4 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
11 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken en nuchteren zijn.
1 Thessalonicenzen 5:6
Hier wordt matigheid tegenover slaperigheid gesteld, en verbonden met wandelen in het licht en op de dag, zoals slaperigheid en, niet zelden de oorzaak daarvan, dronkenschap verbonden zijn met duisternis en nacht. Een van de grootste oordelen die God over een volk en zijn Regenten, zijn Profeten en Zieners kan zenden, is een geest van diepe slaap, zoals de Profeet spreekt: „Want de Heere heeft over hen uitgestort de geest des diepen slaaps, en heeft hun ogen gesloten; de Profeten en uw Regeerders, de Zieners heeft Hij bedekt.” Maar nuchteren zijn, is ontwaakt te zijn uit de slaap en bijgevolg wakker en waakzaam te wezen.
Het behelst daarom dat behoedzaam, omzichtig wandelen; het dagelijks leven, zich bewegen, spreken en handelen in de vreze Gods, waardoor wij alleen aan de strikken des satans kunnen ontkomen, die bij iedere tred op de weg voor onze voet gespannen zijn. Hoe velen zijn tot uiterlijk kwaad en openbare schande vervallen, omdat zij niet waakzaam en voorzichtig wandelden en op hun schreden geen acht gaven! In plaats van over de eerste bewegingen der zonde en, zoals de Heere zegt, tegen het „in verzoeking vallen” te waken, spelen zij ermede, totdat zij medegevoerd en in hun eigen lust verward zijn, welke ongehinderd voortgaat de zonde te ontvangen en te baren, die, volbracht zijnde, de dood voortbrengt.
Maak in Uw woord mijn gang en treden vast,
opdat ik mij niet van Uw paân moog’ keren.
En wordt mijn vlees door ’t kwade licht verrast,
ach, laat het mij toch nimmer overheren.
Verlos mij, Heer, van ’s mensen overlast,
dan zal ik U naar Uw bevelen eren.
Ps. 119:67
Aan de lezer…
Kind van God, hoe staat het met uw waken? Het is niet in één ogenblik dat iemand tot openbare schande vervalt; het begint met de eerste bewegingen der zonde, waarmee men speelt in plaats van ertegen te waken. Kent u die eerste bewegingen in uw eigen hart, en hebt u geleerd ervoor te vrezen? Of bent u, gelijk als de anderen, ingeslapen, en merkt u niet meer hoe de strikken voor uw voet gespannen liggen?
Ontwaak dan, en wandel behoedzaam in de vreze Gods. Niet in eigen kracht, want wie van ons kan zijn eigen gang vast maken? Bid veeleer met de psalmdichter dat de Heere uw gang en treden in Zijn woord vastmaakt en u niet van Zijn paden laat afkeren. Wie zijn zwakheid kent en zich daarom aan Hem vastklemt, zal ervaren dat Hij de nuchteren en wakenden bewaart, ook wanneer het vlees verrast wordt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken en nuchteren zijn.
1 Thessalonicenzen 5:6
Hier wordt matigheid tegenover slaperigheid gesteld en verbonden met het wandelen in het licht en op de dag. Zo zijn slaperigheid, en dronkenschap die daarvan niet zelden de oorzaak is, verbonden met duisternis en nacht. Een van de zwaarste oordelen die God over een volk en zijn regenten, zijn profeten en zieners kan zenden, is een geest van diepe slaap. Zo spreekt de profeet: „Want de Heere heeft over hen uitgestort de geest des diepen slaaps, en heeft hun ogen gesloten; de Profeten en uw Regeerders, de Zieners heeft Hij bedekt.” Maar nuchter zijn betekent: ontwaakt zijn uit de slaap, en daardoor wakker en waakzaam zijn.
Daarom houdt het in dat we behoedzaam en omzichtig wandelen. Het betekent dat we in ons dagelijks leven, in ons doen en laten, ons spreken en handelen, leven in de vreze Gods. Alleen zo kunnen we ontkomen aan de strikken van satan, die bij iedere stap op de weg voor onze voet gespannen zijn. Hoevelen zijn er niet tot uiterlijk kwaad en openbare schande vervallen, omdat zij niet waakzaam en voorzichtig wandelden en niet op hun schreden letten! In plaats van te waken tegen de eerste bewegingen van de zonde en, zoals de Heere zegt, tegen het „in verzoeking vallen”, spelen zij ermee. Dat doen zij totdat zij meegesleept en in hun eigen begeerte verstrikt zijn. Die begeerte gaat dan ongehinderd voort de zonde te ontvangen en te baren, en de zonde, eenmaal volbracht, brengt de dood voort.
Maak in Uw woord mijn gang en treden vast,
opdat ik mij niet van Uw paân moog’ keren.
En wordt mijn vlees door ’t kwade licht verrast,
ach, laat het mij toch nimmer overheren.
Verlos mij, Heer, van ’s mensen overlast,
dan zal ik U naar Uw bevelen eren.
Ps. 119:67
Aan de lezer…
Kind van God, hoe staat het met uw waken? Niemand vervalt in één ogenblik tot openbare schande. Het begint met de eerste bewegingen van de zonde, waarmee men speelt in plaats van ertegen te waken. Kent u die eerste bewegingen in uw eigen hart, en hebt u geleerd ervoor te vrezen? Of bent u, net als de anderen, in slaap gevallen, en merkt u niet meer hoe de strikken voor uw voet gespannen liggen?
Word dan wakker, en wandel behoedzaam in de vreze Gods. Niet in eigen kracht, want wie van ons kan zijn eigen gang vastmaken? Bid liever met de psalmdichter dat de Heere uw gang en treden in Zijn Woord vastmaakt en u niet van Zijn paden laat afwijken. Wie zijn zwakheid kent en zich daarom aan Hem vastklemt, zal ervaren dat Hij de nuchteren en wakenden bewaart, ook wanneer het vlees verrast wordt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Therefore let us not sleep, as do others; but let us watch and be sober.
1 Thessalonians 5:6
Here sobriety is opposed to sleepiness, and is connected with walking in the light and in the day; just as sleepiness and its frequent cause, drunkenness, are connected with darkness and night. One of the greatest curses God can send on a people and its rulers, its prophets and seers, is a spirit of deep sleep, as the prophet speaks—“For the Lord has poured out upon you the spirit of deep sleep, and has closed your eyes; the prophets and your rulers, the seers has He covered.” But to be sober is to be awaked out of this sleep, and, as a consequence, to walk not only wakefully but watchfully.
It implies, therefore, that careful, circumspect walking—that daily living, moving, speaking, and acting in the fear of God, whereby alone we can be kept from the snares spread for our feet at every step of the way. How many have fallen into outward evil and open disgrace from lack of walking watchfully and circumspectly, and taking heed to their steps. Instead of watching the first movements of sin and against, as the Lord speaks, “the entering into temptation,” they rather dally with it until they are drawn away and enticed of their own lust which, as unchecked, goes on to conceive and bring forth sin, which, when it is finished or carried out and accomplished in positive action, brings forth death.
To the reader…
Child of God, how is it with your watching? No one falls into open disgrace in a single moment. It begins with the first movements of sin, which are toyed with instead of watched against. Do you know those first movements in your own heart, and have you learned to fear them? Or have you, like others, fallen asleep, so that you no longer notice how the snares are laid for your feet?
Wake up, then, and walk carefully in the fear of God. Not in your own strength, for which of us can make his own steps firm? Rather pray with the psalmist that the Lord would order your steps in His Word and not let you turn aside from His paths. Whoever knows his weakness and therefore clings to Him will find that He keeps the sober and the watchful, even when the flesh is taken by surprise.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por tanto, no durmamos como los demás; antes velemos y seamos templados.
1 Tesalonicenses 5:6
Aquí la sobriedad se opone a la somnolencia, y se relaciona con andar en la luz y en el día; así como la somnolencia y su causa frecuente, la embriaguez, se relacionan con las tinieblas y la noche. Una de las mayores maldiciones que Dios puede enviar sobre un pueblo y sus gobernantes, sus profetas y videntes, es un espíritu de sueño profundo, como dice el profeta: “Porque Jehová extendió sobre vosotros espíritu de sueño, y cerró vuestros ojos: cubrió vuestros profetas, y vuestros principales videntes.” Pero ser sobrio es ser despertado de este sueño y, en consecuencia, andar no solo despierto sino vigilante.
Implica, por tanto, aquel andar cuidadoso y circunspecto; aquel vivir, moverse, hablar y obrar diariamente en el temor de Dios, por el cual solamente podemos ser guardados de los lazos tendidos a nuestros pies a cada paso del camino. ¡Cuántos han caído en males exteriores y en deshonra manifiesta por no andar vigilante y circunspectamente, cuidando sus pasos! En lugar de velar contra los primeros movimientos del pecado y contra, como dice el Señor, el “entrar en tentación”, más bien juegan con él hasta que son atraídos y cebados de su propia concupiscencia, la cual, no refrenada, sigue adelante hasta concebir y dar a luz el pecado, y el pecado, siendo cumplido, o llevado a cabo y consumado en acción positiva, engendra muerte.
Al lector…
Hijo de Dios, ¿cómo va su velar? Nadie cae en deshonra manifiesta en un solo momento. Comienza con los primeros movimientos del pecado, con los que se juega en lugar de velar contra ellos. ¿Conoce esos primeros movimientos en su propio corazón, y ha aprendido a temerlos? ¿O se ha dormido, como otros, de modo que ya no nota cómo se tienden los lazos a sus pies?
Despierte, pues, y ande con cuidado en el temor de Dios. No con sus propias fuerzas, porque ¿quién de nosotros puede afirmar sus propios pasos? Ore más bien con el salmista que el Señor ordene sus pasos con Su Palabra y no le deje apartarse de Sus sendas. Quien conoce su debilidad y por eso se aferra a Él hallará que Él guarda al sobrio y al vigilante, aun cuando la carne sea tomada por sorpresa.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Leren wat nut is
Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de Heere, uw God, Die u leert, wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17
Verwar een goed onderwezen hoofd niet met een begenadigd hart, noch een orthodox geloof en beginselvaste theorie met een werk van kracht en een levend werk van genade aan het geweten. Ik vrees dat velen leven en sterven in de afschuwelijke misvatting dat ze heiligen Gods zijn, omdat ze een beginselvaste theorie over bevinding hebben, omdat ze beweren naar bepaalde predikers te luisteren en bepaalde boeken te lezen, en jarenlang op een bepaalde kerkbank zitten. En dat terwijl er wellicht geen greintje verlossende genade in hun hart aanwezig is.
Het is echter een kenmerk van de Heere als Verlosser van de ziel dat de ziel God als haar Leraar heeft: „Die u leert, wat nut is.” Welnu, als u dit niet weet, bent u met al uw geleerdheid een arme, duistere en onwetende stakker. Wellicht babbelt u erg goed over godsdienst (vooral met een glas bier in uw hand), maar hebt u al eens gezien dat u een arme, onverlichte stakker bent, in wiens ziel soms geen enkele lichtstraal aanwezig is? Weet u iets van duisternis en wolken, van onwetendheid die uw geest omringt? Het kan zijn dat u zich nu midden in het duister bevindt, duisternis die gevoeld kan worden, Egyptische duisternis. U staat dan niet onder Gods leer, maar het moet nog komen; het licht is nog niet in uw ziel doorgedrongen om die duisternis te laten zien.
Ik kan niets met zulke zeer wijze mensen aanvangen; ze weten te veel en ik kan hun niets leren. Als ik echter in gesprek raak met een arme ziel die haar onwetendheid, duisternis en onvermogen om zelf iets te kunnen begint in te zien, en ik bespeur een verlangen, hoewel zwak en flauwtjes, om wat hemels onderricht te krijgen, en geloof, liefde, de vreze Gods en Zijn werk aan de ziel te ondervinden, dan komt datgene wat alles doorbreekt dat een vereniging in de weg kan staan, en staan we oog in oog met de dingen Gods.
Lezen: Ezechiël 33:21-33
Aan de lezer…
Wie eerlijk is voor God, moet zich afvragen: rust ik op een goed onderwezen hoofd, op de juiste predikers, de juiste boeken en de vertrouwde kerkbank? Dat alles kan aanwezig zijn, terwijl er geen greintje verlossende genade in het hart is. Laat dit woord u niet koud laten, maar doe u ernstig vragen of u de Heere ooit als uw Leraar hebt leren kennen.
Of zit u juist neer in duisternis die gevoeld kan worden, en ziet u uw onwetendheid en onvermogen steeds dieper in? Wanhoop dan niet. Dat u het duister ziet, is al een eerste lichtstraal van Zijn onderwijs. Is er bij u een verlangen, al is het zwak en flauw, naar hemels onderricht, naar geloof, liefde en de vreze Gods, dan is dat niet uit uzelf. Hij, Die u leert wat nut is, laat zulk een arme ziel niet in het donker staan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de Heere, uw God, Die u leert, wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17
Verwar een goed onderwezen hoofd niet met een begenadigd hart, en ook een rechtzinnig geloof en een zuivere leer niet met een werk van kracht en een levend werk van genade aan het geweten. Ik vrees dat velen leven en sterven in de vreselijke vergissing dat ze heiligen van God zijn, omdat ze een zuivere leer over de bevinding hebben, omdat ze zeggen naar bepaalde predikers te luisteren en bepaalde boeken te lezen, en omdat ze jarenlang in een bepaalde kerkbank zitten. En dat terwijl er misschien geen greintje verlossende genade in hun hart is.
Het is echter een kenmerk van de Heere als Verlosser van de ziel dat de ziel God als haar Leraar heeft: „Die u leert, wat nut is.” Welnu, als u dit niet kent, bent u met al uw geleerdheid een arme, duistere en onwetende stakker. Misschien praat u heel vlot over godsdienst (vooral met een glas bier in uw hand), maar hebt u ooit gezien dat u een arme, onverlichte stakker bent, in wiens ziel soms geen enkele lichtstraal is? Weet u iets van duisternis en wolken, van onwetendheid die uw geest omringt? Het kan zijn dat u nu midden in het duister zit, een duisternis die te voelen is, een Egyptische duisternis. Dan staat u niet onder Gods onderwijs, maar dat moet nog komen; het licht is nog niet in uw ziel doorgedrongen om u die duisternis te laten zien.
Met zulke zeer wijze mensen kan ik niets beginnen; ze weten te veel en ik kan hun niets leren. Maar als ik in gesprek raak met een arme ziel die haar onwetendheid, duisternis en onvermogen om zelf iets te doen begint in te zien, en ik merk een verlangen, al is het zwak en flauw, om wat hemels onderwijs te ontvangen, en om geloof, liefde, de vreze Gods en Zijn werk aan de ziel te ervaren, dan komt er iets wat alles doorbreekt wat een vereniging in de weg kan staan, en staan we samen oog in oog met de dingen van God.
Lezen: Ezechiël 33:21-33
Aan de lezer…
Wie eerlijk is voor God, moet zich afvragen: rust ik op een goed onderwezen hoofd, op de juiste predikers, de juiste boeken en de vertrouwde kerkbank? Dat alles kan aanwezig zijn, terwijl er geen greintje verlossende genade in het hart is. Laat dit woord u niet koud laten, maar laat het u ernstig doen vragen of u de Heere ooit als uw Leraar hebt leren kennen.
Of zit u juist neer in een duisternis die te voelen is, en ziet u uw onwetendheid en onvermogen steeds dieper in? Wanhoop dan niet. Dat u het duister ziet, is al een eerste lichtstraal van Zijn onderwijs. Is er bij u een verlangen, al is het zwak en flauw, naar hemels onderwijs, naar geloof, liefde en de vreze Gods, dan komt dat niet uit uzelf. Hij Die u leert wat nut is, laat zo’n arme ziel niet in het donker staan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thus saith the LORD, thy Redeemer, the Holy One of Israel; I am the LORD thy God which teacheth thee to profit, which leadeth thee by the way that thou shouldest go.
Isaiah 48:17
Do not mistake a well-instructed head for a gracious heart, nor a sound creed and pure doctrine for a work of power and a living work of grace upon the conscience. I fear that many live and die in the awful mistake that they are saints of God because they hold a sound doctrine of experience, because they profess to hear certain preachers and read certain books, and because they have sat for years in a certain pew. And all the while there may not be a grain of saving grace in their heart.
But it is a mark of the Lord as the Redeemer of the soul that the soul has God for its Teacher: “Which teacheth thee to profit.” Now, if you do not know this, with all your learning you are a poor, dark, ignorant creature. You may talk very fluently about religion (especially with a glass of beer in your hand), but have you ever seen yourself a poor, benighted creature, in whose soul there is at times not a single ray of light? Do you know anything of darkness and clouds, of ignorance surrounding your mind? You may be sitting now in the midst of darkness, a darkness that may be felt, an Egyptian darkness. Then you are not under God’s teaching, but that is yet to come; the light has not yet entered your soul to show you that darkness.
With such very wise people I can do nothing; they know too much, and I can teach them nothing. But when I fall into conversation with a poor soul who is beginning to see her ignorance, darkness and inability to do anything of herself, and I perceive a desire, however weak and faint, to receive some heavenly teaching, and to experience faith, love, the fear of God and His work upon the soul, then something comes that breaks through all that can stand in the way of union, and we stand together face to face with the things of God.
Reading: Ezekiel 33:21-33
To the reader…
Whoever is honest before God must ask himself: am I resting on a well-instructed head, on the right preachers, the right books and the familiar pew? All of that may be present while there is not a grain of saving grace in the heart. Do not let this word leave you cold, but let it make you ask in earnest whether you have ever come to know the Lord as your Teacher.
Or are you sitting down in a darkness that may be felt, and do you see your ignorance and inability ever more deeply? Then do not despair. That you see the darkness is already a first ray of His teaching. If there is in you a desire, however weak and faint, for heavenly teaching, for faith, love and the fear of God, it does not come from yourself. He Who teaches you to profit does not leave such a poor soul standing in the dark.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Así ha dicho Jehová, Redentor tuyo, el Santo de Israel: Yo Jehová Dios tuyo, que te enseña provechosamente, que te encamina por el camino que andas.
Isaías 48:17
No confunda una cabeza bien instruida con un corazón lleno de gracia, ni un credo sano y una doctrina pura con una obra de poder y una obra viva de la gracia en la conciencia. Temo que muchos viven y mueren en el terrible error de creer que son santos de Dios porque sostienen una sana doctrina de la experiencia, porque profesan oír a ciertos predicadores y leer ciertos libros, y porque se han sentado durante años en cierto banco. Y entretanto puede que no haya en su corazón ni un grano de gracia salvadora.
Pero es una señal del Señor como Redentor del alma que el alma tiene a Dios por Maestro: “Que te enseña provechosamente”. Ahora bien, si usted no conoce esto, con todo su saber es una criatura pobre, oscura e ignorante. Puede hablar con mucha soltura de religión (sobre todo con un vaso de cerveza en la mano), pero ¿se ha visto alguna vez como una criatura pobre y entenebrecida, en cuya alma a veces no hay ni un solo rayo de luz? ¿Sabe algo de oscuridad y nubes, de ignorancia que rodea su mente? Puede que esté sentado ahora en medio de tinieblas, tinieblas que se pueden palpar, tinieblas de Egipto. Entonces no está bajo la enseñanza de Dios, pero eso aún ha de venir; la luz no ha entrado todavía en su alma para mostrarle esas tinieblas.
Con gente tan sabia no puedo hacer nada; saben demasiado, y no puedo enseñarles nada. Pero cuando entro en conversación con un alma pobre que comienza a ver su ignorancia, sus tinieblas y su incapacidad de hacer nada por sí misma, y percibo un deseo, por débil y tenue que sea, de recibir alguna enseñanza celestial, y de experimentar la fe, el amor, el temor de Dios y Su obra en el alma, entonces viene algo que rompe todo lo que puede estorbar la unión, y nos hallamos juntos cara a cara con las cosas de Dios.
Lectura: Ezequiel 33:21-33
Al lector…
Quien es sincero delante de Dios debe preguntarse: ¿descanso en una cabeza bien instruida, en los predicadores correctos, los libros correctos y el banco de siempre? Todo eso puede estar presente mientras no hay en el corazón ni un grano de gracia salvadora. No deje que esta palabra le deje frío, sino que le haga preguntarse en serio si alguna vez ha llegado a conocer al Señor como su Maestro.
¿O está usted sentado en tinieblas que se pueden palpar, y ve cada vez más hondamente su ignorancia e incapacidad? Entonces no se desespere. Que usted vea las tinieblas es ya un primer rayo de Su enseñanza. Si hay en usted un deseo, por débil y tenue que sea, de enseñanza celestial, de fe, amor y temor de Dios, no procede de usted mismo. Aquel que le enseña provechosamente no deja a un alma tan pobre en la oscuridad.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan; en daar zal genezing zijn onder Zijn vleugelen.
Maleachi 4:2
O, wat is het een grote genade voor de kerk van Christus, dat de God en Vader van de Heere Jezus haar niet heeft overgegeven, zoals Hij rechtvaardig had kunnen doen, om haar in haar zonden te verderven, maar haar voorzien heeft van een Zaligmaker, en een zeer grote Zaligmaker, en dat Hij van tijd tot tijd elke arme, bij zichzelf veroordeelde zondaar bemoedigt om te hopen op Zijn genade. Dezelfde zaken, beproefde ziel, die het meest uw gemoed beproeven, zijn de eigenlijke zaken die zulk een Zaligmaker voor u gepast doen zijn.
Gij zijt duister, en dit maakt de Zon der gerechtigheid juist gepast om u te verlichten. Gij zijt koud; dit maakt dat gij behoefte hebt aan de Zon om u te verwarmen. Gij zijt moedeloos en terneergeslagen; dit doet u de Zon dierbaar zijn om u te verblijden. Gij zijt dor en onvruchtbaar en treurt dat gij geen vrucht kunt voortbrengen tot eer van God, en gij behoeft de Zon om u vruchtbaar te maken. Gij zijt bij tijden zeer dodig in uw gewaarwordingen en gij kunt nauwelijks enige neiging in u bespeuren om te bidden, te mediteren of de Schrift te lezen, en gij behoeft de Zon om u te verlevendigen. Zijn dan deze beproevingen en verzoekingen niet noodzakelijk om u te doen verstaan dat de Heere Jezus is de Zon Die gij behoeft, dezelfde Zon Die David nodig had (Psalm 84:11)?
Welke waarde hechten dezulken aan de Heere Jezus, die wandelen in de vlam van hun vuur en in de spranken die zij ontstoken hebben? Wat is Jezus voor degenen die geen moeite der ziel kennen? Welk een waar en ernstig gebed of innige begeerte hebben zij tot en naar Jezus? Welk een vurig verlangen hebben zij naar Zijn verschijning? Welke uitgangen zijn daar naar Zijn bloed en gerechtigheid? O, het zijn de scherpe oefeningen, de menigvuldige beproevingen en krachtige bestrijdingen, die de Heere Jezus waarlijk dierbaar voor de ziel maken.
Aan de lezer…
Beproefde ziel, bent u duister, koud, moedeloos en dor? Kunt u nauwelijks bidden, en ligt de Schrift u zwaar? Denk niet dat dit alles u van de Zaligmaker scheidt. Juist wat uw gemoed het meest beproeft, maakt Hem voor u gepast. De Zon der gerechtigheid gaat niet op over hen die wandelen in de vlam van hun eigen vuur, maar over de arme, bij zichzelf veroordeelde zondaar die Zijn Naam vreest.
Zo zijn uw scherpe oefeningen geen teken dat de Heere u vergeten heeft. Zij doen u verstaan dat u Hem nodig hebt om u te verlichten, te verwarmen, te verblijden en vruchtbaar te maken. Laat uw duisternis u dan uitdrijven naar Zijn bloed en gerechtigheid. Er is genezing onder Zijn vleugelen, en Hij bemoedigt ook u om te hopen op Zijn genade.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan; en daar zal genezing zijn onder Zijn vleugelen.
Maleachi 4:2
O, wat een grote genade is het voor de kerk van Christus dat de God en Vader van de Heere Jezus haar niet heeft overgegeven om haar in haar zonden te verderven, zoals Hij rechtvaardig had kunnen doen. Hij heeft haar voorzien van een Zaligmaker, en een zeer grote Zaligmaker. Van tijd tot tijd bemoedigt Hij elke arme zondaar die zichzelf veroordeelt, om op Zijn genade te hopen. Beproefde ziel, juist de dingen die uw gemoed het meest beproeven, zijn het die zo’n Zaligmaker voor u gepast maken.
U bent duister, en juist daarom past de Zon der gerechtigheid bij u om u te verlichten. U bent koud; daardoor hebt u de Zon nodig om u te verwarmen. U bent moedeloos en terneergeslagen; daardoor wordt de Zon u dierbaar om u te verblijden. U bent dor en onvruchtbaar en treurt dat u geen vrucht kunt voortbrengen tot eer van God, en u hebt de Zon nodig om u vruchtbaar te maken. U bent soms heel dodig in uw gevoelens en u merkt nauwelijks enige neiging in u om te bidden, te mediteren of de Schrift te lezen, en u hebt de Zon nodig om u levend te maken. Zijn deze beproevingen en verzoekingen dan niet nodig om u te laten verstaan dat de Heere Jezus de Zon is Die u nodig hebt, dezelfde Zon Die David nodig had (Psalm 84:11)?
Welke waarde hechten zulke mensen aan de Heere Jezus, die wandelen in de vlam van hun vuur en in de vonken die zij aangestoken hebben? Wat is Jezus voor hen die geen zielennood kennen? Welk waar en ernstig gebed of welke innige begeerte hebben zij tot en naar Jezus? Welk vurig verlangen hebben zij naar Zijn verschijning? Welke uitgangen van het hart zijn er bij hen naar Zijn bloed en gerechtigheid? O, het zijn de scherpe oefeningen, de vele beproevingen en de krachtige bestrijdingen die de Heere Jezus werkelijk dierbaar maken voor de ziel.
Aan de lezer…
Beproefde ziel, bent u duister, koud, moedeloos en dor? Kunt u nauwelijks bidden, en valt het lezen van de Schrift u zwaar? Denk niet dat dit alles u van de Zaligmaker scheidt. Juist wat uw gemoed het meest beproeft, maakt Hem voor u gepast. De Zon der gerechtigheid gaat niet op over hen die wandelen in de vlam van hun eigen vuur, maar over de arme zondaar die zichzelf veroordeelt en Zijn Naam vreest.
Uw scherpe oefeningen zijn dus geen teken dat de Heere u vergeten heeft. Zij laten u verstaan dat u Hem nodig hebt om u te verlichten, te verwarmen, te verblijden en vruchtbaar te maken. Laat uw duisternis u dan uitdrijven naar Zijn bloed en gerechtigheid. Er is genezing onder Zijn vleugelen, en Hij bemoedigt ook u om op Zijn genade te hopen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But unto you that fear My name shall the Sun of righteousness arise with healing in His wings.
Malachi 4:2
Oh, what a mercy for the Church of Christ that the God and Father of the Lord Jesus has not left her as He might justly have left her, to perish in her sins, but has provided for her a Saviour, and a great one, and does from time to time encourage every poor, self-condemned sinner to hope in His mercy!
The very things, poor, exercised soul, that most try your mind are the very things that make such a Saviour suitable to you. You are dark; this makes the Sun of righteousness exactly suitable to enlighten you. You are cold; this makes you need the Sun to warm you. You are cheerless and cast down; this makes you need the Sun to gladden you. You are barren and unfruitful, and lament that you cannot bring forth fruit to God’s glory; you need the Sun to fertilize you. You are, at times, very dead in your feelings, and can scarcely find any inclination to pray, meditate, or read the Scriptures; you need the Sun to enliven and revive you.
Are not, then, these very trials and temptations necessary to make you feel that the Lord Jesus is the Sun you need, the very Sun that David (Psalm 84:11) felt Him to be? What value do those put upon the Lord Jesus who make a fire for themselves, and walk in the sparks of their own kindling? What is Jesus to those who know no trouble of soul? What real and earnest prayer or fervent desire have they after Him? what ardent longing for His appearing? what breathings to see and feel His blood and righteousness? Oh! it is sharp exercises, manifold trials, and powerful temptations that make the soul really value the Lord Jesus.
To the reader…
Tried soul, are you dark, cold, downcast and barren? Can you scarcely pray, and does reading the Scriptures weigh heavily on you? Do not think that all this separates you from the Saviour. The very things that most try your mind are what make Him suitable for you. The Sun of righteousness does not rise over those who walk in the sparks of their own fire, but over the poor sinner who condemns himself and fears His Name.
Your sharp exercises, then, are no sign that the Lord has forgotten you. They teach you that you need Him to enlighten you, to warm you, to gladden you and to make you fruitful. So let your darkness drive you out to His blood and righteousness. There is healing in His wings, and He encourages you too to hope in His mercy.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas a vosotros los que teméis Mi nombre, nacerá el Sol de justicia, y en Sus alas traerá salud.
Malaquías 4:2
¡Oh, qué misericordia para la Iglesia de Cristo que el Dios y Padre del Señor Jesús no la haya dejado, como justamente podría haberla dejado, a perecer en sus pecados, sino que le haya provisto un Salvador, y un gran Salvador, y que de tiempo en tiempo anime a todo pobre pecador que se condena a sí mismo a esperar en Su misericordia!
Las mismas cosas, pobre alma ejercitada, que más prueban su mente son precisamente las cosas que hacen que tal Salvador le sea adecuado. Usted está en tinieblas; esto hace que el Sol de justicia sea exactamente el adecuado para alumbrarle. Usted está frío; esto hace que necesite el Sol para calentarle. Usted está sin consuelo y abatido; esto hace que necesite el Sol para alegrarle. Usted es estéril e infructuoso, y se lamenta de no poder dar fruto para la gloria de Dios; necesita el Sol para hacerle fecundo. A veces está usted muy muerto en sus sentimientos, y apenas halla inclinación alguna para orar, meditar o leer las Escrituras; necesita el Sol para avivarle y reanimarle.
¿No son, pues, estas mismas pruebas y tentaciones necesarias para hacerle sentir que el Señor Jesús es el Sol que usted necesita, el mismo Sol que David (Salmo 84:11) sintió que Él era? ¿Qué valor dan al Señor Jesús los que encienden fuego para sí mismos y andan a la luz de las centellas que ellos mismos encendieron? ¿Qué es Jesús para los que no conocen angustia del alma? ¿Qué oración real y ferviente, o qué deseo ardiente tienen de Él? ¿Qué anhelo encendido de Su aparición? ¿Qué suspiros por ver y sentir Su sangre y Su justicia? ¡Oh! son los ejercicios agudos, las múltiples pruebas y las poderosas tentaciones los que hacen que el alma aprecie de veras al Señor Jesús.
Al lector…
Alma probada, ¿está usted en tinieblas, frío, abatido y estéril? ¿Apenas puede orar, y le pesa la lectura de las Escrituras? No piense que todo esto le separa del Salvador. Las mismas cosas que más prueban su mente son las que hacen que Él le sea adecuado. El Sol de justicia no nace sobre los que andan a la luz de las centellas de su propio fuego, sino sobre el pobre pecador que se condena a sí mismo y teme Su Nombre.
Sus ejercicios agudos, pues, no son señal de que el Señor le haya olvidado. Le enseñan que le necesita a Él para que le alumbre, le caliente, le alegre y le haga fructífero. Deje, entonces, que sus tinieblas le empujen hacia Su sangre y Su justicia. En Sus alas hay salud, y también a usted le anima a esperar en Su misericordia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl