Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

18 juni Korenaren uit de volle oogst

Dies zullen zij komen, en op de hoogte van Zion juichen.
Jeremia 31:12

Tenzij de verlosten iets kennen van de kracht van het zoenbloed en hun geweten daardoor van schuld en onreinheid gereinigd is, kunnen zij niet komen juichen op de hoogte van Sion. Maar wanneer zij verlost zijn door de hand van Hem Die sterker is dan zij, wanneer het zoenbloed hun geweten van schuld en onreinheid gereinigd heeft, wanneer Christus geopenbaard is en uit ervaring gekend wordt, wanneer Zijn Evangelie in de hand van de Geest een woord van kracht wordt en het gelovige hart een blik mag slaan op de Koning in al Zijn schoonheid, dan komen zij. Getrokken door koorden van liefde en mensenzelen komen zij naar Sion, waar de Koning in heerlijkheid op Zijn troon zit.

Het wordt „de hoogte van Zion” genoemd, niet alleen omdat Sion een hoge berg was, maar omdat de Heere van leven en heerlijkheid verhoogd is tot de hoogste plaats van waarheid en macht. Gods oude belofte was: „Ziet, Mijn Knecht zal verhoogd worden en verheven, ja zeer hoog worden” (Jesaja 52:13). En de apostel zegt: „Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een naam gegeven, welke boven alle naam is” (Fil. 2:9). En verder: „Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en alle naam die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende” (Ef. 1:21).

Maar waarvoor komen zij? Om gemeenschap met Hem te hebben, om Hem te aanbidden in de schoonheid van Zijn heiligheid, en om woorden van Zijn lippen, een blik van Zijn gelaat, de aanraking van Zijn hand en het gefluister van Zijn lippen te ontvangen. En wanneer het Hem behaagt als Vredevorst een woord tot hen te spreken, Zich aan hun zielen als God-mens te openbaren in de heerlijkheid van Zijn Godheid en Zijn liefde in hun harten uit te storten, dan kunnen zij juichen. Dan is in hen de belofte vervuld: „Zij zullen komen, en op de hoogte van Zion juichen.”

Want Sion is van God begeerd,
’t wordt met Zijn woning hoog vereerd.
„Hier”, sprak Hij, Die het al beheert,
„hier zal Ik wonen naar Mijn lust,
hier is in eeuwigheid Mijn rust.”

Ps. 132:9

Aan de lezer…

Soms kunt u niet juichen, en is het u eerder te moede om te zuchten. Dat is geen wonder zolang de schuld nog op het geweten drukt. Niemand juicht op de hoogte van Sion voordat hij iets kent van de kracht van het zoenbloed. Maar Hij Die sterker is dan u, kan u verlossen, en Hij trekt de Zijnen met koorden van liefde, niet met dwang.

En waarvoor trekt Hij u? Om gemeenschap met Hem te hebben, om een woord van Zijn lippen en een blik van Zijn gelaat te ontvangen. Hij is uitermate verhoogd, ver boven alle overheid en macht, en toch spreekt Hij als Vredevorst tot een arm hart. Zoek Hem dan, ook als u nog niet kunt juichen; de belofte staat vast: „Zij zullen komen, en op de hoogte van Zion juichen.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

18 juni 365 dagen met Philpot

Door Christus tot God gaan

Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25

Aan het gaan tot God ligt het besef van nood ten grondslag. Als we geen behoeften hebben, kunnen we het heel goed zonder Jezus Christus stellen. Maar als we talloze behoeften hebben, als we arm en hulpbehoevend, zondig, vuil en schuldig, hulpeloos, hopeloos en radeloos zijn, en dan met het oog van het geloof zien welk een rijke voorraad er in het Evangelie is, dat er „vergeving bij God is, opdat Hij gevreesd wordt” (Ps. 130:4) — als dit in de ziel ervaren wordt, worden er gevoelens gewekt die moeilijk te beschrijven zijn. Dit zijn dus de personen die Jezus Christus zalig maakt: zij die „door Hem tot God gaan”. Alle anderen menen dat ze zichzelf kunnen redden.

Maar als ik mijn eigen gerechtigheid kan bewerken, heb ik Christus niet nodig. Als ik God kan behagen met mijn eigen verrichtingen, heb ik die van Immanuël niet nodig. Als ik mezelf van mijn zonden kan reinigen, heb ik het bloed van Jezus niet nodig. Als ik God met mijn eigen werken kan behagen, hoef ik niet aangenaam gemaakt te worden in de Geliefde.

Maar stel dat ik daarentegen voel dat ik vol schuld en schaamte ben en geen vod heb om me mee te bedekken, maar dat mijn leven met zonde bevlekt is en mijn natuur afschuwelijk is in de ogen van een heilig God. Stel dat ik door het geloof het bloed en de gerechtigheid van de Zoon van God zie, en ook Zijn liefdevolle barmhartigheid, en dat Zijn genade zeer overvloedig is boven de grote overvloed van mijn zonden — dan is het dit dat me tot Zijn voeten trekt. Als Hij zegt: „Wendt u naar Mij toe, want Ik ben God, en niemand meer” (Jes. 45:22), en het besef van mijn behoeften en Zijn volheid, van mijn schuld en schaamte en Zijn gerechtigheid — als deze twee dingen elkaar in een zondaarshart ontmoeten, pas dan gaan we tot God zoals God het van ons wil: in geloof en gevoel, in armoede en leegte, als bedelaars en als bankroeten. En pas dan wordt onze ziel vervuld uit „de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult” (Ef. 1:23). „Hij doet Zijn hand open en verzadigt (het verlangen van) al wat leeft” (Ps. 145:16).

Lezen: Psalm 130

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u in uzelf niets ziet dan nood: schuld en schaamte, een leven bevlekt met zonde, geen vod om u mee te bedekken. Daarvoor hoeft u zich niet te verbergen, alsof het u van God uitsloot. Wie geen behoeften heeft, kan het zonder Jezus Christus stellen; maar wie arm, hulpeloos en radeloos is, is juist de persoon die Hij zalig maakt, die door Hem tot God gaat.

Laat dan uw armoede en Zijn volheid elkaar ontmoeten. Er is „vergeving bij God, opdat Hij gevreesd wordt”, en Zijn genade is zeer overvloedig boven de grote overvloed van uw zonden. Kom niet met uw eigen verrichtingen, maar als een bedelaar, leeg en bankroet, tot Zijn voeten. Hij Die zegt: „Wendt u naar Mij toe”, doet Zijn hand open om de hongerige ziel te verzadigen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

18 juni Door Baca’s vallei

Maar, geliefden, wij verzekeren ons van u betere dingen, en met de zaligheid gevoegd, hoewel wij alzo spreken.
Hebreeën 6:9

Wat is zaligheid? Als wij daarop letten, moeten wij haar van twee kanten bekijken: de zaligheid zoals zij voor ons is uitgewerkt, en de zaligheid zoals zij in ons gewerkt wordt. De zaligheid is voor de kerk verworven door het volbrachte werk van de Zoon van God, toen Hij de geest gaf en uitriep: „Het is volbracht.” De zaligheid van het overblijfsel naar de verkiezing der genade was toen in haar geheel tot stand gebracht, zodat er niets aan kon worden toegevoegd; er kon ook niets van worden afgenomen. „Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die door Hem geheiligd worden”, en zo staat de kerk volmaakt in Christus, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks.

Maar er is ook een zaligheid die in de ziel wordt uitgewerkt: de openbaring en toepassing van de zaligheid die Jezus tot stand heeft gebracht door Zijn lijden, bloedstorting en dood. Die kunnen wij alleen bevindelijk kennen voor zover de gezegende Geest haar in ons hart werkt en haar daarin verzegelt door een heilige zalving en een hemelse geur. Maar niet alle kinderen van God hebben deze zaligheid als een bevindelijke werkelijkheid in hun ziel, want twijfels, vrezen, duisternis en aanvechtingen bewolken hun weg. Satan werpt zijn vurige pijlen in hun ziel, en vaak zijn zij niet in staat hun deel aan de Heere Jezus Christus en Zijn zaligheid vast te stellen.

Zij twijfelen er helemaal niet aan dat de Heere Jezus de Zaligmaker is van hen die geloven; zij weten dat er voor hun schuldige ziel geen andere toevlucht of schuilplaats is dan het bloed van het Lam. Zij zijn werkelijk afgebracht van het steunen op een verbond van werken. Zij jagen niet naar dingen die hun niet kunnen baten, en zij verbergen zich ook niet in leugenachtige toevluchten, want daarvan zijn zij krachtig afgesneden door een werk van genade in hun ziel. Maar het ongeloof van hun hart, de dodigheid van hun gestalte, de onvruchtbaarheid van hun ziel en de verschillende aanvechtingen waaraan zij blootstaan, doen hen vrezen dat zij de kenmerken van Gods kinderen missen, en zij zijn niet in staat hun deel aan de liefde en het bloed van het Lam vast te stellen.

Daarom spreekt de apostel van „dingen, met de zaligheid gevoegd”, dat zijn bepaalde kenmerken, bepaalde duidelijke en ontwijfelbare tekenen van het werk van de genade in de ziel. En tot de Hebreeën zegt hij tot hun troost en bemoediging: „Wij verzekeren ons.” Hoe uw twijfels en vrezen ook zijn, welke duisternis er ook over uw geest heerst, hoezeer u ook met scherpe en hevige bestrijdingen te kampen hebt: wij zijn ervan verzekerd dat u deze betere dingen bezit, dat wil zeggen de dingen die met de zaligheid gevoegd zijn, en dat deze zaligheid voor eeuwig uw deel zal zijn.

Aan de lezer…

Bent u een van die bekommerden die niet aan Christus twijfelen, maar wel aan zichzelf? U weet dat er geen andere toevlucht is dan het bloed van het Lam; van uw eigen werken bent u afgesneden. En toch doen het ongeloof van uw hart, uw dodigheid en onvruchtbaarheid u vrezen dat u de kenmerken van Gods kinderen mist. Weet dan dat zulke twijfels en duisternis de weg van veel kinderen van God bewolken.

De zaligheid hangt niet aan uw gevoel. Zij is volbracht toen Christus uitriep: „Het is volbracht”, en met één offerande heeft Hij Zijn volk in eeuwigheid volmaakt. Ziet u in uzelf dat afgesneden zijn van leugenachtige toevluchten en dat zoeken naar het bloed van het Lam, dan zijn dat dingen die met de zaligheid gevoegd zijn. Wacht dan op de gezegende Geest, Die haar in uw hart kan verzegelen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina