Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

18 mei Korenaren uit de volle oogst

En Ik zal Mijn vrees in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.
Jeremia 32:40

Wanneer de vreze Gods opkomt in een gelovige ziel, en gevoed en levend gehouden wordt door de invloeden die uit Christus als Verbondshoofd komen, brengt zij als vrucht voort dat wij bij Hem blijven. Door de vreze Gods kunnen wij niet van Hem afwijken. Daarom wordt zij genoemd „een fontein des levens, om van de strikken des doods af te wijken.” Als zij een fontein van leven is, moet zij ook gevoed worden uit Hem Die Zelf het Leven is. En omdat zij afwijkt van de strikken van de dood, hecht zij zich vaster en dichter aan Hem, nu die strikken verbroken en weggedaan zijn.

Als wij de bewegingen van de vreze Gods in ons hart onderzoeken, zullen wij merken dat zij altijd uitgaan naar het leven en de Bron van het leven: naar haat tegen de zonde en liefde tot heiligheid; naar verlangen naar hemelse genietingen en onverschilligheid voor de dingen van de tijd en de zinnen; naar kennis van Christus in de openbaring van Zichzelf, en naar het verlangen om meer tot Zijn eer te leven, meer in Zijn voetstappen te treden en meer aan Zijn lijdend beeld gelijkvormig te worden.

Omdat niets van dit alles kan worden voortgebracht dan door vereniging met Christus en door het blijven in Hem, zien wij hoe de vreze Gods ons tot Hem brengt en noodzakelijk is om bij Hem te blijven. Want zodra de vreze Gods in de ziel verflauwt, is er een geleidelijke achteruitgang en een merkbare vermindering van dit blijven in Christus.

Die zal, door ’s Heeren gunst geleid,
en zegen en gerechtigheid
van God, de God zijns heils ontvangen.
Dit ’s Jakob, dit is ’t vroom geslacht,
dat naar God vraagt, Zijn wet betracht
en zoekt Zijn aanschijn met verlangen.

Ps. 24:3

Aan de lezer…

Hier wordt gesproken tot wie soms vreest ooit van de Heere af te wijken; kent u die vrees? Kent u uw eigen hart te goed om op uw voornemens te bouwen? Dan is het een troost dat de Heere niet zegt: zorg ervoor dat u bij Mij blijft, maar: „Ik zal Mijn vrees in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.” Die vrees is geen slaafse angst, maar een fontein van leven, om van de strikken van de dood af te wijken.

Onderzoek dan haar bewegingen in uw hart. Is er haat tegen de zonde, liefde tot heiligheid, een verlangen om meer tot Zijn eer te leven en in Zijn voetstappen te treden? Dat komt niet uit uzelf voort, maar uit Christus, uit Wie die vrees gevoed wordt. En merkt u dat zij verflauwt, laat dat u dan tot Hem drijven, zodat Hij haar in u levend houdt en u in Hem blijft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

18 mei 365 dagen met Philpot

Kracht in zwakheid

Versterkt de slappe handen, en stelt de struikelende knieën vast. Zeg de onbedachtzamen van hart: Weest sterk, en vreest niet.
Jesaja 35:3, 4

Wanneer Gods knechten tot het beproefde volk van de Heere zeggen: „Weest sterk”, dan wil en zal Hij dat woord met Zijn kracht vergezellen. Maar misschien zegt uw ziel, arme vreesachtige: „Hoe kan ik sterk zijn? Mijn handen zijn zo slap, mijn knieën zo zwak, mijn hart zo bevreesd. Hoe kunt u mij bevelen sterk te zijn?” Ja, ik geloof het: dit is een groot wonder.

Maar de apostel Paulus legt het ons prachtig uit in 2 Korinthe 12. Wij lezen daar dat de Heere Jezus uit de hemel tot hem had gesproken: „Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Zodra deze woorden waren uitgesproken, ontving zijn ziel er kracht door. Dat deed hem zeggen: „Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone. Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, in smaadheden, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus’ wil; want als ik zwak ben, dan ben ik machtig.” Waarom? Wanneer hij zwak was, steunde hij op de Heere en ontving hij uit Zijn volheid de kracht die in zwakheid volbracht wordt.

Lezen: Jesaja 35

Aan de lezer…

Hoe bekend is die klacht: „Hoe kan ik sterk zijn? Mijn handen zijn zo slap, mijn knieën zo zwak, mijn hart zo bevreesd”! Zegt ook uw ziel dat? Dan wordt u hier niet berispt, maar gezocht. De Heere vraagt van u geen kracht die u niet hebt; Hij belooft Zijn eigen kracht juist daar waar de uwe op is.

„Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Laat uw zwakheid u dan niet van Hem wegdrijven, maar naar Hem toe. Wie zwak is, leert steunen, en wie steunt, ontvangt uit Zijn volheid. Zo wordt het wonder werkelijkheid: als u zwak bent, dan bent u machtig, niet in uzelf, maar in Hem Die tot u zegt: „Weest sterk, en vreest niet.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

18 mei Door Baca’s vallei

Hieraan kennen wij, dat wij in Hem blijven, en Hij in ons, omdat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.
1 Johannes 4:13

Een juiste kennis en levende bevinding van de Persoon, de genaden en de werkingen van de Heilige Geest in de ziel is heel noodzakelijk. De mens is zo diep gezonken, zo volkomen gevallen en zo onbekwaam om zich daaruit op te heffen, dat hij deze heilige Leermeester nodig heeft om hem te leiden in een zaligmakende en bevindelijke kennis van de waarheid van God. We weten niets dan door Zijn onderwijs, we hebben niets dan door Zijn gave, en we zijn niets dan door Zijn vorming. Hoe duidelijker we dan geleid worden om te zien, en hoe dieper we onderwezen worden om te verstaan wat we als gevallen zonen en dochters van Adam zijn, hoe meer we onze nood zullen voelen en hoe meer we Zijn gezegende werkingen in ons hart en ons geweten zullen waarderen.

In het geval van Aäron nu (niet alleen beschouwd als een voorbeeld van Christus, maar als iemand die persoonlijk diende bij het altaar van de tabernakel en dus gewijd was tot de bediening van het hogepriesterschap) was het niet genoeg dat hij gewassen en gekleed was. Hij moest ook gezalfd zijn met de heilige zalfolie, voordat hij in het heiligdom van de Heere mocht staan. Zo is het ook met een zoon van de allerhoogste God, één van de koningen en priesters die een koninklijk priesterdom vormen. Het is voor hen niet genoeg gewassen te zijn in het bloed van het Lam en gekleed te zijn met Zijn rechtvaardigende gerechtigheid; hij moet voor Gods dienst gewijd worden door de heilige zalving. Met andere woorden: hij moet geheiligd, wedergeboren en vernieuwd worden in de geest van zijn gemoed, opdat hij, de Goddelijke natuur deelachtig geworden (2 Petr. 1:4), hier mag ingaan in de geestelijke bevinding van de waarheid, en hierna de eeuwige liefelijkheden aan Gods rechterhand mag genieten.

Door de aard van de val is het voor een dode zondaar onmogelijk in God te geloven, God te kennen of God lief te hebben. Hij moet tot een geestelijk leven opgewekt worden, voordat hij de enige waarachtige God en Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft, zaligmakend kan kennen. En zo ligt hier, aan de drempel van het hart en in het binnenste vertrek, de absolute noodzaak van de wederbarende werkingen van God de Heilige Geest. De volkomenheid en de diepte van de val maken het wederbarende werk van de Heilige Geest even noodzakelijk en onmisbaar als het verlossende werk van de Zoon van God. Daarom voegt de apostel ze samen: „Maar gij zijt gewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd in de Naam van de Heere Jezus en door de Geest onzes Gods.”

Zal de ziel daarom de eeuwige heerlijkheid binnengaan, dan moet zij voor de heerlijkheid bereid worden doordat zij deelgenoot geworden is van de genade. In dit leven, in deze tijd, moet gekend worden dat zij deelgenoot geworden is van de erfenis van de heiligen in het licht. Zij moet bekwaam gemaakt worden voor het eeuwig genieten van de drie-enige God, door het ontvangen van een nieuwe en hemelse natuur door de Heilige Geest. Die natuur is als een zuivere geest (want wat uit de Geest geboren is, dat is geest) in staat de Godheid te aanschouwen, te genieten en zich in Haar te verheugen, zoals Zij geopenbaard is in de heerlijke Persoon van de Middelaar Gods en der mensen.

Aan de lezer…

Kent u dat? U vraagt zich weleens angstig af of u wel in Hem blijft. Johannes geeft een kenteken: „Hieraan kennen wij, dat wij in Hem blijven, en Hij in ons, omdat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.” Misschien schrikt u daarvan, omdat u zo weinig van de Geest in u bespeurt. Maar bedenk wat hier gezegd wordt: hoe dieper we onderwezen worden in wat we als gevallen kinderen van Adam zijn, hoe meer we onze nood voelen. Wie de diepte van zijn val kent, heeft dat niet van zichzelf geleerd.

Zoals Aäron niet alleen gewassen en gekleed, maar ook gezalfd moest zijn, zo moet ook een arme zondaar niet alleen gewassen worden in het bloed van het Lam, maar ook geheiligd en vernieuwd door de Geest. Dat werk is even onmisbaar als het verlossende werk van de Zoon. Vraag dan om die zalving. Hij Die de doden opwekt, laat geen zuchtende ziel zonder antwoord.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina