Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

19 juni Korenaren uit de volle oogst

Want Hij zal de nooddruftige ter rechterhand staan, om hem te verlossen van degenen, die zijn ziel veroordelen.
Psalm 109:31

Hoe bemoedigend en vertroostend is het om een vriend te hebben die ons in nood bijstaat. Zo’n Vriend is Jezus. In het uur van gevaar komt Hij als een Vriend om aan de rechterhand te staan van het arme schepsel wiens ziel door schuld en zelfbeschuldiging veroordeeld wordt. Maar Hij staat in een veel hogere verhouding dan die van een vriend: Hij staat er als Borg en Bevrijder. Hij gaat als het ware de rechtszaal binnen, en wanneer de gevangene voor de balie staat, treedt Hij naar voren en gaat aan zijn rechterhand staan als Borg en Plaatsvervanger. Uit Zijn eigen boezem haalt Hij de kwijtbrief tevoorschijn, ondertekend en verzegeld met Zijn eigen bloed. Hij legt die aan het hof voor en eist en vraagt de vrijspraak van de gevangene aan wiens rechterhand Hij staat. Daar staat Hij dan, opdat de gevangene volledige vergeving ontvangt en geheel gerechtvaardigd wordt van de beschuldigingen van hen „die zijn ziel veroordelen”.

O heerlijke plaats! O gezegende verschijning! Ongeloof, de werking van een vreselijk boos hart en de vreselijke influisteringen van de vijand komen om ons te veroordelen. Maar Christus Jezus, de Middelaar tussen God en de mensen, staat aan de hand van de nooddruftigen en biedt Zijn eigen heerlijke gerechtigheid aan. Gaan wij gebukt onder ongeloof? Hij schenkt geloof. Zinkt onze ziel weg in wanhoop? Dan stort Hij hoop in. Is de ziel gebogen onder schuld, ver van God, niet in staat Hem te naderen vanwege de zware aanvechtingen? Hij brengt Zijn eigen arm onder die arme, neergebogen ziel en tilt haar gebogen hoofd op. Dan kijkt de ziel omhoog en ziet zij, in plaats van toorn, het gelaat van de Vader, stralend van barmhartigheid en liefde, omdat de Borg „staat ter rechterhand van de nooddruftige”.

Nooddruftigen zal Hij verschonen,
aan armen uit gena
Zijn hulpe ter verlossing tonen:
Hij slaat hun zielen ga.

Ps. 72:7

Aan de lezer…

Wanneer u als een gevangene voor de balie staat, met een geweten dat u veroordeelt en een vijand die u beschuldigt, komen ongeloof en een boos hart u misschien steeds weer aanklagen, zodat u geen woord tot uw verdediging weet. Dan is deze tekst voor u geschreven. U hebt geen pleitgrond in uzelf, maar er is Een Die aan uw rechterhand wil staan.

Hij komt niet alleen als Vriend, maar als Borg en Plaatsvervanger, met de kwijtbrief ondertekend en verzegeld met Zijn eigen bloed. Gaat u gebukt onder ongeloof, Hij schenkt geloof; zinkt u weg in wanhoop, Hij stort hoop in. Hij brengt Zijn arm onder uw neergebogen ziel en tilt uw hoofd op, zodat u in plaats van toorn het gelaat van de Vader ziet, stralend van barmhartigheid en liefde.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

19 juni 365 dagen met Philpot

Door Christus tot God gaan

Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25

Als u nog nooit door Jezus Christus tot God bent gekomen, hebt u geen deel aan deze tekst. Maar als God de Heilige Geest uw ziel tot geestelijk leven heeft gewekt, als Hij een werk van genade in uw geweten verricht, dan kunt u erop rekenen dat u hier uw eigen toestand getekend zult vinden. Wat is de mens van nature? De Heilige Geest heeft deze beschrijving van hem gegeven: dat hij „dood was door de misdaden en de zonden” (Ef. 2:1); dat hij is „vervreemd van het leven Gods door de onwetendheid, die in hem is, door de verharding van zijn hart” (Ef. 4:18); dat hij is „een vijand van God in boze werken” (Kol. 1:21); en dat hij volstrekt niet in staat is zijn ziel tot God te naderen of iets te doen wat in Zijn ogen aangenaam is.

Als het nu zo is dat de mens dood is door misdaden en zonden, ver van God door boze werken, vervreemd van het leven Gods door de onwetendheid die in hem is en door de verharding van zijn hart; als de vleselijke gezindheid niets anders is dan onverzoenlijke vijandschap tegen God en godzaligheid, hoe kan hij dan tot God naderen? Hij kan komen in schijn, of alleen met gebruik van zijn natuurlijke vermogens, maar een heilig en rechtvaardig God kan hem niet aannemen als hij zo tot Hem komt.

Zo iemand kan dus niet tot God gaan door het levend geloof, net zomin als Lazarus uit zichzelf uit het graf had kunnen komen vóór de stem van de Verlosser krachtig sprak: „Lazarus, kom uit!” (Joh. 11:43). Maar zodra de gezegende Geest tot het geweten spreekt, zodra Zijn almachtige stem de ziel bereikt, gebeurt er geestelijk wat er met Lazarus naar het lichaam gebeurde: hij komt uit. Zodra de stem van de Heere, die vol majesteit is, zodra die almachtige stem de oren van Lazarus binnendrong, kwam hij tevoorschijn. En zodra de Heere door de gezegende Geest tot de ziel begint te spreken, komt zij: zij wordt bewogen, staat op uit het graf van de dood en gaat tot God. Zo heeft elke ziel die God levend heeft gemaakt om Zijn grote Naam te vrezen, een duidelijk aandeel in deze tekst, doordat zij tot God gaat.

Lezen: Johannes 11:33-46

Aan de lezer…

U die voelt dat u uw ziel niet tot God kunt doen naderen, dat al uw pogingen niet meer zijn dan schijn en het werk van uw natuurlijke vermogens: u ziet daarin iets van wat de mens van nature is, dood door de misdaden en de zonden. Dat is een harde waarheid, maar zij is niet het laatste woord. Lazarus lag ook in het graf, en hij kon zichzelf niet doen opstaan.

Maar toen de stem van de Verlosser krachtig sprak, kwam hij tevoorschijn. Zo is het nog steeds. Wanneer de gezegende Geest tot het geweten spreekt, wordt de ziel bewogen, staat zij op uit het graf van de dood en gaat zij tot God. Hebt u die stem in uw hart gehoord, al was het maar als een eerste beweging, dan hebt u een aandeel in deze tekst. En Hij Die u riep, kan volkomenlijk zalig maken, want Hij leeft altijd om voor de Zijnen te bidden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

19 juni Door Baca’s vallei

Maar zo velen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden; namelijk die in Zijn Naam geloven.
Johannes 1:12

Overal waar de ziel geloof geschonken wordt om Christus aan te nemen, zal met het geloof ook liefde tot de Heere van leven en heerlijkheid gepaard gaan. En soms kunnen wij merken dat er geloof aanwezig is doordat wij de verborgen werkzaamheden en daden van liefde opmerken tot de Zaligmaker in Wie God ons gegeven heeft te geloven, ook al durven wij het zelf niet zo te noemen. Er zal van tijd tot tijd in de levende ziel een uitgaan van de genegenheden naar Jezus zijn. Van tijd tot tijd geeft Hij de ziel een blik op Zijn Persoon. Hij vertoont Zich, zoals de Schrift zegt, „door de traliën”, misschien maar heel even, haast in het voorbijgaan.

Maar door het schenken van zo’n kort gezicht op de heerlijkheid van Zijn Persoon en op de uitnemendheid van Zijn volbracht werk, van Zijn stervende liefde en verzoenend bloed, wordt het hart als het ware verrukt, en wordt iedere genegenheid van de ziel door Hem naar Zich toe getrokken. Daaruit moet dan een nauw volgen achter Hem voortkomen. Zo kan het gebeuren, als wij op bed liggen, als wij met ons werk bezig zijn, als wij ons bezighouden met de verschillende bezigheden van het leven, en ook wel op andere tijden onder het Woord of bij het lezen van de Schrift, dat het de Heere behaagt in het hart te werken. Dan komt er een nederig buigen aan Jezus’ voeten, of een verborgen, teder uitgaan van de liefde van ons hart naar Hem. Daardoor kiest de ziel Hem boven duizenden aan goud of zilver, en begeert zij niets zozeer als de inwendige openbaringen van Zijn liefde, genade en barmhartigheid.

En zo neemt een levende ziel Christus aan, niet alleen uit noodzaak, maar ook omdat haar genegenheden voor Hem gewonnen worden. Zij neemt Christus niet alleen aan als een weg om de eeuwige toorn van God te ontgaan, niet alleen als middel om haar te bevrijden van de worm die niet sterft en het vuur dat niet uitgeblust wordt. De noodzaak om dat te ontgaan gaat vertrouwelijk, krachtig en innig samen met een uitvloeien van oprechte genegenheid en ongeveinsde liefde, die naar Hem uitgaat als het enige Voorwerp dat de genegenheid, aanbidding en vurige begeerten van ons hart waardig is. En wij mogen niet zeggen dat iets minder dan dit beantwoordt aan de bedoeling van de Schriftuurlijke uitdrukking: „Christus aannemen”.

Aan de lezer…

Durft u nauwelijks te zeggen dat u geloof hebt? U durft het zelf niet zo te noemen, en toch is er soms dat stille uitgaan van uw hart naar Jezus. Op bed, bij uw werk, onder het Woord of bij het lezen van de Schrift trekt Hij uw genegenheden naar Zich toe met een kort gezicht op Zijn heerlijkheid, als door de traliën, haast in het voorbijgaan. Acht dat niet gering. Waar zulke liefde tot Hem is, daar is ook geloof.

Want wie Christus aanneemt, zoekt in Hem niet alleen een uitweg uit de toorn, maar Hem Zelf, boven duizenden aan goud of zilver. Is uw hart zo voor Hem gewonnen dat u niets zozeer begeert als de openbaring van Zijn liefde, genade en barmhartigheid? Dan spreekt de belofte ook tot u: zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina