden te duister zijn om de Heere te ontmoeten? Ligt u des nachts wakker, of gaat u overdag gebukt onder uw bezigheden, omringd door mensen die niet naar God vragen? Bedenk dan dat er geen plaats te donker is voor Zijn oog, en geen omstandigheid te duister om er niet doorheen te dringen. Overal en altijd is er een troon van genade, waar Hij een zondaar die zich zijn zonde bewust is, wil ontmoeten.
Al is het maar één zucht uit het hart, één woord van belijdenis of één enkele begeerte die u in de volle straat of in het eenzame veld mag uiten, het is niet tevergeefs. Hij Die gezegd heeft: „Daar zal Ik bij u komen”, vervult Zijn eigen genadig woord. Elke verlichting die u zo ontvangt, is een getuigenis dat het waar is. Zucht dan maar, waar u ook bent; Hij hoort.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee Cherubims, die op de ark der getuigenis zijn zullen; alles wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israëls.
Exodus 25:22
Welk hart kan haar bevatten en welke tong kan haar beschrijven, de zaligheid van deze hemelse waarheid? Te allen tijde, onder alle omstandigheden en op alle plaatsen is er een troon van barmhartigheid en een troon van genade. Daar kunnen de God van alle genade en een zondaar die zich van zijn zonde bewust is, elkaar vrij ontmoeten, zonder enig beletsel of enige hindernis, als er tenminste enige geest van gebed in de ziel van de bidder is. Zoals geen plaats te donker is voor Zijn oog, zo is er ook geen omstandigheid die Hij niet zou zien. Zoals geen bedekking te dik is, zo is er ook geen omstandigheid te duister, of Zijn oog dringt erdoorheen.
„Kan iemand zich ergens in een geheime plaats verbergen, dat Ik hem niet zien zou? zegt de HEERE. Vervul Ik niet de hemel en de aarde? zegt de HEERE.” Dat voelde de psalmdichter ook, toen hij zei: „Indien ik zeide: de duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij. Ook verduistert de duisternis voor U niet, maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.”
’s Nachts op ons bed, overdag bij onze verschillende bezigheden, in de drukke straten of in het eenzame veld, omringd door goddelozen of in gezelschap van het volk van de Heere: overal kunnen wij, als de Geest van de Heere ons daartoe in staat stelt, een zucht uit het hart laten opstijgen, een woord van belijdenis spreken of een enkele begeerte uiten. Voor sommigen lijkt dit misschien niet genoeg om de genadige vervulling van de belofte te waarborgen: „Daar zal Ik bij u komen.” En toch bewijst elke verlichting die daardoor ontvangen wordt, dat het zo is. Want waar en wanneer wij ook het besef ontvangen van de tegenwoordigheid of de macht van de Heere, daarin hebben wij het getuigenis, dat elke gelovige het best kent, en de lieflijke bevinding dat God Zijn eigen genadig woord vervult: „Daar zal Ik bij u komen.”
G’ omringt mijn gaan en liggen. Gij
o Heer, zijt altoos nevens mij.
Uw onbepaalde wetenschap
kent mijne weg van stap tot stap.
Geen woord is nog mijn tong ontgleden,
of Gij, Gij weet alreeds mijn reden.
Ps. 139:2
Aan de lezer…
Meent u soms dat u te ver weg bent, of dat uw omstandigheden te duister zijn om de Heere te ontmoeten? Ligt u ’s nachts wakker, of gaat u overdag gebukt onder uw bezigheden, omringd door mensen die niet naar God vragen? Bedenk dan dat er geen plaats te donker is voor Zijn oog, en geen omstandigheid te duister dat Hij er niet doorheen ziet. Overal en altijd is er een troon van genade, waar Hij een zondaar die zich van zijn zonde bewust is, wil ontmoeten.
Al is het maar één zucht uit het hart, één woord van belijdenis of één enkele begeerte die u in de drukke straat of in het eenzame veld mag uiten, het is niet tevergeefs. Hij Die gezegd heeft: „Daar zal Ik bij u komen”, vervult Zijn eigen genadig woord. Elke verlichting die u zo ontvangt, is een getuigenis dat het waar is. Zucht dan maar, waar u ook bent; Hij hoort.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And there I will meet with thee, and I will commune with thee from above the mercy seat, from between the two cherubims which are upon the ark of the testimony.
Exodus 25:22
What heart can conceive or tongue describe the blessedness of this heavenly truth that at all times, under all circumstances, and in all places there is provided a mercy seat, a throne of grace, at which the God of all grace and a sensible sinner may freely meet without hindrance, if indeed there be any spirit of prayer in the petitioner’s breast? As no place, so no circumstance is too dark for His eye not to see; as no covering is too thick, so no circumstance is too obscure for His sight not to pierce through—“Can any hide himself in secret places that I shall not see him? says the Lord. Do not I fill heaven and earth? says the Lord.” So felt the Psalmist—“If I say, Surely the darkness shall cover me; even the night shall be light about me. Yes, the darkness hides not from You; but the night shines as the day; the darkness and the light are both alike to You.”
By night upon our bed; by day in our various occupations; in the crowded streets or in the lonely fields; surrounded by the ungodly or in company with the Lord’s people, we may, if the Lord the Spirit enables us, lift up a hearty sigh, utter a confessing word, and pour forth one simple desire. This may not to some seem to be sufficient to warrant the gracious fulfillment of the promise, “There will I meet with you;” and yet every relief thereby obtained proves that it is so.
For wherever or whenever we get any sense of the Lord’s presence or of the Lord’s power, any intimation that His eye is upon us for good, and His ear listening to our cry, be the prayer short or long, be it uttered on our knees or sighed out on our feet, be it in the quiet room or the bustling street, we have in it that evidence which each believer knows best in the sweet experience of it, that God does fulfill His own gracious word, “There will I meet with you.”
To the reader…
Do you sometimes think that you are too far away, or that your circumstances are too dark to meet with the Lord? Do you lie awake at night, or are you bowed down by your work during the day, surrounded by people who do not ask after God? Then remember that no place is too dark for His eye, and no circumstance too obscure for Him to see through it. Everywhere and always there is a throne of grace, where He will meet a sinner who is conscious of his sin.
Even if it is only one sigh from the heart, one word of confession or one single desire that you may utter in the busy street or the lonely field, it is not in vain. He Who has said, “There I will meet with thee,” fulfils His own gracious word. Every relief you receive in this way is a testimony that it is true. So sigh to Him, wherever you are; He hears.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y de allí me declararé á ti, y hablaré contigo de sobre la cubierta, de entre los dos querubines que están sobre el arca del testimonio.
Éxodo 25:22
¿Qué corazón puede concebir, o qué lengua describir, la bienaventuranza de esta verdad celestial: que en todo tiempo, en toda circunstancia y en todo lugar hay provisto un propiciatorio, un trono de gracia, donde el Dios de toda gracia y un pecador sensible pueden encontrarse libremente y sin estorbo, si es que hay algún espíritu de oración en el pecho del que suplica? Así como ningún lugar, tampoco ninguna circunstancia es demasiado oscura para que Su ojo no la vea; así como ninguna cubierta es demasiado espesa, tampoco ninguna circunstancia es demasiado oscura para que Su vista no la traspase: “¿Ocultaráse alguno, dice Jehová, en escondrijos que yo no lo vea? ¿No hincho yo, dice Jehová, el cielo y la tierra?” Así lo sentía el salmista: “Si dijere: Ciertamente las tinieblas me encubrirán; aun la noche resplandecerá tocante á mí. Aun las tinieblas no encubren de ti, y la noche resplandece como el día: lo mismo te son las tinieblas que la luz.”
De noche en nuestra cama; de día en nuestras diversas ocupaciones; en las calles concurridas o en los campos solitarios; rodeados de impíos o en compañía del pueblo del Señor, podemos, si el Señor el Espíritu nos capacita, elevar un suspiro sincero, pronunciar una palabra de confesión y derramar un solo deseo sencillo. Puede que a algunos esto no les parezca suficiente para justificar el cumplimiento misericordioso de la promesa: “Allí me declararé á ti”; y sin embargo, cada alivio así obtenido demuestra que es así.
Porque dondequiera y cuandoquiera que tengamos algún sentir de la presencia del Señor o del poder del Señor, alguna indicación de que Su ojo está sobre nosotros para bien y de que Su oído escucha nuestro clamor, sea la oración corta o larga, sea pronunciada de rodillas o suspirada de pie, sea en el cuarto tranquilo o en la calle bulliciosa, tenemos en ello aquella evidencia que cada creyente conoce mejor en la dulce experiencia de ella: que Dios sí cumple Su propia palabra llena de gracia: “Allí me declararé á ti.”
Al lector…
¿Piensa usted a veces que está demasiado lejos, o que sus circunstancias son demasiado oscuras para encontrarse con el Señor? ¿Está despierto de noche, o se halla agobiado por su trabajo durante el día, rodeado de personas que no preguntan por Dios? Entonces recuerde que ningún lugar es demasiado oscuro para Su ojo, y ninguna circunstancia demasiado oscura para que Él no la traspase con la vista. En todas partes y siempre hay un trono de gracia, donde Él saldrá al encuentro de un pecador consciente de su pecado.
Aunque solo sea un suspiro del corazón, una palabra de confesión o un solo deseo lo que pueda pronunciar en la calle concurrida o en el campo solitario, no es en vano. Aquel que ha dicho: “Allí me declararé á ti”, cumple Su propia palabra llena de gracia. Cada alivio que recibe de esta manera es un testimonio de que es verdad. Suspire, pues, a Él, dondequiera que esté; Él oye.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Het onderhouden van het geestelijk leven
Laat uw lendenen omgord zijn, en de kaarsen brandende.
Lukas 12:35
Onze Heere vertelt ons wat de houding is, de enige veilige en gelukkige houding van Zijn kinderen: „Laat uw lendenen omgord zijn, en de kaarsen brandende. En zijt gij de mensen gelijk, die op hun heer wachten, wanneer hij wederkomen zal van de bruiloft, opdat, als hij komt en klopt, zij hem terstond mogen opendoen” (v. 35, 36). Maar hoewel deze houding alleen door bijzondere genade kan worden verkregen en in stand worden gehouden, zegent de Heere toch de middelen die Hij Zelf heeft bepaald en ons heeft verleend. En het is zeker zo dat het leven Gods zonder het gebruik van deze middelen niet gezond en krachtig volgehouden kan worden.
Laten wij er eens naar kijken. Een geest van gebed is zeker een van de meest genadige middelen die de Heere gebruikt om het goddelijke leven in de ziel in stand te houden. Een geest van gebed is iets heel anders dan gebed uit gewoonte, een vaststaand gebed of zelfs de gave van het gebed. Dit zijn slechts de vleselijke nabootsingen van de bemiddelende adem van de Heilige Geest in het hart van de heiligen Gods, en die kunnen daarom zonder Zijn adem bestaan.
Maar het verborgen opheffen van het hart tot de Heere, het schreeuwen tot Hem gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen (Ps. 42:2), het uitstorten van de ziel tegen Hem, het zuchten en steunen om een woord van Zijn genade, een blik van Zijn oog, een glimlach op Zijn gezicht, die zoete uitwisseling en hemelse omgang met Hem op de genadetroon, die de innerlijke bemiddeling van de Geest kenmerkt – dit alles kan niet worden nagemaakt. Zo’n hecht, innig, innerlijk, bevindelijk werk ligt buiten het bereik en buiten de ervaring van de begaafdste belijder. Maar op dit pad leidt de Heilige Geest de levende kinderen van God, en terwijl zij het onder Zijn leringen en zalvingen bewandelen, ervaren zij de zoetheid en zaligheid ervan.
Lezen: Lukas 12:22-40
Aan de lezer…
Kent u dat? Het gebed wordt een gewoonte, een vaste vorm, woorden die u zonder hart uitspreekt. Dan is het goed dat u dat eerlijk erkent. Want zulk gebed kan bestaan zonder de adem van de Heilige Geest, en het houdt het leven Gods in de ziel niet gezond en krachtig. Uw lendenen omgord en de kaarsen brandende te houden, dat kan alleen door bijzondere genade.
Maar kent u ook iets van dat verborgen opheffen van het hart tot de Heere? Van zuchten en steunen om een woord van Zijn genade, een blik van Zijn oog? Van schreeuwen zoals een hert naar de waterstromen schreeuwt? Dat kan geen mens namaken; dat is het werk van de Geest in het hart. Wees dan niet bedroefd dat uw gebeden zo arm schijnen. Eén zucht die Hij verwekt, is meer dan vele welgevormde woorden, en op dit pad leidt Hij Zijn kinderen tot de zoetheid van Zijn omgang.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Laat uw lendenen omgord zijn, en de kaarsen brandende.
Lukas 12:35
Onze Heere vertelt ons wat de houding van Zijn kinderen is, de enige veilige en gelukkige houding: „Laat uw lendenen omgord zijn, en de kaarsen brandende. En zijt gij de mensen gelijk, die op hun heer wachten, wanneer hij wederkomen zal van de bruiloft, opdat, als hij komt en klopt, zij hem terstond mogen opendoen” (v. 35, 36). Maar hoewel deze houding alleen door bijzondere genade kan worden verkregen en bewaard, zegent de Heere toch de middelen die Hij Zelf heeft ingesteld en ons heeft gegeven. En het is zeker zo dat het leven van God zonder het gebruik van deze middelen niet gezond en krachtig kan blijven.
Laten wij er eens naar kijken. Een geest van gebed is zeker een van de meest genadige middelen die de Heere gebruikt om het goddelijke leven in de ziel te bewaren. Een geest van gebed is iets heel anders dan gebed uit gewoonte, een vast gebed of zelfs de gave van het gebed. Dat zijn slechts vleselijke nabootsingen van de voorbiddende adem van de Heilige Geest in het hart van Gods heiligen, en daarom kunnen ze zonder Zijn adem bestaan.
Maar het verborgen opheffen van het hart tot de Heere, het schreeuwen tot Hem zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen (Ps. 42:2), het uitstorten van de ziel voor Hem, het zuchten en steunen om een woord van Zijn genade, een blik van Zijn oog, een glimlach van Zijn aangezicht, die zoete uitwisseling en hemelse omgang met Hem aan de genadetroon, die kenmerkend is voor de innerlijke voorbede van de Geest – dit alles kan niet worden nagemaakt. Zo’n nauw, innig, innerlijk en bevindelijk werk ligt buiten het bereik en buiten de ervaring van de meest begaafde belijder. Maar op dit pad leidt de Heilige Geest de levende kinderen van God, en terwijl zij het onder Zijn onderwijs en zalving gaan, ervaren zij de zoetheid en zaligheid ervan.
Lezen: Lukas 12:22-40
Aan de lezer…
Kent u dat? Het gebed wordt een gewoonte, een vaste vorm, woorden die u zonder hart uitspreekt. Dan is het goed dat u dat eerlijk erkent. Want zulk gebed kan bestaan zonder de adem van de Heilige Geest, en het houdt het leven van God in de ziel niet gezond en krachtig. Uw lendenen omgord en de kaarsen brandende houden, dat kan alleen door bijzondere genade.
Maar kent u ook iets van dat verborgen opheffen van het hart tot de Heere? Van zuchten en steunen om een woord van Zijn genade, een blik van Zijn oog? Van schreeuwen zoals een hert naar de waterstromen schreeuwt? Dat kan geen mens namaken; dat is het werk van de Geest in het hart. Wees dan niet bedroefd dat uw gebeden zo arm lijken. Eén zucht die Hij wekt, is meer dan vele welgevormde woorden, en langs dit pad leidt Hij Zijn kinderen tot de zoetheid van Zijn omgang.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Let your loins be girded about, and your lights burning.
Luke 12:35
Our Lord tells us what is the posture of His children, the only safe and happy posture: “Let your loins be girded about, and your lights burning; and ye yourselves like unto men that wait for their lord, when he will return from the wedding; that when he cometh and knocketh, they may open unto him immediately” (verses 35, 36). But though this posture can only be obtained and maintained by special grace, yet the Lord blesses the means which He Himself has appointed and given to us. And it is certainly so that without the use of these means the life of God cannot be kept healthy and vigorous.
Let us look at them. A spirit of prayer is surely one of the most gracious means which the Lord uses to maintain the divine life in the soul. A spirit of prayer is something very different from prayer out of habit, a set form of prayer, or even the gift of prayer. These are but fleshly imitations of the interceding breath of the Holy Spirit in the hearts of God’s saints, and therefore they can exist without His breath.
But the secret lifting up of the heart to the Lord, the crying after Him as the hart panteth after the water brooks (Ps. 42:1), the pouring out of the soul before Him, the sighing and groaning for a word of His grace, a look of His eye, a smile of His countenance, that sweet interchange and heavenly communion with Him at the throne of grace which marks the inward intercession of the Spirit—all this cannot be counterfeited. Such a close, intimate, inward and experimental work lies beyond the reach and beyond the experience of the most gifted professor. But in this path the Holy Spirit leads the living children of God, and as they walk in it under His teaching and anointing, they experience its sweetness and blessedness.
Reading: Luke 12:22-40
To the reader…
Do you know this? Prayer becomes a habit, a set form, words you utter without your heart. Then it is good for you to own it honestly. For such prayer can exist without the breath of the Holy Spirit, and it does not keep the life of God in the soul healthy and vigorous. To keep your loins girded and your lights burning can only be done by special grace.
But do you also know something of that secret lifting up of the heart to the Lord? Of sighing and groaning for a word of His grace, a look of His eye? Of crying as the hart pants after the water brooks? No man can counterfeit that; it is the work of the Spirit in the heart. So do not be grieved that your prayers seem so poor. One sigh that He raises is more than many well-formed words, and along this path He leads His children into the sweetness of communion with Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Estén ceñidos vuestros lomos, y vuestras antorchas encendidas.
Lucas 12:35
Nuestro Señor nos dice cuál es la postura de Sus hijos, la única postura segura y feliz: “Estén ceñidos vuestros lomos, y vuestras antorchas encendidas; y vosotros semejantes a hombres que esperan cuando su señor ha de volver de las bodas; para que cuando viniere, y llamare, luego le abran” (versículos 35, 36). Pero aunque esta postura solo puede obtenerse y mantenerse por una gracia especial, el Señor bendice sin embargo los medios que Él mismo ha establecido y nos ha dado. Y ciertamente es así que sin el uso de estos medios la vida de Dios no puede mantenerse sana y vigorosa.
Considerémoslos. Un espíritu de oración es sin duda uno de los medios más llenos de gracia que el Señor usa para mantener la vida divina en el alma. Un espíritu de oración es algo muy distinto de la oración por costumbre, de una forma fija de oración, o aun del don de la oración. Estas no son sino imitaciones carnales del aliento intercesor del Espíritu Santo en los corazones de los santos de Dios, y por eso pueden existir sin Su aliento.
Pero el secreto elevar del corazón al Señor, el clamar por Él como el ciervo brama por las corrientes de las aguas (Sal. 42:1), el derramar del alma delante de Él, el suspirar y gemir por una palabra de Su gracia, una mirada de Sus ojos, una sonrisa de Su rostro, ese dulce intercambio y celestial comunión con Él ante el trono de la gracia que caracteriza la intercesión interior del Espíritu: todo esto no puede falsificarse. Una obra tan íntima, tan personal, interior y experimental está fuera del alcance y fuera de la experiencia del profesante más dotado. Pero por esta senda conduce el Espíritu Santo a los hijos vivientes de Dios, y al andar en ella bajo Su enseñanza y unción, experimentan su dulzura y bienaventuranza.
Lectura: Lucas 12:22-40
Al lector…
¿Conoce usted esto? La oración se vuelve una costumbre, una forma fija, palabras que pronuncia sin su corazón. Entonces es bueno que lo reconozca con sinceridad. Porque tal oración puede existir sin el aliento del Espíritu Santo, y no mantiene sana y vigorosa la vida de Dios en el alma. Tener los lomos ceñidos y las antorchas encendidas solo puede lograrse por una gracia especial.
Pero ¿conoce usted también algo de ese secreto elevar del corazón al Señor? ¿Del suspirar y gemir por una palabra de Su gracia, una mirada de Sus ojos? ¿Del clamar como el ciervo brama por las corrientes de las aguas? Nadie puede falsificar eso; es la obra del Espíritu en el corazón. Así que no se entristezca porque sus oraciones parezcan tan pobres. Un solo suspiro que Él suscita vale más que muchas palabras bien formadas, y por esta senda conduce Él a Sus hijos a la dulzura de la comunión con Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Daarom, broeders, benaarstigt u te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want, dat doende, zult gij nimmermeer struikelen. Want alzo zal u rijkelijk toegevoegd worden de ingang in het eeuwig Koninkrijk onzes Heeren en Zaligmakers Jezus Christus.
2 Petrus 1:10, 11
Ik geloof dat velen van Gods kinderen, zo niet de meesten, veel te doen hebben om hun roeping en verkiezing vast te maken. Zij zijn het volk niet om alles zo maar voetstoots aan te nemen; zij kunnen zich maar niet neervleien en zeggen: „Ik twijfel er niet aan dat ik een kind van God ben.” Zij behoeven iets krachtigs dat wordt toegepast; een woord door de mond Gods Zelf gesproken. En waar dit gemist wordt, daar worden zij bezet met twijfeling en vrees wat betreft hun staat voor Hem.
Nu, laat de consciëntie spreken, laat ons de bladzijden van onze consciëntie eens omslaan. Wat zegt deze getrouwe getuige? Heeft God met kracht tot uw ziel gesproken? Heeft Hij u uw zonden vergeven? Heeft Hij u een krachtig bewijs gegeven van uw aandeel in de Zoon Zijner liefde? Zegt gij: „Ik weet niet of ik dit met ja beantwoorden kan; ik weet niet of God mij de zonden vergeven heeft”? Wel, wij zullen iets lager afdalen.
Indien gij dit niet zeggen kunt, kunt gij dan wel zeggen dat gij bij tijden, niet altijd, zucht en kermt om de openbaring van Jezus’ liefde in uw ziel? Hier is een open deur voor u: de deur der hoop in het dal van Achor. Kunt gij dit niet ontkennen? Wel, dit is een merkteken dat gij één van Gods bijzonder volk zijt. Maar gij kunt niet voldaan zijn, tenzij de Heere Zelf het u bekendmaakt; gij hebt een dadelijk bewijs van Zijn gezegende mond nodig, en niets buiten dit kan u vergenoegen. En als Hij Zijn liefde in uw hart uitstort, dan zal dit u vertroosting en vrede geven, en buiten dit kan niets u bevredigen.
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie niet zo maar kan zeggen dat hij een kind van God is. Hebt u iets nodig uit Zijn eigen mond, en waar dat gemist wordt, wordt u dan bezet met twijfeling en vrees? Schaam u daar niet voor. Velen van Gods kinderen, zo niet de meesten, hebben veel te doen om hun roeping en verkiezing vast te maken. Het is beter zo te zoeken dan alles voetstoots aan te nemen.
Laat dan uw consciëntie spreken. Kunt u niet zeggen dat God u uw zonden vergeven heeft, kunt u dan wel zeggen dat u bij tijden zucht en kermt om de openbaring van Jezus’ liefde? Dan staat er voor u een open deur, de deur der hoop in het dal van Achor. Houd aan, tot de Heere Zelf het u bekendmaakt en Zijn liefde in uw hart uitstort. Dan zult u vertroosting en vrede vinden, en met minder hoeft u ook niet tevreden te zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Daarom, broeders, benaarstigt u te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want, dat doende, zult gij nimmermeer struikelen. Want alzo zal u rijkelijk toegevoegd worden de ingang in het eeuwig Koninkrijk onzes Heeren en Zaligmakers Jezus Christus.
2 Petrus 1:10, 11
Ik geloof dat velen van Gods kinderen, zo niet de meesten, veel moeite hebben om hun roeping en verkiezing vast te maken. Zij zijn niet het soort mensen dat alles zomaar voetstoots aanneemt; zij kunnen zich niet zomaar neervlijen en zeggen: „Ik twijfel er niet aan dat ik een kind van God ben.” Zij hebben iets krachtigs nodig dat wordt toegepast; een woord dat door de mond van God Zelf gesproken is. En waar dat ontbreekt, worden zij overvallen door twijfel en vrees over hun staat voor Hem.
Welnu, laat het geweten spreken; laten wij de bladzijden van ons geweten eens omslaan. Wat zegt deze getrouwe getuige? Heeft God met kracht tot uw ziel gesproken? Heeft Hij u uw zonden vergeven? Heeft Hij u een krachtig bewijs gegeven van uw deel aan de Zoon van Zijn liefde? Zegt u: „Ik weet niet of ik dit met ja beantwoorden kan; ik weet niet of God mij de zonden vergeven heeft”? Welnu, dan zullen wij iets lager afdalen.
Als u dit niet kunt zeggen, kunt u dan wel zeggen dat u soms, niet altijd, zucht en kermt om de openbaring van de liefde van Jezus in uw ziel? Dan is hier een open deur voor u: de deur van de hoop in het dal van Achor. Kunt u dit niet ontkennen? Welnu, dit is een kenmerk dat u een van Gods bijzondere volk bent. Maar u kunt niet tevreden zijn tenzij de Heere Zelf het u bekendmaakt. U hebt een direct bewijs uit Zijn gezegende mond nodig, en niets anders kan u tevredenstellen. En als Hij Zijn liefde in uw hart uitstort, dan zal dat u vertroosting en vrede geven, en buiten dat kan niets u bevredigen.
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie niet zomaar kan zeggen dat hij een kind van God is. Hebt u iets nodig uit Zijn eigen mond, en wordt u, waar dat ontbreekt, overvallen door twijfel en vrees? Schaam u daar niet voor. Velen van Gods kinderen, zo niet de meesten, hebben veel moeite om hun roeping en verkiezing vast te maken. Het is beter zo te zoeken dan alles voetstoots aan te nemen.
Laat dan uw geweten spreken. Kunt u niet zeggen dat God u uw zonden vergeven heeft, kunt u dan wel zeggen dat u soms zucht en kermt om de openbaring van de liefde van Jezus? Dan staat er voor u een open deur, de deur van de hoop in het dal van Achor. Houd aan, totdat de Heere Zelf het u bekendmaakt en Zijn liefde in uw hart uitstort. Dan zult u vertroosting en vrede vinden, en met minder hoeft u ook niet tevreden te zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Wherefore the rather, brethren, give diligence to make your calling and election sure: for if ye do these things, ye shall never fall: for so an entrance shall be ministered unto you abundantly into the everlasting kingdom of our Lord and Saviour Jesus Christ.”
2 Peter 1:10, 11
I believe many of God’s people, if not most, have much ado to “make their calling and election sure.” They are not a people to take things for granted; they cannot sit at ease and say, “I have no doubt that I am a child of God;” they need something powerful, something applied, something spoken by the mouth of God Himself; and short of that, they must be exercised with doubts and fears as to their state before Him. Now let conscience speak; let us turn over the leaves of conscience. What says that faithful witness? Has God spoken with power to your soul? Has He pardoned your sins? Has He given you a sweet testimony of your saving interest in the Son of His love? Say you, “Why, I do not know that I can say all that, I do not know that God has pardoned my sins.”
Well, we will come a little lower then; if you cannot say that, we will take a little lower ground; can you say that you are sighing and groaning and crying at times, not always, but as the Lord works in you, for the sweet manifestations of Jesus’ love to your souls? Here is a door open for you, the door of hope in the valley of Achor. Can you come in here? Well, these are marks of being one of God’s peculiar people. But you cannot be satisfied, short of God Himself making it known to you; you need an immediate testimony from His blessed mouth, and nothing but that can satisfy you, and when He sheds abroad His love in your soul, it will give you peace and comfort, and nothing short of that can.
To the reader…
Here is a word for the one who cannot simply say that he is a child of God. Do you need something from His own mouth, and where that is lacking, are you overtaken by doubts and fears? Do not be ashamed of that. Many of God’s children, if not most, have much ado to make their calling and election sure. It is better to seek in this way than to take everything for granted.
Let your conscience speak, then. If you cannot say that God has pardoned your sins, can you say that you sometimes sigh and groan for the manifestation of the love of Jesus? Then there is an open door for you, the door of hope in the valley of Achor. Hold on until the Lord Himself makes it known to you and sheds abroad His love in your heart. Then you will find comfort and peace, and you need not be satisfied with anything less.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por lo cual, hermanos, procurad tanto más de hacer firme vuestra vocación y elección; porque haciendo estas cosas, no caeréis jamás. Porque de esta manera os será abundantemente administrada la entrada en el reino eterno de nuestro Señor y Salvador Jesucristo.
2 Pedro 1:10, 11
Creo que muchos del pueblo de Dios, si no la mayoría, tienen mucho que hacer para “hacer firme su vocación y elección”. No son un pueblo que dé las cosas por sentadas; no pueden sentarse tranquilos y decir: “No tengo ninguna duda de que soy hijo de Dios”; necesitan algo poderoso, algo aplicado, algo hablado por la boca de Dios mismo; y a falta de eso, han de ser ejercitados con dudas y temores en cuanto a su estado delante de Él. Ahora, que hable la conciencia; pasemos las hojas de la conciencia. ¿Qué dice ese testigo fiel? ¿Le ha hablado Dios con poder a su alma? ¿Ha perdonado sus pecados? ¿Le ha dado un dulce testimonio de su parte salvadora en el Hijo de Su amor? Dice usted: “Pues no sé si puedo decir todo eso; no sé si Dios ha perdonado mis pecados.”
Bien, entonces bajaremos un poco; si no puede decir eso, tomaremos un terreno un poco más bajo: ¿puede decir que a veces suspira, gime y clama, no siempre, pero según el Señor obra en usted, por las dulces manifestaciones del amor de Jesús a su alma? Aquí hay una puerta abierta para usted, la puerta de esperanza en el valle de Acor. ¿Puede entrar aquí? Pues bien, estas son señales de ser uno del pueblo peculiar de Dios. Pero usted no puede quedar satisfecho con nada menos que Dios mismo se lo dé a conocer; necesita un testimonio inmediato de Su bendita boca, y nada sino eso puede satisfacerle; y cuando Él derrame Su amor en su alma, le dará paz y consuelo, y nada menos que eso puede hacerlo.
Al lector…
He aquí una palabra para quien no puede decir sin más que es hijo de Dios. ¿Necesita usted algo de Su propia boca, y donde eso falta, le asaltan dudas y temores? No se avergüence de ello. Muchos de los hijos de Dios, si no la mayoría, tienen mucho que hacer para hacer firme su vocación y elección. Es mejor buscar de este modo que darlo todo por sentado.
Deje, pues, que hable su conciencia. Si no puede decir que Dios ha perdonado sus pecados, ¿puede decir que a veces suspira y gime por la manifestación del amor de Jesús? Entonces hay una puerta abierta para usted, la puerta de esperanza en el valle de Acor. Persevere hasta que el Señor mismo se lo dé a conocer y derrame Su amor en su corazón. Entonces hallará consuelo y paz, y no necesita conformarse con nada menos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl