Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

2 oktober Korenaren uit de volle oogst

Want Gij hebt ons beproefd, o God! Gij hebt ons gelouterd gelijk men het zilver loutert.
Psalm 66:10

De wegen van de Heere met de Zijnen in de woestijn hebben meestal ten doel hen te beproeven en te weten wat er in hun hart is. Heeft de Heere het leven in uw ziel geplant? Heeft Hij uw geweten met Zijn vinger aangeraakt? Heeft Hij een werk van genade in uw hart begonnen? Zo ja, dan zullen er op de reis door de woestijn van tijd tot tijd dingen voorkomen die moeten bewijzen dat dit werk in uw ziel echt is.

U zult verzoekingen hebben. Wanneer die verzoekingen komen, zal moeten blijken of u de vreze Gods in uw ziel hebt om de verzoeking te weerstaan, of dat u onder de verzoeking zult bezwijken; en, als u onder de verzoeking valt, of u ooit weer opgericht zult worden. En als u een levende bent, zal de Heere steeds omstandigheid op omstandigheid, voorval op voorval, het een na het ander brengen. Al die dingen zullen, wanneer zij u overkomen, moeten bewijzen of de vreze Gods al dan niet in uw ziel woont.

Als de vreze Gods niet in het hart van een mens woont, moet hij afnemen en moet hij bezwijken. Satan is iedereen te sterk, behalve de kinderen van God. De zonde zal iedereen overwinnen en verderven, behalve hen van wie de zonden vergeven zijn door het verzoenend bloed en de stervende Liefde. En de zonde zal vroeg of laat iedereen overwinnen die niet het geloof van Gods uitverkorenen heeft, waardoor alleen de wereld overwonnen wordt. Zo toont de Heere dus in Zijn raadselachtige wegen (en hoe raadselachtig zijn Zijn wegen niet!) de echtheid aan van het werk van de genade in elk hart waarin dat werk begonnen is, en de huichelarij van allen die alleen de naam hebben dat zij leven, terwijl hun ziel dood is voor God.

Doe mij niet mee vergaan
met hen, die U weerstaan,
wier hart steeds schand’lijk misdrijf kweekt;
die trouw en plicht verachten,
en ’t recht om goud verkrachten,
als ’d onschuld om bescherming smeekt.

Ps. 26:10

Aan de lezer…

Herkent u dit? U verwondert zich over de beproevingen die op uw weg komen, omstandigheid op omstandigheid, het een na het ander. Vraagt u zich af waarom de Heere u zo door de woestijn leidt? Hij beproeft de Zijnen zoals men het zilver loutert, om te laten blijken wat in hun hart is. Heeft Hij Zijn vinger aan uw geweten gelegd en een werk van genade in u begonnen, dan zal Hij dat werk ook bewijzen, juist in de verzoeking.

Vreest u dat u zult bezwijken, omdat satan u te sterk is? Hij is iedereen te sterk, behalve de kinderen van God, van wie de zonden vergeven zijn door het verzoenend bloed en de stervende Liefde. En bent u onder de verzoeking gevallen, zie dan uit naar Hem Die de Zijnen weer opricht. Hoe raadselachtig Zijn wegen ook zijn, Hij toont daarin de echtheid van Zijn werk aan. Laat de louteringsoven u dan niet doen wanhopen; het zilver wordt er niet door verteerd, maar gereinigd.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

2 oktober 365 dagen met Philpot

Neem weg alle ongerechtigheid

Neem weg alle ongerechtigheid en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen.
Hosea 14:3

„Neem weg alle ongerechtigheid.” U kunt met uw mond liefkozingen maken, terwijl uw hart uw gierigheid nawandelt (Ezech. 33:31). U kunt ’s morgens opstaan, op uw knieën vallen en de Heere vragen u gedurende de dag te bewaren, u te behoeden voor de verzoeking die u eerder al verstrikt heeft, of voor de aanval waardoor u gevallen bent. Maar zodra u opgestaan bent of de kamer verlaten hebt, bent u even zwak, even machteloos, even onoplettend en even gereed om in de verzoeking te vallen als ooit, wanneer de duivel u die verzoeking voorhoudt. Welnu, als het zo met u gesteld is, kunt u de woorden „Neem weg al onze ongerechtigheid” niet met een eerlijk hart uitspreken.

Maar stel dat u ziet en voelt hoe vreselijk de zonde is, hoe verachtelijk en afschuwelijk, en wat een vuil, laag, verdorven en slecht schepsel u bent, omdat u in deze betovering verstrikt bent geraakt, door deze verzoeking overwonnen bent of in deze strik opzij getrokken bent. Stel dat u zich op de borst kunt slaan en zeggen: „Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” (Rom. 7:24), of dat u zich op de heup kunt slaan en zeggen: „Wee mij! Is er ooit zo iemand als ik geweest, zo makkelijk neergeworpen, zo makkelijk verstrengeld, zo snel opzij getrokken; zo’n zwak en slecht schepsel? Is er ooit zo iemand als ik geweest? O, ik zou mijn hart kunnen uitrukken dat mij zo verwart!” Wie door het verborgen werk van God in zijn hart op dit punt gekomen is, die kan zeggen: „Neem weg al mijn ongerechtigheden.”

Hij zal niet zeggen: „Laat me die of die zonde houden. Het is toch maar een kleintje? Mag ik die begeerte niet koesteren? Mag ik niet toegeven aan dat genot, als ik verder alles opgeef? Laat me toch alleen dit houden; o, ik kan er geen afstand van doen.” Ik zeg u: als iemand zo spreekt, laat dat zien dat hij geen oprecht besef van de zonde heeft. Hij is niet diep bedroefd geworden en ook niet werkelijk eerlijk voor God geworden.

Lezen: Hosea 14

Aan de lezer…

Deze woorden passen bij wie ’s morgens bidt om bewaard te blijven, en toch valt nog voordat de dag half om is. Kent u dat? Hoe beschaamd staat u dan, en hoe zwak en machteloos ziet u uzelf! Toch is juist dat bittere besef van wat de zonde is, vuil, laag en afschuwelijk, een werk van God in uw hart. Wie zich op de borst slaat en roept: „Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen?”, die kan in oprechtheid bidden: „Neem weg al mijn ongerechtigheden.”

Onderzoek dan uw hart: houdt u nog een kleine zonde achter, een begeerte die u niet wilt loslaten? Wees eerlijk voor God; Hij vraagt geen half gebed. Breng Hem niet een deel, maar alles, en vraag Hem alles weg te nemen. Neemt Hij de ongerechtigheid weg en geeft Hij het goede, dan zult ook u de varren van uw lippen betalen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

2 oktober Door Baca’s vallei

Genade en vrede zij u vermenigvuldigd door de kennis Gods en van Jezus Christus, onze Heere.
2 Petrus 1:2

Als wij Jezus niet voor onszelf kennen door een geestelijke ontdekking van Zijn Persoon en werk, welk getuigenis hebben wij dan dat wij deel hebben aan Zijn genade? Er is immers geen genade dan die door Hem vloeit, want genade en waarheid zijn door Jezus Christus geworden. Daarnaar moeten wij altijd staan. Onze dagelijkse begeerte en ons gebed moet zijn om geestelijke ontdekkingen van Christus: om Hem te aanschouwen met het oog van het geloof, om in te gaan in Zijn heerlijke Persoon en volbracht werk, om Zijn tegenwoordigheid te genieten, Zijn liefde te proeven en Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding. Daarnaar zag Paulus zo ernstig uit (Filipp. 3:10). Om de uitnemendheid van deze kennis wilde hij liever alles verliezen en het schade en drek achten, opdat hij Christus gewinnen mocht.

Hem te kennen als onze Borg en Drager van de zonde, onze Advocaat en Tussentreder, onze Vriend, Man en Broeder; ons aandeel in Hem te kennen, onze vereniging met Hem, onze plaats in Zijn hart, onze naam op Zijn borst, ons gedenkteken in de palmen van Zijn handen: wat kan de zaligheid van zo’n kennis overtreffen? Door deze geestelijke, bevindelijke kennis van Hem vloeit de genade. Zoals een waterleiding de bevochtigende stroom vanuit een rivier naar een dorre weide laat afvloeien, zo opent de kennis van Christus een kanaal waardoor de genade die in Hem is, afvloeit in de onvruchtbare, dorre ziel. Zoals wij Hem dus alleen door genade kunnen kennen, zo doet elke mededeling van genade ons Hem niet alleen beter kennen, maar vloeit zij ook binnen door diezelfde kennis.

De genade die door deze kennis binnenkomt, brengt ook „vrede” met zich mee. Want Hij is onze Vrede. Hij heeft de middelmuur des afscheidsels gebroken en de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, zelfs de wet der geboden, in inzettingen bestaande, opdat Hij die twee in Zichzelf tot een nieuwe mens zou scheppen, vrede makende. Daarom kwam Hij en sprak van vrede tot hen die ver weg en die dichtbij waren. Zijn bloed spreekt van vrede tot een schuldig geweten; Zijn stem spreekt van stilte tot de winden en golven die het geslingerde hart beroeren.

Zijn laatste erfenis was: „Vrede laat Ik u; Mijn vrede geef Ik u.” Zijn belofte bij Zijn sterven was: „In Mij zult gij vrede hebben.” En als de Vorst van de vrede aan de rechterhand van God is Hij in staat ons te vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, want Zijn Koninkrijk is rechtvaardigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest. Zo worden door de kennis van Hem als onze Heere zowel genade als vrede vermenigvuldigd.

Aan de lezer…

Wat een troost is dit woord, als u uw ziel soms voelt als een dorre, onvruchtbare weide waar niets wil groeien! Dan hebt u niet in de eerste plaats meer van uzelf nodig, maar meer kennis van Christus. Er is geen genade dan die door Hem vloeit. Zoals een waterleiding de stroom uit de rivier naar het droge land voert, zo opent elke geestelijke ontdekking van Zijn Persoon en werk een kanaal waardoor Zijn genade afvloeit in een dorre ziel.

Laat dit dan uw dagelijkse begeerte en uw gebed zijn: Hem te kennen als Borg, als Advocaat, als Vriend en Broeder, en te weten dat uw naam op Zijn borst staat en in de palmen van Zijn handen. Met die kennis komt ook vrede. Zijn bloed spreekt vrede tot een schuldig geweten, en Zijn stem kan de winden en golven van uw geslingerde hart tot zwijgen brengen. Hij heeft gezegd: „Mijn vrede geef Ik u.” Zoek die vrede nergens anders dan bij Hem.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina