Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

2 juni Korenaren uit de volle oogst

Dewelke wel voorgekend is geweest vóór de grondlegging der wereld, maar geopenbaard is in deze laatste tijden om uwentwil.
1 Petrus 1:20

Met „deze laatste tijden” wordt deze tegenwoordige bedeling bedoeld, de bedeling van de genade waaronder wij leven. Zij worden om de volgende twee redenen de laatste tijden genoemd. 1°. Omdat Christus geopenbaard is in de laatste dagen van de bedeling onder het Oude Verbond, een Verbond dat, als verouderd en oud geworden, dicht bij zijn verdwijnen is (Hebr. 8:13). Dat gebeurde ook toen bij de verwoesting van de tempel de hele tempeldienst, samen met de offers die daar gebracht werden, ophield te bestaan. Maar 2°. een andere reden waarom de bedeling waaronder wij leven „de laatste tijden” wordt genoemd, is dat het de laatste openbaring van God is. Het is „de aangename tijd”, „de dag der zaligheid”, waarover alle profeten gesproken hebben (2 Kor. 6:2; Hand. 3:24).

Christus is nu op Zijn troon van genade. De grote, de heerlijke, de enige Middelaar tussen God en de mensen zit nu aan de rechterhand van de Vader: de Voorspraak, Die allen kan zaligen die door Hem tot God komen; Die altijd leeft om voor hen tussenbeide te komen; Die altijd leeft om te pleiten, als een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de Rechtvaardige, als de grote Hogepriester over het huis van God. Maar Hij zal de troon van genade verlaten om plaats te nemen op de rechterstoel. Dan zullen „die laatste tijden” besloten worden met de heerlijkheid van de zaligheid van Zijn vrienden en met al de verschrikking van het verderf van Zijn vijanden.

Let toch en zie op vromen en oprechten,
want wat men denk’ van d’uitkomst hunner paan,
God kroont met vreê het einde Zijner knechten,
maar durft men stout des Heeren wet versmaan,
dan zal Gods wraak de berg van hoogmoed slechten
en ’t boos geslacht ten grond toe doen vergaan.

Ps. 37:19

Aan de lezer…

U die nu leeft in „de aangename tijd”, in „de dag der zaligheid”, hebt een rijk voorrecht. Christus zit nog op Zijn troon van genade, de enige Middelaar tussen God en de mensen, Die altijd leeft om te pleiten voor allen die door Hem tot God komen. Hij werd voorgekend vóór de grondlegging van de wereld en is geopenbaard om uwentwil, ter wille van zulken die niets in zichzelf hebben om op te steunen.

Maar deze laatste tijden zullen niet altijd duren. Eens verlaat Hij de troon van genade om plaats te nemen op de rechterstoel. Laat dat u niet van Hem doen vluchten, maar u juist naar Hem toe drijven, nu het nog de dag van de genade is. Bent u arm, schuldig en beladen? Hij kan allen zaligen die door Hem tot God komen. Kom dan met uw nood tot deze Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de Rechtvaardige; dan zal die laatste dag voor u niet de dag van het verderf zijn, maar de heerlijkheid van Zijn vrienden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

2 juni 365 dagen met Philpot

Christus’ zitten ter rechterhand Gods

Op een verse en levende weg, welke Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees.
Hebreeën 10:20

Nadat onze gezegende Hogepriester Zijn heilig lichaam en Zijn ziel als zondoffer had geofferd, stond Hij op uit de doden. Hij voer op naar de hemel in Zijn reine en heilige mensheid, afgebeeld door de heilige linnen kleding die Aäron droeg wanneer hij binnen het voorhangsel ging. Daar vervult Hij dat deel van Zijn priesterambt: voor ons bidden. Dit werd prachtig afgebeeld, zoals al eerder gezegd, doordat de hogepriester de fijngestoten wierook samen met het verzoenend bloed binnen het voorhangsel bracht. De wierook was fijngestoten, verbrijzeld, niet gesneden. Dat was niet alleen zodat de geur zich vrijer zou verspreiden wanneer hij op de kolen werd ontstoken, maar ook om het leed en de smart van onze zo verschrikkelijk lijdende Hogepriester af te beelden. „Doch het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen” (Jes. 53:10). „Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld” (Jes. 53:5).

De kolen van het altaar waren een beeld van de toorn van God, want het vuur op het altaar, dat in het begin door de Heere Zelf was ontstoken (Lev. 9:24), werd nooit gedoofd. Niet alleen werden alle brandoffers er in hun geheel op verbrand, maar ook elk deel van de andere offers dat er voor dat bijzondere doel op werd gelegd, zoals het vet van het zondoffer. De wolk van wierook die het heiligdom vulde en het verzoendeksel bedekte, was een beeld van de welriekende voorspraak die onze grote en heerlijke Hogepriester nu in de hemel doet.

En het bloed dat op en voor het verzoendeksel werd gesprenkeld, beeldde „het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel” (Hebr. 12:24) af, ja, dat kostbare bloed „dat reinigt van alle zonde”. Dat bloed nam Hij met Zich mee naar de hemel toen Hij daar in Zijn heilige mensheid binnenging. En de kracht ervan om een schuldig geweten te reinigen van vuil, schuld en dode werken, om de levende God te dienen, maakt Hij nog steeds bekend wanneer de Heilige Geest de dingen van Christus neemt en ze met Zijn eigen goddelijke kracht aan de ziel openbaart.

Lezen: Exodus 30:22-38

Aan de lezer…

Is uw geweten bezwaard met schuld en dode werken, zodat u niet weet hoe u voor God kunt verschijnen? Kijk dan, lezer, naar wat hier van de Hogepriester gezegd wordt. De wierook was fijngestoten, verbrijzeld, en zo werd Hij verbrijzeld om onze ongerechtigheden. Hij heeft het vuur van Gods toorn doorstaan, en nu stijgt Zijn voorspraak als een welriekende wolk op voor het verzoendeksel.

En het bloed spreekt betere dingen dan Abel. Het is het kostbare bloed dat reinigt van alle zonde. Hij heeft het als het ware meegenomen naar de hemel, en de kracht ervan maakt Hij nog steeds bekend wanneer de Heilige Geest de dingen van Christus aan de ziel openbaart. Wacht daar dan op, en vraag erom. Wat u niet kunt wegwassen, kan Zijn bloed wel reinigen, zodat u met een gereinigd geweten de levende God mag dienen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

2 juni Door Baca’s vallei

Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.
Johannes 6:37

Nu, arme zondaar, op wiens hoofd de stralen van een vurige wet neerschieten; nu, ellendige zondaar, bedroefd in uw gemoed, schuldig in uw geweten, verzocht door wel duizend aanvechtingen, omringd door ontelbare twijfels en vrezen: kunt u uw oog niet een beetje opheffen uit uw somberheid en droefheid en zien dat de eeuwige God uw Toevlucht is? Klemt u zich niet met al uw kracht aan Hem vast, nu elke andere toevlucht u ontvalt? Hebt u Zijn sterkte niet aangegrepen, opdat u vrede met Hem zou maken? Ziet u niet naar Hem op? En zegt Hij niet: „Ziet op Mij en wordt behouden, alle gij einden der aarde”?

Hij beveelt u op Hem te zien, zoals Mozes de kinderen Israëls gebood op de koperen slang te zien. Arme zondaar, die lijdt onder het gewicht van uw overtredingen, Hij gebiedt u op Hem te zien. Heeft de Heere, op Wiens lippen genade is uitgestort, niet gezegd: „Hij, die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen”? Waarom zou u niet op Hem zien? Waarom niet tot Hem komen? Zal Hij u uitwerpen?

Merkt u niet de verborgen trekkingen van Zijn genade, de bewegingen in uw hart die u zo vaak doen komen met sterk geroep en tranen, met smeken en wenen, met ernst en vuur, met voortdurende smekingen? Wat zijn die anders dan de innerlijke onderwijzingen van God, zoals de Heere zegt: „Gelijk in de profeten geschreven is: En zij zullen allen van God geleerd zijn”? „Daarom zal eenieder, die het gehoord en van de Vader geleerd heeft, tot Mij komen.” En weet u niet dat de Heere Zelf zegt dat niemand tot Hem kan komen, tenzij de Vader, Die Hem gezonden heeft, hem trekt? Dit komen met ernst en vurig verlangen van de ziel komt daarom, volgens Zijn eigen getuigenis, voort uit de bijzondere trekking en het bijzondere onderwijs. Nu Hij Zijn geliefde Zoon tot een Toevlucht voor uw ziel gesteld heeft, komt Hij u nu trekken, opdat u verzoening en vrede in Hem mag vinden.

Maar misschien zegt u: ik ben zo zondig, zo schuldig; ik ben een zondaar, veel slechter dan u zich kunt voorstellen, en daarom ga ik zo gebukt. Bent u dieper gezonken dan broeder Jona, toen hij in de buik van de walvis was en naar zijn eigen schatting in de buik van het graf? En wat riep hij uit? „Nochtans zal ik de tempel Uwer heiligheid weder aanschouwen!” Kunt u niet opzien naar de heilige tempel? Heeft Zijn goedertierenheid dan een einde? Zo meende David het in zijn hart, maar zo was het niet, want „Zijn goedertierenheid duurt in eeuwigheid”. En dat is een wijd en nadrukkelijk woord. Zie en leef! Zie en leef!

Aan de lezer…

Arme, bedroefde lezer, omringd door twijfels en vrezen, schuldig in uw geweten: bent u bang dat u te slecht bent om te komen? Dan spreekt dit woord juist tot u: „Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” Hij zegt niet: wie goed genoeg is, maar: wie komt. Zou Hij, op Wiens lippen genade is uitgestort, u dan uitwerpen? Waarom zou u niet op Hem zien?

En let op wat er in uw eigen hart gebeurt. Die zuchten, die tranen, die voortdurende smekingen: waar komen zij vandaan? Niemand kan tot Hem komen, tenzij de Vader hem trekt. Zijn die trekkingen dan niet al een teken dat Hij met u bezig is? Hebt u het gevoel dat u dieper gezonken bent dan wie ook, kunt u dan toch niet opzien naar Zijn heilige tempel? Zijn goedertierenheid duurt in eeuwigheid. Zie en leef!

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina