6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
13 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.
Romeinen 5:10
Welk een vreselijke toestand is het te gevoelen en te vrezen dat men een vijand van God is! Ik geloof dat het een van de meest smartelijke gewaarwordingen is die mijn ziel ooit gevoelde, te vrezen dat ik een vijand van God was. Want wat moet het gevolg zijn als iemand leeft en sterft in vijandschap met God? In die strijd moet hij bezwijken. Als God zijn vijand is, wie kan dan zijn vriend zijn? Zulke gewaarwordingen in het hart grenzen aan wanhoop.
Zo iemand ten volle gevoelt dat hij een vijand Gods is, waar kan hij dan zijn hoofd bergen? Zelfs de hel schijnt hem geen toevluchtsoord aan te bieden. Maar hij moet met iets van dien aard geoefend worden vóórdat hij verzoening kan waarderen. Hij moet zien dat hij een geboren vijand Gods is; dat hij geboren is in zonde en in ongerechtigheden ontvangen, en dat zijn vleselijk gemoed vijandschap is tegen God. O, welk een pijnlijke gewaarwording, dat het vleselijk gemoed vijandschap is tegen God!
Het is erg genoeg een vijand Gods te zijn; maar dat elke vezel van onze natuur in vijandschap opstaat tegen God, dat heilige en volzalige Wezen, aan Wie wij zoveel te danken hebben, en aan Wie wij alles willen te danken hebben; dat ons vleselijk hart in geheel zijn samenstel, in zijn bloed, een onvermurwbare massa vijandschap is tegen God, o, vreselijke gedachte! Indien gij die vijandschap in uw boezem moogt ontwaren, en gevoelen dat zij zich verheft, dan zal dat al de zenuwen uwer eigengerechtigheid verbreken, al uw schoonheid bezoedelen en tot verderf doen overgaan. Wanneer een mens dus geoefend wordt, zal het hem naar een redmiddel doen uitzien, zo hij een sprankje geestelijk gevoel heeft.
God heeft zulk een redmiddel aangeboden in het offer van Zijn lieve Zoon, in het bloed des Lams; in het lijden, de gehoorzaamheid, de dood en de opstanding van de gezegende Heere Jezus. Wanneer dit in de ziel kenbaar gemaakt is door de Geest van God; wanneer het geloof gegeven is om het te ontvangen; wanneer de Heilige Geest het toepast; wanneer het in het hart ontvangen is, dan heeft een gevoelde verzoening plaats; dan zijn wij verzoend met God; de liefde komt in de plaats van de vijandschap, de lof in die van zuchten, en Zijn Naam wordt gezegend.
Ps. 131:3
Aan de lezer…
Wanneer u ooit met smart gevreesd hebt dat u een vijand van God bent, hebt u misschien in uw boezem die vijandschap ontwaard die zich verheft tegen dat heilige en volzalige Wezen, aan Wie u alles te danken hebt. Het is een gewaarwording die aan wanhoop grenst, en toch is zij niet tevergeefs. Zij verbreekt de zenuwen van uw eigengerechtigheid en doet u uitzien naar een redmiddel.
En God heeft dat redmiddel gegeven in het offer van Zijn lieve Zoon, in het bloed des Lams. Wanneer de Geest het in uw ziel kenbaar maakt en het geloof schenkt om het te ontvangen, dan komt de liefde in de plaats van de vijandschap, en de lof in de plaats van het zuchten. Bent u, vijand zijnde, met God verzoend door de dood Zijns Zoons, hoeveel meer zult u dan behouden worden door Zijn leven!
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.
Romeinen 5:10
Wat een vreselijke toestand is het om te voelen en te vrezen dat je een vijand van God bent! Ik geloof dat het een van de pijnlijkste gewaarwordingen is die mijn ziel ooit gekend heeft: te vrezen dat ik een vijand van God was. Want wat moet het gevolg zijn als iemand leeft en sterft in vijandschap met God? In die strijd moet hij bezwijken. Als God zijn vijand is, wie kan dan zijn vriend zijn? Zulke gewaarwordingen in het hart grenzen aan wanhoop.
Als iemand ten volle voelt dat hij een vijand van God is, waar kan hij dan zijn hoofd bergen? Zelfs de hel lijkt hem geen toevlucht te bieden. Maar hij moet zoiets doormaken voordat hij de verzoening kan waarderen. Hij moet zien dat hij van nature een vijand van God is: dat hij geboren is in zonde en in ongerechtigheden ontvangen, en dat zijn vleselijk gemoed vijandschap is tegen God. O, wat een pijnlijke gewaarwording, dat het vleselijk gemoed vijandschap is tegen God!
Het is al erg genoeg een vijand van God te zijn. Maar dat elke vezel van onze natuur in vijandschap opstaat tegen God, dat heilige en volzalige Wezen aan Wie we zoveel te danken hebben en aan Wie we alles te danken willen hebben; dat ons vleselijk hart in heel zijn samenstelling, tot in zijn bloed, een onvermurwbare massa vijandschap tegen God is: o, vreselijke gedachte! Als u die vijandschap in uw binnenste mag ontdekken en voelen dat zij zich verheft, dan zal dat alle zenuwen van uw eigengerechtigheid breken en al uw schoonheid bezoedelen en tot verderf doen vergaan. Wanneer iemand zo geoefend wordt, zal hij daardoor gaan uitzien naar een redmiddel, als hij ook maar een sprankje geestelijk gevoel heeft.
God heeft zo’n redmiddel geboden in het offer van Zijn lieve Zoon, in het bloed van het Lam, in het lijden, de gehoorzaamheid, de dood en de opstanding van de gezegende Heere Jezus. Wanneer dit door de Geest van God in de ziel bekendgemaakt is, wanneer het geloof gegeven is om het te ontvangen, wanneer de Heilige Geest het toepast en het in het hart ontvangen is, dan vindt er een gevoelde verzoening plaats. Dan zijn we met God verzoend. De liefde komt in de plaats van de vijandschap, de lof in de plaats van het zuchten, en Zijn Naam wordt gezegend.
Ps. 131:3
Aan de lezer…
Wanneer u ooit met smart gevreesd hebt dat u een vijand van God bent, hebt u misschien in uw binnenste die vijandschap ontdekt die zich verheft tegen dat heilige en volzalige Wezen aan Wie u alles te danken hebt. Het is een gewaarwording die aan wanhoop grenst, en toch is zij niet tevergeefs. Zij breekt de zenuwen van uw eigengerechtigheid en doet u uitzien naar een redmiddel.
En God heeft dat redmiddel gegeven in het offer van Zijn lieve Zoon, in het bloed van het Lam. Wanneer de Geest het in uw ziel bekendmaakt en het geloof schenkt om het te ontvangen, dan komt de liefde in de plaats van de vijandschap en de lof in de plaats van het zuchten. Als u, toen u nog een vijand was, met God verzoend bent door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zult u dan behouden worden door Zijn leven!
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For if, when we were enemies, we were reconciled to God by the death of His Son, much more, being reconciled, we shall be saved by His life.
Romans 5:10
What a fearful spot it is to be in—to feel and fear oneself an enemy to God! I think it is one of the most painful feelings that ever passed through my breast, to fear I was an enemy to God. For what must be the consequence, if a man lives and dies having God for his enemy? In that warfare he must perish. If God be his enemy, who can be his friend? Such sensations in the bosom are well-nigh akin to despair. Let a man fully feel that he is God’s enemy, where can he hide his head? Hell itself seems to afford him no refuge.
But he must be exercised with something of this before he can prize reconciliation. He must see himself to be an enemy of God by birth—that he was born in what our Reformers called “birth sin;” and that his carnal mind is enmity against God. O the painful sensations of the carnal mind being enmity against God! It is bad enough to be God’s enemy; but that every fiber of our nature should be steeped in enmity against God, that holy and blessed Being to Whom we owe so much, and to Whom we desire to owe everything; that our carnal heart in all its constitution, in its very blood, should be one unmitigated mass of enmity to God, O it is a dreadful thought!
If you are made to experience that enmity in your bosom, and to feel more or less of its upheavings and risings—that will cut to pieces all the sinews of creature righteousness; that will mar all your loveliness, and turn it into corruption.
Now, when a man is thus exercised, it will make him look out, if he has any root of spiritual feeling, for a remedy. God has provided such in the sacrifice of His dear Son, in the blood of the Lamb; in the sufferings, obedience, death, and resurrection of the blessed Jesus. Now when this is opened up in our soul by the Spirit of God; when faith is given to receive it; when the Holy Spirit applies it; when it is received into the heart (for the Apostle says, “We have received the atonement”), then a felt reconciliation takes place; we are then reconciled to God; love takes the place of enmity, praise of sighing, and blessing His name instead of writing bitter things against ourselves.
To the reader…
If you have ever feared with grief that you are an enemy of God, you may have discovered within yourself that enmity which rises up against that holy and blessed Being to Whom you owe everything. It is a feeling that borders on despair, and yet it is not in vain. It cuts the sinews of your own righteousness and makes you look out for a remedy.
And God has given that remedy in the sacrifice of His dear Son, in the blood of the Lamb. When the Spirit makes it known in your soul and gives the faith to receive it, love takes the place of enmity and praise the place of sighing. If, when you were still an enemy, you were reconciled to God by the death of His Son, how much more will you be saved by His life!
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque si siendo enemigos, fuimos reconciliados con Dios por la muerte de Su Hijo, mucho más, estando reconciliados, seremos salvos por Su vida.
Romanos 5:10
¡Qué lugar tan terrible es aquel en que uno se siente y se teme enemigo de Dios! Creo que es uno de los sentimientos más dolorosos que jamás hayan pasado por mi pecho: temer que yo era enemigo de Dios. Porque, ¿cuál ha de ser la consecuencia si un hombre vive y muere teniendo a Dios por enemigo? En esa guerra ha de perecer. Si Dios es su enemigo, ¿quién puede ser su amigo? Tales sensaciones en el pecho están muy cerca de la desesperación. Que un hombre sienta plenamente que es enemigo de Dios, ¿dónde podrá esconder la cabeza? El infierno mismo parece no ofrecerle refugio alguno.
Pero ha de ser ejercitado en algo de esto antes de poder estimar la reconciliación. Ha de verse enemigo de Dios por nacimiento; que nació en lo que nuestros Reformadores llamaban “pecado de nacimiento”; y que la intención de su carne es enemistad contra Dios. ¡Oh, las dolorosas sensaciones de que la intención de la carne es enemistad contra Dios! Ya es bastante malo ser enemigo de Dios; pero que cada fibra de nuestra naturaleza esté empapada de enemistad contra Dios, ese Ser santo y bendito a Quien tanto debemos, y a Quien deseamos deberlo todo; que nuestro corazón carnal, en toda su constitución, en su misma sangre, sea una masa sin atenuante alguno de enemistad contra Dios, ¡oh, es un pensamiento espantoso!
Si se le hace experimentar esa enemistad en su pecho, y sentir en mayor o menor grado sus agitaciones y levantamientos, eso cortará en pedazos todos los tendones de la justicia de la criatura; eso estropeará toda su hermosura y la convertirá en corrupción.
Ahora bien, cuando un hombre es así ejercitado, eso le hará buscar un remedio, si tiene alguna raíz de sentimiento espiritual. Dios lo ha provisto en el sacrificio de Su amado Hijo, en la sangre del Cordero; en los padecimientos, la obediencia, la muerte y la resurrección del bendito Jesús. Ahora bien, cuando esto es abierto en nuestra alma por el Espíritu de Dios; cuando se da la fe para recibirlo; cuando el Espíritu Santo lo aplica; cuando es recibido en el corazón (porque el Apóstol dice: “hemos ahora recibido la reconciliación”), entonces tiene lugar una reconciliación sentida; entonces somos reconciliados con Dios; el amor ocupa el lugar de la enemistad, la alabanza el de los suspiros, y bendecimos Su Nombre en lugar de escribir cosas amargas contra nosotros mismos.
Al lector…
Si alguna vez ha temido con pesar ser enemigo de Dios, quizá haya descubierto en sí mismo esa enemistad que se levanta contra aquel Ser santo y bendito a Quien usted lo debe todo. Es un sentimiento que linda con la desesperación, y sin embargo no es en vano. Corta los tendones de su propia justicia y le hace buscar un remedio.
Y Dios ha dado ese remedio en el sacrificio de Su amado Hijo, en la sangre del Cordero. Cuando el Espíritu lo da a conocer en su alma y da la fe para recibirlo, el amor ocupa el lugar de la enemistad, y la alabanza el lugar de los suspiros. Si, siendo aún enemigo, fue reconciliado con Dios por la muerte de Su Hijo, ¡cuánto más será salvo por Su vida!
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Bevinding
Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.
Mattheüs 5:6
Er bestaat een groot gevaar dat mensen op kenmerken rusten in plaats van op zegeningen. Deze twee dingen zijn zeer verschillend van elkaar en dienen altijd onderscheiden te worden. Kenmerken vergelijk ik wel met mijlpalen of wegwijzers, of als u dat liever heeft, met heggen en hekken, die allemaal heel nuttig zijn om de weg aan te geven en hem veilig te omheinen, en te laten zien hoever we zijn gevorderd; en een hek langs de weg is soms nuttig en handig om op te zitten en uit te rusten als we moe zijn. Maar we slapen niet graag de hele nacht onder een mijlpaal of langs een hek, en we moeten er niet aan denken als zwervers slechts een tent langs de weg met wat proviand te hebben om ons voor de nacht kost en inwoning te bieden. Het is beslist niet hetzelfde als een warme, comfortabele rustplaats, al was het maar een herberg aan de weg, waar we voedsel, warmte en onderdak kunnen krijgen, om de volgende dag met hernieuwde kracht weer op weg te kunnen gaan.
We moeten altijd goed onthouden dat kenmerken nooit zijn bedoeld om als rust, eten en onderdak te dienen. Ze zijn uitstekende wegwijzers, maar probeer ze niet te eten of erin te rusten, want u zult ze spoedig horen uitroepen: „Geen eten, geen rust hier! U moet verder gaan om eten en onderdak te krijgen. Dat is alleen te krijgen in het gezegende huis waar Jezus Zelf het bed opmaakt, de tafel dekt en de gasten onderhoudt.” Laten we kenmerken niet verachten of over het hoofd zien, want ze zijn zeer nuttig op de juiste plaats, maar ons voornaamste doel en verlangen moeten toch zijn om zegeningen te verkrijgen, zoals het Woord der waarheid dat met kracht aan ons hart wordt toegepast, of Jezus, Die aan onze ziel wordt geopenbaard.
Lezen: Mattheüs 5:1-12
Aan de lezer…
U die uw rust zoekt in de kenmerken die u bij uzelf meent te vinden, weet dat ze goede wegwijzers zijn, en dat het geen schande is soms even op het hek langs de weg uit te rusten. Maar u kunt er niet van eten en er niet de hele nacht onder slapen. Wie op kenmerken rust in plaats van op zegeningen, blijft hongerig langs de weg zitten.
Hongert en dorst u dan naar de gerechtigheid? Ga verder, naar het gezegende huis waar Jezus Zelf het bed opmaakt, de tafel dekt en de gasten onderhoudt. Daar is voedsel, warmte en onderdak voor de vermoeide reiziger. Begeer niet slechts een teken langs de weg, maar het Woord der waarheid met kracht aan uw hart toegepast, en Jezus Zelf aan uw ziel geopenbaard. Zalig zijn zulke hongerigen, want zij zullen verzadigd worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.
Mattheüs 5:6
Er bestaat een groot gevaar dat mensen op kenmerken rusten in plaats van op zegeningen. Die twee dingen verschillen sterk van elkaar en moeten altijd onderscheiden worden. Kenmerken vergelijk ik wel met mijlpalen of wegwijzers, of, als u dat liever hebt, met heggen en hekken. Die zijn allemaal heel nuttig om de weg aan te geven, hem veilig af te bakenen en te laten zien hoever we gevorderd zijn. En een hek langs de weg is soms nuttig en handig om op te zitten en uit te rusten als we moe zijn. Maar we slapen niet graag de hele nacht onder een mijlpaal of langs een hek, en we moeten er niet aan denken om, als zwervers, alleen een tent langs de weg te hebben met wat proviand als kost en inwoning voor de nacht.
Dat is beslist niet hetzelfde als een warme, comfortabele rustplaats, al was het maar een herberg aan de weg, waar we voedsel, warmte en onderdak kunnen krijgen om de volgende dag met nieuwe kracht weer op weg te gaan. We moeten altijd goed onthouden dat kenmerken nooit bedoeld zijn om als rust, voedsel en onderdak te dienen. Het zijn uitstekende wegwijzers, maar probeer ze niet te eten of erin te rusten, want dan zult u ze spoedig horen roepen: „Geen eten, geen rust hier! U moet verder gaan om eten en onderdak te krijgen. Dat is alleen te krijgen in het gezegende huis waar Jezus Zelf het bed opmaakt, de tafel dekt en de gasten onderhoudt.” Laten we kenmerken niet verachten of over het hoofd zien, want op de juiste plaats zijn ze heel nuttig. Maar ons voornaamste doel en verlangen moet toch zijn zegeningen te ontvangen, zoals het Woord der waarheid dat met kracht aan ons hart wordt toegepast, of Jezus, Die aan onze ziel geopenbaard wordt.
Lezen: Mattheüs 5:1-12
Aan de lezer…
U die uw rust zoekt in de kenmerken die u bij uzelf meent te vinden: weet dat het goede wegwijzers zijn, en dat het geen schande is soms even op het hek langs de weg uit te rusten. Maar u kunt er niet van eten en er niet de hele nacht onder slapen. Wie op kenmerken rust in plaats van op zegeningen, blijft hongerig langs de weg zitten.
Hongert en dorst u dan naar de gerechtigheid? Ga verder, naar het gezegende huis waar Jezus Zelf het bed opmaakt, de tafel dekt en de gasten onderhoudt. Daar is voedsel, warmte en onderdak voor de vermoeide reiziger. Begeer niet alleen een teken langs de weg, maar het Woord der waarheid dat met kracht aan uw hart wordt toegepast, en Jezus Zelf, aan uw ziel geopenbaard. Zalig zijn zulke hongerigen, want zij zullen verzadigd worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Blessed are they which do hunger and thirst after righteousness: for they shall be filled.
Matthew 5:6
There is great danger of people resting on marks instead of on blessings. These two things differ widely from each other and should always be distinguished. Marks I compare to milestones or finger-posts, or, if you prefer it, to hedges and gates. These are all very useful to show the road, to fence it in safely and to show how far we have advanced. And a gate by the roadside is sometimes useful and convenient to sit on and rest when we are weary. But we do not like to sleep all night under a milestone or by a gate, and we would not think of having, like vagrants, only a tent by the roadside with a few provisions as board and lodging for the night.
That is certainly not the same as a warm, comfortable resting place, were it but a wayside inn, where we can get food, warmth and shelter, so as to go on our way again the next day with fresh strength. We must always bear well in mind that marks were never meant to serve as rest, food and shelter. They are excellent finger-posts, but do not try to eat them or rest in them, for then you will soon hear them cry, “No food, no rest here! You must go farther on to get food and shelter. That is only to be had in the blessed house where Jesus Himself makes the bed, spreads the table and entertains the guests.”
Let us not despise or overlook marks, for in their right place they are very useful. But our chief aim and desire must still be to receive blessings, such as the Word of truth applied with power to our hearts, or Jesus revealed to our souls.
Reading: Matthew 5:1-12
To the reader…
You who seek your rest in the marks you think you find in yourself: know that they are good finger-posts, and that there is no shame in sometimes resting a little on the gate by the roadside. But you cannot eat them, nor sleep under them all night. Whoever rests on marks instead of on blessings will sit hungry by the wayside.
Do you hunger and thirst, then, after righteousness? Go on further, to the blessed house where Jesus Himself makes the bed, spreads the table and entertains the guests. There is food, warmth and shelter for the weary traveller. Do not desire only a sign by the roadside, but the Word of truth applied with power to your heart, and Jesus Himself, revealed to your soul. Blessed are such hungry ones, for they shall be filled.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Bienaventurados los que tienen hambre y sed de justicia: porque ellos serán hartos.
Mateo 5:6
Hay gran peligro de que las personas descansen en señales en vez de en bendiciones. Estas dos cosas difieren mucho entre sí y deben distinguirse siempre. Las señales las comparo a mojones o postes indicadores, o, si se prefiere, a setos y portillos. Todos ellos son muy útiles para mostrar el camino, para cercarlo con seguridad y para mostrar cuánto hemos avanzado. Y un portillo junto al camino a veces es útil y cómodo para sentarse y descansar cuando estamos cansados. Pero no nos gusta dormir toda la noche bajo un mojón o junto a un portillo, y no se nos ocurriría tener, como los vagabundos, solo una tienda junto al camino con unas pocas provisiones como comida y alojamiento para la noche.
Eso ciertamente no es lo mismo que un lugar de descanso cálido y cómodo, aunque fuera solo una posada junto al camino, donde podamos obtener alimento, calor y abrigo, para seguir nuestro camino al día siguiente con fuerzas renovadas. Debemos tener siempre bien presente que las señales nunca fueron hechas para servir de descanso, alimento y abrigo. Son excelentes postes indicadores, pero no intente comerlas ni descansar en ellas, porque entonces pronto las oirá clamar: “¡Aquí no hay alimento ni descanso! Tiene que seguir más adelante para obtener alimento y abrigo. Eso solo se halla en la bendita casa donde Jesús mismo hace la cama, pone la mesa y agasaja a los huéspedes”.
No despreciemos ni pasemos por alto las señales, porque en su lugar son muy útiles. Pero nuestro principal propósito y deseo debe seguir siendo recibir bendiciones, como la Palabra de verdad aplicada con poder a nuestro corazón, o Jesús revelado a nuestra alma.
Lectura: Mateo 5:1-12
Al lector…
Usted que busca su descanso en las señales que cree hallar en sí mismo: sepa que son buenos postes indicadores, y que no es vergüenza descansar a veces un poco en el portillo junto al camino. Pero no puede comerlas, ni dormir bajo ellas toda la noche. Quien descansa en señales en vez de en bendiciones se quedará hambriento a la vera del camino.
¿Tiene usted, pues, hambre y sed de justicia? Siga adelante, hasta la bendita casa donde Jesús mismo hace la cama, pone la mesa y agasaja a los huéspedes. Allí hay alimento, calor y abrigo para el viajero cansado. No desee solo una señal junto al camino, sino la Palabra de verdad aplicada con poder a su corazón, y a Jesús mismo, revelado a su alma. Bienaventurados tales hambrientos, porque ellos serán hartos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Doe wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw Woord beware.
Psalm 119:17
Kan de Heere anders dan weldadigheid aan Zijn knechten bewijzen? Waarom heeft Hij u tot Zijn dienstknechten gemaakt? Waarom heeft Hij de ketenen der vorige dienstbaarheid van uw handen afgerukt? Waarom bracht Hij u uit de dienstbaarheid van de zonde, de wereld, satan en eigen ik? Waarom maakte Hij Zichzelf dienstbaar aan uw ziel, won Hij uw genegenheden in en stelde Hij u in staat u volkomen aan Hem over te geven?
Opdat Hij u wilde verderven? Opdat Hij mocht spotten in uw verderf? Opdat Hij u op zekere dag in de hel mocht werpen? Opdat Hij u aan uzelf zou overgeven en toelaten dat de satan u overmocht; toelaten dat uw lusten u ten verderve zouden voeren, of dat gij aan de zonden zoudt gebonden worden, als een molensteen aan uw hals, opdat gij in de hel zoudt neerzinken? O, kan ons hart ooit zulke gedachten, die afbreuk doen aan de souvereine genade, inwilligen?
Was het niet omdat de Heere bewogen was in Zichzelf, dat Hij allereerst uw hart tot Hem wendde? Was het niet omdat de Heere voornemen had Zijn liefde tot u uit te laten, dat Hij allereerst uw voeten in Zijn paden leidde? Was het niet Zijn liefde tot u, dat Hij Zijn Zoon voor u overgaf? Welnu, als Hij u heeft onderwezen, u al die tijd geleid en bewaard heeft, kan het dan zijn dat Hij u zou afsnijden en u ten laatste zal doen verzinken? Hij kan het niet doen en wil het niet doen. Die Hij liefheeft, heeft Hij lief tot het einde. Het goede werk, in u begonnen, zal Hij voleinden en volmaken; derhalve zijn al des Heeren handelingen, handelingen van ontferming.
Aan de lezer…
Vreest u, lezer, dat de Heere u ten laatste zal afsnijden? Fluistert het hart u in dat u aan uzelf zult worden overgegeven, en dat uw lusten u nog ten verderve zullen voeren? Vraag u dan af: waarom heeft Hij de ketenen der vorige dienstbaarheid van uw handen afgerukt? Waarom heeft Hij uw genegenheden ingewonnen en uw voeten in Zijn paden geleid? Toch niet om u eens in de hel te werpen?
Zulke gedachten doen afbreuk aan de souvereine genade. Het was Zijn liefde die Hem bewoog Zijn Zoon voor u over te geven, en het goede werk dat Hij in u begonnen is, zal Hij voleinden en volmaken. Die Hij liefheeft, heeft Hij lief tot het einde. Bid dan met de psalmist: „Doe wel bij Uw knecht”, en weet dat al des Heeren handelingen met u, ook de bittere, handelingen van ontferming zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Doe wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw Woord beware.
Psalm 119:17
Kan de Heere iets anders doen dan Zijn knechten weldadigheid bewijzen? Waarom heeft Hij u tot Zijn dienstknechten gemaakt? Waarom heeft Hij de ketenen van de vroegere dienstbaarheid van uw handen afgerukt? Waarom bracht Hij u uit de dienstbaarheid van de zonde, de wereld, satan en het eigen ik? Waarom maakte Hij Zichzelf dienstbaar aan uw ziel, won Hij uw genegenheden voor Zich en maakte Hij u in staat u volkomen aan Hem over te geven?
Om u te verderven? Om te spotten met uw verderf? Om u op een dag in de hel te werpen? Om u aan uzelf over te geven en toe te laten dat satan u overweldigde; toe te laten dat uw lusten u in het verderf zouden storten, of dat u aan de zonden gebonden zou worden als aan een molensteen om uw hals, zodat u in de hel zou wegzinken? O, kan ons hart ooit instemmen met zulke gedachten, die afbreuk doen aan de soevereine genade?
Was het niet omdat de Heere in Zichzelf bewogen was, dat Hij allereerst uw hart naar Zich toe keerde? Was het niet omdat de Heere van plan was Zijn liefde aan u te bewijzen, dat Hij allereerst uw voeten in Zijn paden leidde? Was het niet Zijn liefde tot u, dat Hij Zijn Zoon voor u overgaf? Welnu, als Hij u onderwezen heeft en u al die tijd geleid en bewaard heeft, kan het dan zijn dat Hij u zou afsnijden en u ten slotte zou laten wegzinken? Hij kan het niet doen en wil het niet doen. Wie Hij liefheeft, heeft Hij lief tot het einde. Het goede werk dat Hij in u begonnen is, zal Hij voleindigen en volmaken; daarom zijn alle handelingen van de Heere handelingen van ontferming.
Aan de lezer…
Vreest u, lezer, dat de Heere u ten slotte zal afsnijden? Fluistert uw hart u in dat u aan uzelf zult worden overgegeven, en dat uw lusten u nog in het verderf zullen storten? Vraag u dan af: waarom heeft Hij de ketenen van de vroegere dienstbaarheid van uw handen afgerukt? Waarom heeft Hij uw genegenheden voor Zich gewonnen en uw voeten in Zijn paden geleid? Toch niet om u eens in de hel te werpen?
Zulke gedachten doen afbreuk aan de soevereine genade. Het was Zijn liefde die Hem bewoog Zijn Zoon voor u over te geven, en het goede werk dat Hij in u begonnen is, zal Hij voleindigen en volmaken. Wie Hij liefheeft, heeft Hij lief tot het einde. Bid dan met de psalmist: „Doe wel bij Uw knecht”, en weet dat alle handelingen van de Heere met u, ook de bittere, handelingen van ontferming zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Deal bountifully with thy servant, that I may live, and keep thy word.”
Psalm 119:17
Can the Lord deal any way but bountifully with His servants? Why has He made you His servants? Why did He strike the chains of former servitude off your hands? Why did He bring you out of the service of sin, the world, Satan, and self? Why did He ever make Himself precious to your heart, win your affections, and enable you to give yourselves wholly unto Him? That He might cast you off? that He might mock your calamity? that He might trample you one day into hell? that He might leave you to yourself, that He might allow Satan to overcome you, permit your lusts to destroy you; or allow your sins to be tied one day, like a mill-stone, round your neck to sink you into hell?
Oh, can our heart ever indulge thoughts so derogatory to sovereign grace? Was it not because the Lord had bounty in His heart towards you, that He first turned your heart towards Himself? Was it not because the Lord had purposes of love towards you, that He first led your feet into His paths? Was it not because God first loved you, that He gave His Son to die for you?
Now if He has taught you, led you, upheld you, kept you, all this time, is it to cast you off now—to let you sink at last? He cannot do so, will not do so. Those whom He loves, He loves to the end; the good work which He has begun, He will accomplish, and bring to final perfection; and therefore all the Lord’s acts are acts of bounty.
To the reader…
Do you fear, reader, that the Lord will cut you off in the end? Does your heart whisper to you that you will be left to yourself, and that your lusts will yet plunge you into destruction? Then ask yourself: why did He strike the chains of former servitude off your hands? Why did He win your affections for Himself and lead your feet into His paths? Surely not in order to cast you one day into hell?
Such thoughts are derogatory to sovereign grace. It was His love that moved Him to give up His Son for you, and the good work He has begun in you He will accomplish and bring to perfection. Those whom He loves, He loves to the end. Pray, then, with the psalmist, “Deal bountifully with Thy servant,” and know that all the Lord’s dealings with you, even the bitter ones, are dealings of mercy.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Haz bien á tu siervo; que viva y guarde tu palabra.”
Salmo 119:17
¿Puede el Señor tratar a Sus siervos de otro modo que con generosidad? ¿Por qué le ha hecho a usted Su siervo? ¿Por qué quitó de sus manos las cadenas de la antigua servidumbre? ¿Por qué le sacó del servicio del pecado, del mundo, de Satanás y del yo? ¿Por qué Se hizo alguna vez precioso a su corazón, ganó sus afectos y le capacitó para entregarse del todo a Él? ¿Para desecharle? ¿Para burlarse de su calamidad? ¿Para pisotearle un día en el infierno? ¿Para dejarle a sí mismo, para permitir que Satanás le venza, que sus concupiscencias le destruyan, o que sus pecados sean atados un día, como una piedra de molino, a su cuello para hundirle en el infierno?
¡Oh, puede nuestro corazón albergar jamás pensamientos tan injuriosos para la gracia soberana? ¿No fue porque el Señor tenía generosidad en Su corazón hacia usted por lo que primero volvió su corazón hacia Sí mismo? ¿No fue porque el Señor tenía propósitos de amor hacia usted por lo que primero llevó sus pies a Sus sendas? ¿No fue porque Dios le amó primero por lo que dio a Su Hijo para morir por usted?
Ahora bien, si Él le ha enseñado, guiado, sostenido y guardado todo este tiempo, ¿es para desecharle ahora, para dejarle hundirse al final? No puede hacerlo, no lo hará. A los que ama, los ama hasta el fin; la buena obra que ha comenzado, la acabará y la llevará a la perfección final; y por tanto todos los actos del Señor son actos de generosidad.
Al lector…
¿Teme usted, lector, que el Señor le deseche al final? ¿Le susurra su corazón que será dejado a sí mismo, y que sus concupiscencias aún le arrojarán a la perdición? Entonces pregúntese: ¿por qué quitó Él de sus manos las cadenas de la antigua servidumbre? ¿Por qué ganó sus afectos para Sí y llevó sus pies a Sus sendas? ¿Acaso para echarle un día al infierno?
Tales pensamientos son injuriosos para la gracia soberana. Fue Su amor lo que Le movió a entregar a Su Hijo por usted, y la buena obra que ha comenzado en usted, la acabará y la llevará a la perfección. A los que ama, los ama hasta el fin. Ore, pues, con el salmista: “Haz bien a Tu siervo”, y sepa que todos los tratos del Señor con usted, aun los amargos, son tratos de misericordia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl