2 de septiembre
Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken en nuchteren zijn.
1 Thessalonicenzen 5:6
Hier wordt matigheid tegenover slaperigheid gesteld, en verbonden met wandelen in het licht en op de dag, zoals slaperigheid en, niet zelden de oorzaak daarvan, dronkenschap verbonden zijn met duisternis en nacht. Een van de grootste oordelen die God over een volk en zijn Regenten, zijn Profeten en Zieners kan zenden, is een geest van diepe slaap, zoals de Profeet spreekt: „Want de Heere heeft over hen uitgestort de geest des diepen slaaps, en heeft hun ogen gesloten; de Profeten en uw Regeerders, de Zieners heeft Hij bedekt.” Maar nuchteren zijn, is ontwaakt te zijn uit de slaap en bijgevolg wakker en waakzaam te wezen.
Het behelst daarom dat behoedzaam, omzichtig wandelen; het dagelijks leven, zich bewegen, spreken en handelen in de vreze Gods, waardoor wij alleen aan de strikken des satans kunnen ontkomen, die bij iedere tred op de weg voor onze voet gespannen zijn. Hoe velen zijn tot uiterlijk kwaad en openbare schande vervallen, omdat zij niet waakzaam en voorzichtig wandelden en op hun schreden geen acht gaven! In plaats van over de eerste bewegingen der zonde en, zoals de Heere zegt, tegen het „in verzoeking vallen” te waken, spelen zij ermede, totdat zij medegevoerd en in hun eigen lust verward zijn, welke ongehinderd voortgaat de zonde te ontvangen en te baren, die, volbracht zijnde, de dood voortbrengt.
Maak in Uw woord mijn gang en treden vast,
opdat ik mij niet van Uw paân moog’ keren.
En wordt mijn vlees door ’t kwade licht verrast,
ach, laat het mij toch nimmer overheren.
Verlos mij, Heer, van ’s mensen overlast,
dan zal ik U naar Uw bevelen eren.
Ps. 119:67
Aan de lezer…
Kind van God, hoe staat het met uw waken? Het is niet in één ogenblik dat iemand tot openbare schande vervalt; het begint met de eerste bewegingen der zonde, waarmee men speelt in plaats van ertegen te waken. Kent u die eerste bewegingen in uw eigen hart, en hebt u geleerd ervoor te vrezen? Of bent u, gelijk als de anderen, ingeslapen, en merkt u niet meer hoe de strikken voor uw voet gespannen liggen?
Ontwaak dan, en wandel behoedzaam in de vreze Gods. Niet in eigen kracht, want wie van ons kan zijn eigen gang vast maken? Bid veeleer met de psalmdichter dat de Heere uw gang en treden in Zijn woord vastmaakt en u niet van Zijn paden laat afkeren. Wie zijn zwakheid kent en zich daarom aan Hem vastklemt, zal ervaren dat Hij de nuchteren en wakenden bewaart, ook wanneer het vlees verrast wordt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken en nuchteren zijn.
1 Thessalonicenzen 5:6
Hier wordt matigheid tegenover slaperigheid gesteld en verbonden met het wandelen in het licht en op de dag. Zo zijn slaperigheid, en dronkenschap die daarvan niet zelden de oorzaak is, verbonden met duisternis en nacht. Een van de zwaarste oordelen die God over een volk en zijn regenten, zijn profeten en zieners kan zenden, is een geest van diepe slaap. Zo spreekt de profeet: „Want de Heere heeft over hen uitgestort de geest des diepen slaaps, en heeft hun ogen gesloten; de Profeten en uw Regeerders, de Zieners heeft Hij bedekt.” Maar nuchter zijn betekent: ontwaakt zijn uit de slaap, en daardoor wakker en waakzaam zijn.
Daarom houdt het in dat we behoedzaam en omzichtig wandelen. Het betekent dat we in ons dagelijks leven, in ons doen en laten, ons spreken en handelen, leven in de vreze Gods. Alleen zo kunnen we ontkomen aan de strikken van satan, die bij iedere stap op de weg voor onze voet gespannen zijn. Hoevelen zijn er niet tot uiterlijk kwaad en openbare schande vervallen, omdat zij niet waakzaam en voorzichtig wandelden en niet op hun schreden letten! In plaats van te waken tegen de eerste bewegingen van de zonde en, zoals de Heere zegt, tegen het „in verzoeking vallen”, spelen zij ermee. Dat doen zij totdat zij meegesleept en in hun eigen begeerte verstrikt zijn. Die begeerte gaat dan ongehinderd voort de zonde te ontvangen en te baren, en de zonde, eenmaal volbracht, brengt de dood voort.
Maak in Uw woord mijn gang en treden vast,
opdat ik mij niet van Uw paân moog’ keren.
En wordt mijn vlees door ’t kwade licht verrast,
ach, laat het mij toch nimmer overheren.
Verlos mij, Heer, van ’s mensen overlast,
dan zal ik U naar Uw bevelen eren.
Ps. 119:67
Aan de lezer…
Kind van God, hoe staat het met uw waken? Niemand vervalt in één ogenblik tot openbare schande. Het begint met de eerste bewegingen van de zonde, waarmee men speelt in plaats van ertegen te waken. Kent u die eerste bewegingen in uw eigen hart, en hebt u geleerd ervoor te vrezen? Of bent u, net als de anderen, in slaap gevallen, en merkt u niet meer hoe de strikken voor uw voet gespannen liggen?
Word dan wakker, en wandel behoedzaam in de vreze Gods. Niet in eigen kracht, want wie van ons kan zijn eigen gang vastmaken? Bid liever met de psalmdichter dat de Heere uw gang en treden in Zijn Woord vastmaakt en u niet van Zijn paden laat afwijken. Wie zijn zwakheid kent en zich daarom aan Hem vastklemt, zal ervaren dat Hij de nuchteren en wakenden bewaart, ook wanneer het vlees verrast wordt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Therefore let us not sleep, as do others; but let us watch and be sober.
1 Thessalonians 5:6
Here sobriety is opposed to sleepiness, and is connected with walking in the light and in the day; just as sleepiness and its frequent cause, drunkenness, are connected with darkness and night. One of the greatest curses God can send on a people and its rulers, its prophets and seers, is a spirit of deep sleep, as the prophet speaks—“For the Lord has poured out upon you the spirit of deep sleep, and has closed your eyes; the prophets and your rulers, the seers has He covered.” But to be sober is to be awaked out of this sleep, and, as a consequence, to walk not only wakefully but watchfully.
It implies, therefore, that careful, circumspect walking—that daily living, moving, speaking, and acting in the fear of God, whereby alone we can be kept from the snares spread for our feet at every step of the way. How many have fallen into outward evil and open disgrace from lack of walking watchfully and circumspectly, and taking heed to their steps. Instead of watching the first movements of sin and against, as the Lord speaks, “the entering into temptation,” they rather dally with it until they are drawn away and enticed of their own lust which, as unchecked, goes on to conceive and bring forth sin, which, when it is finished or carried out and accomplished in positive action, brings forth death.
To the reader…
Child of God, how is it with your watching? No one falls into open disgrace in a single moment. It begins with the first movements of sin, which are toyed with instead of watched against. Do you know those first movements in your own heart, and have you learned to fear them? Or have you, like others, fallen asleep, so that you no longer notice how the snares are laid for your feet?
Wake up, then, and walk carefully in the fear of God. Not in your own strength, for which of us can make his own steps firm? Rather pray with the psalmist that the Lord would order your steps in His Word and not let you turn aside from His paths. Whoever knows his weakness and therefore clings to Him will find that He keeps the sober and the watchful, even when the flesh is taken by surprise.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por tanto, no durmamos como los demás; antes velemos y seamos templados.
1 Tesalonicenses 5:6
Aquí la sobriedad se opone a la somnolencia, y se relaciona con andar en la luz y en el día; así como la somnolencia y su causa frecuente, la embriaguez, se relacionan con las tinieblas y la noche. Una de las mayores maldiciones que Dios puede enviar sobre un pueblo y sus gobernantes, sus profetas y videntes, es un espíritu de sueño profundo, como dice el profeta: “Porque Jehová extendió sobre vosotros espíritu de sueño, y cerró vuestros ojos: cubrió vuestros profetas, y vuestros principales videntes.” Pero ser sobrio es ser despertado de este sueño y, en consecuencia, andar no solo despierto sino vigilante.
Implica, por tanto, aquel andar cuidadoso y circunspecto; aquel vivir, moverse, hablar y obrar diariamente en el temor de Dios, por el cual solamente podemos ser guardados de los lazos tendidos a nuestros pies a cada paso del camino. ¡Cuántos han caído en males exteriores y en deshonra manifiesta por no andar vigilante y circunspectamente, cuidando sus pasos! En lugar de velar contra los primeros movimientos del pecado y contra, como dice el Señor, el “entrar en tentación”, más bien juegan con él hasta que son atraídos y cebados de su propia concupiscencia, la cual, no refrenada, sigue adelante hasta concebir y dar a luz el pecado, y el pecado, siendo cumplido, o llevado a cabo y consumado en acción positiva, engendra muerte.
Al lector…
Hijo de Dios, ¿cómo va su velar? Nadie cae en deshonra manifiesta en un solo momento. Comienza con los primeros movimientos del pecado, con los que se juega en lugar de velar contra ellos. ¿Conoce esos primeros movimientos en su propio corazón, y ha aprendido a temerlos? ¿O se ha dormido, como otros, de modo que ya no nota cómo se tienden los lazos a sus pies?
Despierte, pues, y ande con cuidado en el temor de Dios. No con sus propias fuerzas, porque ¿quién de nosotros puede afirmar sus propios pasos? Ore más bien con el salmista que el Señor ordene sus pasos con Su Palabra y no le deje apartarse de Sus sendas. Quien conoce su debilidad y por eso se aferra a Él hallará que Él guarda al sobrio y al vigilante, aun cuando la carne sea tomada por sorpresa.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl