6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
13 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.
Micha 7:19
Wanneer God met eigen hand al onze ongerechtigheden opneemt en ze met eigen arm in de diepte der zee werpt, zullen zij nooit meer uit die diepte opkomen om in de grote en vreselijke dag tegen de kinderen Gods te getuigen. Nu mogen uw zonden levend in uw ziel schijnen, en elk derzelve beschuldiging op beschuldiging tegen u inbrengen. Deze zonde roept om wraak, gene om straf. Die struikeling, die val, die afval, dit dwaze woord, die verkeerde daad, dit alles getuigt voor de rechtbank van het geweten tegen ons. Doe wat gij kunt, wees waar gij kunt, leef hoe gij kunt, waak en bid zoveel gij kunt, zwijg en scheid u af van de wereld, zelfs van uw eigen familie, hoe gij kunt, steeds blijft de zonde zich bewegen, leven, woelen, werken en brengt u vaak tot schuld en dienstbaarheid.
Maar indien God Zich onzer heeft ontfermd, heeft Hij al onze zonden met eigen hand in de diepte der zee geworpen, en die zonden kunnen ons niet meer met toornige verontwaardiging aanstaren, kunnen niet meer beschuldigend tot ons spreken, hebben geen leven meer in zich om op te staan en te getuigen dat zij door ons zijn bedreven, dat Gods Wet erdoor verbroken is, en wij daardoor onder haar oordeel en vloek liggen. En er is geen waarheid in Gods Woord die zekerder is dan de algehele vergeving der zonden, zodat op de grote dag de Gemeente van Christus met grote blijdschap vlekkeloos zal gesteld worden in de tegenwoordigheid Zijner heerlijkheid.
O mijn ziel, wat buigt g’u neder,
waartoe zijt g’in mij ontrust?
Voed het oud vertrouwen weder,
zoek in ’s Hoogsten lof uw lust,
want Gods goedheid zal uw druk
eens verwiss’len in geluk.
Hoop op God, sla ’t oog naar boven,
want ik zal Zijn naam nog loven.
Ps. 42:3
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat uw zonden u voor ogen staan. Roept de ene om wraak en de andere om straf, en brengt uw geweten de ene beschuldiging na de andere tegen u in: die val, dat dwaze woord, die verkeerde daad? Ik weet dat u met al uw waken en bidden de zonde niet kunt stilleggen; zij blijft woelen en werken. Wanhoop daarom niet aan uzelf, maar zie weg van uzelf.
Want wat de Heere doet, doet Hij volkomen. Hij neemt de ongerechtigheden met eigen hand op en werpt ze in de diepten der zee, en daaruit komen zij niet meer op om tegen Zijn kinderen te getuigen. Geen waarheid in Gods Woord is zekerder dan de algehele vergeving der zonden. Laat de aanklager dan spreken; het laatste woord is niet aan hem, maar aan Hem Die Zich over arme zondaren ontfermt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.
Micha 7:19
Wanneer God met eigen hand al onze ongerechtigheden opneemt en ze met eigen arm in de diepte van de zee werpt, dan zullen zij nooit meer uit die diepte opkomen om op de grote en vreselijke dag tegen de kinderen van God te getuigen. Nu kunnen uw zonden nog levend in uw ziel lijken, en kan elk van hen beschuldiging op beschuldiging tegen u inbrengen. Deze zonde roept om wraak, die andere om straf. Die struikeling, die val, die afdwaling, dit dwaze woord, die verkeerde daad: dit alles getuigt tegen ons voor de rechtbank van het geweten.
Doe wat u kunt, wees waar u kunt, leef zoals u kunt, waak en bid zoveel u kunt, zwijg en zonder u af van de wereld, zelfs van uw eigen familie, zoveel u kunt: steeds blijft de zonde zich bewegen, leven, woelen en werken, en vaak brengt zij u onder schuld en dienstbaarheid.
Maar als God Zich over ons ontfermd heeft, dan heeft Hij al onze zonden met eigen hand in de diepte van de zee geworpen. Dan kunnen die zonden ons niet meer met toornige verontwaardiging aanstaren en niet meer beschuldigend tot ons spreken. Zij hebben geen leven meer in zich om op te staan en te getuigen dat wij ze bedreven hebben, dat Gods Wet erdoor verbroken is en dat wij daardoor onder haar oordeel en vloek liggen. En er is geen waarheid in Gods Woord die zekerder is dan de volledige vergeving van de zonden, zodat de Gemeente van Christus op de grote dag met grote blijdschap vlekkeloos gesteld zal worden voor het aangezicht van Zijn heerlijkheid.
O mijn ziel, wat buigt g’u neder,
waartoe zijt g’in mij ontrust?
Voed het oud vertrouwen weder,
zoek in ’s Hoogsten lof uw lust,
want Gods goedheid zal uw druk
eens verwiss’len in geluk.
Hoop op God, sla ’t oog naar boven,
want ik zal Zijn naam nog loven.
Ps. 42:3
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat uw zonden u voor ogen staan. Roept de ene om wraak en de andere om straf, en brengt uw geweten de ene beschuldiging na de andere tegen u in: die val, dat dwaze woord, die verkeerde daad? Ik weet dat u met al uw waken en bidden de zonde niet kunt stilleggen; zij blijft woelen en werken. Wanhoop daarom niet aan uzelf, maar kijk van uzelf weg.
Want wat de Heere doet, doet Hij volkomen. Hij neemt de ongerechtigheden met eigen hand op en werpt ze in de diepten van de zee, en daaruit komen zij niet meer op om tegen Zijn kinderen te getuigen. Geen waarheid in Gods Woord is zekerder dan de volledige vergeving van de zonden. Laat de aanklager dan spreken; het laatste woord is niet aan hem, maar aan Hem Die Zich over arme zondaren ontfermt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thou wilt cast all their sins into the depths of the sea.
Micah 7:19
When God takes all our iniquities with His own hand, and casts them with His own arm into the depths of the sea, they will never come out of those depths to witness against the family of God in the great and terrible day. Your sins now may seem to be all alive in your breast, and every one of them to bring accusation upon accusation against you. This sin is crying out for vengeance, and that for punishment. This slip, this fall, this backsliding, this foolish word, this wrong action, are all testifying against you in the court of conscience. Do what you may, be where you may, live how you may, watch and pray how you may, keep silent and separate from the world or even from your own family how you may, sin still moves, lives, acts, works, and often brings you into guilt and bondage.
But if God has had mercy upon us He has cast all our sins with His own hands into the depths of the sea, and those sins have no more eyes to look at us with angry indignation, have no more tongues to speak against us in voices of accusation, have no more life in them to rise up and testify that they have been committed by us, that God’s law has been broken by them, and that therefore we are under its condemnation and curse. And there is no truth in God’s Word more certain than the complete forgiveness of sins, and the presentation of the Church of Christ at the great day faultless before the presence of His glory with exceeding joy.
To the reader…
There are days when your sins stand before your eyes. Does one cry out for vengeance and another for punishment, and does your conscience bring one accusation after another against you: that fall, that foolish word, that wrong action? I know that with all your watching and praying you cannot silence sin; it keeps stirring and working. Do not despair of yourself, then, but look away from yourself.
For what the Lord does, He does completely. He takes up the iniquities with His own hand and casts them into the depths of the sea, and from there they never rise again to witness against His children. No truth in God’s Word is more certain than the complete forgiveness of sins. Let the accuser speak, then; the last word is not his, but belongs to Him Who has compassion on poor sinners.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y echará en los profundos de la mar todos nuestros pecados.
Miqueas 7:19
Cuando Dios toma todas nuestras iniquidades con Su propia mano y las arroja con Su propio brazo a lo profundo de la mar, nunca saldrán de esas profundidades para testificar contra la familia de Dios en el día grande y terrible. Sus pecados pueden parecer ahora estar todos vivos en su pecho, y cada uno de ellos traer acusación sobre acusación contra usted. Este pecado clama venganza, y aquel castigo. Este tropiezo, esta caída, esta rebeldía, esta palabra necia, esta acción equivocada, todos testifican contra usted en el tribunal de la conciencia. Haga lo que haga, esté donde esté, viva como viva, vele y ore como vele y ore, guarde silencio y apártese del mundo, o aun de su propia familia, como quiera, el pecado todavía se mueve, vive, actúa, obra, y a menudo le lleva a culpa y servidumbre.
Pero si Dios ha tenido misericordia de nosotros, ha arrojado todos nuestros pecados con Sus propias manos a lo profundo de la mar, y esos pecados ya no tienen ojos para mirarnos con airada indignación, ya no tienen lenguas para hablar contra nosotros con voces de acusación, ya no tienen vida para levantarse y testificar que los hemos cometido, que la ley de Dios ha sido quebrantada por ellos y que, por tanto, estamos bajo su condenación y maldición. Y no hay verdad en la Palabra de Dios más cierta que el completo perdón de los pecados, y la presentación de la Iglesia de Cristo en el gran día, sin mácula delante de Su gloria con grande alegría.
Al lector…
Hay días en que sus pecados están delante de sus ojos. ¿Clama uno venganza y otro castigo, y le trae su conciencia una acusación tras otra: aquella caída, aquella palabra necia, aquella acción equivocada? Sé que con todo su velar y orar no puede hacer callar al pecado; sigue moviéndose y obrando. No desespere, pues, de sí mismo, sino aparte la mirada de sí mismo.
Porque lo que el Señor hace, lo hace por completo. Él toma las iniquidades con Su propia mano y las arroja a lo profundo de la mar, y de allí nunca vuelven a levantarse para testificar contra Sus hijos. Ninguna verdad en la Palabra de Dios es más cierta que el completo perdón de los pecados. Deje, pues, que hable el acusador; la última palabra no es suya, sino de Aquel que tiene compasión de los pobres pecadores.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Christus’ hemelvaart
En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
Handelingen 1:9
Denkt u eens een ogenblik na over de kracht van dit getuigenis. Zouden deze elf mannen misleid zijn geweest of zich hebben vergist in hetgeen waarvan zij aldus persoonlijk getuigen waren? De meesten van hen zwoeren later bij hun leven dat het waar was wat ze toen zagen. Toen ze dus zagen dat Degene met Wie ze zo zoet hadden gesproken voor hun ogen werd opgenomen, en ze Zijn hemelvaart gadesloegen tot een wolk Hem wegnam van hun ogen, hoe zouden ze een stelliger getuigenis van de vervulling van Zijn eigen woorden kunnen krijgen dan dit: „Ik ben van de Vader uitgegaan, en ben in de wereld gekomen; wederom verlaat Ik de wereld, en ga heen tot de Vader” (Joh. 16:28)? En ook: „Ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God” (Joh. 20:17).
Maar om niet de geringste twijfel in hun geest te laten bestaan, om hun hart er zo doeltreffend mogelijk mee te bezegelen en om hen te verzekeren van Zijn terugkomst, behaagde het de Heere om aan hun eigen ooggetuigenverslag een hemelse getuigenis toe te voegen: „En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren” (Hand. 1:10, 11).
Lezen: Handelingen 1:1-14
Aan de lezer…
Hoe staat het met u, lezer, als u aan uw Heiland denkt? Bent u soms bang dat alles maar inbeelding is, dat u zich vergist hebt in wat u meende te smaken? De Heere wist hoe zwak het geloof van de Zijnen is. Daarom liet Hij hen niet alleen met hun eigen ogen zien hoe Hij werd opgenomen, maar gaf Hij er een getuigenis uit de hemel bij, opdat er niet de geringste twijfel zou blijven.
Zo zorgvuldig gaat Hij met twijfelende harten om. „Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.” Hij is niet heengegaan om de Zijnen te vergeten, maar om voor hen te leven. En deze Jezus zal alzo komen. Sta dan niet alleen verlangend naar de hemel te staren, maar wacht met hoop op Hem Die beloofd heeft weder te keren.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
Handelingen 1:9
Denk eens een ogenblik na over de kracht van dit getuigenis. Zouden deze elf mannen misleid zijn, of zich vergist hebben in wat zij zo persoonlijk hadden gezien? De meesten van hen zwoeren later bij hun leven dat waar was wat ze toen zagen. Zij zagen dus dat Hij met Wie ze zo zoet hadden gesproken, voor hun ogen werd opgenomen, en ze volgden Zijn hemelvaart totdat een wolk Hem wegnam van hun ogen. Hoe zouden ze dan een stelliger getuigenis kunnen krijgen van de vervulling van Zijn eigen woorden: „Ik ben van de Vader uitgegaan, en ben in de wereld gekomen; wederom verlaat Ik de wereld, en ga heen tot de Vader” (Joh. 16:28)? En ook: „Ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God” (Joh. 20:17).
Maar om niet de geringste twijfel in hun geest te laten bestaan, om het zo krachtig mogelijk in hun hart te verzegelen en om hen te verzekeren van Zijn terugkomst, behaagde het de Heere om aan wat zij met eigen ogen hadden gezien een hemels getuigenis toe te voegen: „En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren” (Hand. 1:10, 11).
Lezen: Handelingen 1:1-14
Aan de lezer…
Hoe staat het met u, lezer, als u aan uw Heiland denkt? Bent u soms bang dat alles maar inbeelding is, dat u zich vergist hebt in wat u meende te smaken? De Heere wist hoe zwak het geloof van de Zijnen is. Daarom liet Hij hen niet alleen met eigen ogen zien hoe Hij werd opgenomen, maar gaf Hij er een getuigenis uit de hemel bij, zodat er niet de geringste twijfel zou blijven.
Zo zorgvuldig gaat Hij met twijfelende harten om. „Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.” Hij is niet heengegaan om de Zijnen te vergeten, maar om voor hen te leven. En deze Jezus zal zo terugkomen. Blijf dan niet alleen verlangend naar de hemel staren, maar wacht met hoop op Hem Die beloofd heeft terug te keren.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And when He had spoken these things, while they beheld, He was taken up; and a cloud received Him out of their sight.
Acts 1:9
Consider for a moment the strength of this testimony. Could these eleven men have been deceived, or have been mistaken in what they had so personally seen? Most of them afterwards sealed with their lives the truth of what they then saw. They saw, then, that He with Whom they had held such sweet converse was taken up before their eyes, and they followed His ascension until a cloud received Him out of their sight. How could they then have a more certain testimony to the fulfilment of His own words: “I came forth from the Father, and am come into the world: again, I leave the world, and go to the Father” (John 16:28)? And again: “Go to My brethren, and say unto them, I ascend unto My Father, and your Father; and to My God, and your God” (John 20:17).
But to leave not the slightest doubt in their minds, to seal it as powerfully as possible upon their hearts, and to assure them of His return, it pleased the Lord to add a heavenly testimony to what they had seen with their own eyes: “And while they looked stedfastly toward heaven as He went up, behold, two men stood by them in white apparel; which also said, Ye men of Galilee, why stand ye gazing up into heaven? this same Jesus, which is taken up from you into heaven, shall so come in like manner as ye have seen Him go into heaven” (Acts 1:10, 11).
Reading: Acts 1:1-14
To the reader…
How is it with you, reader, when you think of your Saviour? Are you sometimes afraid that it is all imagination, that you have been mistaken in what you thought you tasted? The Lord knew how weak the faith of His own is. Therefore He not only let them see with their own eyes how He was taken up, but added a testimony from heaven, so that not the slightest doubt would remain.
So carefully does He deal with doubting hearts. “I ascend unto My Father, and your Father; and to My God, and your God.” He did not go away to forget His own, but to live for them. And this same Jesus will so come again. Do not, then, only stand gazing up into heaven with longing, but wait with hope for Him Who has promised to return.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y habiendo dicho estas cosas, viéndolo ellos, fue alzado; y una nube Le recibió y Le quitó de sus ojos.
Hechos 1:9
Considere por un momento la fuerza de este testimonio. ¿Pudieron estos once hombres haber sido engañados, o haberse equivocado en lo que tan personalmente habían visto? La mayoría de ellos sellaron después con su vida la verdad de lo que entonces vieron. Vieron, pues, que Aquel con Quien habían tenido tan dulce trato era alzado ante sus ojos, y siguieron Su ascensión hasta que una nube Le recibió y Le quitó de su vista. ¿Cómo podían, entonces, tener un testimonio más seguro del cumplimiento de Sus propias palabras: “Salí del Padre, y he venido al mundo: otra vez dejo el mundo, y voy al Padre” (Juan 16:28)? Y también: “Ve a Mis hermanos, y diles: Subo a Mi Padre y a vuestro Padre, a Mi Dios y a vuestro Dios” (Juan 20:17).
Pero para no dejar en su mente la menor duda, para sellarlo con el mayor poder posible en su corazón y para asegurarles Su regreso, plugo al Señor añadir un testimonio celestial a lo que habían visto con sus propios ojos: “Y estando con los ojos puestos en el cielo, entre tanto que Él iba, he aquí dos varones se pusieron junto a ellos en vestidos blancos; los cuales también les dijeron: Varones galileos, ¿qué estáis mirando al cielo? Este mismo Jesús que ha sido tomado desde vosotros arriba en el cielo, así vendrá como Le habéis visto ir al cielo” (Hechos 1:10, 11).
Lectura: Hechos 1:1-14
Al lector…
¿Cómo le va a usted, lector, cuando piensa en su Salvador? ¿Teme a veces que todo sea imaginación, que se haya equivocado en lo que creyó gustar? El Señor sabía cuán débil es la fe de los Suyos. Por eso no solo les dejó ver con sus propios ojos cómo era alzado, sino que añadió un testimonio del cielo, para que no quedara la menor duda.
Con tanto cuidado trata Él a los corazones que dudan. “Subo a Mi Padre y a vuestro Padre, a Mi Dios y a vuestro Dios.” No se fue para olvidar a los Suyos, sino para vivir por ellos. Y este mismo Jesús así vendrá otra vez. No se quede, pues, solamente mirando al cielo con anhelo, sino espere con esperanza a Aquel que ha prometido volver.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods, in het aangezicht van Jezus Christus.
2 Corinthe 4:6
Als een mens wandelt in de duisternis en in de dood van zijn onwedergeboren staat, dan mist hij het ware licht. Hij moge een vals licht hebben, een licht van verbeelding, misleiding of van een ijdel vertrouwen, maar al zulk een geleend licht is erger dan de duisternis; gelijk de Heere zegt: „Indien nu het licht, dat in u is, duisternis zij, hoe groot is de duisternis zelf!” Het enig zaligmakend licht is het licht van God, schijnende in de ziel, want het doet ons zien en kennen „de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft”.
Iemand moge het helderste licht in zijn oordeel bezitten, en toch missen het doordringende licht van de Geest, dat de overtuiging in de ziel werkt; hij moge een gezonde kennis hebben van de leer der genade en enigszins het overeenstemmend plan der zaligheid bevatten, en toch nooit door Goddelijke onderwijzing een heilig God aanschouwd hebben, noch gevoeld hebben de geestelijkheid van Gods rechtvaardige wet, hem veroordelende als een overtreder. Maar het licht des levens, zoals de Heere het noemt, leidt de bezitter daarvan op het rechte pad. Als wij dit licht missen, dan moeten wij vaststellen dat wij ons bedriegen; wij zullen in de een of andere dwaling vervallen, aan ketterij ons schuldig maken, de een of andere leer des duivels inzuigen of aan een vreselijk bedrog toegeven. Of mogelijk ook vervallen in enige vreselijke zonden en alzo van het geloof schipbreuk lijden.
Dan hebben we een vals licht, gelijk aan de lichten die zeerovers erop nahouden om de scheepslieden te verstrikken tot hun eigen verderf. Of dan hebben we een licht gelijk aan de vuren die de vreselijke stranddieven in Cornwall ontsteken, om de zeelieden, die denken dat ze een goede en betrouwbare verlichting voor zich zien, te kunnen misleiden. En als zij hun schepen daarop aansturen, lopen ze tot hun ondergang vast op de rotsen en worden ze door de stranddieven geplunderd. Een vals licht kan ons schipbreuk doen lijden op de rotsen van verbeelding of wanhoop.
Maar het licht des Goddelijken levens in de ziel is vergezelschapt van al de genaden van de Geest. Het is het licht der heerlijkheid Gods, het licht van Jezus’ vriendelijk aangezicht en het licht van des Geestes onderwijzing, en derhalve een onfeilbare gids en leidsman, gelijk de apostel zegt: „Gij hebt de zalving van de Heilige Geest en gij weet alle dingen.” En deze onfeilbare loods en leidsman zal de ziel, wie het gegeven wordt, veilig leiden in de haven van eindeloze rust en vrede.
Aan de lezer…
Misschien hebt u zich nooit afgevraagd bij welk licht u vaart. Er zijn valse lichten, zoals de vuren die stranddieven op de kust ontsteken, waardoor schepen menen veilig te varen en toch op de rotsen lopen. Zo kan een mens helder licht in zijn verstand hebben, de leer der genade goed kennen, en toch nooit een heilig God aanschouwd hebben of zich door de wet als overtreder veroordeeld gevoeld hebben. Dat is een ernstige gedachte, en het is goed er eerlijk bij stil te staan.
Maar hebt u, al was het in uw duisternis, iets gezien van uw zonde en van de heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus? Dan is dat geen licht van uw eigen maaksel. Dezelfde God Die zeide dat het licht uit de duisternis zou schijnen, heeft het in uw hart doen schijnen. Dat licht des levens is een onfeilbare Loods. Volg Hem dan, ook wanneer het nacht om u is; Hij zal uw ziel veilig brengen in de haven van eindeloze rust en vrede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods, in het aangezicht van Jezus Christus.
2 Corinthe 4:6
Wanneer een mens wandelt in de duisternis en de dood van zijn onwedergeboren staat, mist hij het ware licht. Hij mag een vals licht hebben, een licht van verbeelding, van misleiding of van ijdel vertrouwen, maar al zulk geleend licht is erger dan de duisternis. Zoals de Heere zegt: „Indien nu het licht, dat in u is, duisternis zij, hoe groot is de duisternis zelf!” Het enige zaligmakende licht is het licht van God dat in de ziel schijnt, want dat doet ons zien en kennen „de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft”.
Iemand kan het helderste licht in zijn verstand bezitten en toch het doordringende licht van de Geest missen, dat de overtuiging in de ziel werkt. Hij kan een gezonde kennis hebben van de leer van de genade en het samenhangende plan van de zaligheid enigszins begrijpen, en toch nooit door Goddelijk onderwijs een heilig God aanschouwd hebben, en nooit de geestelijkheid gevoeld hebben van Gods rechtvaardige wet, die hem als overtreder veroordeelt. Maar het licht des levens, zoals de Heere het noemt, leidt wie het bezit op het rechte pad. Als we dit licht missen, dan moeten we vaststellen dat we onszelf bedriegen. We zullen in de een of andere dwaling vallen, ons aan ketterij schuldig maken, de een of andere leer van de duivel indrinken of toegeven aan een vreselijk bedrog. Of misschien vallen we ook in een vreselijke zonde en lijden we zo schipbreuk aan het geloof.
Dan hebben we een vals licht, zoals de lichten die zeerovers laten branden om zeelieden in de val te lokken tot hun eigen verderf. Of we hebben een licht zoals de vuren die de gevreesde stranddieven in Cornwall aansteken om de zeelieden te misleiden, die denken dat ze een goede en betrouwbare verlichting voor zich zien. En wanneer zij hun schepen daarop aansturen, lopen ze tot hun ondergang vast op de rotsen en worden ze door de stranddieven geplunderd. Een vals licht kan ons schipbreuk laten lijden op de rotsen van verbeelding of wanhoop.
Maar het licht van het Goddelijke leven in de ziel gaat gepaard met alle genaden van de Geest. Het is het licht van Gods heerlijkheid, het licht van Jezus’ vriendelijk aangezicht en het licht van het onderwijs van de Geest, en daarom een onfeilbare gids en leidsman. Zoals de apostel zegt: „Gij hebt de zalving van de Heilige Geest en gij weet alle dingen.” En deze onfeilbare loods en leidsman zal de ziel aan wie het gegeven wordt, veilig binnenleiden in de haven van eindeloze rust en vrede.
Aan de lezer…
Misschien hebt u zich nooit afgevraagd bij welk licht u vaart. Er zijn valse lichten, zoals de vuren die stranddieven op de kust aansteken, waardoor schepen menen veilig te varen en toch op de rotsen lopen. Zo kan een mens helder licht in zijn verstand hebben en de leer van de genade goed kennen, en toch nooit een heilig God aanschouwd hebben of zich door de wet als overtreder veroordeeld gevoeld hebben. Dat is een ernstige gedachte, en het is goed er eerlijk bij stil te staan.
Maar hebt u, al was het in uw duisternis, iets gezien van uw zonde en van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus? Dan is dat geen licht dat u zelf gemaakt hebt. Dezelfde God Die zei dat het licht uit de duisternis zou schijnen, heeft het in uw hart doen schijnen. Dat licht des levens is een onfeilbare Loods. Volg Hem dan, ook wanneer het om u heen nacht is. Hij zal uw ziel veilig brengen in de haven van eindeloze rust en vrede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For God, Who commanded the light to shine out of darkness, hath shined in our hearts, to give the light of the knowledge of the glory of God in the face of Jesus Christ.
2 Corinthians 4:6
When a man is walking in the darkness and death of unregeneracy, he has no true light. He may indeed have a false light, as the light of presumption, delusion, or vain-confidence; but all such borrowed light is worse than darkness; as the Lord says, “If the light that is in you be darkness, how great is that darkness!”
The only saving light is the light of God shining into the soul, giving us to see and know “the only true God, and Jesus Christ Whom He has sent.” A man may have the clearest light in his judgment, and yet never have the penetrating light of the Spirit producing conviction in his soul; he may have the soundest knowledge of the doctrines of grace, and see the harmonious scheme of salvation; and yet never have seen a holy God by divine teaching, nor have ever felt the spirituality of God’s righteous law condemning him as a transgressor. But “the light of life,” as the Lord calls it, is sure to guide its possessor aright. If we have it not, we shall be sure to go astray; we shall be entangled in some error, plunge into some heresy, imbibe some doctrine of devils, drink into some dreadful delusion, or fall into some dreadful sin, and “concerning faith make shipwreck.”
A false light is something like the lights which pirates hold up to entrap ships to their destruction; or like the fires, which the “wreckers,” those dreadful characters in Cornwall, used to kindle on their iron-bound coast, in order that the mariner might mistake them for some friendly light-house, and run his vessel on the rocks, where those heartless wretches plundered it. A false light can but wreck us on the rocks of presumption or despair.
But the light of divine life in the soul is accompanied with all the graces of the Spirit. It is the light of the glory of God, the light of Jesus’ countenance, and the light of the Spirit’s teaching, and therefore an infallible guide and guard; as the Apostle says, “You have an unction from the Holy One, and know all things.” And this infallible pilot will guide the soul to whom it is given safe into the harbor of endless rest and peace.
To the reader…
Perhaps you have never asked yourself by what light you are sailing. There are false lights, like the fires that wreckers kindle on the coast, so that ships think they are sailing safely and yet run onto the rocks. So a man may have clear light in his understanding and know the doctrine of grace well, and yet never have beheld a holy God or felt himself condemned by the law as a transgressor. That is a solemn thought, and it is good to pause over it honestly.
But have you, even in your darkness, seen something of your sin and of the glory of God in the face of Jesus Christ? Then that is no light you made yourself. The same God Who commanded the light to shine out of darkness has shined in your heart. That light of life is an infallible Pilot. Follow Him, then, even when it is night around you. He will bring your soul safely into the harbour of endless rest and peace.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque Dios, que mandó que de las tinieblas resplandeciese la luz, es el que resplandeció en nuestros corazones, para iluminación del conocimiento de la gloria de Dios en la faz de Jesucristo.
2 Corintios 4:6
Cuando un hombre anda en las tinieblas y la muerte de la irregeneración, no tiene luz verdadera. Puede tener, ciertamente, una luz falsa, como la luz de la presunción, del engaño o de la vana confianza; pero toda luz prestada de esa clase es peor que las tinieblas; como dice el Señor: “Si la lumbre que en ti hay son tinieblas, ¿cuántas serán las mismas tinieblas?”
La única luz salvadora es la luz de Dios que resplandece en el alma, haciéndonos ver y conocer “al solo Dios verdadero, y a Jesucristo, al cual has enviado”. Un hombre puede tener la luz más clara en su juicio y, sin embargo, no haber tenido nunca la luz penetrante del Espíritu que produce convicción en su alma; puede tener el conocimiento más sano de las doctrinas de la gracia y ver el armonioso plan de la salvación, y sin embargo no haber visto nunca a un Dios santo por enseñanza divina, ni haber sentido jamás la espiritualidad de la justa ley de Dios condenándole como transgresor. Pero “la lumbre de la vida”, como la llama el Señor, guía con toda seguridad a quien la posee por el buen camino. Si no la tenemos, con toda seguridad nos extraviaremos; nos enredaremos en algún error, nos hundiremos en alguna herejía, absorberemos alguna doctrina de demonios, beberemos de algún terrible engaño o caeremos en algún pecado espantoso, y “naufragaremos en la fe”.
Una luz falsa se parece a las luces que los piratas alzan para atraer a los barcos hacia su destrucción; o a los fuegos que los “saqueadores de naufragios”, aquellos terribles personajes de Cornualles, solían encender en su costa erizada de rocas, para que el marinero los confundiera con algún faro amigo y lanzara su nave contra las rocas, donde aquellos desalmados la saqueaban. Una luz falsa no puede sino hacernos naufragar en las rocas de la presunción o de la desesperación.
Pero la luz de la vida divina en el alma va acompañada de todas las gracias del Espíritu. Es la luz de la gloria de Dios, la luz del rostro de Jesús y la luz de la enseñanza del Espíritu, y por tanto un guía y una guarda infalibles; como dice el apóstol: “Vosotros tenéis la unción del Santo, y conocéis todas las cosas.” Y este Piloto infalible guiará al alma a la que es dado, sana y salva, al puerto del descanso y la paz sin fin.
Al lector…
Quizá nunca se haya preguntado usted con qué luz navega. Hay luces falsas, como los fuegos que los saqueadores encienden en la costa, de modo que los barcos creen navegar seguros y sin embargo van a dar contra las rocas. Así un hombre puede tener luz clara en su entendimiento y conocer bien la doctrina de la gracia, y sin embargo no haber contemplado nunca a un Dios santo ni haberse sentido condenado por la ley como transgresor. Es un pensamiento solemne, y es bueno detenerse en él con sinceridad.
Pero ¿ha visto usted, aun en su oscuridad, algo de su pecado y de la gloria de Dios en la faz de Jesucristo? Entonces esa no es una luz que usted mismo haya hecho. El mismo Dios que mandó que de las tinieblas resplandeciese la luz ha resplandecido en su corazón. Esa lumbre de la vida es un Piloto infalible. Sígale, pues, aun cuando sea de noche a su alrededor. Él llevará su alma sana y salva al puerto del descanso y la paz sin fin.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl