vandaag verschenen
Een medelijdende Hogepriester en een troon der genade
Over Hebreeën 4:15,16: Christus, onze grote Hogepriester, kan medelijden hebben met onze zwakheden en is in alles verzocht, maar zonder zonde. Juist wie zijn zwakheden en verzoekingen voelt, wordt aangespoord…
7 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
2 weken geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
3 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Want Hij zal de nooddruftige ter rechterhand staan, om hem te verlossen van degenen, die zijn ziel veroordelen.
Psalm 109:31
Hoe opbeurend, hoe vertroostend is het een vriend te hebben die ons in de nood bijstaat. Zulk een Vriend is Jezus. In de ure des gevaars komt Hij als een Vriend, om aan de rechterhand te staan van het arme schepsel wiens ziel door schuld en zelfbeschuldiging is veroordeeld. Maar Hij staat in een veel hogere betrekking dan die van een vriend; Hij staat als Borg en Bevrijder. Hij gaat als het ware het gerechtshof in, en als de gevangene voor de balie staat, treedt Hij voorwaarts en staat aan zijn rechterhand als Borg en Plaatsbekleder. Hij brengt uit Zijn eigen boezem de kwijtbrief voort, getekend en bezegeld met Zijn eigen bloed; Hij legt die het hof voor ogen en eist en vraagt de vrijspraak van de gevangene aan wiens rechterhand Hij staat. Daar staat Hij dan, opdat de gevangene gehele vergiffenis ontvange en gans gerechtvaardigd worde van die beschuldigingen „die zijn ziel veroordelen”.
O heerlijk standpunt! O gezegende verschijning! Ongeloof, de werking van een vreselijk boos hart en de vreselijke inblazingen van de vijand komen om ons te veroordelen; maar Christus Jezus, de Middelaar tussen God en de mensen, staat aan de hand der nooddruftigen en biedt Zijn eigen heerlijke gerechtigheid aan. Gaan wij gedrukt onder ongeloof? Hij schenkt geloof. Verzinkt onze ziel in wanhoop? Dan stort Hij hoop in. Is de ziel gebogen onder schuld, verwijderd van God, buiten staat Hem te naderen wegens de zware aanvechtingen? Hij brengt Zijn eigen arm onder die arme neergebogen ziel en licht haar nedergebogen hoofd op, en dan ziet de ziel opwaarts en aanschouwt, in plaats van toorn, het gelaat des Vaders, stralende van barmhartigheid en liefde, omdat de Borg „staat ter rechterhand van de nooddruftige”.
Nooddruftigen zal Hij verschonen,
aan armen uit gena
Zijn hulpe ter verlossing tonen:
Hij slaat hun zielen ga.
Ps. 72:7
Aan de lezer…
Wanneer u als een gevangene voor de balie staat, met een geweten dat u veroordeelt en een vijand die u beschuldigt, komen ongeloof en een boos hart u misschien telkens weer aanklagen, zodat u geen woord tot uw verdediging weet. Dan is deze tekst voor u geschreven. U hebt geen pleitgrond in uzelf, maar er is Een Die aan uw rechterhand wil staan.
Hij komt niet alleen als Vriend, maar als Borg en Plaatsbekleder, met de kwijtbrief getekend en bezegeld met Zijn eigen bloed. Bent u gedrukt onder ongeloof, Hij schenkt geloof; verzinkt u in wanhoop, Hij stort hoop in. Hij brengt Zijn arm onder uw neergebogen ziel en licht uw hoofd op, opdat u in plaats van toorn het gelaat des Vaders ziet, stralende van barmhartigheid en liefde.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want Hij zal de nooddruftige ter rechterhand staan, om hem te verlossen van degenen, die zijn ziel veroordelen.
Psalm 109:31
Hoe bemoedigend en vertroostend is het om een vriend te hebben die ons in nood bijstaat. Zo’n Vriend is Jezus. In het uur van gevaar komt Hij als een Vriend om aan de rechterhand te staan van het arme schepsel wiens ziel door schuld en zelfbeschuldiging veroordeeld wordt. Maar Hij staat in een veel hogere verhouding dan die van een vriend: Hij staat er als Borg en Bevrijder. Hij gaat als het ware de rechtszaal binnen, en wanneer de gevangene voor de balie staat, treedt Hij naar voren en gaat aan zijn rechterhand staan als Borg en Plaatsvervanger. Uit Zijn eigen boezem haalt Hij de kwijtbrief tevoorschijn, ondertekend en verzegeld met Zijn eigen bloed. Hij legt die aan het hof voor en eist en vraagt de vrijspraak van de gevangene aan wiens rechterhand Hij staat. Daar staat Hij dan, opdat de gevangene volledige vergeving ontvangt en geheel gerechtvaardigd wordt van de beschuldigingen van hen „die zijn ziel veroordelen”.
O heerlijke plaats! O gezegende verschijning! Ongeloof, de werking van een vreselijk boos hart en de vreselijke influisteringen van de vijand komen om ons te veroordelen. Maar Christus Jezus, de Middelaar tussen God en de mensen, staat aan de hand van de nooddruftigen en biedt Zijn eigen heerlijke gerechtigheid aan. Gaan wij gebukt onder ongeloof? Hij schenkt geloof. Zinkt onze ziel weg in wanhoop? Dan stort Hij hoop in. Is de ziel gebogen onder schuld, ver van God, niet in staat Hem te naderen vanwege de zware aanvechtingen? Hij brengt Zijn eigen arm onder die arme, neergebogen ziel en tilt haar gebogen hoofd op. Dan kijkt de ziel omhoog en ziet zij, in plaats van toorn, het gelaat van de Vader, stralend van barmhartigheid en liefde, omdat de Borg „staat ter rechterhand van de nooddruftige”.
Nooddruftigen zal Hij verschonen,
aan armen uit gena
Zijn hulpe ter verlossing tonen:
Hij slaat hun zielen ga.
Ps. 72:7
Aan de lezer…
Wanneer u als een gevangene voor de balie staat, met een geweten dat u veroordeelt en een vijand die u beschuldigt, komen ongeloof en een boos hart u misschien steeds weer aanklagen, zodat u geen woord tot uw verdediging weet. Dan is deze tekst voor u geschreven. U hebt geen pleitgrond in uzelf, maar er is Een Die aan uw rechterhand wil staan.
Hij komt niet alleen als Vriend, maar als Borg en Plaatsvervanger, met de kwijtbrief ondertekend en verzegeld met Zijn eigen bloed. Gaat u gebukt onder ongeloof, Hij schenkt geloof; zinkt u weg in wanhoop, Hij stort hoop in. Hij brengt Zijn arm onder uw neergebogen ziel en tilt uw hoofd op, zodat u in plaats van toorn het gelaat van de Vader ziet, stralend van barmhartigheid en liefde.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For he shall stand at the right hand of the poor, to save him from those that condemn his soul.
Psalm 109:31
How cheering, how comforting it is, to have a friend to stand by us when we are in trouble. Such a friend is Jesus. In the hour of necessity, He comes as a friend to stand by the right hand of the poor creature, whose soul is condemned by guilt and accusations. But He stands in a far higher relation than that of a friend; He stands also as a Surety and a Deliverer. He goes, as it were, into the court; and when the prisoner stands at the bar, He comes forward and stands at his right hand as his surety and bondsman; He brings out of His own bosom the acquittance of the debt signed and sealed with His own blood, He produces it before the eyes of the court, and claims and demands the acquittal and absolution of the prisoner at whose right hand He stands. He stands there, then, that the prisoner may be freely pardoned, and completely justified from those accusations that “condemn his soul.” O sweet standing!–O blessed appearance!
Unbelief, the workings of a desperately wicked heart, and the fearful suggestions of the enemy, come forward to condemn us; but Christ Jesus, this Mediator between God and man, “stands at the right hand of the poor,” and produces His own glorious righteousness. Are we pressed down with unbelief? He communicates faith. Is our mind sinking into despair? He breathes into it hope. Is the soul bowed down with guilt, at a distance from God, unable to approach Him on account of its heavy temptations? He puts His own arm under this poor dejected soul and lifts up his bowed-down head, and then the soul looks upwards, and instead of wrath sees the countenance of the Father beaming mercy and love, because the Surety is “standing at the right hand of the poor.”
To the reader…
When you stand like a prisoner at the bar, with a conscience that condemns you and an enemy who accuses you, unbelief and an evil heart may come again and again to bring charges against you, so that you do not know a single word to say in your defence. Then this text was written for you. You have no plea in yourself, but there is One Who is willing to stand at your right hand.
He comes not only as a Friend, but as Surety and Substitute, with the acquittance signed and sealed with His own blood. Are you bowed down under unbelief? He gives faith. Are you sinking into despair? He breathes in hope. He puts His arm under your downcast soul and lifts up your head, so that instead of wrath you see the countenance of the Father, beaming with mercy and love.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por cuanto Él se pondrá a la diestra del pobre, para librar su alma de los que le juzgan.
Salmo 109:31
¡Qué alentador, qué consolador es tener un amigo que esté a nuestro lado cuando estamos en angustia! Tal amigo es Jesús. En la hora de la necesidad, Él viene como amigo a ponerse a la diestra de la pobre criatura cuya alma es condenada por la culpa y las acusaciones. Pero Él está en una relación mucho más alta que la de un amigo; está también como Fiador y Libertador. Entra, por así decirlo, en el tribunal; y cuando el preso está ante el estrado, Él se adelanta y se pone a su diestra como su fiador y garante; saca de Su propio seno el finiquito de la deuda, firmado y sellado con Su propia sangre, lo presenta ante los ojos del tribunal, y reclama y exige la absolución y la libertad del preso a cuya diestra está. Está allí, pues, para que el preso sea perdonado gratuitamente y justificado por completo de aquellas acusaciones que “le juzgan” y condenan su alma. ¡Oh dulce comparecencia! ¡Oh bendita presencia!
La incredulidad, las obras de un corazón perverso más que todas las cosas, y las terribles sugestiones del enemigo se adelantan para condenarnos; pero Cristo Jesús, este Mediador entre Dios y los hombres, “se pone a la diestra del pobre” y presenta Su propia gloriosa justicia. ¿Estamos abatidos por la incredulidad? Él comunica fe. ¿Se hunde nuestra mente en la desesperación? Él le infunde esperanza. ¿Está el alma agobiada por la culpa, lejos de Dios, incapaz de acercarse a Él a causa de sus pesadas tentaciones? Él pone Su propio brazo debajo de esta pobre alma abatida y levanta su cabeza inclinada, y entonces el alma mira hacia arriba y, en lugar de ira, ve el rostro del Padre resplandeciente de misericordia y de amor, porque el Fiador “está a la diestra del pobre”.
Al lector…
Cuando usted está como un preso ante el estrado, con una conciencia que le condena y un enemigo que le acusa, la incredulidad y un corazón malo pueden venir una y otra vez a presentar cargos contra usted, de modo que no sabe decir ni una sola palabra en su defensa. Entonces este texto fue escrito para usted. No tiene alegato en sí mismo, pero hay Uno que está dispuesto a ponerse a su diestra.
Él no viene solo como Amigo, sino como Fiador y Sustituto, con el finiquito firmado y sellado con Su propia sangre. ¿Está usted abatido bajo la incredulidad? Él da fe. ¿Se hunde en la desesperación? Él infunde esperanza. Él pone Su brazo debajo de su alma abatida y levanta su cabeza, para que en lugar de ira vea el rostro del Padre, resplandeciente de misericordia y de amor.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Door Christus tot God gaan
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Als u nog nooit tot God bent gekomen door Jezus Christus, hebt u geen belangstelling aan de dag gelegd voor deze tekst. Maar als God de Geest uw ziel tot geestelijk leven heeft gewekt, als Hij een genadewerk uitvoert in uw geweten, kunt u erop rekenen dat u zult merken dat uw aard hier wordt uitgetekend. Wat is de mens van nature? De Heilige Geest heeft deze beschrijving van hem gegeven: dat hij „dood was door de misdaden en de zonden” (Ef. 2:1); dat hij is „vervreemd van het leven Gods door de onwetendheid, die in hem is, door de verharding van zijn hart” (Ef. 4:18); dat hij is „een vijand van God in boze werken” (Kol. 1:21); dat hij absoluut niet in staat is zijn ziel nabij God te brengen en iets te doen dat aanvaardbaar is in Zijn ogen.
Als dit nu het geval is, dat de mens dood is door misdaden en zonden, ver van God verwijderd door boze werken, vervreemd van het leven Gods door de onwetendheid die in hem is, door de verharding van zijn hart; als de vleselijke geest slechts onverzoenlijke vijandschap tegen God en godvruchtigheid is, hoe kan hij dan nabij God komen? Hij kan in schijn komen, of gewoon door het uitoefenen van zijn natuurlijke vermogens, maar een heilige en rechtvaardige God kan hem niet aanvaarden als hij zo tot Hem komt.
Dit is dus iemand die niet tot God kan gaan door het levende geloof, waardoor Lazarus uit het graf tevoorschijn zou komen, toen de stem van de Verlosser krachtig sprak: „Lazarus, kom uit!” (Joh. 11:43). Maar zodra de gezegende Geest tot het geweten spreekt, zodra Zijn allerhoogste stem de ziel bereikt, gebeurt er geestelijk wat Lazarus natuurlijk deed: hij komt uit. Zodra de stem van de Heere, die vol majesteit is, zodra deze almachtige stem de oren van Lazarus binnendrong, kwam hij tevoorschijn. En zodra de Heere door de gezegende Geest tot de ziel begint te spreken, komt zij: zij wordt bewogen, staat op uit het graf van de dood en gaat tot God. Zodat elke ziel die God weer tot leven heeft gewekt om Zijn grote Naam te vrezen, een klaarblijkelijk aandeel in deze tekst heeft, doordat zij tot God gaat.
Lezen: Johannes 11:33-46
Aan de lezer…
U die voelt dat u uw ziel niet nabij God kunt brengen, dat al uw pogingen niet meer zijn dan schijn en het werk van uw natuurlijke vermogens, ziet daarin iets van wat de mens van nature is: dood door de misdaden en de zonden. Dat is een harde waarheid, maar zij is niet het laatste woord. Lazarus lag ook in het graf, en hij kon zichzelf niet doen opstaan.
Maar toen de stem van de Verlosser krachtig sprak, kwam hij tevoorschijn. Zo is het nog. Wanneer de gezegende Geest tot het geweten spreekt, wordt de ziel bewogen, staat zij op uit het graf van de dood en gaat zij tot God. Hebt u die stem in uw hart gehoord, al was het maar als een eerste beweging, dan hebt u een aandeel in deze tekst. En Hij Die u riep, kan volkomenlijk zalig maken, want Hij leeft altijd om voor de Zijnen te bidden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Als u nog nooit door Jezus Christus tot God bent gekomen, hebt u geen deel aan deze tekst. Maar als God de Heilige Geest uw ziel tot geestelijk leven heeft gewekt, als Hij een werk van genade in uw geweten verricht, dan kunt u erop rekenen dat u hier uw eigen toestand getekend zult vinden. Wat is de mens van nature? De Heilige Geest heeft deze beschrijving van hem gegeven: dat hij „dood was door de misdaden en de zonden” (Ef. 2:1); dat hij is „vervreemd van het leven Gods door de onwetendheid, die in hem is, door de verharding van zijn hart” (Ef. 4:18); dat hij is „een vijand van God in boze werken” (Kol. 1:21); en dat hij volstrekt niet in staat is zijn ziel tot God te naderen of iets te doen wat in Zijn ogen aangenaam is.
Als het nu zo is dat de mens dood is door misdaden en zonden, ver van God door boze werken, vervreemd van het leven Gods door de onwetendheid die in hem is en door de verharding van zijn hart; als de vleselijke gezindheid niets anders is dan onverzoenlijke vijandschap tegen God en godzaligheid, hoe kan hij dan tot God naderen? Hij kan komen in schijn, of alleen met gebruik van zijn natuurlijke vermogens, maar een heilig en rechtvaardig God kan hem niet aannemen als hij zo tot Hem komt.
Zo iemand kan dus niet tot God gaan door het levend geloof, net zomin als Lazarus uit zichzelf uit het graf had kunnen komen vóór de stem van de Verlosser krachtig sprak: „Lazarus, kom uit!” (Joh. 11:43). Maar zodra de gezegende Geest tot het geweten spreekt, zodra Zijn almachtige stem de ziel bereikt, gebeurt er geestelijk wat er met Lazarus naar het lichaam gebeurde: hij komt uit. Zodra de stem van de Heere, die vol majesteit is, zodra die almachtige stem de oren van Lazarus binnendrong, kwam hij tevoorschijn. En zodra de Heere door de gezegende Geest tot de ziel begint te spreken, komt zij: zij wordt bewogen, staat op uit het graf van de dood en gaat tot God. Zo heeft elke ziel die God levend heeft gemaakt om Zijn grote Naam te vrezen, een duidelijk aandeel in deze tekst, doordat zij tot God gaat.
Lezen: Johannes 11:33-46
Aan de lezer…
U die voelt dat u uw ziel niet tot God kunt doen naderen, dat al uw pogingen niet meer zijn dan schijn en het werk van uw natuurlijke vermogens: u ziet daarin iets van wat de mens van nature is, dood door de misdaden en de zonden. Dat is een harde waarheid, maar zij is niet het laatste woord. Lazarus lag ook in het graf, en hij kon zichzelf niet doen opstaan.
Maar toen de stem van de Verlosser krachtig sprak, kwam hij tevoorschijn. Zo is het nog steeds. Wanneer de gezegende Geest tot het geweten spreekt, wordt de ziel bewogen, staat zij op uit het graf van de dood en gaat zij tot God. Hebt u die stem in uw hart gehoord, al was het maar als een eerste beweging, dan hebt u een aandeel in deze tekst. En Hij Die u riep, kan volkomenlijk zalig maken, want Hij leeft altijd om voor de Zijnen te bidden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore He is able also to save them to the uttermost that come unto God by Him, seeing He ever liveth to make intercession for them.
Hebrews 7:25
If you have never come unto God by Jesus Christ, you have no part in this text. But if God the Holy Ghost has quickened your soul into spiritual life, if He is carrying on a work of grace in your conscience, then you may depend upon it that you will find your own case described here. What is man by nature? The Holy Ghost has given this description of him: that he was “dead in trespasses and sins” (Eph. 2:1); that he is “alienated from the life of God through the ignorance that is in him, because of the blindness of his heart” (Eph. 4:18); that he is an enemy of God “by wicked works” (Col. 1:21); and that he is utterly unable to bring his soul near to God or to do anything that is acceptable in His sight.
Now if it is so that man is dead in trespasses and sins, far from God by wicked works, alienated from the life of God through the ignorance that is in him and through the blindness of his heart; if the carnal mind is nothing but implacable enmity against God and godliness, how can he draw near to God? He may come in appearance, or only with the use of his natural faculties, but a holy and just God cannot accept him when he comes to Him so.
Such a one, then, cannot come unto God by living faith, any more than Lazarus could have come out of the grave of himself before the voice of the Redeemer spoke with power: “Lazarus, come forth” (John 11:43). But as soon as the blessed Spirit speaks to the conscience, as soon as His almighty voice reaches the soul, there takes place spiritually what took place with Lazarus bodily: he comes forth. As soon as the voice of the Lord, which is full of majesty, as soon as that almighty voice entered the ears of Lazarus, he came forth. And as soon as the Lord by the blessed Spirit begins to speak to the soul, it comes: it is moved, rises from the grave of death and comes unto God.
Thus every soul which God has quickened to fear His great Name has a clear interest in this text, in that it comes unto God.
Reading: John 11:33-46
To the reader…
You who feel that you cannot make your soul draw near to God, that all your efforts are no more than appearance and the work of your natural faculties: you see in this something of what man is by nature, dead in trespasses and sins. That is a hard truth, but it is not the last word. Lazarus too lay in the grave, and he could not raise himself.
But when the voice of the Redeemer spoke with power, he came forth. So it still is. When the blessed Spirit speaks to the conscience, the soul is moved, rises from the grave of death and comes unto God. If you have heard that voice in your heart, even as a first stirring, then you have an interest in this text. And He Who called you is able to save to the uttermost, for He ever lives to make intercession for His own.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por lo cual puede también salvar eternamente a los que por Él se allegan a Dios, viviendo siempre para interceder por ellos.
Hebreos 7:25
Si usted nunca se ha allegado a Dios por Jesucristo, no tiene parte en este texto. Pero si Dios el Espíritu Santo ha vivificado su alma a vida espiritual, si está llevando adelante una obra de gracia en su conciencia, entonces puede estar seguro de que hallará su propio caso descrito aquí. ¿Qué es el hombre por naturaleza? El Espíritu Santo ha dado de él esta descripción: que estaba “muerto en delitos y pecados” (Ef. 2:1); que está “ajeno de la vida de Dios por la ignorancia que en él hay, por la dureza de su corazón” (Ef. 4:18); que es enemigo de Dios “en malas obras” (Col. 1:21); y que es completamente incapaz de acercar su alma a Dios o de hacer algo que sea acepto delante de Él.
Ahora bien, si es así que el hombre está muerto en delitos y pecados, lejos de Dios por malas obras, ajeno de la vida de Dios por la ignorancia que en él hay y por la dureza de su corazón; si la mente carnal no es sino enemistad implacable contra Dios y la piedad, ¿cómo puede acercarse a Dios? Puede venir en apariencia, o solo con el uso de sus facultades naturales, pero un Dios santo y justo no puede aceptarle cuando viene a Él así.
Tal persona, pues, no puede allegarse a Dios con fe viva, como tampoco Lázaro habría podido salir de la tumba por sí mismo antes de que la voz del Redentor hablara con poder: “Lázaro, ven fuera” (Juan 11:43). Pero tan pronto como el bendito Espíritu habla a la conciencia, tan pronto como Su voz todopoderosa alcanza el alma, sucede espiritualmente lo que sucedió corporalmente con Lázaro: sale fuera. Tan pronto como la voz del Señor, que está llena de majestad, tan pronto como esa voz todopoderosa entró en los oídos de Lázaro, este salió. Y tan pronto como el Señor, por el bendito Espíritu, comienza a hablar al alma, esta viene: es movida, se levanta de la tumba de la muerte y se allega a Dios.
Así, toda alma que Dios ha vivificado para temer Su gran Nombre tiene una parte clara en este texto, por cuanto se allega a Dios.
Lectura: Juan 11:33-46
Al lector…
Usted que siente que no puede hacer que su alma se acerque a Dios, que todos sus esfuerzos no son más que apariencia y obra de sus facultades naturales: ve en ello algo de lo que es el hombre por naturaleza, muerto en delitos y pecados. Es una verdad dura, pero no es la última palabra. También Lázaro yacía en la tumba, y no podía levantarse a sí mismo.
Pero cuando la voz del Redentor habló con poder, salió fuera. Así sucede todavía. Cuando el bendito Espíritu habla a la conciencia, el alma es movida, se levanta de la tumba de la muerte y se allega a Dios. Si usted ha oído esa voz en su corazón, aunque sea como un primer movimiento, entonces tiene parte en este texto. Y Aquel que le llamó puede salvar eternamente, porque vive siempre para interceder por los Suyos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Maar zo velen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden; namelijk die in Zijn Naam geloven.
Johannes 1:12
Overal waar het geloof in de ziel geschonken wordt om Christus aan te nemen, daar zal met het geloof de liefde tot de Heere des levens en der heerlijkheid gepaard gaan. En somtijds kunnen wij het aanwezig zijn van het geloof onderkennen door het waarnemen van de verborgen werkzaamheden en daden der liefde tot de Zaligmaker, in Wie God ons gegeven heeft te geloven, hoewel wij het er zelf niet voor kunnen houden. Er zal van tijd tot tijd in de levende ziel een uitgang der genegenheden tot Jezus zijn. Van tijd tot tijd geeft Hij de ziel een blik op Zijn Persoon. Hij vertoont Zich, gelijk de Schrift spreekt, „door de traliën”, misschien wel haast voorbijgaande.
Maar door het schenken van zulk een kortdurend gezicht van de heerlijkheid van Zijn Persoon en van de uitnemendheid van Zijn volbracht werk, van Zijn stervende liefde en verzoenend bloed, wordt het hart als verrukt en wordt iedere genegenheid der ziel door Hem uitgetrokken. Daaruit moet dan een nauw volgen achter Hem voortkomen. Zo kan het zijn, als wij op bed liggen, als wij in ons beroep bezig zijn, als wij ons bezighouden met de verscheidene kundigheden des levens na te jagen, en ook wel op andere tijden onder het Woord of in het lezen der Schrift, dat het de Heere behaagt in het hart te werken. Dan komt er een nederig bukken aan Jezus’ voeten, of een verborgen, tedere uitgang der liefde van ons hart tot Hem, waardoor de ziel Hem kiest boven duizenden van goud of zilver, en niets zozeer begeert als de inwendige openbaringen van Zijn liefde, genade en barmhartigheid.
En zo neemt een levende ziel Christus aan, niet slechts uit kracht van noodzakelijkheid, maar ook omdat haar genegenheden worden ingewonnen. Zij neemt Christus niet alleen aan als een weg om de eeuwige toorn Gods te ontgaan, niet alleen als middel om haar te bevrijden van de worm die niet sterft en het vuur dat niet uitgeblust wordt; maar de noodzakelijkheid om dit te ontgaan gaat gemeenzaam, krachtig en innig gepaard met een uitvloeiing van oprechte genegenheid en ongeveinsde liefde, die uitgaat tot Hem als het enige Voorwerp dat de genegenheid, aanbidding en vurige begeerten van ons hart waardig is. En wij mogen niet zeggen dat iets minder dan dit beantwoordt aan de bedoeling der Schriftuurlijke uitdrukking: „Christus aannemen”.
Aan de lezer…
Durft u, lezer, nauwelijks zeggen dat u geloof hebt? U kunt het er zelf niet voor houden, en toch is er soms die stille uitgang van uw hart naar Jezus. Op bed, bij uw werk, onder het Woord of bij het lezen der Schrift trekt Hij uw genegenheden tot Zich met een kortdurend gezicht van Zijn heerlijkheid, als door de traliën, haast voorbijgaande. Acht dat niet gering. Waar zulke liefde tot Hem is, daar is ook geloof.
Want wie Christus aanneemt, zoekt in Hem niet alleen een uitweg uit de toorn, maar Hem Zelf, boven duizenden van goud of zilver. Is uw hart zo voor Hem ingewonnen dat u niets zozeer begeert als de openbaring van Zijn liefde, genade en barmhartigheid? Dan spreekt de belofte ook tot u: zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar zo velen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden; namelijk die in Zijn Naam geloven.
Johannes 1:12
Overal waar de ziel geloof geschonken wordt om Christus aan te nemen, zal met het geloof ook liefde tot de Heere van leven en heerlijkheid gepaard gaan. En soms kunnen wij merken dat er geloof aanwezig is doordat wij de verborgen werkzaamheden en daden van liefde opmerken tot de Zaligmaker in Wie God ons gegeven heeft te geloven, ook al durven wij het zelf niet zo te noemen. Er zal van tijd tot tijd in de levende ziel een uitgaan van de genegenheden naar Jezus zijn. Van tijd tot tijd geeft Hij de ziel een blik op Zijn Persoon. Hij vertoont Zich, zoals de Schrift zegt, „door de traliën”, misschien maar heel even, haast in het voorbijgaan.
Maar door het schenken van zo’n kort gezicht op de heerlijkheid van Zijn Persoon en op de uitnemendheid van Zijn volbracht werk, van Zijn stervende liefde en verzoenend bloed, wordt het hart als het ware verrukt, en wordt iedere genegenheid van de ziel door Hem naar Zich toe getrokken. Daaruit moet dan een nauw volgen achter Hem voortkomen. Zo kan het gebeuren, als wij op bed liggen, als wij met ons werk bezig zijn, als wij ons bezighouden met de verschillende bezigheden van het leven, en ook wel op andere tijden onder het Woord of bij het lezen van de Schrift, dat het de Heere behaagt in het hart te werken. Dan komt er een nederig buigen aan Jezus’ voeten, of een verborgen, teder uitgaan van de liefde van ons hart naar Hem. Daardoor kiest de ziel Hem boven duizenden aan goud of zilver, en begeert zij niets zozeer als de inwendige openbaringen van Zijn liefde, genade en barmhartigheid.
En zo neemt een levende ziel Christus aan, niet alleen uit noodzaak, maar ook omdat haar genegenheden voor Hem gewonnen worden. Zij neemt Christus niet alleen aan als een weg om de eeuwige toorn van God te ontgaan, niet alleen als middel om haar te bevrijden van de worm die niet sterft en het vuur dat niet uitgeblust wordt. De noodzaak om dat te ontgaan gaat vertrouwelijk, krachtig en innig samen met een uitvloeien van oprechte genegenheid en ongeveinsde liefde, die naar Hem uitgaat als het enige Voorwerp dat de genegenheid, aanbidding en vurige begeerten van ons hart waardig is. En wij mogen niet zeggen dat iets minder dan dit beantwoordt aan de bedoeling van de Schriftuurlijke uitdrukking: „Christus aannemen”.
Aan de lezer…
Durft u nauwelijks te zeggen dat u geloof hebt? U durft het zelf niet zo te noemen, en toch is er soms dat stille uitgaan van uw hart naar Jezus. Op bed, bij uw werk, onder het Woord of bij het lezen van de Schrift trekt Hij uw genegenheden naar Zich toe met een kort gezicht op Zijn heerlijkheid, als door de traliën, haast in het voorbijgaan. Acht dat niet gering. Waar zulke liefde tot Hem is, daar is ook geloof.
Want wie Christus aanneemt, zoekt in Hem niet alleen een uitweg uit de toorn, maar Hem Zelf, boven duizenden aan goud of zilver. Is uw hart zo voor Hem gewonnen dat u niets zozeer begeert als de openbaring van Zijn liefde, genade en barmhartigheid? Dan spreekt de belofte ook tot u: zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But as many as received Him, to them gave He power to become the sons of God, even to them that believe on His Name.
John 1:12
Wherever faith is given to the soul to “receive” Christ, there will be mingled with this faith, and blessedly accompanying it, love to the Lord of life and glory; and sometimes we may know the existence of faith when we cannot see it, by discerning the secret workings and actings of love towards that Savior, in Whom God has enabled us to believe. There will be, from time to time, in living souls a flowing forth of affection towards Jesus.
From time to time, He gives the soul a glimpse of His Person; He shows Himself, as the Scripture speaks, “through the lattice;” passing perhaps hastily by, but giving such a transient glimpse of the beauty of His Person, the excellency of His finished work, dying love, and atoning blood as ravishes the heart, and secretly draws forth every affection of the soul, so that there is a following hard after Him, and a going out of the desires of the soul towards Him. Thus, sometimes as we lie upon our bed, as we are engaged in our business, as we are occupied in our several pursuits of life; or at other times under the Word, or reading the Scripture, the Lord is pleased secretly to work in the heart, and there is a melting down at the feet of Jesus, or a secret, soft, gentle going forth of love and affection towards Him, whereby the soul prefers Him before thousands of gold and silver, and desires nothing so much as the inward manifestations of His love, grace, and blood.
And thus a living soul “receives” Christ; not merely as driven by necessity, but as also drawn by affection. He does not receive Christ, merely as a way of escape from “the wrath to come,” merely as a something to save the soul from “the worm that dies not, and the fire that is not quenched;” but mingled with necessity, sweetly and powerfully combined with it, and intimately and intricately working with it, there is the flowing forth of genuine affection and sincere love, that goes out to Him as the only object worthy our heart’s affection, our spirit’s worship, and our soul’s desire. And we cannot say that less than this comes up to the meaning of the Scripture expression—“to receive Christ.”
To the reader…
Do you hardly dare to say that you have faith? You do not dare to call it that yourself, and yet at times there is that quiet going out of your heart towards Jesus. On your bed, at your work, under the Word or in reading the Scriptures, He draws your affections to Himself with a brief glimpse of His glory, as through the lattice, hastily in passing. Do not think little of that. Where there is such love to Him, there is faith as well.
For whoever receives Christ seeks in Him not only a way of escape from wrath, but Him Himself, above thousands of gold and silver. Has your heart been so won for Him that you desire nothing so much as the revelation of His love, grace and mercy? Then the promise speaks to you too: as many as received Him, to them gave He power to become the sons of God.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas a todos los que le recibieron, dioles potestad de ser hechos hijos de Dios, a los que creen en su nombre.
Juan 1:12
Dondequiera que se da al alma fe para “recibir” a Cristo, se mezclará con esta fe, acompañándola benditamente, el amor al Señor de la vida y de la gloria; y a veces podemos saber que existe la fe cuando no podemos verla, al discernir las operaciones y actos secretos del amor hacia aquel Salvador en Quien Dios nos ha capacitado para creer. De vez en cuando habrá en las almas vivas un fluir de afecto hacia Jesús.
De vez en cuando, Él da al alma un vislumbre de Su Persona; Se muestra, como dice la Escritura, “por las celosías”; pasando quizás de prisa, pero dando un vislumbre tan pasajero de la hermosura de Su Persona, de la excelencia de Su obra consumada, de Su amor agonizante y de Su sangre expiatoria, que arrebata el corazón y atrae secretamente todo afecto del alma, de modo que hay un seguirle de cerca y un salir de los deseos del alma hacia Él. Así, a veces, cuando estamos acostados en nuestra cama, cuando estamos ocupados en nuestros negocios, cuando nos dedicamos a nuestras diversas tareas de la vida; o en otras ocasiones bajo la Palabra, o leyendo la Escritura, al Señor Le place obrar secretamente en el corazón, y hay un derretirse a los pies de Jesús, o un salir secreto, suave y apacible de amor y afecto hacia Él, por el cual el alma Le prefiere a millares de oro y plata, y nada desea tanto como las manifestaciones interiores de Su amor, Su gracia y Su sangre.
Y así un alma viva “recibe” a Cristo; no solo impulsada por la necesidad, sino también atraída por el afecto. No recibe a Cristo meramente como un medio de escapar de “la ira que vendrá”, meramente como algo que salve al alma de aquel lugar donde “el gusano de ellos no muere, y el fuego nunca se apaga”; sino que, mezclado con la necesidad, dulce y poderosamente unido a ella, y obrando íntima y entrelazadamente con ella, hay un fluir de afecto genuino y de amor sincero que sale hacia Él como el único objeto digno del afecto de nuestro corazón, de la adoración de nuestro espíritu y del deseo de nuestra alma. Y no podemos decir que algo menos que esto alcance el sentido de la expresión de la Escritura: “recibir a Cristo”.
Al lector…
¿Apenas se atreve usted a decir que tiene fe? No se atreve a llamarla así, y sin embargo a veces hay ese salir silencioso de su corazón hacia Jesús. En su cama, en su trabajo, bajo la Palabra o leyendo las Escrituras, Él atrae sus afectos hacia Sí con un breve vislumbre de Su gloria, como por las celosías, de prisa y de paso. No tenga eso en poco. Donde hay tal amor a Él, hay también fe.
Porque quien recibe a Cristo no busca en Él solo un medio de escapar de la ira, sino a Él mismo, por encima de millares de oro y plata. ¿Ha sido su corazón ganado de tal modo para Él que nada desea tanto como la revelación de Su amor, Su gracia y Su misericordia? Entonces la promesa le habla también a usted: a todos los que Le recibieron, les dio potestad de ser hechos hijos de Dios.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl