May 20
Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods, in het aangezicht van Jezus Christus.
2 Corinthe 4:6
Als een mens wandelt in de duisternis en in de dood van zijn onwedergeboren staat, dan mist hij het ware licht. Hij moge een vals licht hebben, een licht van verbeelding, misleiding of van een ijdel vertrouwen, maar al zulk een geleend licht is erger dan de duisternis; gelijk de Heere zegt: „Indien nu het licht, dat in u is, duisternis zij, hoe groot is de duisternis zelf!” Het enig zaligmakend licht is het licht van God, schijnende in de ziel, want het doet ons zien en kennen „de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft”.
Iemand moge het helderste licht in zijn oordeel bezitten, en toch missen het doordringende licht van de Geest, dat de overtuiging in de ziel werkt; hij moge een gezonde kennis hebben van de leer der genade en enigszins het overeenstemmend plan der zaligheid bevatten, en toch nooit door Goddelijke onderwijzing een heilig God aanschouwd hebben, noch gevoeld hebben de geestelijkheid van Gods rechtvaardige wet, hem veroordelende als een overtreder. Maar het licht des levens, zoals de Heere het noemt, leidt de bezitter daarvan op het rechte pad. Als wij dit licht missen, dan moeten wij vaststellen dat wij ons bedriegen; wij zullen in de een of andere dwaling vervallen, aan ketterij ons schuldig maken, de een of andere leer des duivels inzuigen of aan een vreselijk bedrog toegeven. Of mogelijk ook vervallen in enige vreselijke zonden en alzo van het geloof schipbreuk lijden.
Dan hebben we een vals licht, gelijk aan de lichten die zeerovers erop nahouden om de scheepslieden te verstrikken tot hun eigen verderf. Of dan hebben we een licht gelijk aan de vuren die de vreselijke stranddieven in Cornwall ontsteken, om de zeelieden, die denken dat ze een goede en betrouwbare verlichting voor zich zien, te kunnen misleiden. En als zij hun schepen daarop aansturen, lopen ze tot hun ondergang vast op de rotsen en worden ze door de stranddieven geplunderd. Een vals licht kan ons schipbreuk doen lijden op de rotsen van verbeelding of wanhoop.
Maar het licht des Goddelijken levens in de ziel is vergezelschapt van al de genaden van de Geest. Het is het licht der heerlijkheid Gods, het licht van Jezus’ vriendelijk aangezicht en het licht van des Geestes onderwijzing, en derhalve een onfeilbare gids en leidsman, gelijk de apostel zegt: „Gij hebt de zalving van de Heilige Geest en gij weet alle dingen.” En deze onfeilbare loods en leidsman zal de ziel, wie het gegeven wordt, veilig leiden in de haven van eindeloze rust en vrede.
Aan de lezer…
Misschien hebt u zich nooit afgevraagd bij welk licht u vaart. Er zijn valse lichten, zoals de vuren die stranddieven op de kust ontsteken, waardoor schepen menen veilig te varen en toch op de rotsen lopen. Zo kan een mens helder licht in zijn verstand hebben, de leer der genade goed kennen, en toch nooit een heilig God aanschouwd hebben of zich door de wet als overtreder veroordeeld gevoeld hebben. Dat is een ernstige gedachte, en het is goed er eerlijk bij stil te staan.
Maar hebt u, al was het in uw duisternis, iets gezien van uw zonde en van de heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus? Dan is dat geen licht van uw eigen maaksel. Dezelfde God Die zeide dat het licht uit de duisternis zou schijnen, heeft het in uw hart doen schijnen. Dat licht des levens is een onfeilbare Loods. Volg Hem dan, ook wanneer het nacht om u is; Hij zal uw ziel veilig brengen in de haven van eindeloze rust en vrede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods, in het aangezicht van Jezus Christus.
2 Corinthe 4:6
Wanneer een mens wandelt in de duisternis en de dood van zijn onwedergeboren staat, mist hij het ware licht. Hij mag een vals licht hebben, een licht van verbeelding, van misleiding of van ijdel vertrouwen, maar al zulk geleend licht is erger dan de duisternis. Zoals de Heere zegt: „Indien nu het licht, dat in u is, duisternis zij, hoe groot is de duisternis zelf!” Het enige zaligmakende licht is het licht van God dat in de ziel schijnt, want dat doet ons zien en kennen „de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft”.
Iemand kan het helderste licht in zijn verstand bezitten en toch het doordringende licht van de Geest missen, dat de overtuiging in de ziel werkt. Hij kan een gezonde kennis hebben van de leer van de genade en het samenhangende plan van de zaligheid enigszins begrijpen, en toch nooit door Goddelijk onderwijs een heilig God aanschouwd hebben, en nooit de geestelijkheid gevoeld hebben van Gods rechtvaardige wet, die hem als overtreder veroordeelt. Maar het licht des levens, zoals de Heere het noemt, leidt wie het bezit op het rechte pad. Als we dit licht missen, dan moeten we vaststellen dat we onszelf bedriegen. We zullen in de een of andere dwaling vallen, ons aan ketterij schuldig maken, de een of andere leer van de duivel indrinken of toegeven aan een vreselijk bedrog. Of misschien vallen we ook in een vreselijke zonde en lijden we zo schipbreuk aan het geloof.
Dan hebben we een vals licht, zoals de lichten die zeerovers laten branden om zeelieden in de val te lokken tot hun eigen verderf. Of we hebben een licht zoals de vuren die de gevreesde stranddieven in Cornwall aansteken om de zeelieden te misleiden, die denken dat ze een goede en betrouwbare verlichting voor zich zien. En wanneer zij hun schepen daarop aansturen, lopen ze tot hun ondergang vast op de rotsen en worden ze door de stranddieven geplunderd. Een vals licht kan ons schipbreuk laten lijden op de rotsen van verbeelding of wanhoop.
Maar het licht van het Goddelijke leven in de ziel gaat gepaard met alle genaden van de Geest. Het is het licht van Gods heerlijkheid, het licht van Jezus’ vriendelijk aangezicht en het licht van het onderwijs van de Geest, en daarom een onfeilbare gids en leidsman. Zoals de apostel zegt: „Gij hebt de zalving van de Heilige Geest en gij weet alle dingen.” En deze onfeilbare loods en leidsman zal de ziel aan wie het gegeven wordt, veilig binnenleiden in de haven van eindeloze rust en vrede.
Aan de lezer…
Misschien hebt u zich nooit afgevraagd bij welk licht u vaart. Er zijn valse lichten, zoals de vuren die stranddieven op de kust aansteken, waardoor schepen menen veilig te varen en toch op de rotsen lopen. Zo kan een mens helder licht in zijn verstand hebben en de leer van de genade goed kennen, en toch nooit een heilig God aanschouwd hebben of zich door de wet als overtreder veroordeeld gevoeld hebben. Dat is een ernstige gedachte, en het is goed er eerlijk bij stil te staan.
Maar hebt u, al was het in uw duisternis, iets gezien van uw zonde en van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus? Dan is dat geen licht dat u zelf gemaakt hebt. Dezelfde God Die zei dat het licht uit de duisternis zou schijnen, heeft het in uw hart doen schijnen. Dat licht des levens is een onfeilbare Loods. Volg Hem dan, ook wanneer het om u heen nacht is. Hij zal uw ziel veilig brengen in de haven van eindeloze rust en vrede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For God, Who commanded the light to shine out of darkness, hath shined in our hearts, to give the light of the knowledge of the glory of God in the face of Jesus Christ.
2 Corinthians 4:6
When a man is walking in the darkness and death of unregeneracy, he has no true light. He may indeed have a false light, as the light of presumption, delusion, or vain-confidence; but all such borrowed light is worse than darkness; as the Lord says, “If the light that is in you be darkness, how great is that darkness!”
The only saving light is the light of God shining into the soul, giving us to see and know “the only true God, and Jesus Christ Whom He has sent.” A man may have the clearest light in his judgment, and yet never have the penetrating light of the Spirit producing conviction in his soul; he may have the soundest knowledge of the doctrines of grace, and see the harmonious scheme of salvation; and yet never have seen a holy God by divine teaching, nor have ever felt the spirituality of God’s righteous law condemning him as a transgressor. But “the light of life,” as the Lord calls it, is sure to guide its possessor aright. If we have it not, we shall be sure to go astray; we shall be entangled in some error, plunge into some heresy, imbibe some doctrine of devils, drink into some dreadful delusion, or fall into some dreadful sin, and “concerning faith make shipwreck.”
A false light is something like the lights which pirates hold up to entrap ships to their destruction; or like the fires, which the “wreckers,” those dreadful characters in Cornwall, used to kindle on their iron-bound coast, in order that the mariner might mistake them for some friendly light-house, and run his vessel on the rocks, where those heartless wretches plundered it. A false light can but wreck us on the rocks of presumption or despair.
But the light of divine life in the soul is accompanied with all the graces of the Spirit. It is the light of the glory of God, the light of Jesus’ countenance, and the light of the Spirit’s teaching, and therefore an infallible guide and guard; as the Apostle says, “You have an unction from the Holy One, and know all things.” And this infallible pilot will guide the soul to whom it is given safe into the harbor of endless rest and peace.
To the reader…
Perhaps you have never asked yourself by what light you are sailing. There are false lights, like the fires that wreckers kindle on the coast, so that ships think they are sailing safely and yet run onto the rocks. So a man may have clear light in his understanding and know the doctrine of grace well, and yet never have beheld a holy God or felt himself condemned by the law as a transgressor. That is a solemn thought, and it is good to pause over it honestly.
But have you, even in your darkness, seen something of your sin and of the glory of God in the face of Jesus Christ? Then that is no light you made yourself. The same God Who commanded the light to shine out of darkness has shined in your heart. That light of life is an infallible Pilot. Follow Him, then, even when it is night around you. He will bring your soul safely into the harbour of endless rest and peace.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque Dios, que mandó que de las tinieblas resplandeciese la luz, es el que resplandeció en nuestros corazones, para iluminación del conocimiento de la gloria de Dios en la faz de Jesucristo.
2 Corintios 4:6
Cuando un hombre anda en las tinieblas y la muerte de la irregeneración, no tiene luz verdadera. Puede tener, ciertamente, una luz falsa, como la luz de la presunción, del engaño o de la vana confianza; pero toda luz prestada de esa clase es peor que las tinieblas; como dice el Señor: “Si la lumbre que en ti hay son tinieblas, ¿cuántas serán las mismas tinieblas?”
La única luz salvadora es la luz de Dios que resplandece en el alma, haciéndonos ver y conocer “al solo Dios verdadero, y a Jesucristo, al cual has enviado”. Un hombre puede tener la luz más clara en su juicio y, sin embargo, no haber tenido nunca la luz penetrante del Espíritu que produce convicción en su alma; puede tener el conocimiento más sano de las doctrinas de la gracia y ver el armonioso plan de la salvación, y sin embargo no haber visto nunca a un Dios santo por enseñanza divina, ni haber sentido jamás la espiritualidad de la justa ley de Dios condenándole como transgresor. Pero “la lumbre de la vida”, como la llama el Señor, guía con toda seguridad a quien la posee por el buen camino. Si no la tenemos, con toda seguridad nos extraviaremos; nos enredaremos en algún error, nos hundiremos en alguna herejía, absorberemos alguna doctrina de demonios, beberemos de algún terrible engaño o caeremos en algún pecado espantoso, y “naufragaremos en la fe”.
Una luz falsa se parece a las luces que los piratas alzan para atraer a los barcos hacia su destrucción; o a los fuegos que los “saqueadores de naufragios”, aquellos terribles personajes de Cornualles, solían encender en su costa erizada de rocas, para que el marinero los confundiera con algún faro amigo y lanzara su nave contra las rocas, donde aquellos desalmados la saqueaban. Una luz falsa no puede sino hacernos naufragar en las rocas de la presunción o de la desesperación.
Pero la luz de la vida divina en el alma va acompañada de todas las gracias del Espíritu. Es la luz de la gloria de Dios, la luz del rostro de Jesús y la luz de la enseñanza del Espíritu, y por tanto un guía y una guarda infalibles; como dice el apóstol: “Vosotros tenéis la unción del Santo, y conocéis todas las cosas.” Y este Piloto infalible guiará al alma a la que es dado, sana y salva, al puerto del descanso y la paz sin fin.
Al lector…
Quizá nunca se haya preguntado usted con qué luz navega. Hay luces falsas, como los fuegos que los saqueadores encienden en la costa, de modo que los barcos creen navegar seguros y sin embargo van a dar contra las rocas. Así un hombre puede tener luz clara en su entendimiento y conocer bien la doctrina de la gracia, y sin embargo no haber contemplado nunca a un Dios santo ni haberse sentido condenado por la ley como transgresor. Es un pensamiento solemne, y es bueno detenerse en él con sinceridad.
Pero ¿ha visto usted, aun en su oscuridad, algo de su pecado y de la gloria de Dios en la faz de Jesucristo? Entonces esa no es una luz que usted mismo haya hecho. El mismo Dios que mandó que de las tinieblas resplandeciese la luz ha resplandecido en su corazón. Esa lumbre de la vida es un Piloto infalible. Sígale, pues, aun cuando sea de noche a su alrededor. Él llevará su alma sana y salva al puerto del descanso y la paz sin fin.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl