Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

19 februari Korenaren uit de volle oogst

Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing.
1 Korinthe 1:30

Bedenk wat een hemelse zegen er is voor hen die in een levende vereniging staan met de Zoon van God. Alles ligt voor hen klaar voor hun behoud en heiliging. God heeft niets achtergehouden van de zegen die moet dienen tot hun eeuwig geluk. Zie hen voor u: dwaas, onwetend, niet in staat de weg te zien, verlegen en terneergeslagen door duizend moeilijkheden, uitgedaagd door de zonde, verzocht door de duivel, ver afgedreven op de oceaan. Hoe zullen zij de hemelse kust bereiken?

God heeft door een daad van soevereine liefde Zijn geliefde Zoon tot „wijsheid” gemaakt, zodat niemand van hen zal afdwalen naar een noodlottig einde. Niemand zal de weg kwijtraken door gebrek aan hemelse leiding, zodat zij Hem kunnen vinden en die weg blijven gaan. Hun verheerlijkte Hoofd, Die in de hemel is, is hun op aarde tot wijsheid gemaakt, om hen naar hun hemelse erfenis te brengen. Hij opent Zijn Woord voor hun harten. Hij zendt een lichtstraal in hun zielen. Hij verlicht de heilige bladzijde en zet hun voeten op het pad van waarheid en vrede.

Als zij afdwalen, brengt Hij hen weer op het rechte pad. Als zij struikelen, richt Hij hen op. En welke moeilijkheden zij op hun weg ook tegenkomen, vroeg of laat komt er van Zijn genadige Majesteit een vriendelijke aanwijzing of een hemelse waarschuwing. Zo zal een reiziger, ook al is hij dwaas, niet verdwalen op de weg van het leven. Want omdat zijn genadige Heere zijn „wijsheid” is, wordt hij veilig verder geleid, door elke moeilijkheid heen, totdat Hij hem in de heerlijkheid tegenover Zich ziet.

Bemint de Heer, Gods gunstgenoten,
de Heer, die vromen hoedt
en straft het trots gemoed.
Zijt sterk, Hij zal u niet verstoten.
Hun geeft Hij moed en krachten,
die hopend op Hem wachten.

Ps. 31:19

Aan de lezer…

Dat woord, „wijsheid van God”, is voor wie zich soms een dwaze reiziger voelt, ver afgedreven op de oceaan. Voelt u zich zo? U weet de weg niet, u bent verlegen en terneergeslagen door duizend moeilijkheden, de zonde daagt u uit en de vijand verzoekt u. Hoe zult u ooit de hemelse kust bereiken? Ik ontken die dwaasheid niet; zo is Gods volk nu eenmaal: onwetend en hulpeloos in zichzelf. Maar bedenk ook dat God niets heeft achtergehouden wat nodig is voor hun behoud.

Christus is hun tot wijsheid gemaakt. Hij opent Zijn Woord voor hun harten en zendt een lichtstraal in hun zielen. Als zij afdwalen, brengt Hij hen terug; als zij struikelen, richt Hij hen op. Uw veiligheid ligt dus niet in uw eigen inzicht, maar in Hem Die u leidt. U mag uw onwetendheid bij Hem brengen en Hem om Zijn leiding vragen. Hij Die uw wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing is, zal u door elke moeilijkheid heen voeren, totdat Hij u in de heerlijkheid tegenover Zich ziet.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

19 februari 365 dagen met Philpot

De wonderen van Christus

De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en de armen wordt het Evangelie verkondigd. En zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden.
Mattheüs 11:5,6

„De blinden worden ziende.” Dit gebeurt door de kracht die God in hun ziel uitoefent. Want in welke toestand en gesteldheid verkeren wij van nature? Zijn we niet blind voor onze ellendige toestand als zondaren voor God? Blind voor de geestelijkheid en de veroordelende kracht van de wet? Blind voor de heerlijkheid, grootheid, heiligheid en reinheid van God boven ons? Blind voor de schoonheid en dierbaarheid van Immanuël? Blind voor de Persoon en de werkingen van God de Heilige Geest?

En is deze blindheid geen algemeen kenmerk? Zijn we niet in geestelijke zin blind geboren? Groeien we niet op in die blindheid? En is er enige natuurlijke kracht die haar kan wegnemen? Kan enig licht in het verstand, kunnen leerstellingen die in het hoofd zijn opgenomen, kan enige godsdienstige belijdenis, kan iets wat de natuur gedaan heeft of kan doen, die blindheid wegnemen? Zij kan erger worden, en dat is ook gebeurd, wanneer duisternis voor licht werd gesteld en licht voor duisternis; maar door geen enkele kracht van de mens kan zij worden weggenomen, in hemzelf of bij anderen.

Het is het bijzondere werk en het grote voorrecht van de eniggeboren Zoon van God om deze blindheid weg te nemen door geestelijk gezicht te schenken. En dit gebeurt in één ogenblik. Misschien kunnen we niet het precieze moment aanwijzen waarop die levendmakende genade onze ziel bezocht, al zullen we in de meeste gevallen wel ongeveer weten in welke periode het was. Maar het gebeurde in één ogenblik. Er was een moment, ook al kunnen we het ons misschien niet herinneren, waarop goddelijk licht in onze donkere geest werd gebracht en de blinden ziende werden gemaakt.

Lezen: Mattheüs 11:1-19

Aan de lezer…

Weet u nog, lezer, hoe blind u van nature was? Blind voor uw toestand als zondaar, blind voor de heiligheid van God, blind voor de schoonheid van Immanuël? Misschien bent u het nog. Geen leer in het hoofd, geen belijdenis en niets wat de natuur kan doen, neemt die blindheid weg. Dat is een hard woord, maar het is eerlijk.

En toch staat er: „De blinden worden ziende.” Dat is het grote voorrecht van de eniggeboren Zoon van God. Hij brengt goddelijk licht in een donkere geest, en Hij doet dat in één ogenblik. Misschien kunt u dat moment niet aanwijzen; dat hoeft ook niet. Maar ziet u nu iets van uw zonde en iets van Zijn dierbaarheid wat u vroeger niet zag, dan heeft Hij u aangeraakt. En is het nog donker in u, roep dan tot Hem; Hij opent blinde ogen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

19 februari Door Baca’s vallei

Gij doet Uw hand open en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen. (Engelse vertaling: En verzadigt de begeerte van elk levend wezen)
Psalm 145:16

Dit woord is mij soms een vreugde. „Elk levend wezen.” Wat een veelomvattend woord! En hoe diep daalt het af. Het daalt af tot de zwakste, geringste en minste van het volk van God, als hij maar een „wezen” is, in elk geval een levend wezen. Ook al vindt hij van zichzelf dat hij geen man in Christus is, en geen kind van de Heere, ja, zelfs geen pasgeboren baby.

Zelfs nu, ook al hebt u niet de kenmerken van een volwassene en wordt u door bittere twijfels beproefd. U meent dat uw bevinding niet verder komt dan die van een pasgeborene, en toch mag u hier binnengaan als iemand die leven heeft, al kan uw naam niet omschreven worden. Dus zelfs als u iemand bent die niet weet hoe hij zichzelf moet noemen. U kunt een bevinding hebben waarvan u denkt dat niemand haar kan doorgronden. U denkt misschien dat u zulke oefeningen hebt dat niemand er zo moe van wordt als u, en dat u een pad gaat waarop nog geen kind van God vóór u heeft gelopen.

Was het niet de uitspraak van een van de ouden (en hebben u en ik zijn woorden niet nagezegd): „Ik was een groot beest bij U”? Geen mens, want: „ik ben onvernuftiger dan iemand, en ik heb geen mensenverstand” (Spreuken 30:2), en toch heb ik een leven dat naar God verlangt. Er is iets in de ziel wat niet bevredigd kan worden zonder het bewijs dat God aanwezig is. Maar hier ligt het kenmerk van het levende verlangen. Niet het verlangen van een luiaard, want dat is niets; hij heeft niets geestelijks nodig en zoekt op niets antwoord. Nee, hier zijn de geestelijke verlangens bedoeld die de Heilige Geest Zelf heeft opgewekt.

Verlangens naar God, zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen. Verlangens om Christus te kennen door de zoete openbaring van Zijn heerlijkheid. Verlangens om aan de voet van het kruis gebracht te worden en Zijn beeld op onze ziel gedrukt te krijgen. Verlangens om geleid te worden in de lengte en breedte en diepte en hoogte van Zijn liefde, die de kennis te boven gaat. Verlangens om voor God te wandelen en aangenomen te zijn in de Geliefde. Verlangens om in onze ziel de zoete overtuiging te proeven dat wij voor altijd van Hem zijn.

Deze „levende”, hoe onverklaarbaar ook naar zijn eigen oordeel, heeft iets in zich wat hem kenmerkt als een levende. Dat zijn de levende uitgangen naar de levende God, de genegenheden die uitgaan naar Jezus, een rusteloos, onverzadigd hart dat ongelukkig is in de dingen van deze tijd en geen genoegen vindt in wat de wereld biedt, maar tot de Heere zucht om de openbaringen van Zijn genade en liefde.

Aan de lezer…

Weet u, lezer, niet hoe u uzelf moet noemen? Durft u zich geen kind van God te noemen, zelfs geen pasgeborene, en meent u dat niemand ooit zo’n pad gegaan is als u? Dan is dit woord voor u: „Gij doet Uw hand open en verzadigt de begeerte van elk levend wezen.” Het daalt af tot de zwakste en geringste, als er maar leven is. En dat leven verraadt zich in een rusteloos, onverzadigd hart, dat geen genoegen vindt in de wereld en zucht naar God.

Hebt u zulke verlangens? Verlangens om Christus te kennen, om aan de voet van het kruis te liggen, om Zijn beeld op uw ziel te dragen en te weten dat u van Hem bent? Zij komen niet uit uzelf; de Heilige Geest heeft ze gewekt. En Hij Die de begeerte schonk, zal Zijn hand openen en haar verzadigen naar Zijn welbehagen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina