Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

19 oktober Korenaren uit de volle oogst

En het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord.
Efeze 6:17

Er is maar één wapen waarmee wij de satan kunnen bestrijden, en dat is het Woord van God. Maar bedenk wel dat het niet de letter van het Woord moet zijn. Het moet „het zwaard des Geestes” zijn, en dus een geestelijk zwaard. Dat kan alleen ter hand genomen worden wanneer het Woord van God met Goddelijke kracht aan de ziel wordt toegepast, wanneer u er een levend geloof in hebt en het zo voor uw ziel „leven en geest” geworden is. Het heeft geen zin een tekst tevoorschijn te halen om de verzoeking van de satan te weerstaan tenzij ik die tekst tot de mijne kan maken; met andere woorden, tenzij ik dat zwaard kan hanteren als iemand die weet hoe hij het moet zwaaien.

Een tekst gebruiken zonder er de lieflijkheid en de kracht van te kennen, is als een kind dat het zwaard van een krijgsman opneemt zonder de hand van een krijgsman te hebben. Het kan met het zwaard spelen, maar wat is het zwaard van een reus in de hand van een kind? In Wenen werd vroeger het zwaard getoond van Skanderbeg, een beroemde Albanese krijgsheld in de strijd tegen de Turken. Iemand die het eens bekeek en in de hand nam, zei: „Is dit het zwaard dat zoveel overwinningen behaald heeft? Ik zie er niets bijzonders aan; het is maar een gewoon zwaard.” Het antwoord was: „U had de arm moeten zien die het zwaaide.” Zo is het ook niet genoeg om alleen een tekst te nemen, de taal van de Schrift over te nemen en Bijbelplaatsen aan te halen; dat slaat de vurige aanvallen van de satan niet terug. Dat is het zwaard van Skanderbeg hebben zonder de arm van Skanderbeg. Wanneer het Woord der Waarheid door de kracht van God in onze ziel gebracht is, en wanneer het geloof zo levend is dat wij geloven dat God Zelf het tot ons hart gesproken heeft, dan worden wij in staat gesteld het te zwaaien in de kracht van de Geest en door de kracht van het geloof dat levend in oefening is, om elke helse aanval te weerstaan.

In deze strijd mogen wij niet wijken. Vluchten is overwonnen zijn. Want, zoals Bunyan terecht zegt, er is geen wapenrusting voor de rug. Als u in deze worsteling zou uitglijden en vallen, blijf dan niet liggen als een overwonnen gevangene, maar sta weer op en strijd. „Wederstaat de duivel, en hij zal van u vlieden.” Hij is een overwonnen vijand; hij kan u niet doden als u van de Heere bent. Daarom is het Woord der Waarheid vol genadige beloften en lieflijke bemoedigingen, „om als goede krijgsknechten ongemakken te verduren”, en om u nooit door de zonde of de satan te laten overwinnen.

Twist met mijn twisters, Hemelheer,
ga mijn bestrijd’ren toch te keer!
Wil spies, rondas en schild gebruiken
om hun gevreesd geweld te fnuiken;
belet hun d’ optocht, treed vooruit,
zo worden z’ in hun loop gestuit.

Ps. 35:1

Aan de lezer…

Vandaag wordt u gevraagd of u ook weleens een tekst tegen de verzoeking hebt ingebracht en merkte dat hij in uw hand een speelgoedzwaard was. U kende de woorden, maar de kracht ontbrak. Wees daar niet verwonderd over. Het zwaard des Geestes kan alleen gehanteerd worden wanneer de Geest het Woord met kracht aan uw ziel toepast en u gelooft dat God Zelf het tot uw hart gesproken heeft. Bid dan niet alleen om teksten, maar om de hand die ze kan voeren.

En bent u in de worsteling uitgegleden en gevallen, blijf dan niet liggen als een overwonnen gevangene. Sta weer op en strijd. Vluchten is overwonnen zijn, maar vallen is nog niet verloren. De vijand is een overwonnen vijand; hij kan u niet doden als u van de Heere bent. Het Woord is vol genadige beloften en lieflijke bemoedigingen, en de Heere Zelf wil uw twisters te keer gaan.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

19 oktober 365 dagen met Philpot

Evangelische voorschriften

Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.
Markus 9:24

Ongeloof is een verdoemende zonde waar het heerst. Het is echter geen verdoemende zonde waar het wel aanwezig is, maar bestreden wordt. Met andere woorden: het is de heerschappij van het ongeloof in het hart, niet het bestaan ervan, die ons buitensluit van het koninkrijk der hemelen. De verworpenen zijn een voorbeeld van het eerste geval, want zij leven en sterven onder de macht van het ongeloof. Zoals de Heere zei: „Indien gij niet gelooft, dat Ik Die ben, gij zult in uw zonden sterven” (Joh. 8:24). „Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden” (Mark. 16:16). En de levendgemaakte uitverkorenen zijn een voorbeeld van het tweede geval.

Er zijn nauwelijks twee duidelijker voorbeelden te vinden van het bestaan van ongeloof in het hart van Gods kinderen dan die van Thomas en van Zacharias. In het hart van Thomas werkte de geest van ongeloof zo krachtig, dat hij pas wilde geloven dat de Heere uit de doden was opgestaan wanneer hij in Zijn handen de littekens van de spijkers kon zien, zijn vinger in het litteken van de spijkers kon leggen en zijn hand in Zijn zijde kon steken. Dat ongeloof werd ongetwijfeld overwonnen, niet alleen tot voordeel van de Kerk, maar ook tot voordeel van de ongelovige discipel. Zijn ongeloof werd krachtig overwonnen door de kracht van de Heere, Die geloof aan zijn ziel meedeelde met de woorden: „Zijt niet ongelovig, maar gelovig.” Zijn geloof werd des te sterker, omdat het zo krachtig was aangevallen.

Zo was het ongetwijfeld ook bij Zacharias, die als straf voor zijn ongeloof negen maanden moest zwijgen. Want toen de Heere zijn tong losmaakte, „werd hij vervuld”, lezen we, „met de Heilige Geest, en profeteerde”, in dat gezegende loflied dat we aan het eind van het eerste hoofdstuk van het evangelie naar Lukas vinden. De vraag is dus niet of er ongeloof in ons hart huist, maar of dat ongeloof wordt tegengegaan. Als er niets anders is dan ongeloof, wee ons! Maar als dit inwonende ongeloof door een beginsel van genade wordt tegengegaan, weerstaan en bestreden, dan zal de strijd uiteindelijk tot de overwinning leiden.

Lezen: Johannes 20:19-31

Aan de lezer…

Hoe bang kan het u maken wanneer u het ongeloof in uw eigen hart ontdekt! Vreest u dat u daarom geen kind van God kunt zijn? Kijk dan naar Thomas, die niet wilde geloven voordat hij de tekenen van de spijkers had gezien, en naar Zacharias, die om zijn ongeloof moest zwijgen. Beiden waren kinderen van God, en beiden werden door de Heere Zelf over hun ongeloof heen geholpen. Het is niet het bestaan van het ongeloof dat u buitensluit, maar zijn heerschappij.

Vraag u dus niet alleen af of er ongeloof in u is, want dat is er helaas, maar of u er ook tegen strijdt en eronder zucht. Kent u dat, dan is er een beginsel van genade in u dat het weerstaat. En de Heere, Die tot Thomas sprak: „Zijt niet ongelovig, maar gelovig,” kan met hetzelfde woord ook uw hart overwinnen. Uw geloof zal dan des te sterker worden, omdat het zo zwaar werd aangevallen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

19 oktober Door Baca’s vallei

Doet gij u dit niet zelf, doordien gij de Heere uw God verlaat, ten tijde als Hij u op de weg leidt?
Jeremia 2:17

Ik geloof dat niemand beter weet dan ik zelf dat wij niets van geestelijke aard kunnen doen dat ons dicht bij God brengt. Maar ik ben er tegelijk van overtuigd dat wij veel dingen kunnen doen die ons van God afvoeren. Elk druppeltje genoten barmhartigheid, elk straaltje licht van hoop, elke zoete toepassing van de waarheid aan het hart, elk besef dat wij deel aan Hem hebben, elk gezegend getuigenis, elke hemelse glimlach, elke tedere zucht en geestelijke gewaarwording: het is allemaal uit God. Als mijn hart ooit vernederd is, mijn geest beïnvloed, mijn ziel bewaterd, als Christus mij ooit dierbaar geworden is, dan is het allemaal door Zijn genade. Het is allemaal geschonken uit vrije, soevereine genade, zonder geld en zonder prijs.

Maar kan het ontkend worden — ik voor mij kan het niet ontkennen — dat wij door onze vleselijkheid, onstandvastigheid, wereldgelijkvormigheid, onachtzaamheid, ondankbaarheid en het vergeten en verlaten van de God van onze barmhartigheden voortdurend magerheid, onvruchtbaarheid, doodsheid en duisternis over onze zielen brengen? Zo worden wij gedwongen uit te roepen: „Schuldig, schuldig!”, onze mond in het stof te steken, onszelf onrein te achten en in waarheid te belijden dat wij de grootste van de zondaren zijn en de minste van alle heiligen.

En toch opent de Heere in Zijn verborgen handelingen juist zo een weg om Zijn soevereine genade en barmhartigheid te kunnen bewijzen. Hoe meer wij ons veroordeeld voelen, afgesneden, gespleten en gewond door onze zonde en dwaasheid, door onze afdwalingen en omzwervingen buiten God, hoe dieper wij zullen buigen, hoe meer wij onze mond in het stof zullen steken en hoe vrijer wij onze nietigheid voor Hem zullen belijden. En als het de Heere zou behagen op die gewichtige ogenblikken onze blinde ogen te openen om iets te zien van het dierbaar bloed van het Lam, een zoete belofte aan onze ziel toe te passen, of ons hart te brengen onder een besef van Zijn goedertierenheid en barmhartigheden, hoe zoet en passend is die genade dan, wanneer zij over alle bergen en heuvels van zonde en schande heen komt!

Zo wordt de goedertierenheid van God als het ware weerkaatst op en door onze nietigheid en onreinheid, zoals wij soms de zon zien schijnen op een zwarte wolk en door haar weerkaatst zien worden. De zwarte wolk van onze onreinheid dient alleen om de heerlijkheid van de stralen van vrije genade en de schitterende stralen van de Zon der gerechtigheid te verhogen.

Aan de lezer…

Kent u dat? U moet bekennen dat u het uzelf hebt aangedaan: dat de magerheid, de doodsheid en de duisternis waarover u klaagt, niet van buiten kwamen, maar uit uw eigen vleselijkheid, onachtzaamheid en het verlaten van de God van uw barmhartigheden. Dat is een bittere belijdenis, en het is goed dat u haar niet ontwijkt. Leg dan uw mond in het stof en roep: „Schuldig, schuldig!” Dat is de plaats waar de Heere Zijn volk vindt.

Want juist daar opent Hij een weg om Zijn vrije en soevereine genade te bewijzen. Hoe dieper u buigt, hoe zoeter het u zal zijn wanneer Hij uw ogen opent voor het dierbaar bloed van het Lam en Zijn genade over alle bergen van zonde en schande heen komt. Zoals de zon het helderst schijnt tegen een zwarte wolk, zo zal de Zon der gerechtigheid het heerlijkst stralen tegen de achtergrond van uw onreinheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina