Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

20 november Korenaren uit de volle oogst

Zo weet de Heere de godzaligen uit de verzoeking te verlossen.
2 Petrus 2:9

Weinigen zullen oprecht en geestelijk tot de Heere gaan en uit het diepst van hun hart roepen om van een verzoeking verlost te worden, voordat die zo zwaar op hun geweten drukt en zo’n last op hun ziel legt dat alleen God die kan wegnemen. Maar soms voelen wij werkelijk de last van een verzoeking. Hoewel zij aangenaam is voor het vlees, haat onze geest haar. Hoewel ons vleselijke gemoed er misschien nog aan gehecht is, bloedt ons geweten eronder, en walgen wij er geestelijk van, en om haar ook van onszelf. Als wij dan in staat worden gesteld in ware oprechtheid van ziel en eerlijkheid van hart tot de Heere te gaan en Hem te smeken ons van die verzoeking te verlossen, dan geloof ik dat de Heere die verzoeking vroeg of laat in Zijn voorzienigheid of door Zijn genade geheel zal wegnemen. Of Hij zal haar kracht zo verzwakken dat zij ophoudt te zijn wat zij vroeger was: iets wat onze voeten op de paden van duisternis en kwaad bracht.

Zolang wij echter in de toestand zijn waarover de profeet spreekt: „Hij heeft hun hart verdeeld; nu zullen zij verwoest worden” (Hosea 10:2); zolang wij in die vleselijke, twijfelende gemoedstoestand zijn die Jakobus beschrijft: „Een dubbelhartig mens is onstandvastig in al zijn wegen”; zolang wij naar die verzoeking toe getrokken worden, er verlangende, begerige blikken van terzijde op werpen en haar als een zoete bete onder onze tong laten rollen, en wij het, hoewel ons geweten ertegen getuigt, nog met tegenzin zien dat zij van ons wordt weggenomen — zolang is er geen oprecht geroep uit het hart, geen zucht, geen geestelijke verzuchting van onze ziel dat God haar van ons zou wegnemen.

Maar wanneer wij als in de tegenwoordigheid van God, Die de harten doorzoekt, ertoe gebracht worden het kwaad te haten waartoe wij verzocht worden, en tot Hem roepen of Hij, tot Zijn eer en tot heil van onze ziel, de verzoeking toch wil wegnemen, of haar kracht wil afstompen en doden, dan zal de Heere vroeg of laat het geroep horen van hen die smeken om verlost te worden van de verzoekingen die hen zo zwaar in het stof neerdrukken.

Ps. 130:2

Aan de lezer…

U die gedrukt wordt door een verzoeking waaraan uw vlees nog gehecht is, terwijl uw geweten eronder bloedt: wees eerlijk voor Hem Die de harten doorzoekt. Zolang wij met begerige blikken van terzijde naar de zonde kijken en haar als een zoete bete onder de tong laten rollen, kunnen wij niet van harte bidden dat God haar wegneemt. Ons hart is dan verdeeld, en een dubbelhartig mens is onstandvastig in al zijn wegen.

Maar heeft de Heere u zover gebracht dat u de verzoeking haat en om haar van uzelf walgt? Is de last u zo zwaar geworden dat alleen God hem kan wegnemen? Roep dan tot Hem in oprechtheid van ziel, tot Zijn eer en tot heil van uw ziel. Hij weet de godzaligen uit de verzoeking te verlossen, en vroeg of laat zal Hij het geroep horen van hen die zo zwaar in het stof neergedrukt liggen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

20 november 365 dagen met Philpot

Die Koning verhore ons

O HEERE! behoud; die Koning verhore ons, ten dage van ons roepen.
Psalm 20:10

Dit is het punt waar de Heere Zijn kinderen brengt. Hij luistert naar hun verlangen naar verlossing en hoort hun roep: „O HEERE! behoud. Ik ben een stervende ziel aan Uw voeten en kan alleen worden gered door Uw bloed en rechtvaardigheid, en door de persoonlijke toepassing ervan aan mijn ziel.” Wanneer dit gebed verhoord wordt, wanneer de verlossing komt, wanneer het geweten gereinigd wordt, wanneer de zonde vergeven wordt en de gelovige uit het koninkrijk van de duisternis wordt overgebracht in het koninkrijk van Gods geliefde Zoon, dan ziet hij op naar de Zoon van God als zijn Koning, eert Hem en aanbidt Hem.

Dit wordt bekendgemaakt in Psalm 45. „Hoor, o Dochter! en zie, en neig uw oor; en vergeet uw volk en uws vaders huis”, alsof de Geest zei: „Keer al uw oude metgezellinnen de rug toe, doe afstand van al uw vroegere banden.” „Zo zal de Koning lust hebben aan uw schoonheid; dewijl Hij uw Heere is, zo buig u voor Hem neder.” „U hebt Hem als uw Heere ontvangen; u bent daarom niet langer van uzelve; u bent gekocht. Hij is uw Hoofd, uw Echtgenoot; Hij is uw Heere; vereer Hem dan, aanbid Hem, bewonder Hem, hecht u aan Hem met heel uw hart.”

Wanneer de Kerk dus zegt: „Die Koning verhore ons”, betekent dit dat zij met heel haar hart in het volbrachte werk van Christus gelooft. Zij heeft haar ziel gebogen voor de Heere van het leven en van de heerlijkheid, en zij heeft Hem in haar ziel opgenomen als de Vorst van al haar genegenheden.

Lezen: Psalm 45

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u een stervende ziel bent aan de voeten van Christus, die weet dat zij alleen door Zijn bloed en rechtvaardigheid gered kan worden. Dan is uw roepen „O HEERE! behoud” geen ijdel woord. Hij luistert naar het verlangen van Zijn kinderen, en Hij weet de weg om de zonde te vergeven, het geweten te reinigen en een arme zondaar uit het koninkrijk van de duisternis over te brengen in het koninkrijk van Zijn geliefde Zoon.

En heeft Hij u zo verlost, vergeet dan uw volk en uws vaders huis. U bent niet langer van uzelf, u bent gekocht. Keer uw oude metgezellen de rug toe en buig u voor Hem neder, want Hij is uw Heere. Hecht u aan Hem met heel uw hart, en laat Hem de Vorst zijn van al uw genegenheden. Zo zal de Koning lust hebben aan uw schoonheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

20 november Door Baca’s vallei

Want uw Maker is uw Man; HEERE der heirscharen is Zijn Naam; en uw Verlosser is de Heilige Israëls; Hij zal de God des gansen aardbodems genaamd worden.
Jesaja 54:5

In het huwelijk worden man en vrouw één vlees, en wat God samengevoegd heeft, kan de mens niet scheiden. Zo werden ook Christus en de kerk voor het aangezicht van God met onverbrekelijke banden verbonden, toen de Heere Jezus Christus haar ondertrouwde in het eeuwigdurend verbond, dat in alles wel geordineerd en bewaard is. Zoals Hij in de volheid van de tijd uit een vrouw geboren wilde worden, en deze één met Hem werd krachtens dezelfde natuur, zo wordt de kerk één met Hem in de Geest, zoals ieder lid ervan persoonlijk in de tijd met Hem verenigd wordt door wederbarende genade. Zo luidt het getuigenis van het Woord der waarheid: „Wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.” „Die de Heere aanhangt, is één geest met Hem.”

Haar vereniging met Zijn vlees verzekert haar daarom dat haar lichaam op de morgen van de opstanding gelijkvormig zal zijn aan het heerlijk lichaam van Jezus. En haar vereniging met Zijn Geest verzekert haar ziel van een eeuwige zaligheid in de volmaaktheid van kennis, heiligheid en liefde. Zo begon de vereniging van de kerk met Christus al in de raad van eeuwige wijsheid en liefde; zij wordt op aarde bekendgemaakt door wederbarende genade, en zij wordt in de hemel volmaakt in volle heerlijkheid.

Het is waar dat de kerk in Adam viel uit de staat van onschuld en zuiverheid waarin zij oorspronkelijk geschapen was. Maar zie hoe Adams val met al zijn ellendige gevolgen, in plaats van de band te vernietigen en het eeuwig verbond teniet te doen, alleen maar diende om de liefde van Christus tot Zijn verkoren bruid in al haar breedte en lengte en diepte en hoogte vollediger en heerlijker te openbaren en bekend te maken! Het is waar, zij viel in onuitsprekelijke, onpeilbare diepten van zonde en ellende, schuld en misdaad, maar zij viel nooit uit Zijn hart of uit Zijn armen.

Ja, wat zou er zonder de val bekend zijn van de stervende liefde of van de verborgenheid van het kruis? Waar zou het lied van de verlosten geweest zijn: „Hem, Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed”? Waar de overwinning over dood en hel, of de zegepraal van de meer dan overvloedige genade over de overvloedige zonde, schuld en wanhoop? Hoe zou de gevangenis gevangengenomen kunnen zijn, en hoe zouden de overheden en machten kunnen zijn uitgetogen en zou er openlijk over hen getriomfeerd kunnen zijn? Wat zou er bekend geweest zijn van die dierbare eigenschap van God, de barmhartigheid? Wat van Zijn verdraagzaamheid en lankmoedigheid? Wat van Zijn medelijdend erbarmen over arme, verloren mensenkinderen?

Omdat nu het Hoofd en de Man van de kerk de vereniging niet kon en niet wilde ontbinden en het verbond niet wilde verbreken, en ook niet wilde veranderen wat uit Zijn lippen gegaan was, en Hij haar toch niet openlijk tot Zich kon nemen in al haar onreinheid, schuld en schande, moest Hij haar verlossen met Zijn hartenbloed. Dat deed Hij met folteringen en lijden zoals aarde en hemel nooit hadden gezien, en met zulke sterke uitroepen onder de verberging van het aangezicht van Zijn Vader, dat de aarde beefde, de rotsen scheurden en de zon haar licht onttrok. Maar Zijn liefde was sterker dan de dood. Daarom heeft Hij het kruis verdragen, de schande veracht, haar zonden in Zijn lichaam op het hout gedragen en de straf geleden die haar misdaden verdiend hadden.

Zo heeft Hij haar met God verzoend in het lichaam van Zijn vlees, door de dood, om haar heilig, onberispelijk en onbestraffelijk voor Zich te stellen. Nu Hij haar zo verzoend heeft, bezoekt Hij haar in de tijd, lid na lid van Zijn verborgen lichaam, met Zijn wederbarende genade, om haar te heiligen en te reinigen door het bad des waters door het Woord. En zo stelt Hij Zich een gemeente voor die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks.

Aan de lezer…

Soms staat u verslagen over de diepte van uw val, uw onreinheid, schuld en schande. Vreest u dat zoveel zonde de band tussen u en Christus wel verbroken moet hebben? Zie dan op de kerk: zij viel in onpeilbare diepten van zonde en ellende, maar nooit viel zij uit Zijn hart of uit Zijn armen. Wat Hij in het eeuwig verbond heeft ondertrouwd, laat Hij niet los; wat uit Zijn lippen ging, verandert Hij niet.

Juist daar, waar de zonde overvloedig werd, heeft Hij de breedte en lengte en diepte en hoogte van Zijn liefde getoond. Hij kocht Zijn bruid met Zijn hartenbloed, droeg haar zonden op het hout, en bezoekt nog steeds lid na lid met Zijn wederbarende genade. Is uw hart naar Hem uitgegaan, al is het met beven, dan is dit Zijn werk. Uw Maker is uw Man, en Hij zal u reinigen totdat u zonder vlek of rimpel voor Hem staat.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina