July 20
Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.
Romeinen 5:10
Welk een vreselijke toestand is het te gevoelen en te vrezen dat men een vijand van God is! Ik geloof dat het een van de meest smartelijke gewaarwordingen is die mijn ziel ooit gevoelde, te vrezen dat ik een vijand van God was. Want wat moet het gevolg zijn als iemand leeft en sterft in vijandschap met God? In die strijd moet hij bezwijken. Als God zijn vijand is, wie kan dan zijn vriend zijn? Zulke gewaarwordingen in het hart grenzen aan wanhoop.
Zo iemand ten volle gevoelt dat hij een vijand Gods is, waar kan hij dan zijn hoofd bergen? Zelfs de hel schijnt hem geen toevluchtsoord aan te bieden. Maar hij moet met iets van dien aard geoefend worden vóórdat hij verzoening kan waarderen. Hij moet zien dat hij een geboren vijand Gods is; dat hij geboren is in zonde en in ongerechtigheden ontvangen, en dat zijn vleselijk gemoed vijandschap is tegen God. O, welk een pijnlijke gewaarwording, dat het vleselijk gemoed vijandschap is tegen God!
Het is erg genoeg een vijand Gods te zijn; maar dat elke vezel van onze natuur in vijandschap opstaat tegen God, dat heilige en volzalige Wezen, aan Wie wij zoveel te danken hebben, en aan Wie wij alles willen te danken hebben; dat ons vleselijk hart in geheel zijn samenstel, in zijn bloed, een onvermurwbare massa vijandschap is tegen God, o, vreselijke gedachte! Indien gij die vijandschap in uw boezem moogt ontwaren, en gevoelen dat zij zich verheft, dan zal dat al de zenuwen uwer eigengerechtigheid verbreken, al uw schoonheid bezoedelen en tot verderf doen overgaan. Wanneer een mens dus geoefend wordt, zal het hem naar een redmiddel doen uitzien, zo hij een sprankje geestelijk gevoel heeft.
God heeft zulk een redmiddel aangeboden in het offer van Zijn lieve Zoon, in het bloed des Lams; in het lijden, de gehoorzaamheid, de dood en de opstanding van de gezegende Heere Jezus. Wanneer dit in de ziel kenbaar gemaakt is door de Geest van God; wanneer het geloof gegeven is om het te ontvangen; wanneer de Heilige Geest het toepast; wanneer het in het hart ontvangen is, dan heeft een gevoelde verzoening plaats; dan zijn wij verzoend met God; de liefde komt in de plaats van de vijandschap, de lof in die van zuchten, en Zijn Naam wordt gezegend.
Ps. 131:3
Aan de lezer…
Wanneer u ooit met smart gevreesd hebt dat u een vijand van God bent, hebt u misschien in uw boezem die vijandschap ontwaard die zich verheft tegen dat heilige en volzalige Wezen, aan Wie u alles te danken hebt. Het is een gewaarwording die aan wanhoop grenst, en toch is zij niet tevergeefs. Zij verbreekt de zenuwen van uw eigengerechtigheid en doet u uitzien naar een redmiddel.
En God heeft dat redmiddel gegeven in het offer van Zijn lieve Zoon, in het bloed des Lams. Wanneer de Geest het in uw ziel kenbaar maakt en het geloof schenkt om het te ontvangen, dan komt de liefde in de plaats van de vijandschap, en de lof in de plaats van het zuchten. Bent u, vijand zijnde, met God verzoend door de dood Zijns Zoons, hoeveel meer zult u dan behouden worden door Zijn leven!
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.
Romeinen 5:10
Wat een vreselijke toestand is het om te voelen en te vrezen dat je een vijand van God bent! Ik geloof dat het een van de pijnlijkste gewaarwordingen is die mijn ziel ooit gekend heeft: te vrezen dat ik een vijand van God was. Want wat moet het gevolg zijn als iemand leeft en sterft in vijandschap met God? In die strijd moet hij bezwijken. Als God zijn vijand is, wie kan dan zijn vriend zijn? Zulke gewaarwordingen in het hart grenzen aan wanhoop.
Als iemand ten volle voelt dat hij een vijand van God is, waar kan hij dan zijn hoofd bergen? Zelfs de hel lijkt hem geen toevlucht te bieden. Maar hij moet zoiets doormaken voordat hij de verzoening kan waarderen. Hij moet zien dat hij van nature een vijand van God is: dat hij geboren is in zonde en in ongerechtigheden ontvangen, en dat zijn vleselijk gemoed vijandschap is tegen God. O, wat een pijnlijke gewaarwording, dat het vleselijk gemoed vijandschap is tegen God!
Het is al erg genoeg een vijand van God te zijn. Maar dat elke vezel van onze natuur in vijandschap opstaat tegen God, dat heilige en volzalige Wezen aan Wie we zoveel te danken hebben en aan Wie we alles te danken willen hebben; dat ons vleselijk hart in heel zijn samenstelling, tot in zijn bloed, een onvermurwbare massa vijandschap tegen God is: o, vreselijke gedachte! Als u die vijandschap in uw binnenste mag ontdekken en voelen dat zij zich verheft, dan zal dat alle zenuwen van uw eigengerechtigheid breken en al uw schoonheid bezoedelen en tot verderf doen vergaan. Wanneer iemand zo geoefend wordt, zal hij daardoor gaan uitzien naar een redmiddel, als hij ook maar een sprankje geestelijk gevoel heeft.
God heeft zo’n redmiddel geboden in het offer van Zijn lieve Zoon, in het bloed van het Lam, in het lijden, de gehoorzaamheid, de dood en de opstanding van de gezegende Heere Jezus. Wanneer dit door de Geest van God in de ziel bekendgemaakt is, wanneer het geloof gegeven is om het te ontvangen, wanneer de Heilige Geest het toepast en het in het hart ontvangen is, dan vindt er een gevoelde verzoening plaats. Dan zijn we met God verzoend. De liefde komt in de plaats van de vijandschap, de lof in de plaats van het zuchten, en Zijn Naam wordt gezegend.
Ps. 131:3
Aan de lezer…
Wanneer u ooit met smart gevreesd hebt dat u een vijand van God bent, hebt u misschien in uw binnenste die vijandschap ontdekt die zich verheft tegen dat heilige en volzalige Wezen aan Wie u alles te danken hebt. Het is een gewaarwording die aan wanhoop grenst, en toch is zij niet tevergeefs. Zij breekt de zenuwen van uw eigengerechtigheid en doet u uitzien naar een redmiddel.
En God heeft dat redmiddel gegeven in het offer van Zijn lieve Zoon, in het bloed van het Lam. Wanneer de Geest het in uw ziel bekendmaakt en het geloof schenkt om het te ontvangen, dan komt de liefde in de plaats van de vijandschap en de lof in de plaats van het zuchten. Als u, toen u nog een vijand was, met God verzoend bent door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zult u dan behouden worden door Zijn leven!
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For if, when we were enemies, we were reconciled to God by the death of His Son, much more, being reconciled, we shall be saved by His life.
Romans 5:10
What a fearful spot it is to be in—to feel and fear oneself an enemy to God! I think it is one of the most painful feelings that ever passed through my breast, to fear I was an enemy to God. For what must be the consequence, if a man lives and dies having God for his enemy? In that warfare he must perish. If God be his enemy, who can be his friend? Such sensations in the bosom are well-nigh akin to despair. Let a man fully feel that he is God’s enemy, where can he hide his head? Hell itself seems to afford him no refuge.
But he must be exercised with something of this before he can prize reconciliation. He must see himself to be an enemy of God by birth—that he was born in what our Reformers called “birth sin;” and that his carnal mind is enmity against God. O the painful sensations of the carnal mind being enmity against God! It is bad enough to be God’s enemy; but that every fiber of our nature should be steeped in enmity against God, that holy and blessed Being to Whom we owe so much, and to Whom we desire to owe everything; that our carnal heart in all its constitution, in its very blood, should be one unmitigated mass of enmity to God, O it is a dreadful thought!
If you are made to experience that enmity in your bosom, and to feel more or less of its upheavings and risings—that will cut to pieces all the sinews of creature righteousness; that will mar all your loveliness, and turn it into corruption.
Now, when a man is thus exercised, it will make him look out, if he has any root of spiritual feeling, for a remedy. God has provided such in the sacrifice of His dear Son, in the blood of the Lamb; in the sufferings, obedience, death, and resurrection of the blessed Jesus. Now when this is opened up in our soul by the Spirit of God; when faith is given to receive it; when the Holy Spirit applies it; when it is received into the heart (for the Apostle says, “We have received the atonement”), then a felt reconciliation takes place; we are then reconciled to God; love takes the place of enmity, praise of sighing, and blessing His name instead of writing bitter things against ourselves.
To the reader…
If you have ever feared with grief that you are an enemy of God, you may have discovered within yourself that enmity which rises up against that holy and blessed Being to Whom you owe everything. It is a feeling that borders on despair, and yet it is not in vain. It cuts the sinews of your own righteousness and makes you look out for a remedy.
And God has given that remedy in the sacrifice of His dear Son, in the blood of the Lamb. When the Spirit makes it known in your soul and gives the faith to receive it, love takes the place of enmity and praise the place of sighing. If, when you were still an enemy, you were reconciled to God by the death of His Son, how much more will you be saved by His life!
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque si siendo enemigos, fuimos reconciliados con Dios por la muerte de Su Hijo, mucho más, estando reconciliados, seremos salvos por Su vida.
Romanos 5:10
¡Qué lugar tan terrible es aquel en que uno se siente y se teme enemigo de Dios! Creo que es uno de los sentimientos más dolorosos que jamás hayan pasado por mi pecho: temer que yo era enemigo de Dios. Porque, ¿cuál ha de ser la consecuencia si un hombre vive y muere teniendo a Dios por enemigo? En esa guerra ha de perecer. Si Dios es su enemigo, ¿quién puede ser su amigo? Tales sensaciones en el pecho están muy cerca de la desesperación. Que un hombre sienta plenamente que es enemigo de Dios, ¿dónde podrá esconder la cabeza? El infierno mismo parece no ofrecerle refugio alguno.
Pero ha de ser ejercitado en algo de esto antes de poder estimar la reconciliación. Ha de verse enemigo de Dios por nacimiento; que nació en lo que nuestros Reformadores llamaban “pecado de nacimiento”; y que la intención de su carne es enemistad contra Dios. ¡Oh, las dolorosas sensaciones de que la intención de la carne es enemistad contra Dios! Ya es bastante malo ser enemigo de Dios; pero que cada fibra de nuestra naturaleza esté empapada de enemistad contra Dios, ese Ser santo y bendito a Quien tanto debemos, y a Quien deseamos deberlo todo; que nuestro corazón carnal, en toda su constitución, en su misma sangre, sea una masa sin atenuante alguno de enemistad contra Dios, ¡oh, es un pensamiento espantoso!
Si se le hace experimentar esa enemistad en su pecho, y sentir en mayor o menor grado sus agitaciones y levantamientos, eso cortará en pedazos todos los tendones de la justicia de la criatura; eso estropeará toda su hermosura y la convertirá en corrupción.
Ahora bien, cuando un hombre es así ejercitado, eso le hará buscar un remedio, si tiene alguna raíz de sentimiento espiritual. Dios lo ha provisto en el sacrificio de Su amado Hijo, en la sangre del Cordero; en los padecimientos, la obediencia, la muerte y la resurrección del bendito Jesús. Ahora bien, cuando esto es abierto en nuestra alma por el Espíritu de Dios; cuando se da la fe para recibirlo; cuando el Espíritu Santo lo aplica; cuando es recibido en el corazón (porque el Apóstol dice: “hemos ahora recibido la reconciliación”), entonces tiene lugar una reconciliación sentida; entonces somos reconciliados con Dios; el amor ocupa el lugar de la enemistad, la alabanza el de los suspiros, y bendecimos Su Nombre en lugar de escribir cosas amargas contra nosotros mismos.
Al lector…
Si alguna vez ha temido con pesar ser enemigo de Dios, quizá haya descubierto en sí mismo esa enemistad que se levanta contra aquel Ser santo y bendito a Quien usted lo debe todo. Es un sentimiento que linda con la desesperación, y sin embargo no es en vano. Corta los tendones de su propia justicia y le hace buscar un remedio.
Y Dios ha dado ese remedio en el sacrificio de Su amado Hijo, en la sangre del Cordero. Cuando el Espíritu lo da a conocer en su alma y da la fe para recibirlo, el amor ocupa el lugar de la enemistad, y la alabanza el lugar de los suspiros. Si, siendo aún enemigo, fue reconciliado con Dios por la muerte de Su Hijo, ¡cuánto más será salvo por Su vida!
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl